Tertio 1056 - “Leven, leven, leven, moet ik”

“Leven, leven, leven, moet ik”

De annulatie van publieke evenementen voor de viering van 75 jaar bevrijding op 8 mei is een extra argument om Flor Peeters’ Mijn triomf van de wil te lezen, een verbijsterend relaas over 40 maanden kampleven in Sachsenhausen en een hartstochtelijke veroordeling van iedere vorm van totalitarisme.

Frederique Vanneuville

“De diepe inzinking van midden 1942 heb ik bedwongen, ik heb me door de eerste aderontstekingen geworsteld, ik heb een dubbele waterpleuritis overwonnen. Maar stilaan ontwikkelt zich over heel mijn onderlichaam een vochtig eczeem”, schrijft Flor Peeters (1909-1989) over zijn situatie na vier maanden gevangenis en 25 maanden kampleven. Dat hij nog eens 15 maanden later ook nog de geallieerde bombardementen, de dodentocht en de gevaarlijke chaos na de bevrijding overleeft, is zonder meer een mirakel. Een dagboek bijhouden was al die tijd niet mogelijk. Maar Peeters bereidde vanaf halfweg 1944 zijn 40 maanden in Oranienburg voor door in zijn hoofd de vele gebeurtenissen sinds zijn aanhouding te ordenen en de verhalen uit te werken. Daardoor kon hij na de bevrijding onmiddellijk het schrijfwerk aanvatten en verscheen het boek al in 1946. De combinatie van scherpe analyses van het nazisysteem, levendige beschrijvingen van hoe het er in Sachsenhausen in het algemeen aan toe ging en persoonlijke ervaringen maakt het tot een uniek document en een echte pageturner.

De latere hoogleraar geopolitiek, politieke leerstelsels en diplomatie aan de Rijksuniversiteit Gent was een politieke gevangene. Als overtuigd christendemocraat en onderzoeker van het nationaalsocialisme had hij in meerdere academische publicaties scherp uitgehaald naar vormen van absoluut machtsstreven en totalitaire regimes, zoals in zijn boek Het bruine bolsjewisme (1937). “Wezenlijk is er geen verschil tussen nationalisme en bolsjewisme”, argumenteert hij dan ook tegen een communistische medegevangene. “Elke staatsvorm is goed wanneer de mensen goed leven. De beste politieke en sociale orde zal niet deugen als zij de lering van Christus miskent of misprijst.” De ander haakt af. “Tegen zoveel bekrompenheid kan hij niets beginnen”, schrijft Peeters ironisch.

Snoeiharde kritiek, ruimhartige dankbaarheid

Niet “bekrompen”, maar “onverzettelijk, om niet te zeggen fanatiek”, dat is hoe journalist Lukas De Vos, die het dagboek schitterend hertaalde en annoteerde, ook de Peeters van na de oorlog typeert. Die laatste had vastgesteld dat de politieke gevangenen in het kamp nog rechtlijniger werden, net omdat ze vanwege hun ideologie vastzaten, en was zelf blijkbaar geen uitzondering op die regel. “Na de oorlog is Peeters steeds verder weggegleden van het wedersprekig debat. Ook in zijn academische publicaties overheerst een toon van gelijkhebberij, van polemische propaganda, van onverdraagzame subjectiviteit, die hij onterecht voor rechtlijnigheid hield”, schrijft De Vos. Tegelijk is het wel te danken aan die trek, en aan zijn onwankelbare geloof, dat hij de moed en de scherpzinnigheid had om van bij het begin het nazisme openlijk aan te vallen. Diezelfde scherpzinnigheid waardeert De Vos in de rationele manier waarop Peeters in zijn gedenkschrift de nazistische retoriek, propaganda en onmenselijkheid fileert. Peeters’ toon is vaak sarcastisch. Zijn kritiek op de nazi’s en communisten met wie hij in 44 maanden gevangenschap te maken krijgt, is vanwege hun bruutheid voor al wie anders denken, zonder uitzondering snoeihard. Maar hij is eerlijk en ruimhartig genoeg om de uitzonderingen op de regel dankbaar te erkennen, die enkelingen die wel medemenselijkheid betonen.


Waasmunster, eind 1945: Leopold zit naast vader Flor Peeters, Bruno naast moeder Helena Luyten. © privécollectie familie Peeters

De 200 bladzijden tussen zijn aanhouding op 26 september 1941 en zijn thuiskomst op 23 mei 1945 (“Een weerzien dat ik niet beschrijven kan”) geven een nauwelijks te harden beeld van het kampleven: een aaneenschakeling van honger, dorst, uitputting, totaal gebrek aan hygiëne, angst, terreur, sadistische straffen, dreigende geestelijke afstomping, “samenleven met het schuim der mensheid”, onmenselijk labeur. De onafgebroken overlevingsstrijd kent gelukkig ook momenten van vreugde en dankbaarheid: goede gesprekken, kameraadschap, gelegenheid tot communie, lezen van echte literatuur, het eerste pakket dat hij van het thuisfront ontvangt in januari ’43, met proviand, een foto van zijn zoontjes en “een trui, kousen, een onderbroek, handschoenen, een hemd, allemaal kraaknet, zoals alleen een liefhebbende echtgenote dat kan klaarmaken”.

Geloof, familie en vaderland 

De man die al doctoraten in de klassieke filologie en de wijsbegeerte en een kandidatuur in de rechten had behaald, moest zich staande zien te houden in een omgeving waar leven moeilijker is dan sterven, waar “alleen de sterkste karakters konden weerstaan” en “de zwakkeren al na enkele maanden veranderden in stompzinnige, gebrutaliseerde werkbeesten”. Zijn geloof en wilskracht sleurden hem erdoor. “Opgeven? Neen! Leven moet ik, voor God, voor de kerk, voor mijn familie, voor mijn vaderland dat onder de verdrukker lijdt. Leven, leven, leven, moet ik”, schrijft hij in de context van zijn absolute dieptepunt in 1942. Vandaar ook de keuze van De Vos voor een variant op Triumph des Willens, een propagandafilm van Leni Riefenstahl uit 1935, als titel voor Peeters’ boek, als uitdrukkelijke ode aan diens “stugge verwerping van hersenspoeling en van het Grote Gelijk”.

Eergisteren, 4 mei, was het precies 75 jaar geleden dat Peeters geen volgende etappe van de Dodentocht meer moest stappen. “De bevrijding hadden we ons heel anders voorgesteld”, schrijft hij. “Met jubel en gejuich. Maar blijkbaar hebben we te veel schrik om blij te zijn. We zijn bekaf. En stil.” Maar vanbinnen welt de jubel en de dank voor God op. Die avond eet hij met zijn Antwerpse vrienden Louis Kiebooms (zie Tertio nr. 1.050 van 25/3), Alfred Somville en Frans Robberecht voor het eerst in 44 maanden een ongerantsoeneerde, lekkere maaltijd, slaapt hij in een echt bed, wast zich met echte zeep. Negentien dagen later landt hij met een vliegtuig van de Royal Air Force in Nijvel. Zijn huis is grotendeels vernield door een V-bom maar zijn gezin is in leven, zijn boeken zijn gered “en met Gods zegen en de hulp van mijn vrouwke bouwen we nu aan een nieuwe toekomst”.

Geen blijvende verworvenheid

Vrede is geen blijvende verworvenheid, drukt zoon Bruno Peeters de lezers op het hart aan het begin en einde van het eerlijke, liefdevolle getuigenis over zijn vader dat het boek afsluit. Vrede in vrijheid vraagt een voortdurende inzet. Het is de immer actuele, immer urgente boodschap van dit verbijsterende, belangrijke boek. III

Flor Peeters, Mijn triomf van de wil. Dagboek van 40 maanden Sachsenhausen, hertaald en toegelicht door Lukas De Vos, Lannoo, Tielt, 2020, 423 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​