Tertio 1071 - Wat de coronacrisis leert over het ritueel

De mening van Herman De Dijn

Wat de coronacrisis leert over het ritueel

Ook en misschien wel vooral in crisistijden is de nood aan rituelen hoog, betoogt Herman De Dijn. Waardig de laatste eer bewijzen zit in ons mens-zijn ingebakken. Toch moeten we ons evenzeer hoeden voor misvattingen.

Zoals elke ernstige crisis bracht de coronapandemie aspecten van de samenleving naar voren die gewoonlijk op de achtergrond blijven. Dat gold niet alleen voor de verhouding tussen zorg en economie, tussen wetenschap en politiek, maar ook voor meer verborgen of miskende aspecten zoals het belang van lijfelijk contact of van rituelen. In die zin is de coronaperiode een soort ongewild en onbedoeld maatschappelijk experiment waaruit blijkt wat in de samenleving onder de oppervlakte aanwezig is. Iedereen zag de schrijnende beelden van de legertrucks die in Lombardije massa’s doodskisten kwamen ophalen, van de koelwagens waarin ze werden opgestapeld of van de bulldozers die in bepaalde landen massagraven maakten voor voorlopige begrafenis.

Talloze getuigenissen verschenen in de media over het verdriet of de wanhoop van mensen die hun nabestaanden eenzaam moesten laten sterven of die slechts in beperkte kring en dan nog vanop afstand afscheid konden nemen. Tegelijk konden we de pakkende pogingen constateren van familie, pastores en begrafenisondernemers om de doden toch nog min of meer passend de laatste eer te bewijzen. Precies nu de doodsrituelen niet of niet op de gebruikelijke manier konden plaatsvinden, bleek publiekelijk hoezeer ze voor nabestaanden en voor de maatschappij in het algemeen van belang zijn. Hetzelfde bleek, hoewel minder schrijnend of dramatisch, bij andere overgangsrituelen zoals geboorte of huwelijk, of de overgang van kind naar jongere, of van jongere naar adolescent.

De juiste houding

Zelfs te midden van een pandemie proberen we de eer van de mens, ook van de doden, hoog te houden. En hoe kan dat anders dan op een rituele manier? Het was treffend om te zien hoe de doden (al dan niet besmet) niet gewoon snel gedumpt werden, maar in prachtige kisten werden gelegd. Het kleine aantal aanwezigen werd dikwijls gecompenseerd door een zee van bloemen. Zelfs wanneer de kisten in massagraven werden begraven, zoals op een eiland in de Bronx in New York, was dat met de bedoeling later toch een eervolle (her)begrafenis te organiseren waarop de betrokken gemeenschap aanwezig kan zijn. We leven zogezegd in een individualistische, mercantiele samenleving waarin alles in dienst staat van winst en levenskwaliteit.


“Zelfs te midden van een pandemie proberen we de eer van de mens hoog te houden”, stelt Herman De Dijn.  © rr

De mate waarin ook in een geseculariseerde maatschappij zoals de onze rond en bij rituelen een soort ceremoniële verspilling optreedt, moet evenwel niet onderdoen voor de soms enorme verkwistingen van middelen aan necropoli, tumuli of grafmonumenten allerhande gedurende de hele geschiedenis van de homo sapiens. Wat kunnen we daaruit anders besluiten dan dat de mens niet een rationeel-economisch, maar een ritueel dier is? De grote confuciaanse filosoof Meng-Tze (4de eeuw voor Christus) onderrichte zijn leerlingen met het volgende verhaal. Lang geleden liepen de zonen op zekere dag voorbij de gracht waarin de lijken van hun gestorven ouders lagen te rotten, aangevreten door ongedierte. Het zweet brak uit op hun voorhoofd, ze liepen naar huis, haalden spaden en korven en begonnen de doden te begraven. Dat is de juiste houding die zonen en dochters volgens Meng-Tze altijd ter harte moeten nemen. De boodschap is duidelijk: mens-zijn (homo sapiens zijn) betekent niet zozeer instrumenten kunnen gebruiken om te overleven, het betekent wel wijs, op de juiste ethisch-rituele manier handelen. In de dood zijn alle mensen fundamenteel gelijk: wezens waaraan (de laatste) eer dient te worden bewezen omdat zij allemaal zonder onderscheid de menselijke waardigheid bezitten. Wat Moeder Teresa deed in Calcutta, de lijken van de straat oprapen om ze te laten cremeren, was geen verspilling van tijd en goederen die beter aan de levenden besteed was, maar in de woorden van Meng-Tze een absoluut juiste houding.

Instrumentalistische kijk

Interessant om te noteren is dat in de context van de pandemie bepaalde misvattingen over rituelen eveneens duidelijk naar voren traden. Een eerste misvatting heeft te maken met een instrumentalistische kijk op het ritueel: het is van belang om psychologische (therapeutische) redenen. Het ritueel is een manier om met het trauma van het verlies van de geliefde in het reine te komen. Dat wordt ook door de betrokkenen voortdurend vermeld: het klinkt zo redelijk natuurlijk. Maar waarom dan door die hele poespas van het ritueel gaan? Er zijn toch kortere en efficiëntere manieren om het beoogde effect te bereiken – bezoek een rouwtherapeut of neem gewoon een pilletje? Het psychologische effect van het ritueel is er doorgaans effectief wel, maar het is slechts een neveneffect. Waar het echt om gaat, is iets anders dat gewoonlijk aan de aandacht ontsnapt. In het ritueel zijn we primair niet op onszelf gericht, maar op de ander als een betekenisvol iemand die gepast bejegend dient te worden. De dode is er niet meer, maar kan ook niet zomaar uit ons leven worden weggevaagd. Een nieuwe verhouding is noodzakelijk: de verhouding tot de voorouder die via een of ander teken waarin hij of zij aanwezig blijft – het graf, een relikwie, een foto op de schouw, de urne – in het leven van de levenden een rol blijft spelen.

Er bestaat een tweede misvatting. Het ritueel is gewoon een vorm van (min of meer gestileerde) communicatie van informatie. Een proclamatie bij afstuderen bijvoorbeeld is de publieke mededeling dat een individu een bepaalde kwalificatie bereikt heeft en ter zake vertrouwd kan worden. Als dat zo is, waarom dan het diploma niet gewoon online bezorgen en vermelden? Waarom vragen studenten zelf dat dat plechtig gebeurt, in aanwezigheid van vrienden, familie, buurt? Omdat dat met een leuk feestje gepaard gaat? Dat is opnieuw de psychologische uitleg. De (dikwijls miskende) waarheid is dat de proclamatie tegelijk het toekennen is, publiekelijk en namens de gemeenschap (de directeur), van een nieuwe status (afgestudeerde), met een titel (een symbool). De proclamatie (geslaagd) is een ritueel dat de vorm heeft van een performatieve taaldaad (zoals bij een belofte, een doop of een huwelijk): een ritueel woord dat iemand werkelijk een nieuwe identiteit geeft.  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​