Tertio 1061 - Priesters in lockdown

Focus:

Priesters in lockdown

Hoe vergaat het parochiepriesters in coronatijden? Vier van hen getuigen voor Tertio over deze stille, intense periode waarin het feestelijk liturgisch samenzijn sterk gemist werd. De steun van confraters en parochianen doet deugd aan het hart. Digitale communicatie en telefoon houden contacten warm, gesprekken hebben algauw meer diepgang. Verstillen en verinnerlijken gaan als vanzelf, evenals botsen op eigen grenzen.

 

“Herder, kom uit uw kot”

Eric Reynders (1962) is deken van Bilzen en pastoor van twee federaties met elk zeven parochies. Sinds de lockdown gingen hij, de diakens en de gebedsleiders voor in bijna vijftig uitvaarten of afscheidsgebeden op de begraafplaats. Corona hield er lelijk huis. Wat doet dat met een mens, met een pastoor, met een kerkgemeenschap?

Emmanuel Van Lierde

“De paastijd kleurt normaal vreugdevol met onder meer vieringen van eerste communie en vormsel, maar net die vielen weg, terwijl het droevige bleef: ziekenzalvingen bij stervenden en het afscheid nemen van de doden. Waar anders vreugde en verdriet elkaar in evenwicht houden, was er nu alleen het pijnlijke, zij het niet zonder hoop. En dan heb ik het evengoed over het spijtige nieuws brengen dat de eerste communie of het vormsel niet konden plaatsvinden, want ouders en kinderen kijken daar zo naar uit”, vertelt Eric Reynders. Met een bang hartje, zeker de eerste keer, deed de deken toch enkele ziekenzalvingen. “Je wilt zelf niet ziek worden, maar ik vond het ‘mijn plicht’ naar die stervenden te gaan. Onverschrokken maar niet roekeloos. Families en ikzelf namen dan de nodige voorzorgsmaatregelen.”


Eric Reynders.  © rr

Dat brengt Reynders bij de grootste uitdaging in deze coronatijd: nabijheid. “Je wilt betrokken zijn bij rouwende families, maar dat mag nu niet fysiek. Bijgevolg verliepen de contacten telefonisch. De telefoon is een oor: de gesprekken, ook met parochianen en medewerkers, duren veel langer dan anders en zijn intenser. Er is tijd om elkaar echt te beluisteren. Plots delen mensen pijn en verdriet die ze al lang dragen en nu kwijt wilden, niet aan eender wie, maar aan een priester. Live en in normale omstandigheden zou veel daarvan niet naar boven komen. Het toont dat zinvragen in zo’n crisis opduiken. We koesterden illusies over vooruitgang en toenemende welvaart. We holden maar voort en alles leek even belangrijk, maar deze bedreigende pandemie confronteert ons opnieuw met onze kwetsbaarheid.”

Niet stilgevallen

Toch is niet alles kommer en kwel. “De kerk is niet stilgevallen omdat er geen publieke eucharistievieringen waren. De kerk is meer dan dat. Zo weet ze wat solidariteit en vrijwilligerswerk zijn. Ik zag veel inzet voor zieken en bejaarden of om mondmaskers te maken en te verspreiden. Ook bij de uitvaarten in beperkte kring werd het bidden toch intens beleefd. Het was wennen: geen zangkoor, acolieten of lectoren, om zoveel mogelijk familieleden aanwezig te laten zijn. Maar in die kleine kring voelden we verbondenheid en was God ons toch nabij. Families waren dankbaar omdat we in de gegeven omstandigheden toch instonden voor een waardig afscheid”, getuigt Reynders.

Ga in uw binnenkamer

Persoonlijk beleeft hij de vrijgekomen ruimte in zijn agenda door het wegvallen van vergaderingen en activiteiten als een kans. “‘Ga in je binnenkamer’ (Mattheüs 6, 6). Er is meer tijd voor verinnerlijking, verdieping en gebed, met de wereld en de mensen voor ogen. We zitten in een langere woestijnervaring; geen dorre tijd, maar een kans om de Bron te zoeken. Tegelijk wordt mijn identiteit als priester bevraagd. Je bent een man van God door de verbondenheid met Christus én met de mensen. Die eerste relatie werd versterkt, de tweede dreigt on hold te staan. Als gelovigen voeden we ons niet alleen aan Christus, maar ook aan elkaar. Dat we als gemeenschap niet kunnen samenkomen, is een groot gemis. Hoe kunnen we elkaar toch nabij zijn? Waaraan geven we onze tijd als priester en als kerk? Ik zag een preek voor roepingenzondag onder het motto: ‘Herder, kom uit uw kot’. We zullen als kerk inderdaad terug naar de mensen moeten gaan met onze Blijde Boodschap over geluk voorbij het alledaagse. Een terugkeer naar de orde van de dag kan volgens mij niet, niet voor de samenleving, niet voor de kerk. We zullen het samen leven en het samen geloven moeten heruitvinden. Misschien zien we nu beter in wat als ballast achterwege gelaten kan worden en wat er echt toe doet, maar wat we soms verwaarloosden.”  III

 

“Zo gewoon mogelijk doen”

“Tot mijn grote vreugde stel ik vast dat ik mij gedragen weet door mijn parochianen”, zegt pastoor Herbert Vandersmissen (1981). Vanuit zijn parochie worden grote inspanningen geleverd om tijdens de coronacrisis toch het minimale te blijven doen. “Ze nemen mij in bescherming.”

Geert De Cubber

Herbert Vandersmissen is blij opnieuw een “gewone” zondagsviering te kunnen voorgaan. Maar zolang de Veiligheidsraad geen groen licht gaf voor een herneming van de erediensten, hield de pastoor van de Heilige Livinusparochie in Herzele en Houtem zich aan de regels en zond hij de viering wekelijks uit via een livestream. “En tijdens de lockdown bad ik met een diaken en zijn vrouw enkele avonden per week via Skype de vespers. Ja, ik voel mij echt wel gedragen en gesterkt. De lokale radio Star neemt al van voor de crisis elke week op zaterdag de eucharistie op en zendt die dan uit op zondag”, duidt Vandersmissen. “De vraag kwam uiteraard of we dat zouden blijven doen. Een van de technici had nog een webcam op overschot zodat we ook een beeldopname konden maken. Daar kregen we nogal wat positieve reacties op. Het woonzorgcentrum Ter Kimme brengt zelfs zijn bewoners samen om de eucharistie te bekijken op groot scherm. Daarnaast kwam vanuit het wzc de vraag naar een gebed voor de Mariamaand. En tijdens de Goede Week namen we een verzoeningswake op die goed bekeken werd.”

Communie

“Soms zijn de reacties emotioneel”, geeft Vandersmissen toe. Zeker omdat de communie niet kunnen ontvangen voor velen een groot gemis is. “Vanaf het begin hebben we de spirituele communie als mogelijkheid benadrukt. Dat gaf velen klaarblijkelijk toch een gevoel van verbondenheid. Verder proberen we bij die livestreams zo gewoon mogelijk de mis te doen, zonder om de haverklap naar corona te verwijzen.”

Echt ontvangen

Om de gemeenschap toch minimaal te betrekken, deed de pastoor een beroep op een lector, een cantor en een organist. “Maar de communie deelde ik niet aan anderen uit”, stipt hij aan. “Dat is een bewuste keuze. Ik respecteer daarmee de ‘kijker’ omdat die de communie ook niet fysiek kan ontvangen. Ik ga ervan uit dat ze de geestelijke communie echt kunnen ontvangen omdat we voor de rest zo gewoon mogelijk doen.” Met het oog op de heropstart van de erediensten kocht de parochie desinfectiezuilen voor aan de ingang van de kerk. “Ik denk er ook aan het aantal vieringen tijdelijk te verhogen om zoveel mogelijk mensen de kans te geven er een bij te wonen. Een ticketsysteem? Dat zie ik helemaal niet zitten. Je zal maar de 101ste zijn die er net buiten valt. Dat moeten we als kerk niet doen.”


Herbert Vandersmissen.  © Radio Star / Helemaal Herzele

Vanop afstand verbonden

Vandersmissen ziet ook kansen in alle ellende. “Dat begrafenissen nu in beperkte kring worden gehouden, is op zich niet nieuw. Dat deden sommige families al voor de coronacrisis. Het vreemdste is wel dat mensen uit elkaar zitten. Maar ze bepalen zelf of ze met hun bubbel samenzitten. Zo hebben ze toch de nodige steun aan elkaar. De gemeenschap is fysiek afwezig, maar ik wijs er in het begin van een uitvaart altijd op dat die wel vanop afstand verbonden is. Eens corona voorbij is, willen we nog een naviering voorzien. De meeste families zeggen nadien dat ze het sereen vonden”, gaat Vandersmissen verder. “Het publieke element – waar we aandacht hebben voor de aanwezige ‘massa’ – is eruit, we worden terug naar de kern gebracht. Dat geldt ook voor de homilie bijvoorbeeld. Ik hoef niet meer uit de doeken te doen wie die overleden persoon was. Alle aanwezigen weten dat. Dus kan ik proberen de familie gelovig te troosten. Ook de nabestaanden richten hun woord naar de familie en niet naar andere aanwezigen. Een keer zong een zoon a capella een lied. Of hij dat voor een volle kerk ook zou gedaan hebben, weet ik niet. Maar nu was dat van een intimiteit die puur was. Ondanks het verdriet een mooi moment.”  III

 

“Wat je het meest doet leven, valt weg”

Luc Deschodt (1945) krijgt op 1 september eervol ontslag. Door de uitbraak van Covid-19 zien zijn laatste maanden als deken van het decanaat Brugge-Zuid en pastoor van de pastorale eenheid Sint-Franciscus Oostkamp er heel anders uit dan verwacht.

Frederique Vanneuville

“Hoe ik me in deze coronatijd heb rechtgehouden? Niet zo goed eigenlijk”, geeft Luc Deschodt toe. “Het begon al slecht. De eerste zeven weken had ik door een hernia veel pijn en was ik wat suf door de pijnstillers.” De ervaring van existentiële leegte was hem niet vreemd. “Je kan niet helpen daar waar de strijd gestreden wordt en hebt het gevoel schuldig aan de kant van de weg te staan. Wat je het meest doet leven, valt weg: de liturgie, de communies en vormsels, de gewone contacten met de mensen.” Wel heeft hij naar zijn gevoel de paastijd voor het eerst echt begrepen door die niet in de kerk te vieren. “Het was een tijd waarin het leven zelf primeerde, niet de theologische reflectie op het leven. Je bent op je grenzen gesmeten en leert het positieve van je kwetsbaarheid in te zien.” Dat is iets wat we niet licht mogen vergeten, vindt hij. “De Geest moet vernieuwen, niet herhalen. In de bergen kom je aan het einde van een tunnel vaak in een totaal ander landschap terecht.”


Luc Deschodt.  © fv

Bondgenoot

Het afgesneden zijn van de mensen weegt voor Deschodt het zwaarst. “De mens die op jou een beroep doet, hoe moeilijk dat soms ook is, zet je weer op de weg van het leven en van de verbondenheid met God. Voor mij is dat wezenlijk.” Telefoon, mail en sociale media waren een bondgenoot. “Gelukkig dat dat bestaat. Daar is veel tijd en energie in gekropen en het was dikwijls indringend, maar op een gegeven moment kon ik het niet goed meer opbrengen. Het deed me beseffen dat ik niet beter ben dan een ander: ‘het kan ook mij overkomen’. Wat ook hard was: gewoonlijk eten we met de priesters elke dag in het woonzorgcentrum en ineens waren we daarvan afgesneden.” Daar kwamen de overlijdens bij, ook van regelmatige kerkgangers. “Meerdere van die begrafenissen zijn in een funerarium doorgegaan omdat de familie dacht dat het niet kon in de kerk. De uitvaarten die ik wel heb gedaan, waren erg aangrijpend. Je ziet hoe de mensen het missen om elkaar vast te pakken, om met de hele familie samen te zijn. Alles wordt herleid tot de essentie. Dat maakt zo’n uitvaart erg mooi, maar toch.”

Toekomst

Al die tijd bleef en blijft de kerk open en mooi versierd. “Het is de plek die wacht tot we er weer samenkomen. Tomáš Halík heeft me doen stilstaan bij het idee dat de lege kerken ook wel iets zeggen over de leegte in de kerk. Kleine kerkgemeenschappen blijven wel een warme plek in de samenleving, maar wat in de toekomst? Vlak voor de lockdown had ik nog een mooi gesprek met gasten van de KSA. ‘De kerk heeft een boodschap voor vandaag, maar ze weet ons niet te raken’, zeiden ze.” Door zijn nakende ontslag geeft de lege agenda de deken een nog vreemder gevoel. “Voorbereiding voor de eerste communie, repetities voor het vormsel, samenkomen met de catechisten, het weerzien met ouders en kinderen die je anders niet ziet in de kerk – daar krijg je veel energie van en dat valt nu allemaal weg. Het doet me wel iets.” Ook zijn afscheid moet nu helemaal anders. De ontslagdatum is twee maanden opgeschoven, de grote afscheidsviering eind juni geannuleerd. “Maar ik maak me er geen zorgen in. Het zal wel zijn weg vinden.”

Lichtpunt

Groot lichtpunt waren de vele blijken van sympathie. “Mensen die me opbellen, die voorstellen om boodschappen te doen, die warme maaltijden koken. Crisissen brengen ook de mooie dingen naar boven en daar heb ik getuige van mogen zijn.” III

 

“Een pauzeknop die werd ingedrukt”

Paul Cools (1961) is priester in de parochie Sint-Laurentius van Hove. Hij staat aan het hoofd van het beleidsteam van de pastorale eenheid Immanuel en is docent aan de Karel de Grote Hogeschool waar hij aan de lerarenopleiding het vak godsdienst en levensbeschouwing doceert.

Ludwig De Vocht

“Ik heb de lockdown ervaren als een soort pauzeknop die werd ingedrukt. Er was bij mij als priester een pauze bij het voorgaan in de vieringen, tenzij bij uitvaarten. Ik ben veeleer auditief ingesteld en om de zondagsviering toch enigszins te kunnen beleven, heb ik via de radio de vieringen van de benedictijnen van Keizersberg gevolgd. Die zijn heel mooi en met het juiste timbre gezongen”, merkt Cools op. “Tijdens de lockdown viel de vergaderdruk weg en ook dat geeft rust. Naast de online begeleiding van studenten heb ik veel gelezen en heb ik de fiets herontdekt. Doordat de lockdown in de vasten begon, kan je spreken van een grote vastenperiode, maar dan een vasten in de betekenis van het geloof vaster maken. Een moment van bekering, van nadenken over je leven en over gemaakte keuzes”, verduidelijkt Cools. “Bij een wedstrijd kunnen de spelers tijdens de pauze terug op krachten komen. Maar als op televisie een pauze te lang duurt, zappen mensen weg. De eerste communies en de vormselvieringen zijn weggevallen. Gaan diegenen die hun vormsel zouden doen, dat later nog willen? Vraag is ook of we ons leven niet gewoon gaan hernemen wanneer de crisis voorbij is. Dat is een belangrijk punt. Maatschappelijk, maar ook kerkelijk. Hoe gaan we richting geven aan ons kerkelijk leven? Doen we niet te veel en op sommige vlakken te weinig? Wat zou de bredere kerkgemeenschap bijvoorbeeld kunnen doen rond de encycliek Laudato Si’, of omtrent de vele noden aan een integrale zorg voor minderbedeelden?”, werpt de priester op.

Nabijheidspastoraal

“In de gemeenschap, hier in de parochie maar ook in de pastorale eenheid, hebben we nood aan een nabijheidspastoraal. Je voelt nu dat er mensen door de mazen van het net vallen. We hebben heel wat adressen van personen die we wel eens een e-mail kunnen sturen. Maar er zijn zeker mensen die we niet bereiken.” Daarom denkt Cools dat nabijheidspastoraal in de toekomst van groot belang is. “Elke lokale gemeenschap biedt mogelijkheden en kansen, maar soms mis ik toch wel de samenhorigheid tussen de parochies. Gemeenschappen hebben misschien nu nog meer de neiging op zichzelf terug te plooien, terwijl een pastorale gemeenschap juist uitgenodigd wordt om samen te bouwen aan een veerkrachtige en authentieke Jezus-gemeenschap.” De pauze heeft Cools doen nadenken over de vraag naar de werkelijke zin van de eucharistie: “Hoe zullen we die vieren? Soberder? Het mysterie doorheen woorden en tekenen meer doen oplichten? Ik doe geen streamingdienst in een lege kerk want ik vind dat niet zo zinvol. Tijdens sommige uitvaarten waren er mensen die de viering opnamen. Ik had het gevoel dat er meer gesproken werd voor diegenen die op dat moment niet aanwezig waren en die de uitvaart later zouden kunnen zien. Ik heb wel een mooie viering mee beleefd op het kerkhof. Twintig minuten op het kerkhof is al even zinvol als een uur in de kerk. Maar ook die viering was triest omdat de mensen geen afscheid hadden kunnen nemen.”


Paul Cools.  © Jan Van Riet

Cools volgde op Kerknet het webinar over online diensten. “Bij de vraag wat we het meest gemist hebben, stond onder meer ‘gemeenschap’. Het belang van ‘ruimte’ daarentegen werd maar weinig aangeduid. Mensen ruimte bieden en onthalen om in de kerk tot zichzelf te komen en zelf ook in een viering kunnen genieten van het meenemen van die ruimte. Wanneer je nu boodschappen doet, ben je betrokken op de ander: je moet afstand van elkaar houden en wil vermijden te dicht in elkaars buurt te komen. Afstand roept betrokkenheid op. We worden ons meer bewust van de nabijheid van de ander – en de Ander – en van het respect voor die ander, wat zich onder meer vertaalt in het eens kunnen wachten in een winkel”, geeft Cools toe.  III

***

Het Zorgteam, dat voorziet in psychologische begeleiding van religieuzen en diakens in heel Vlaanderen (zie Tertio nr. 1.046 van 26/2), merkt in deze coronaperiode alsnog geen noemenswaardige stijging van hulpvragen. Begeleiding die al eerder was opgestart, werd zorgvuldig gecontinueerd. Tine Van Belle vertelt: “Mensen dragen ook zorg voor elkaar: zo belden verantwoordelijken voor de priesters alle priesters op. Voor wie zich eenzaam voelt, kan het al helpen te gaan wandelen of fietsen en zo mensen te ontmoeten”. 

Nieuwe aanvragen voor begeleiding blijven steeds mogelijk. www.kerknet.be/organisatie/bisdom-brugge-zorgteam

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​