Tertio 1063 - “Het christendom investeert in emoties, meer dan andere godsdiensten”

Analyse: oudheid

“Het christendom investeert in emoties, meer dan andere godsdiensten”

“Eine Globalgeschichte des Hellenismus”, luidt de ondertitel van Angelos Chaniotis’ Die Öffnung der Welt. Dat is een ambitieus opzet voor een boek over het oude Griekenland. Toch heeft het boek nu al moeiteloos de status van standaardwerk verworven. Onder meer ook omdat Chaniotis de schrijfstijl der antieken af en toe overneemt, komt Hellas voor onze ogen tot leven.

Geen periode in de geschiedenis is wellicht zo vaak bestudeerd als de oudheid. Voegt een vuistdikke publicatie over het hellenisme dan nog nieuwe inzichten toe? “Eerlijk gezegd, we herschrijven voortdurend de geschiedenis”, steekt Angelos Chaniotis (Princeton Institute for Advanced Studies) van wal. De Griekse hoogleraar hellenisme bracht eind 2019 Die Öffnung der Welt uit, de Duitse vertaling van zijn Age of Conquests. Chaniotis is een onbetwiste wereldautoriteit als het om de geschiedenis van de oude Grieken gaat. Die Öffnung der Welt is dan ook zonder overdrijven een must-read voor wie zich in die geschiedenis wil verdiepen. “Dat we nieuwe bronnen toevoegen, verandert niets aan de grote lijnen van het verhaal”, geeft Chaniotis toe. “Studie van de oudheid staat altijd in dialoog met andere wetenschappelijke disciplines. Nieuwe theoretische modellen en inzichten over bijvoorbeeld emoties leiden tot nieuw onderzoek. In de grote theorieën – marxisme, structuralisme – was geen plaats voor emoties.” Omdat emotie in de huidige cultuur een grote rol speelt, is er eveneens aandacht voor dat aspect in de bestudering van historische periodes. “We worden voortdurend beïnvloed door de blik in de spiegel om op zoek te gaan naar gelijkaardige fenomenen in het verleden”, stipt Chaniotis aan.


Angelos Chaniotis.  © rr

Natuurlijk moet de historicus zich aan de feiten houden. Wat historisch vaststaat, verandert uiteraard niet. “Ik kan er ook niet aan doen dat zoveel Griekse koningen Ptolemaeus heetten”, lacht Chaniotis. “Maar ik heb getracht die wat saaiere stukken goed te maken in de meer systematische hoofdstukken.” Zo is er grote aandacht voor de ontwikkelingen van de nieuwe religies in het hellenisme. “Allemaal vragen ze zich af of God bestaat en hoe ze met Hem kunnen communiceren. Vanuit het multiculturalisme van vandaag begrijpen we misschien wel de argwaan waarmee sommige religies werden bekeken. Daarnaast maakt globalisering evenzeer deel uit van ons leven. Ook toen was dat al het geval. Die globalisering is een historisch feit. Ze kan ons helpen te zien hoe de antieken ermee omgingen zodat we onze wereld vandaag beter begrijpen. Aan globalisering zitten uiteraard ook negatieve aspecten. Denk maar niet dat de huidige coronapandemie uniek is. Besmettelijke ziektes zijn er altijd geweest. Ik denk bijvoorbeeld aan de pest van Antoninus die tussen 165 en 180 na Christus de antieke wereld teisterde.”

Populair

Het hellenisme speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van het christendom. “In Heidelberg sprak ik ooit met een collega uit de theologie”, vertelt Chaniotis lachend een anekdote. “Toen hij zich afvroeg waarom het christendom zo populair werd tijdens de laatantieke oudheid, plaagde ik hem door te zeggen dat hij die vraag als theoloog niet mocht stellen. Als God zijn Zoon had gezonden om te worden geofferd voor de mensheid, was falen geen optie. Geloof je dat niet, dan ben je niet echt een goede theoloog, want dan beperk je je tot de historische feiten (lacht). Als historicus beantwoord ik die geloofsvraag niet, maar peil ik naar de historische context. Het gaat er voor de historicus om zich af te vragen waarom het christendom zo populair werd en het zich over het gebied rond de Middellandse Zee verspreidde. Het christendom werd populair omdat het zoals de andere religies in eerste instantie een antwoord biedt op de basisangsten van de mens. Het ontstond bovendien in een multiculturele omgeving. De verspreiding van het christendom is te danken aan het Grieks – de evangeliën werden geschreven in het Grieks, niet in het Aramees (de taal van Jezus, nvdr). Grieks was een lingua franca in het Romeinse rijk. Daarnaast was Paulus – als brievenschrijver en als orator – een sleutelfiguur in het vormen en verspreiden van het christendom. Hij is opgeleid in de traditie van de Helleense scholen. Met de synagogen bestonden daarenboven de netwerken om die nieuwe religie te verspreiden, niet alleen in Griekenland, maar eveneens in Noord-Afrika, Italië, Klein-Azië, Egypte. De verspreiding van synagogen valt direct samen met historische processen in de hellenistische periode. Een voorbeeld: koning Antiochus III besliste rond 200 voor Christus 2.000 gezinnen te verhuizen van Palestina naar Klein-Azië om ze als soldaten in te lijven. Daarom waren daar zoveel synagogen. Dat netwerk van plaatsen van samenkomst stelt de eerste christenen in staat hun boodschap te verspreiden.”

Megatheïsme

“Tegelijk dient gezegd dat er nog andere mogelijkheden waren om samen te komen: de toespraak van Paulus op de Areopagus (zie foto onderaan, nvdr) is daar een mooi voorbeeld van”, zegt Chaniotis, verwijzend naar de rede van Paulus die wordt beschreven in de Handelingen der apostelen (17, 16-33). “Dat kan je verbinden met een intellectuele trend in die laat-hellenistische periode. Ik beschrijf dat in het hoofdstuk over ‘megatheïsme’. Die term wordt voor moderne godsdiensten gebruikt, maar ik pas hem toe op de antieke periode. Mensen geloven soms in goddelijke aanwezigheid en in goddelijke wezens zonder ze te kunnen benoemen. Ze geloven dat er een goddelijk wezen bestaat, maar weten niet of ze hem Zeus, Apollo, Asklepios of anders moeten noemen. Vandaar ook benamingen als ‘Pantheos’, de god die alle goddelijke krachten bundelt. In die context kwam het christendom tegemoet aan een bestaande nood”, verklaart Chaniotis. “Tegelijk verschilt het. En dat maakt het tot een aantrekkelijke godsdienst. Waarin dat verschil zit? Het christendom investeert in emoties, meer dan andere godsdiensten. Natuurlijk is er Godvrezendheid, maar ook: liefde. Bovendien zijn vertrouwen, medelijden en barmhartigheid essentieel.”

De grote invloed van het hellenisme dooft langzaam uit. In de 2de eeuw voor Christus worden de Griekse stadsstaten Romeinse provincies. Maar tot een grote breuk met het hellenistische verleden komt het vooralsnog niet. “In de geschiedenis kom je maar zelden sprongen tegen”, stelt Chaniotis. “Naast een groeiende mobiliteit ontwikkelt zich in de steden een rijke elite. Dat vergt een andere organisatie van de gemeenschap. Terwijl vroeger de familie de basis was van de samenleving, worden dat nu vrijwillige verbanden die men in de steden – die dikwijls anonimiserend werken – aangaat: die verenigingen zijn gebaseerd op afkomst, beroep, geloofsovertuiging. Die verenigingen worden zo als het ware een nieuwe familie. Denk maar aan de nieuwe familie van ‘broers en zussen’ bij het christendom.”

Eenheid

Om het hellenisme te beschrijven neemt Chaniotis in Die Öffnung der Welt een ruime marge. Hij begint in 336 voor Christus bij Alexander de Grote in Macedonië en eindigt pas bij keizer Hadrianus – die van de muur in het noorden van het huidige Engeland – in 138 na Christus. “Dertig jaar geleden zou ik nooit een periode van 500 jaar genomen hebben”, geeft de historicus toe. “Hoe meer ik religies en samenlevingen bestudeerde, hoe meer ik vaststelde dat ik in veel gevallen een historisch fenomeen niet kan belichten als ik de traditionele tijdsindelingen behoud. Bepaalde fenomenen die beginnen in de 2de eeuw voor Christus worden 300 jaar later duidelijk zichtbaar. In sommige gevallen zie ik geen verschil tussen 200 voor Christus en 100 na Christus. Het is zinvol de politieke geschiedenis te laten lopen tot het laatste Griekse koninkrijk, dat van Egypte. Maar als je processen in cultuur, literatuur, religie, kunst en samenleving bestudeert, dan heeft die tijdsafbakening eigenlijk geen zin. Idealiter was ik niet bij Hadrianus opgehouden, eerlijk gezegd. Ik had moeten doorgaan tot 212, omdat toen alle vrije mannen in het rijk volwaardig Romeins burgerschap verkregen. Daarmee is het hellenisme definitief ten einde, want alle Hellenen worden Romeinen. Waarom ik dan toch bij Hadrianus stop? Tijdens zijn heerschappij komen ontwikkelingen van de Griekse identiteit ten einde die aanvingen bij Alexander de Grote. Laatstgenoemde was dan het politieke hoofd van de Helleense alliantie. Na diens dood valt dat rijk uiteen. Het vormt opnieuw een eenheid – dit keer niet militair maar cultureel – door de Panhelleense Raad onder Hadrianus.” III 

Angelos Chaniotis, Die Öffnung der Welt. Eine Globalgeschichte des Hellenismus, WBG Theis, Darmstadt, 2019, 542 blz.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​