Tertio 1058 - Covid-19 en de goede God

De mening van Johan Van der Vloet

Covid-19 en de goede God

Covid-19 kennen we ondertussen als een gemeen virus. Hoewel: we kunnen voor een virus geen morele categorieën gebruiken. Toch is het best lastig, die dubbelzinnigheid van de natuur. Johan Van der Vloet vraagt zich af of dat ook wat leert over mens en God.

De ontluikende lente in al zijn schoonheid doet je – als je enigszins gelovig of spiritueel aangelegd bent – visioneren over hoe ingenieus en verscheiden de natuur wel is. En toch zit in diezelfde natuur dat beruchte virus, samen met andere boosaardige – oeps, alweer die morele categorie – creaturen. Diezelfde dubbelzinnigheid zie je ook bij de mensen. De coronapandemie roept het allerbeste en het slechtste in ons op. Hier zijn morele categorieën wel toegelaten. Maar de vraag blijft wezenlijk dezelfde: waarom is alles ambigu in dit bestaan?

Theodicee

Voor gelovigen is dat best een lastige vraag. De theodicee-kwestie, zoals filosofen en theologen ze noemen, gaat over de vraag hoe je een goede God kunt samen denken met het kwaad in de wereld. Daar zijn heel wat antwoorden op geformuleerd die er aanvankelijk op gericht waren God weg te houden van de verantwoordelijkheid voor alles wat misloopt. Het verhaal van de zondeval fungeerde als verklarend paradigma: alles was prima in orde, tot de mens van de boom van de kennis van goed en kwaad ging eten.

De gevolgen zijn volgens het verhaal op zowel natuurlijk als persoonlijk vlak te voelen. Maar het wrong. In de 17de eeuw noemde Gottfried Wilhelm Leibniz deze wereld nog de best mogelijke van alle werelden. Vooral Voltaire reageerde daar na de aardbeving van Lissabon in 1775 zeer cynisch op (zie Tertio nr. 1.055 van 29/4). “Wat voor God laat dit toe?”, vroeg hij zich af. Zo voelt het nu ook bij Covid-19. Alle pogingen om een goede God en het lijden samen te denken, lopen dood.


“God identificeert zich met wie lijden. Zijn pijn is dezelfde als die van zijn schepping”, stelt Johan Van der Vloet.  © rr

Corona als straf?

Het zondevalverhaal spreekt niet over een straffende God. Die duikt wel algauw op in andere Bijbelverhalen en in de theologie. Waarom werkt dat godsbeeld zo krachtig door? Dat heeft voornamelijk te maken met onze psychische drang om voor alles een oorzaak te zoeken: “Als je iets overkomt, is dat omdat je iets verkeerds hebt gedaan”. Al in het boek Job wordt die logica achter de straffende God ontmaskerd. Job kan namelijk niets vinden dat zijn droeve lot rechtvaardigt. Toch blijft dat “perverse godsbeeld” – zoals Maurice Bellet het noemt – met grote hardnekkigheid doorwerken, ook nu nog. Er zijn waarschijnlijk niet zo veel gelovigen die Covid-19 als een straf van God zien, maar de psychische mechanismen achter die visie leven verder in geseculariseerde vorm. Je leest in opinies dat de mens zichzelf straft: Covid-19 zou een gevolg zijn van onze compleet verkeerde omgang met de natuur. Wij zijn schuldig en worden gestraft. Bij Covid-19 is er misschien een verband met bepaalde praktijken op markten in China of met ontbossing. Toch maak je met dat ongenuanceerde denken over de natuur dezelfde fout als wanneer je het virus een straf van God noemt: de natuur wordt in beide gevallen beschouwd als een “goed” dat je met rust moet laten, anders pakt het jou terug. Zo wordt de natuur het substituut voor de straffende God tegen wiens orde je ingaat. Maar ook zonder ons ingrijpen zit de natuur naast al haar schoonheid, vol geweld en gevaar. Pandemieën zijn trouwens van alle tijden.

Almachtig

Net zoals de straffende God een psychisch construct is, zo is dat ook met onze visie op de almacht van God. Een hardnekkig construct, dat zelfs doorgewinterde gelovigen blijft kwellen. Daarin zien we God als degene die alles in de wereld stuurt en dus kan ingrijpen of voorkomen. Blijkt van niet. Die ervaring oplossen met een God die ons op de proef stelt, is zo mogelijk nog perverser dan geloven in een straffende God. Theoloog en franciscaan Michael Moore deed onlangs een intrigerende poging om God en Covid-19 samen te denken. Hij spreekt van drie godsbeelden. De “anti-pandemische God” is degene die je aanroept om te helpen. Het probleem, zegt Moore, is dat je dan de kwestie verplaatst: als God zou interveniëren omdat we het Hem vragen, waarom zou Hij dan de plaag sowieso niet voorkomen hebben? En wachten op onze vraag? Zo kom je algauw weer bij een kinderlijke opvatting van de Almachtige. Een ander beeld, zegt Moore, is de “post-pandemische God”. Daarin wordt veeleer het mysterie benadrukt van een God die niet tussenkomt, althans niet in eerste instantie. De Vader haalt Jezus niet van het kruis, Hij haalt Hem wel uit het graf. We mogen “de dense obscuriteit van lijden en dood niet negeren, als tekens van onze extreme fragiliteit”, schrijft Moore. Anders doen we onrecht aan de impact van het lijden op zo veel mensen in de wereld. Pas als je helemaal door die fragiliteit gaat, kun je zeggen dat ze niet het laatste woord heeft. De verrijzenis is de kracht van de post-pandemische God.

Identificatie

Het originele aan zijn bijdrage is dat hij ook gewaagt van de “pan-en-demische God”. Daarvoor roept hij de tekst van het laatste oordeel te hulp met het bekende Jezuswoord: “Wat ge aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, hebt ge aan Mij gedaan”. Hij zegt niet: “alsof” je dat aan Mij hebt gedaan. Onze God is in het midden van deze nacht, Hij lijdt met de lijdende mensen. Voor sommigen, zegt Moore, is dat niet voldoende, en terecht. Het is ongemeen zwaar te aanvaarden dat God de ziekte niet wegneemt. Toch is het meer dan dat: God identificeert zich met wie lijden. Zijn pijn is dezelfde als die van zijn schepping. Uit die ervaring ontspringt de opdracht van de gelovige: God vraagt ons Zijn schepping te helpen door medelevend en barmhartig te zijn en zo ons en Zijn lijden te verminderen. Wie de wonden van de ander verzorgt, verzorgt God en omgekeerd. En precies daarin ligt de kiem van de overwinning van het kwaad. Ik zou er zelf nog aan toevoegen: de strijd tegen het virus, zowel rechtstreeks in de zorg als in de manier waarop wij allemaal trachten het te stoppen door onze verantwoordelijkheid te nemen, is een strijd die we met God voeren. Zoals de Waalse theoloog Adolphe Gesché het uitdrukte: “cum Deo contra malum”, met God tegen het kwaad.

Je zou dat een mystieke benadering kunnen noemen, ver weg van de lijdensmystiek van de doloristen. Maar ook ver weg van het rationalisme. Dat godsbeeld vraagt een enorme uitzuivering van onze spontane beelden en affecten over God en het hogere. Het geeft geen verklaring, wel een weg. De ambiguïteit wordt niet opgeheven, wel worden we opgeroepen tot realisme en inzet. Zo komen we terug uit bij dat door veel slechte interpretaties verguisde zondevalverhaal. Misschien noemen we het beter: het verhaal van de ambiguïteit en van het niet-vatbare in de schepping. We vergeten namelijk vaak dat het verhaal pas echt begint aan het einde: God gaat verder met de mensen. De lange tocht naar het Rijk Gods waarin die ambiguïteit wordt opgeheven, begint. Daar begint onze verantwoordelijkheid.  III

Het online magazine over zingeving MagaZijn publiceerde een interview met Roger Burggraeve over de verantwoordelijkheid van de mens in het ontstaan en de verspreiding van de coronapandemie, zie www.magazijn.community

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​