Tertio 1059 - Wat niet verandert als alles veranderd is

Wat niet verandert als alles veranderd is

Voor wielrenner Stig Broeckx was het een zware valpartij, maar er kunnen veel oorzaken – vandaag ook corona – zijn waardoor mensen opnieuw moeten leren slikken, stappen, een vork vasthouden… “De kern van revalidatie is opnieuw een zinvol leven kunnen leiden”, vertelt Elsbeth Littooij. Als geestelijk begeleider in Reade, Centrum voor revalidatie en reumatologie in Amsterdam, slaagde ze erin daarbij het zingevingskader van patiënten mee bovenaan op de agenda te plaatsen.

Frederique Vanneuville

Ze zijn van alle leeftijden, de patiënten in een revalidatiecentrum. “Het ligt eraan hoe zwaar het letsel of de aandoening is, maar altijd komt het erop neer jezelf weer te leren redden in het dagelijkse leven, al dan niet met hulpmiddelen”, schetst Elsbeth Littooij de doelgroep van haar werk als geestelijk begeleider. “Sommigen moeten de meest basale dingen opnieuw aanleren.” De gebruikelijke aanpak begint met een gesprek met de behandelende arts over de fysieke mogelijkheden en grenzen. Op basis daarvan worden de nodige disciplines ingeschakeld – fysio- of ergotherapeut, logopedist, neuropsycholoog, sportmedewerker… “Voor elke professional in de revalidatie is de kern van het herstel dat mensen opnieuw een zinvol leven kunnen leiden. De focus is doorgaans erg praktisch: leren lopen, je handen leren gebruiken, jezelf kunnen aankleden, zelfstandig naar het toilet kunnen gaan.”


Elsbeth Littooij.  © rr

Zinvolle doelen

“Als geestelijk begeleider waren wij in het revalidatiecentrum altijd al betrokken bij onze revalidanten, maar we stonden veeleer aan de zijlijn”, gaat Littooij verder. Met een onderzoeksproject bij mensen na een ruggenmergletsel en een beroerte toonde ze de meerwaarde aan van een verdieping van de vraag naar zinvolle doelen. “Natuurlijk willen mensen graag weer kunnen lopen, maar waarom is dat? Als je bij het begin van de revalidatie eerst de tijd neemt om goed te kijken wie de revalidant is, hoe die in het leven staat, wat zijn leven waarde geeft, kan je van daaruit nog beter beslissen waarop je je gaat richten”, legt ze uit. “Mensen hebben meestal maar beperkte energie en moeten dus keuzes maken. Als je twee uur moet bekomen nadat je jezelf hebt aangekleed maar ook graag nog naar de wekelijkse gespreksgroep met je vriendinnen wil gaan, zal je misschien toch hulp bij het aankleden verkiezen zodat je met je vriendinnen kan samenzijn, waar je van betekenis kan zijn en waar je bovendien energie uit haalt. Of weer aan het werk gaan: wil je je zelfstandig naar het werk kunnen verplaatsen omdat je altijd al onafhankelijk was en ervan geniet op die manier de overgang te maken tussen thuis en werk? Of wil je je energie vooral sparen om als collega van betekenis te kunnen zijn? Dan laat je je beter vervoeren. Kortom, als je doorvraagt naar wat voor mensen werkelijk van waarde is, kan je het revalidatieproces beter sturen. Autonomie betekent niet zomaar ‘alles zelf kunnen doen’, maar zelf kiezen waarbij je wel en geen hulp wil – binnen de grenzen van het haalbare uiteraard.”

Precies om die nuances op het spoor te komen, is in Reade de geestelijk begeleider betrokken vanaf de intake. In het model dat Littooij daarvoor ontwikkelde, worden drie lagen van zingeving onderscheiden. “Er is de ervaring van ‘ergens zin in hebben’ of iets als zinvol ervaren, dan zijn er de psychologische processen van zin zoeken en vinden, en vervolgens is er het zingevingskader”, vat ze samen. “Dat laatste is vaak onbewust. Het is nochtans het fundament waarop de twee andere lagen rusten en het bepaalt hoe iemand het leven draagt, zijn innerlijke houding. Want zoals je een tas zo kan dragen dat je er rugpijn van krijgt of juist zonder er last van te hebben, zo kan je ook lijden of leed dragen op een manier dat het te doen is, zonder jezelf nog meer pijn te bezorgen.”

“Wie ben ik nog?”

Mensen blijken over het algemeen de grenzen van wat ze zinvol vinden niet te verleggen ten opzichte van voorheen. “Als ik vraag wat er in hun leven veranderd is, zeggen ze: ‘Alles!’ En wat er niet veranderd is: ‘Het wezenlijke, hoe ik in de wereld sta en naar de dingen kijk’. Wanneer er fysieke pijn in het spel is, is dat wel een ander verhaal omdat pijn zo opdringerig is en zo veel aandacht en energie vraagt. Ook bij mensen met een hersenletsel schuift er wel wat, omdat hun cognitieve vermogens en gedrag veranderen. Als je lichter ontvlambaar wordt omdat je niet meer zo goed prikkels kan verwerken, doet dat iets met je identiteit. ‘Ik was altijd zo rustig en nu verdraag ik zo weinig. Wie ben ik nog?’”


Professionals kunnen altijd helpen nieuwe, soms totaal onverwachte vormen te bedenken voor wat een revalidant zinvol vindt, is de ervaring van Elsbeth Littooij.  © rr

Totaal onverwacht

Voor mensen van wie de letsels zo ernstig zijn dat zelfs minimale doelen nauwelijks haalbaar zijn, is de zingevingsvraag sowieso confronterend. “Zeker bij een degeneratieve aandoening zien we dat, omdat er geen perspectief is op dingen bijleren. Aspecten van het zingevingskader kunnen bovendien contraproductief zijn, bijvoorbeeld de overtuiging dat het leven maar zin heeft zolang je je nuttig kan maken. Werken aan spirituele nood is dan eerst aan de orde. Maar professionals kunnen altijd helpen nieuwe, soms totaal onverwachte vormen te bedenken voor wat iemand zinvol vindt.” Littooij geeft als voorbeeld daarvan een revalidant die zelf als therapeut werkzaam was en het belangrijk vond mensen te helpen. “Dat hij dat niet meer kon, heeft hem veel strijd en moeite gekost, maar na een lang begeleidingstraject heeft hij zich in de lokale politiek geëngageerd, want ook zo kon hij mensen helpen, zelfs vanuit de rolstoel en het bed.”

Betekenisvolle ander 

De relationele factor is in regel een niet te onderschatten zingevend element. “Mensen zien in dat ze nog steeds vader, grootmoeder, kind, broer, vriendin zijn, dat mensen nog steeds naar hen toe kunnen komen. Ze doen die inspanningen om te revalideren dan ook voor hun geliefden. Ik had eens een revalidant die erg op zichzelf leefde, alleen wat kennissen had en nooit bezoek ontving. Hij leek de uitzondering op de regel. Het was alsof hij geen andere mensen nodig had. Maar toen ik hem vroeg wanneer hij echt gelukkig is, zei hij: ‘Als ik bij mijn pleegzoon ben’. Hij bleek al vele jaren een buitenlandse jongeman financieel te steunen. Uiteindelijk associeerde ook hij echt geluk met ‘een betekenisvolle ander’. Als geestelijk begeleider helpen we mensen te ontdekken welke de waarden zijn die hen dragen en wie ze ten diepste zijn. Het is altijd fascinerend te zien hoe veerkrachtig en creatief mensen zijn om weer een weg te vinden in het leven. Zingeving is daarbij echt een anker. Als ze dat kader een beetje voor ogen hebben, kunnen ze daar vaak een krachtige nieuwe vorm voor vinden. Heel inspirerend”, besluit Littooij. III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​