Tertio 1051 - Is triëren op leeftijd bij corona ethisch verantwoord?

De mening van Herman De Dijn

Is triëren op leeftijd bij corona ethisch verantwoord?

De mogelijkheid van een rampscenario bij de coronapandemie leidde onlangs tot het opstellen door ethische commissies van triagerichtlijnen voor de ziekenhuizen. Zoals bleek uit talrijke nieuwsberichten kwamen er adviserende richtlijnen van de FOD Volksgezondheid, maar sommige ziekenhuizen zoals het UZ Leuven stelden eigen, meer specifieke richtlijnen op.

De diverse richtlijnen liggen blijkbaar niet altijd in dezelfde lijn. Uiteraard zal er worden gescreend op basis van het puur klinische criterium van overlevingskans: het zou onredelijk zijn iemand die nauwelijks kans heeft te overleven, te behandelen. Daarover lijkt geen discussie te bestaan. Gents filosoof Ignaas Devisch, betrokken bij het advies van de FOD Volksgezondheid, stelt dat het ethisch onverantwoord is te selecteren op leeftijd: alle personen zijn moreel gesproken gelijk in waarde. Elke mens heeft inderdaad dezelfde menselijke waardigheid, ongeacht zijn of haar kwaliteiten of capaciteiten, en heeft evenzeer recht op zorg.

Delicaat

Het UZ Leuven communiceerde via de voorzitter van haar ethische commissie, Martin Hiele, daarentegen wel met leeftijd rekening te willen houden, “ook al is dat delicaat” en “al hoopt men dat het nooit zover komt”. Bij gelijke overlevingskansen en schaarse middelen moet volgens de Leuvense richtlijn in extreme omstandigheden waarin triage onvermijdelijk is, de jongere patiënt voorrang krijgen op basis van het “fair inningsprincipe”. Dat stelt dat eenieder het recht heeft op het (zo goed mogelijk) voltooien van een normale levensloop. In functie daarvan is niet de gelijkheid tussen personen maar de ongelijkheid van “aantal genoten levensjaren” van belang, en dat speelt in het voordeel van de jongere patiënt. Pas in laatste instantie worden andere (internationaal erkende) principes gehanteerd zoals “first come, first served” en eventueel, zo nodig, loting.

Kwalitatieve ervaringen

Het voorrang geven op basis van leeftijd leidde tot weinig ophef en ongerustheid; hoewel hier en daar een paar verontruste reacties te horen waren. Hoe dan ook: hoe moeten we die richtlijn begrijpen en evalueren? Om te beginnen is het fair inningsprincipe niet een wetenschappelijk principe. Het is een moreel principe en dan nog puur utilitaristisch van aard. Alleen al het woord “inning” wijst op de achterliggende opvatting dat het in het leven erom gaat een en ander te “winnen”. Het menselijke leven wordt hier begrepen als de levensduur die kansen biedt op ervaringen met “levenskwaliteit”. Niemand is uiteraard geïnteresseerd in de kans slechte levensjaren “te innen”. Dat werd door sommige journalisten goed begrepen en samengevat als: beoordeeld wordt in Leuven (in een rampscenario) op basis van overlevingskans én levenskwaliteit. We staan dan heel dicht bij een begrip dat door Hiele in interviews werd vermeld, maar dat niet als zodanig in de UZ-richtlijnen te vinden is: dat men kan vergelijken in termen van QALY’s (quality-adjusted life years). Dat zijn de kwaliteitsvolle levensjaren die individuen (eventueel) nog tegoed hebben. De idee daarachter is (opnieuw) dat het (verder) leven van een persoon maar waarde of belang heeft indien het kwalitatief interessante ervaringen oplevert.

Tragiek

Het fair inningsprincipe is van een radicaal andere aard, eigenlijk zelfs tegengesteld aan de fundamentele idee dat personen gelijke waarde hebben, ongeacht leeftijd of welke andere capaciteit dan ook. Zelfs in een rampenscenario lijkt die laatste, “personalistische” idee mij de basis van de zorg te moeten zijn. Maar indien dat zo is, hoe is dat te verzoenen met het fair inningsprincipe dat bij gelijke overlevingskansen precies selecteert op basis van leeftijd? De personalistische idee lijkt me daarentegen wel verzoenbaar met het (internationaal breed aanvaarde) principe “first come, first served” waarbij niet wordt geselecteerd op basis van nog te genieten levensjaren of een andere kwaliteit. Het hanteren van het fair inningsprincipe houdt mogelijk ook het gevaar in dat de onvermijdelijk tragiek van het beslissen over het lot van andere mensen bij triage verdoezeld geraakt. We handelen ook in crisissituaties strikt rationeel, via bijkomende gesofisticeerde classificaties en principes, nietwaar?

Als je eenmaal het fair inningsprincipe volgt, is haast onvermijdelijk het hek van de dam voor verdere utilitaristische beschouwingen. Hoe ga je het recht op voltooien van een (kwaliteitsvolle) levensloop van “normale” ouderen of jongeren vergelijken met hetzelfde recht van zwaar mentaal gehandicapten, zwaar depressieve of demente personen? En wat met “profiteurs” en misdadigers? Moet het recht van al die individuen in de utilitaristische visie niet automatisch wijken ten voordele van de nog te voltooien levensloop van de andere burgers? In de pers kwamen niet verwonderlijk dat soort vragen dan ook bijna onmiddellijk ter sprake. Indien je bij rampscenario’s screent op leeftijd, waarom niet ook (of veeleer) rekening houden met het “sociale nut” van personen, met hun al geleverde bijdrage (belastingen) tot de maatschappij, enzovoort? Dat die vragen opdoken, wijst er wellicht op dat, eens de utilitaristische weg wordt ingeslagen, de fundamentele morele notie van de gelijkwaardigheid van elke mens – hoe onnuttig of schadelijk ook – in het gedrang dreigt te komen.


© rr

Vorige week verschenen ook nog eens nieuwe geriatrische richtlijnen om ernstig verzwakte bewoners van woonzorgcentra (WZC) niet meer op te nemen in intensieve zorg, om bedden vrij te houden. Het is toch paradoxaal dat collectief extreme maatregelen worden genomen om zwakke ouderen te sparen en dat dan deze richtlijn er aankomt. De rationaliteit die paniek zaait. Niet te verwonderen dat Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Wouter Beke (CD&V) reageert met de boodschap dat de maatregel niet bedoeld kan zijn om voldoende bedden op intensieve zorg te garanderen. Bij corona doemt bovendien de vraag op of de veiligheid van het personeel (denk aan beschikbare mondmaskers) en van de andere bewoners voldoende te garanderen is in een WZC.
Is het zo verstandig hen in hun natuurlijke omgeving te houden als ze besmet zijn?

Ongelooflijke inzet

Dit alles gezegd zijnde, kunnen we de ongelooflijke inzet van de betrokken artsen en ander medisch en paramedisch personeel (en hun familieleden) alleen maar loven en ons hart vasthouden bij de onmogelijke beslissingen die zij eventueel zullen moeten nemen. Wat de jongste tijd duidelijk bleek, is dat het brede publiek zich van hun inzet en opoffering bewust is.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​