Tertio 1052-53 - “Iesu Nazare, sta ons bij”

“Iesu Nazare, sta ons bij”

De voorbije twintig jaar is de Pakistaanse gemeenschap in Athene sterk gegroeid. Voor sommigen is Griekenland een tijdelijke halte op hun weg naar West-Europa, anderen hebben er hun plek gevonden. Zo ook een kleine groep Pakistaanse christenen.

Toon Lambrechts

Een zaterdagavond in de wijk Ampelokipi in Athene. Uit de deur van de kelder van een van de flatgebouwen in de Agrolidesstraat klinken flarden muziek. Beneden zijn pastor Emmanuel Khan, zijn zoon Francesco en een vrouw genaamd Maria alles aan het klaarzetten voor de viering van de avond. Vooral de geluidsinstallatie geeft problemen. Een vierde kerel oefent op de tabla, een traditioneel Indisch-Pakistaans percussie-instrument. De ruimte is gedecoreerd met enkele kruisbeelden, religieuze affiches, een Griekse vlag en vooral veel plastic bloemen. De Apostolic Ministries International Athens, zoals deze kerk voluit heet, is een van de vele migrantenkerken in de Griekse hoofdstad. Ze bedient een kleine, weinig zichtbare groep migranten, namelijk Pakistanen die wegens hun christen-zijn hun land hebben verlaten. De Pakistaanse christenen zijn uiteraard niet de enige Pakistanen in Griekenland. Vele duizenden, de overgrote meerderheid moslim, verblijven in Athene, Thessaloniki en de rest van het land.

Decennialange migratie

De weg van Pakistan naar Griekenland is niet van recente datum. De Pakistaanse gemeenschappen in Athene en Thessaloniki dateren van in de jaren 1980, maar bleven altijd relatief onopgemerkt. Dat is niet anders in de rest van Europa, waar zich in zowat elk land een relatief omvangrijke Pakistaanse gemeenschap heeft gevestigd. Naast de Pakistanen voor wie Griekenland een nieuwe thuis geworden is, met of zonder documenten, is het land voor velen slechts een tussenstop op weg naar West-Europa. Langzaam druppelen de gelovigen de kerk binnen. Het publiek weerspiegelt de demografische realiteit van de Pakistaanse migrantengemeenschap. Enkele families, maar vooral alleenstaande mannen. Pastor Khan kent iedereen bij naam en zegent hen persoonlijk bij het binnenkomen. Uiteindelijk dagen er die avond zo’n dertig gelovigen op. De eredienst begint met muziek, gezang en gebed. De kerk valt binnen de evangelische traditie, de viering is luid, uitgelaten, soms haast extatisch, met veel halleluja’s en opgeheven handen. Pastor Khan en Maria geven beiden een korte preek in het Urdu, maar de namen van de Bijbelse figuren over wie ze het hebben, zijn herkenbaar.

Gebed als antwoord

Vanavond heeft de kleine kerkgemeenschap een gast. Pastor Paul Satish, afkomstig uit Groot-Brittannië, verzorgt de hoofdpreek. Hij is echter niet alleen in Athene om hier te spreken. Zijn neef die al jaren in Griekenland woont, ligt in het ziekenhuis met een oogletsel. Net als veel Pakistanen is ook zijn familie verspreid geraakt over verschillende landen. Hij vertelt het verhaal van de genezing van de melaatse door Jezus, gaat door met hoe goed zijn neef herstelt na gebed, en gaat in op de zorgen van het publiek. Hoe moeilijk het is om alleen in een ver land terecht te komen, ver van familie en vrienden. Hij preekt over eenzaamheid en ziekte, en hoe gebed redding brengt. De woorden in zijn preek sluiten aan bij de realiteit van de vele duizenden Pakistanen in Griekenland, of ze nu christen of moslim zijn. Slechts weinigen van hen krijgen een verblijfsvergunning. Dat betekent dat de meesten veroordeeld blijven tot een precair bestaan aan de rand van de Griekse maatschappij. Ze dienen zich staande te houden met slecht betaald zwartwerk, met straatverkoop van sigaretten of namaakartikelen, of met het openen van een winkeltje. Hun toegang tot gezondheidszorg is erg beperkt. Zeker voor wie nog maar net aangekomen zijn en op weg zijn naar elders, is de onzekerheid zwaar om dragen.


De meeste Pakistanen in Griekenland zijn veroordeeld tot een precair bestaan aan de rand van de samenleving. Hun kerkgemeenschap lenigt hun spirituele en sociale noden.  © tl

Na de viering wordt er samen gegeten, kip met een wel erg pikante saus. De kerk lenigt niet alleen de spirituele noden, maar is evengoed een ontmoetingsplek voor de kleine gemeenschap, vertelt Ayesh, een van de kerkgangers. “Ik denk dat er in Athene zo’n 300 Pakistaanse christenen wonen. Er zijn natuurlijk veel meer Pakistanen in de stad die moslim zijn, en we leven en werken samen met hen. Maar we houden onze identiteit als christen goed verborgen.” De kerk in Ampelokipi is evangelisch, maar voor de meeste aanwezigen is het de taal die hen hier brengt, vertelt Ayesh. “De meeste Pakistanen hier zijn katholiek, maar er zijn ook protestanten en leden van de pinksterbeweging. Al die strekkingen zijn niet zo belangrijk voor ons, we komen hier in de eerste plaats omdat de mis in het Urdu wordt gevierd.”

Routineuze onderdrukking

De christenen in Pakistan vormen een kleine minderheid in het land en hun positie in de samenleving is weinig benijdenswaardig. Kerken, christelijke wijken en individuen zijn geregeld het doelwit van dodelijk geweld. De wet op blasfemie wordt routineus misbruikt om christenen te vervolgen. “Er ligt een enorme druk op onze gemeenschap in Pakistan”, vertelt Ayesh. “Mensen worden vermoord vanwege hun geloof. Gedwongen bekeringen en ontvoeringen komen vaak voor en de autoriteiten doen niets om ons te helpen, terwijl we zelf niet bij machte zijn ons te verdedigen.” Ook economisch staan christenen onderaan de ladder in Pakistan volgens Ayesh. “Werk zoeken is een onbegonnen zaak, zelfs voor wie hoogopgeleid is. Wij hebben de traditie om Mashi – Messias – aan de naam toe te voegen. Maar dat verraadt meteen je religie. Vaak worden mensen expliciet onder druk gezet om hun geloof af te vallen, willen ze ergens werk vinden. Velen onder ons vinden alleen kuiswerk en lage jobs. Een groot probleem is dat de wet tegen blasfemie misbruikt wordt om christenen hun rechten te ontnemen.”

Doodsbang

Hoewel er vele duizenden Pakistanen in Athene en de rest van Griekenland wonen, zijn er maar weinig onder hen die een erkende status als vluchteling krijgen. De erkenningsgraad van hun asielaanvragen ligt erg laag. Dat is niet anders voor christenen, hoewel ze op grond van religieuze vervolging wel degelijk kans op asiel zouden maken, vertelt Ayesh. “De overheid geeft geen zier om ons. Veruit de meeste aanvragen worden geweigerd. Veel Pakistaanse christenen krijgen hun zaak ook niet goed uitgelegd aan de instanties. Het is moeilijk erover te praten. Een christen in Pakistan leeft in angst, en die angst reist mee. Een groot probleem is dat bij een asielaanvraag de vertalers vaak moslims zijn en de meesten onder ons zijn doodsbang om in het bijzijn van een moslim er openlijk voor uit te komen dat we christenen zijn. Ik heb bij mijn asielinterview een vertaler van Indische afkomst gevraagd. Dat was voor mij de enige manier om mijn verhaal te durven doen. Uiteindelijk is mijn aanvraag wel goedgekeurd. Werk vinden blijft een probleem, maar ik voel me tenminste veilig hier.” III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​