Tertio 1057 - “Geen technocratische eenheid tussen wetenschap en beleid”

Interview met Frederiek Depoortere

“Geen technocratische eenheid tussen wetenschap en beleid”

“Wetenschap en technologie zijn erfgenamen van theologische ideeën en opvattingen”, stelt Frederiek Depoortere (KU Leuven). In Mens zijn in het antropoceen belicht de docent hoe religie en spiritualiteit een rol te spelen hebben in een wereld die wordt beheerst door wetenschap en technologie. Net daar kan het christendom een relevante stem hebben.

Geert De Cubber

Frederiek Depoortere had voor Mens zijn in het antropoceen expliciet de studenten wetenschappen en industriële ingenieurswetenschappen voor ogen die bij hem het opleidingsonderdeel Religie, zingeving en levensbeschouwing (RZL) volgen. “Veelal kijken zij naar de maatschappij vanuit een technologische mindset”, begint de docent. “Daarmee zoeken ze de wereld te doorgronden en te beheersen. Nochtans vind ik het belangrijk dat ze eveneens gevoelig zijn voor aspecten die niet zomaar zwart-wit zijn. Tijdens mijn lessen – en ook met mijn boek – wil ik duidelijk maken hoe iets eenduidig kan lijken, maar vragen oproept die het louter feitelijke overstijgen. Daarnaast wil ik dat ze nadenken over hoe ze zelf in de wereld staan en tegen hun taken aankijken. Ik daag hen uit om hen op weg te helpen.”

Wat nemen ze van die lessen RZL mee naar de beroepspraktijk?

“Daar heb je als docent niet direct zicht op en dat heb je ook niet in de hand natuurlijk. Bij het examen hoort een reflectieopdracht. Daaruit blijkt wel dat sommigen tot denken worden aangezet. Maar ik ben ook realistisch: voor de meeste studenten is RZL een verplicht vak dat ze moeten volgen vanuit de visie van de KU Leuven om de blik op de samenleving te verbreden. Wat er dan na 5 of 10 jaar van overblijft, weet je uiteraard niet, al hoor je hier of daar achteraf wel eens een echo.”

U pleit ervoor de betovering van technologie te doorbreken. Hoe realiseren we zo een Entzauberung van het dominante bestel van wetenschap, technologie en kapitalisme (WTK)?

“Technologie roept zowel grote verwachtingen als grote onrust en angst op. Die beide uitersten zijn te vermijden. Veel van wat we vanzelfsprekend vinden en niet meer willen missen, is het resultaat van dat WTK-bestel. Maar we moeten ook erkennen dat de wisselwerking tussen wetenschap, technologie en kapitalisme veel problemen oplevert. We mogen dan wel nood hebben aan technologische innovatie en ontwikkeling – daar moeten we ook blijvend op inzetten –, het is verkeerd ons heil te verwachten van technologie alleen. Die spanning komt bijzonder tot uiting in de ecologische crisis. Die is mede veroorzaakt door allerlei technologische ontwikkelingen. Maar we hebben die technologie wel nodig om tot oplossingen te komen. Studenten ingenieurswetenschappen zijn sterk gefocust op het benaderen van de werkelijkheid als een technisch probleem dat je moet oplossen. Zonder afbreuk te willen doen aan het belang van technologische ontwikkelingen en innovatie, wil ik doen nadenken over de vraag of alleen technologie de oplossing te bieden heeft. Heeft de ecologische crisis niet ook te maken met een bepaalde manier van aankijken tegen de werkelijkheid die ertoe leidt dat die crisis niet louter een technisch probleem is? Zeker, zonder technologische ontwikkeling is onze huidige manier van leven niet mogelijk. Tegelijk roepen technologie en natuurwetenschappen vragen op die hen te boven gaan.”

“Onderzoek naar de figuur van de ingenieur toont aan dat die de erfgenaam is van een bepaalde traditie die handenarbeid en ambachtswerk beschouwde als middelen waarmee het beeld van God in de mensheid kon worden hersteld nadat het met de zondeval verloren was gegaan. Die theologische interesse heeft de natuurwetenschappen een boost gegeven. Isaac Newton bijvoorbeeld was eveneens sterk in theologie geïnteresseerd. Laten we bovendien niet vergeten dat de eerste ingenieurs monniken waren. Zij legden moerassen droog om vruchtbare gronden op de zee terug te winnen. Een strikte scheiding tussen wetenschap en theologie zien we in de geschiedenis niet. Lange tijd waren ze nauw vervlochten. Wetenschap en technologie zijn erfgenamen van theologische ideeën en opvattingen.”


“De vraag is niet hoe we ‘geen impact’ kunnen hebben, maar wel hoe we mogen ingrijpen zodat het (over)leven van de mens en zijn ecosysteem is gegarandeerd”, stelt Frederiek Depoortere.  © Eva Vromman

U omschrijft de ecologische crisis als een spirituele crisis. Is dat niet evenzeer het geval voor de andere crises – sociaal, economisch – die we doormaken?

“Er komen ontzettend veel uitdagingen op ons af. Onze welvaartsstaat botst op grenzen. En inderdaad, die ecologische crisis heeft ook sociale gevolgen. Veel mensen hebben een gevoel van onbehagen, van ressentiment. Ze ervaren dat ze niet meer meetellen. Sommige goedbedoelde en op het eerste gezicht noodzakelijke maatregelen versterken dat gevoel. Neem nu die lage-emissiezone (LEZ). Uit onderzoek weten we dat de luchtkwaliteit in de stad kan worden verbeterd door oude diesels inderdaad uit de stadskern te weren. Maar tegelijk: wie niet in staat is om zijn oude dieseltje te vervangen door een duurdere nieuwe wagen, voelt zich slachtoffer van die maatregel. Ecologische, sociale en economische uitdagingen hangen samen.”

Verder breekt u een lans voor artificiële intelligentie (AI). Waarom?

“Ook aan het gebruik van AI zijn risico’s verbonden. Denk maar aan de ontwikkeling van een app die moet traceren wie in contact komt met wie om de verspreiding van het coronavirus na de lockdown tegen te gaan. Met historicus en futuroloog Yuval Harari vraag ik mij af waar dat ons brengt. Hoe zit het met de privacy? AI stelt ons voor deze fundamentele vraag: hoe kijken wij naar onszelf? Wat als Amazon beter dan wijzelf weet welke boeken we graag lezen op basis van ons klikgedrag? En als Google beter dan wijzelf weet wat we precies zoeken, wat betekent dat dan voor ons zelfbeeld? Tegelijk biedt AI kansen. We moeten het dan ook niet per se willen tegenhouden. In zijn jongste boek Welkom in het Novaceen stelt James Lovelock alvast zijn hoop in hyperintelligentie. De hyperintelligente wezens van de nabije toekomst hebben volgens hem een gezonde planeet nodig en zijn wellicht beter dan wij in staat de ecologische crisis aan te pakken. Kunstmatige intelligentie zou dus wel eens de beste garantie kunnen bieden dat Gaia blijft voortbestaan en dat de mensheid de ecologische crisis kan overleven.”

De berichten over het klimaat hebben een grote psychologische impact. Waarom is het belangrijk daar zo diep op in te gaan?

“Vaak wordt er – heel feitelijk – naar de oorzaken en gevolgen gekeken, maar wordt er onvoldoende ingegaan op de vraag wat die gevolgen met ons doen. We moeten er evenzeer mentaal mee omgaan. Hoe kunnen we waardig leven met wat er op ons afkomt? Daar zie ik een vooraanstaande rol weggelegd voor de religieuze tradities. Die kunnen daar waardevolle bronnen aanreiken.”

Natuurwetenschap en beleid kennen een problematische relatie, schrijft u. Voor de ecologische crisis steunt het beleid niet op de wetenschap. In het begin van de coronacrisis klonk het nochtans eensgezind dat “we de wetenschap moeten volgen”. Hoe rijmt u dat?

“Beide crises hebben toch wel een ander karakter. De coronacrisis stelt zich nu, in alle heftigheid, met potentieel zeer zware gevolgen op korte termijn als er niet wordt ingegrepen. De klimaatcrisis ontwikkelt zich anders, geleidelijk, op de langere termijn. Zoals je bij een tornado de directe bedreiging beheersbaar moet maken, zijn bij corona drastische maatregelen noodzakelijk om het aantal overlijdens niet al te hoog te laten oplopen. In het begin van de coronacrisis werd die aanpak niet in twijfel getrokken. Maar al gauw verschenen opinies over de oplopende schade: weegt het aantal levens dat door de genomen maatregelen wordt gered wel op tegen de economische schade? Is het aanvaardbaar dat door de gedwongen quarantaine het geweld in sommige gezinnen stijgt? We zien dat er na verloop van tijd een conflict van waarden komt. Naarmate de weken vorderen, wordt dat alleen maar urgenter. Voor enkele weken kan je mensen vragen iets te laten. Maar de roep om versoepeling klinkt alleen maar luider naarmate de tijd verstrijkt. De coronacrisis maakt duidelijk dat een technocratische aanpak op zijn grenzen stoot. Politici dienen in hun beleid niet alleen rekening te houden met wat de virologen hun vertellen, maar ook met waarden. Ze moeten zich afvragen hoeveel risico ze bereid zijn te nemen. Politiek beleid is niet louter op medische feiten gebaseerd.”

Waarom besteedt u in uw boek zoveel aandacht aan twijfelachtige klimaatsceptici?

“Ze leren ons vooral wat er gebeurt als wetenschappelijke bevindingen in de maatschappelijke arena komen. Daar komen de feiten in contact met waarden en levensbeschouwelijke overtuigingen. Wat dan gebeurt, toont hoe wetenschap en beleid zich verhouden. In de praktijk is er geen technocratische eenheid. Het is niet omdat de wetenschap a zegt, dat dat ook in beleid wordt omgezet. Daar spelen andere factoren mee, zoals waarden en risico’s. Het is moeilijk in te schatten hoe invloedrijk die klimaatsceptici werkelijk zijn, maar ze bestaan wel. Via het internet kunnen ze hun boodschap verspreiden. En hoewel we niet echt kunnen vaststellen hoe sterk ze staan, leeft het wel. Dan kunnen we het maar beter ernstig nemen. Het internet is bij uitstek een egalitair medium met impact. Peer reviewed artikelen en marginale wilde ideeën staan er op gelijke hoogte naast elkaar. Sommige van die wilde ideeën worden gemakkelijk opgepikt en verder verspreid.”

“Ik ben geen klimaatwetenschapper. Toch is het interessant te zien wat er gebeurt met op wetenschap gestoelde inzichten zodra ze het maatschappelijke veld betreden. Sommige wetenschappelijke bevindingen trekken bepaalde ideologieën in twijfel. Neem nu de opwarming van de aarde. Dat probleem bevraagt de heersende idee dat de vrije markt alle problemen oplost. En dat wordt dan munitie in politieke debatten. Het gaat dan over de vraag in wat voor wereld en samenleving we willen leven. In dat debat zien we een duidelijke levensbeschouwelijke component. Dat leeft bijvoorbeeld heel sterk in de Verenigde Staten. De gemiddelde Amerikaan voelt zich bedreigd in de American way of life. Die zorg om onze vrijheid en welvaart klonk vorig jaar ook hier door in de reactie op de klimaatspijbelaars: ‘Als je ze laat doen, mogen we niets meer en zal het ons veel geld kosten’. Niet zelden gaat het om zeer redelijke mensen die niet noodzakelijk van slechte wil zijn. We doen er goed aan te trachten te begrijpen waar die reactie vandaan komt.”

Waarom was het voor u zo belangrijk een exact beginpunt te zoeken voor het antropoceen?

“Voor een academicus is de vraag stellen misschien interessanter dan een precies antwoord daarop te formuleren. Toch is het niet onbelangrijk vast te stellen wanneer de impact van de mens geologisch zichtbaar werd. We zijn het er in mindere of meerdere mate over eens dat de mens wel degelijk een toenemende impact heeft op de aarde, maar er is geen duidelijk welomlijnd beginpunt. Die zoektocht is belangrijk, al is het alleen al hierom: in een debat over ecologische impact is het zinvol in het achterhoofd te houden dat de mens nooit in volstrekte harmonie met de natuur heeft geleefd. Toen de mens zijn opwachting maakte, verdween de megafauna. Ook al was er nog geen echte beschaving, toch had de mens al een grote impact op zijn leefomgeving: de grote dieren verdwenen. Blijven dromen van een leven in volstrekte harmonie met de natuur is niet erg vruchtbaar. We kunnen wellicht niet anders dan impact hebben. De mens moet zijn omgeving naar zijn hand zetten om te overleven en een leven te leiden dat de moeite waard is. De vraag is dus niet hoe we ‘geen impact’ kunnen hebben, maar wel hoe we mogen ingrijpen zodat het (over)leven van de mens en zijn ecosysteem is gegarandeerd.”

“Misschien moet de mens dat vandaag meer zelf in handen nemen, maar op een doordachte manier. Als managers van de aarde zijn we de facto als goden geworden, luidt dan de redenering. Opvallend: de theïstische religies nemen afstand van de voorstelling van de mens als heer en meester van de schepping en beginnen de relatie van de mens tot de schepping te denken in termen van rentmeesterschap of zelfs die van familie en gemeenschap; bij een aantal atheïstische denkers zien we juist pleidooien om onze rol als heer en meester van de schepping op te nemen.”

U wil uiteindelijk komen tot een spiritualiteit voor het antropoceen. Is “interdependentie” dan het sleutelwoord? Hoe kan het christendom daar vandaag toe bijdragen?

“In zijn encycliek Laudato Si’ beschrijft paus Franciscus hoe alles met alles is verbonden. De coronacrisis vandaag heeft dat meer dan ooit duidelijk gemaakt: wat op een Chinese markt gebeurt, kan voor de hele wereld gevolgen hebben. De interdependentie – de onderlinge verbondenheid of hoe je het ook noemt – is volgens mij de enige weg vooruit. Het is een belangrijke les van de foto’s van de aarde vanuit de ruimte die de eerste astronauten namen: alle mensen delen die kleine, kwetsbare planeet, een oase van leven in een onmetelijke ruimte. Als we die interdependentie ernstig nemen, heeft het christendom een bijdrage te leveren. Mensen behoren tot dezelfde soort. Bijbels geformuleerd: kinderen van dezelfde Vader. En dat maakt ons broers en zussen van elkaar.”  III

Frederiek Depoortere, Mens zijn in het antropoceen. Religie en spiritualiteit in een wereld van wetenschap en technologie, Acco, Leuven/ Den Haag, 2020, 464 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

 

Bio

Frederiek Depoortere (1980) is docent, studieloopbaanbegeleider en coördinator van de ombudsdienst van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven). Hij doceert voornamelijk Religie, zingeving en levensbeschouwing (RZL) op verschillende campussen van de KU Leuven, vooral aan studenten wetenschappen en industriële ingenieurswetenschappen. Als theoloog heeft hij zich altijd geboeid geweten door de vraag hoe wetenschap en technologie religieuze en spirituele vragen oproepen.

 

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​