Tertio 1058 - Raak me niet aan

De mening van Dennis Vanden Auweele

Raak me niet aan

Social distancing toont aan hoe moeilijk het is de afstand te bewaren en elkaar niet aan te raken. En dat is precies wat Jezus na Zijn verrijzenis Maria Magdalena aanbeveelt. “Niet aanraken tegenover innig vasthouden – daar vinden we het geloof. Het geloof houdt een afstand van het weten”, stelt Dennis Vanden Auweele.

Noli me tangere – raak me niet aan. In het Grieks, voor de liefhebbers, mê mou haptou. Ik heb die woorden nooit geheel begrepen. De afstand bewaren, zelfs bevelen, is dat christelijk? De woorden staan in het Johannesevangelie, komen uit de mond van Christus zelve en zijn gericht aan Maria Magdalena (Johannes 20, 17). Zij kwam om Zijn lichaam te balsemen, maar Hij was uit de doden verrezen. En zij mocht Hem niet raken, geen lijfelijke bevestiging krijgen dat Hij terug onder de levenden was. Nog krasser: niet veel later krijgt Thomas, de ongelovige twijfelaar, wel de kans om vleselijk vast te stellen dat Christus is weergekeerd (Johannes 20, 27).


Hans Holbein de Jonge, Noli me tangere, 1524.  © Wikipedia

Synoptici

In de synoptische evangeliën loopt het verhaal anders: Mattheüs laat Maria en Maria Magdalena zich aan de voeten van Christus werpen (Mattheüs 28, 9); Marcus en Lucas maken geen melding van een ontmoeting met Christus (Marcus 16, 5-8; Lucas 24, 1-8). Maar voor mij is het Johannes die blijft achtervolgen, meer dan de anderen. Goedbedoelende theologen willen mij helpen en zeggen dat de tekst beter vertaald wordt als “Blijf me niet vasthouden”. Of: “Los het aardse (en grijp de hemel vast)”. Anderen vertellen mij dat Johannes wel vaker wat dichterlijke vrijheid nam. Ik neem zijn woorden liever op hun waarde.

Verbondenheid

De reden dat die drie woordjes, noli me tangere, mij blijven achtervolgen is dat het christendom bij uitstek een religie van verbondenheid en verbintenis is. Friedrich Nietzsche, een van de grootste critici van het christendom, zag iets ongepasts in die schaamteloze nabijheid: die maakt het ongelijke gelijk en vernedert het verhevene. Voor hem moesten we weer een Pathos der Distanz aanwakkeren. We moeten boven elkaar uitstijgen, niet met elkaar versmelten. Tijden van corona, social distancing en quarantaine maken duidelijk hoe moeilijk het is de afstand te bewaren, elkaar niet aan te raken, bij elkaar niet thuis te komen. Waarom mocht Maria Magdalena
bij Christus niet thuiskomen?

Is het noli me tangere dan misschien een oeroude vorm van “blijf in uw kot”? Het lijkt me kras dat Christus bij Zijn verrijzenis hygiënische voorschriften gepast vond. Nee, hier ligt iets wezenlijkers op tafel. In tijden van crisis keren we terug op ons wezen. De tijd tussen Pasen en Pinksteren is er één tussen afstand en nabijheid. Op Pasen ervaart men de afwezigheid van Christus (Zijn verrijzenis was maar bekend bij enkelen) en op Pinksteren viert men de luide verkondiging van de aanwezigheid van Christus. We vergeten dat soms in onze ijver om met Pasen de verrijzenis van Christus te vieren. Met uitzondering van enkele ingewijden bleef de verrijzenis een goed bewaard geheim. Tot Pinksteren. Die periode is er dus één van suspensie, spanning en onzekerheid.

Angst

De Duitse filosoof Georg Friedrich Hegel was ook gefascineerd door de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Hij schreef, met woorden die later bij Nietzsche zullen echoën, over de dood van God als de meest angstaanjagende aller gedachten, de gedachte dat het eeuwige niet (meer) is. Diepe angst, een gevoel van onherstelbaarheid, de ontkenning van al wat verheven is, dat is het lot van de mens nu. De verrijzenis blijft een onuitgesproken mysterie tot Pinksteren, wanneer de tongen vurig de blijde boodschap verkondigen. Christus is gestorven, lang leve Christus.

Spanning

Ik ben het noli me tangere beginnen te beschouwen als het bewaren van die spanning: het geheim kennen, maar niet luidkeels verkondigen. De mensheid blijft voor nog een tijd, misschien een eeuwigheid, in het ongewisse. Die onwetendheid kan ondraaglijk zijn. Hoe vaak hoorde ik deze jongste weken een journalist niet vragen: en hoe lang zal deze crisis nog blijven duren? The suspense is killing me, zegt men in het Engels. Die spanning zit wezenlijk in het christendom. Niet aanraken tegenover innig vasthouden – daar vinden we het geloof. Het geloof houdt een afstand van het weten. Het is die wezenlijke spanning die zo pijnlijk duidelijk wordt in het noli me tangere. Overigens is het niet ongewoon dat Christus weigert die spanning op te heffen en sluitend bewijs te geven van Zijn goddelijkheid. De kracht om steen in brood te veranderen? Een mens leeft niet van brood alleen. Een machtsvertoon om de ongelovige te overtuigen? Het koninkrijk Gods is niet van deze wereld.

Onvoldoende bewijs

Een anekdote die over de atheïstische filosoof Bertrand Russell wordt verteld, is dat hij ooit werd gevraagd wat hij zou zeggen indien hij na zijn dood bij God zou verschijnen. Hij antwoordde speels: “Het spijt me zeer, maar je gaf ons onvoldoende bewijs”. Dat doet me denken aan het beeld van een weifelende jongeman, onzeker of zijn geliefde hem graag ziet, die dagelijks voelt en verneemt hoe innig zij hem wel niet bemint. De liefde is nooit zeker en voor sommige zaken bestaat nu eenmaal geen sluitend bewijs. Voor sommige anderen volstaat dan weer geen enkel bewijs.

Zoals gezegd, zo’n spanning kan pijnlijk zijn. Het enige dat haar draaglijk maakt, is het vertrouwen, intiem vertrouwen doorheen de tergende onwetendheid. Wanneer mensen mij vroegen hoe ik kon geloven in een goede Vader doorheen de gruwel van een coronacrisis, dan was mijn antwoord steeds hetzelfde: ik kan alleen maar geloven in en door deze crisis. God stevig (be)grijpen is niet voor de mens weggelegd. Noli me tangere. Geloof is niet het gedrag van een investeringsbankier die op de meest waarschijnlijke uitkomst zijn geld inzet. Geloof is het vertrouwen van een zangvogel net voor het krieken van de morgen. In een crisis als deze voelen we ons tussen Goede Vrijdag en Pinksteren: we rouwen om een dood en hopen op een luide verkondiging van het herwonnen leven. Zonder vertrouwen in het nieuwe leven zou deze spanning ondraaglijk zijn. Dum spiro, spero – zolang ik adem blijf ik hopen. Dum spero, vivo – zolang ik hoop, blijf ik leven. Dum vivo, amo – zolang ik leef, blijf ik liefhebben.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​