Tertio 1072 - “Het mirakel van het menselijke in de mens”

Analyse: Emmanuel Levinas

“Het mirakel van het menselijke in de mens”

Roger Burggraeve deed ruim 40 jaar onderzoek naar het denken van Emmanuel Levinas. Diens noties van “het gelaat van de ander” en “de kleine goedheid” geraakten mede door hem ruim verspreid. Onlangs publiceerde hij Geen toekomst zonder kleine goedheid. Een uitgelezen moment voor een gezamenlijke duik in de soms adembenemende diepte van Levinas’ ethiek.

Frederique Vanneuville

“Op geen enkel ander boek van mij heb ik vanuit zulke verscheidene hoeken zoveel reacties gekregen als op Geen toekomst zonder kleine goedheid”, vertelt Roger Burggraeve. Dat lezers zo gretig de vruchten plukken van een werk dat lange tijd in zijn hoofd rijpte, verblijdt hem. Zijn inspanning om de “kleine goedheid” radicaal te ontdoen van de banale betekenis die ze al te vaak is beginnen te krijgen, wordt beloond.

Met een brede glimlach zwaait Roger Burggraeve de voordeur van zijn appartement in het statige Heilige Geestcollege in hartje Leuven open. Handgel, koekjes en thee staan klaar en de tafel is lang genoeg om voldoende afstand te kunnen houden. “Ik was net bezig aan de correcties van Ondeugende zorg, een volgend boek met Linus Vanlaere”, laat hij weten. De emeritus hoogleraar is dus nog niet uitgeschreven na de publicatie van wat hij zelf zijn intellectueel testament noemt. Evenmin geraakt hij uitverteld, zeker niet als het over Emmanuel Levinas (1905-1995) gaat, met wiens denken hij als geen ander in ons taalgebied vertrouwd is en die hij persoonlijk goed kende. De twee ontmoetten elkaar meermaals in Parijs en correspondeerden regelmatig. “Levinas is een gids en een leermeester, maar eveneens een kritische gesprekspool. Soms ga ik tegen zijn denken in, alsook tegen een al te gemakkelijke, eenzijdige lezing van zijn werk door anderen of mezelf. Voor Levinas begint filosofie niet bij de verwondering, maar bij het trauma: de kwetsuur van de ander die vernederd en vernietigd wordt. Dat is heel zijn joods-universele ervaring van racisme en antisemitisme en van de Holocaust. Maar er is een andere ervaring waar hij niet zo uitdrukkelijk naar verwijst: je mag niet vergeten dat hij naar Frankrijk is gekomen om het Sovjetregime te ontvluchten. Hij is geboren in Litouwen, zijn moedertaal was Russisch. Hij kwam uit een burgerlijke familie, kende het tsarendom, de overheersing van de royalistische, kapitalistische Russische cultuur, het lijden van het proletariaat. De jonge Levinas ervaarde zelf de verleiding van de grote revolutie van Vladimir Lenin en Jozef Stalin. Al was hij nooit activistisch, hij zag wel de kiem van een messiaans visioen van universele rechtvaardigheid. Zijn gevoel over het communisme was dubbel. Hij zag dat er vanuit de zorg voor de kleine, kwetsbare mens iets gebeurde dat belangrijk maar tegelijk verschrikkelijk was: de organisatie van een maatschappelijk systeem dat uitdraaide op een pure perversie van de eigenlijke bedoeling ervan.”


“Het goede schuilt in de liefde en het medelijden die gewone mensen in hun hart dragen voor alle leven”, zegt Roger Burggraeve.  © rr

“Kort na de val van de Muur sprak ik hem in Parijs. Levinas was een rustige man die wel koppig of tegendraads kon zijn, maar het viel me op hoe geëxciteerd hij toen was. Eindelijk was dat verschrikkelijke regime ten val gekomen! Het stalinisme was voor hem in zekere zin even erg als het hitlerisme, al aarzelde hij om dat zo te stellen, maar het was eveneens een vreselijk kwaad in naam van het goede. ‘We mogen niet vergeten dat het stalinisme ook ons probleem kan worden’, zei hij in dat gesprek, waarmee hij bedoelde dat ook in onze democratische, liberale samenleving de systemen van onderwijs, gezondheidszorg, recht, economie, die we organiseren in naam van het goede, in hun tegendeel kunnen omslaan.”

Hoe valt dat volgens hem te vermijden?

“Een georganiseerde samenleving is onmisbaar. Levinas is niet sentimenteel over het altruïsme van de mens. Rechtvaardigheid moeten we organiseren, verbeteren, corrigeren, managen. Hij acht het politieke hoog. Alleen: aan geen enkele institutionele, sociale vorm van rechtvaardigheid mag je ooit het laatste woord geven, zelfs niet aan het hoogste messiaanse regime. Mensen moeten altijd de vraag blijven stellen: ‘Klopt dit wel?’ Geen toekomst zonder kleine goedheid heb ik geschreven los van de huidige pandemie, maar ook daar zie je het gebeuren. In naam van de veiligheid heeft men tijdens de eerste golf het overlijden van coronapatiënten inhumaan georganiseerd en te weinig mensen hebben het gevoel behouden dat dat niet oké was. Dat is wat Levinas bedoelt: je krijgt te maken met een systeem dat mensen doet denken dat alles in orde is. ‘Er zijn goede rationele argumenten voor, het is het best mogelijke, we kunnen niet anders en we gaan over tot de orde van de dag.’ Daarom zijn er altijd mensen nodig die hun vinger opsteken, die daden van kleine goedheid stellen en proberen het systeem te veranderen, bescheiden profeten die handelen vanuit hun individuele geweten. Levinas gebruikt daarvoor het beeld van het grassprietje dat telkens weer opveert nadat het werd platgetrapt door het systeem. ‘L’esprit faible’, noemt hij het ook.”

“Wat veel commentatoren onvoldoende hebben gezien, is dat de kleine goedheid onze visie op de geschiedenis op haar kop zet. Er is bij Levinas geen belofte meer van een voltooide societas perfecta, geen messiaanse eindtijd waarin het goede het kwade finaal overwint. Het syndroom van het geweld tegen het geweld, dat in het stalinisme een politieke vertaling kreeg, vind je in een soort imaginaire vorm terug in boeken en films à la The Lord of the Rings. Welnu, daar kan je volgens Levinas niet het laatste woord aan geven. Ook Jezus belooft niet dat soort toekomst. Dat lees ik in Mattheüs 25. Hij is een antiheld. De glorie van de Mensenzoon die op het einde der tijden terugkomt, is die van de Heer die zegt: ‘Toen Ik honger had, heb je Me te eten gegeven’, want ‘Wat je aan de minsten van mijn broeders hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan’. We vrezen dat de mensengeschiedenis er een is van het goede dat voortdurend moet proberen het grote kwaad te overwinnen, maar het is eigenlijk andersom: het grote kwaad slaagt er maar niet in de kleine goedheid te overwinnen. De enige belofte voor de toekomst is precies hierin gelegen: de ethische grondervaring van het gelaat van de ander is onvernietigbaar en de kleine goedheid is onoverwinnelijk. Levinas zegt dat voor het eerst letterlijk in een interview in 1986: ‘De kleine goedheid zal nooit winnen, maar zal ook nooit worden overwonnen’.”

Hoe komt het dat hij pas als 80-jarige zo expliciet over de kleine goedheid spreekt?

“Het is een referentie aan Leven en lot van Vasili Grossman (1905-1964, nvdr). Grossman baseerde zijn roman op eigen dagboeknotities uit zijn tijd als oorlogscorrespondent voor De Rode Ster, het officiële blad van het Rode Leger. Hij sprak gedurende de hele oorlog met alle soorten mensen over hun oorlogservaringen en was ooggetuige van onder meer de slag om Stalingrad en de bevrijding van de concentratiekampen van Majdanek en Treblinka. Die roman is nu wereldberoemd maar was in 1986 nog helemaal onbekend. Het manuscript was in Rusland door de KGB in beslag genomen, maar een kopie werd in 1974 naar het Westen gesmokkeld en het boek verscheen hier uiteindelijk pas in 1980. Levinas vond in Leven en lot de weergalm van iets dat al in zijn denken aanwezig was. Een direct aanknopingspunt vond hij in een citaat van de figuur Ikonnikov, een esprit faible, die verdedigt dat het goede ‘niet schuilt in de natuur, niet in de preken van geloofsleiders en profeten, niet in de doctrines van grote sociologen en volksleiders, niet in de ethica van filosofen’, maar in de liefde en het medelijden die gewone mensen in hun hart dragen voor alle leven.”


“We vrezen dat de mensengeschiedenis er een is van het goede dat voortdurend moet proberen het grote kwaad te overwinnen, maar het is eigenlijk andersom: het grote kwaad slaagt er maar niet in de kleine goedheid te overwinnen”, stelt Roger Burggraeve.  © Luc Gordts

“Het uitzonderlijke van dat erbarmen begint volgens Levinas al bij Abraham die uit zijn tribale wereld wordt gehaald om op tocht te gaan in de woestijn. Daar ziet hij drie vreemdelingen en het raakt hem dat zij net als hij lijden onder de loden hitte van de middagzon. Dat gedeelde lijden zorgt voor herkenning. Daarom nodigt hij de drie bedoeïenen uit in de schaduw van zijn tent en roept hij Sara en de knecht om een maaltijd te bereiden. Het is in het voorzetten van die maaltijd – hoegenaamd geen feestmaal! – dat Abraham vervolgens God ontdekt. Daar is de omkering van de geschiedenis begonnen: op het moment dat Abraham God zag in het tonen van mededogen aan vreemden. Ongelooflijk vind ik dat. Het is exact wat Jezus doet: als mens voegt Hij zich bij de mensen als hun broeder. Wat Hij onder de mensen doet, is de toekomst: de kleine goedheid voorbij het geldende regime waardoor – altijd weer, in elk systeem, in elke crisis, in elke pandemie – mensen in gang schieten en concreet iets doen voor de ander, zoals de barmhartige Samaritaan. Juist daarin worden we op het spoor gezet van God die de Barmhartige is. Voor Levinas – en ook voor mij als christen – is dat wezenlijk.”

De barmhartigheid associeert u in uw boek met de vrouwelijke zijnskant van de mens, terwijl ons godsbeeld sterk mannelijk georiënteerd is. Vraagt dat een correctie van ons godsbeeld?

“Het is een spanningsveld dat in de Bijbel zelf zit. Levinas is zeer kritisch voor een aantal godsbeelden. Je moet volgens hem van God loskomen om ‘à-Dieu’ te kunnen zijn – God ‘vaarwel’ zeggen om ‘naar God toe’ te kunnen gaan. Vanwege dat spanningsveld geef ik in mijn boek grote aandacht aan de mannelijke kant van ons zijn, de baatzucht. Daar is op zich niets mis mee. Het is de kwetsbare, fragiele, onvolmaakte mens die wil overleven. In die zin is elke mens mannelijk, ook de vrouw. We moeten daar niet naïef over doen. Het idee van ‘er zijn voor de ander’ kan je nooit losmaken van ons onvolmaakte, kwetsbare zijn waarin we voor onszelf opkomen om te kunnen overleven. Dat is de positieve voorkant van viriliteit. De godsbeelden waarin de behoeftige mens de macht die hij zelf ontbeert, projecteert in de Ander, in de Pantocrator die hem die macht verleent, is er de schaduwzijde van. Nu, alle mensen zijn getekend door baatzucht. Zodoende kan elke ontmoeting, elk gesprek, elke verhouding gewelddadig zijn of worden. Wie dat niet beseft, loopt een groter risico om in een of andere omfloerste of directe vorm van intimidatie, machtsescalatie of geweld terecht te komen. Zelfs genereuze goedheid kan vermomde baatzucht zijn, een subtiel, maar daarom niet minder verschrikkelijk middel om op de ander macht uit te oefenen en hem klein en afhankelijk te maken. Dat besef van de mogelijke overschrijding maakt ons nederig, en omgekeerd leidt de afwezigheid van iedere huiver tot verruwing. Maar het is eigen aan de mens dat hij niet aan de baatzucht is overgeleverd zoals een steen aan de zwaartekracht. Hij kan op zijn ongemak zijn door de vraag of hij de ander geen onrecht aandoet. Misschien is dat het enige geloof dat we hebben: dat we niet overgeleverd zijn aan een soort perversiteit van de baatzucht die totaal ontspoort, waarbij niemand nog enige soort ethisch ongemak ervaart.”

Is dat volgens u een universeel vermogen in de mens, los van elke culturele en religieuze socialisatie?

“Mocht de mogelijkheid tot erbarmen – of de egoïstische baatzucht – niets anders zijn dan een soort biologische wetmatigheid, dan zou je altijd alleen maar het een of het ander hebben. De mens is juist dat merkwaardige: in de baatzucht kan er iets anders gebeuren. Als salesiaan deel ik daarom Levinas’ geloof in opvoeding. De mogelijkheid van de goedheid is als een zaadje, een vlammetje. Wanneer we geen symbolische orde creëren, geen traditie, geen gemeenschap, geen deugdelijkheid – weliswaar zonder in ideologische of totalitaire doctrine te vervallen –, kan die kleine kiem verloren gaan. Maar zelfs dan weet je het niet. Een goede opvoeding geeft nooit de garantie dat het goedkomt met het kind. Was het maar zo! En al zijn er mensen bij wie het vlammetje van erbarmen helemaal gedoofd lijkt, toch weet je het ook dan nooit. Soms breekt er onverwacht iets binnen – hun moeder sterft, iemand spreekt een vriendelijk woord – waardoor er iets openbreekt. Levinas noemt dat ‘het mirakel van het menselijke in de mens’. Maar ook dat kan je niet op voorhand programmeren. Levinas heeft dat meerdere keren geïllustreerd met het verhaal van Bobby, het hondje dat stond te blaffen bij het binnen- en buitengaan van het concentratiekamp in de hoop op een stukje brood. Dat beestje maakte geen verschil tussen de joden en de niet-joden. Het zag hen gewoon als mensen van wie hij wat eten kon krijgen. Daarmee wekte hij hun gevoel van menselijke waardigheid dat hen overeind hield. Van het weinige dat ze te eten hadden, spaarden ze daarom iets voor Bobby. ‘De laatste Kantiaan in het concentratiekamp’, noemde Levinas hem. Levinas opent zo een perspectief op de mens als drager van het oneindige. Dat is precies wat in de joodse traditie bedoeld wordt met de mens als beeld van God: niet ‘portret van God’, wel ‘getekend door God in zijn ziel’. Het ‘baarmoederlijke’ van God in de mens – in het Hebreeuws hebben de woorden voor barmhartigheid en baarmoeder dezelfde stam – is universeel, maar het is geen automatisch mechanisme.”

Is er dan geen enkel systeem denkbaar dat het goede handelen of de goede mens of de goede samenleving of een goede toekomst garandeert?

“Nee. We willen graag een garantie tegen de immoraliteit, maar die is ons evenmin gegeven als de garantie op moraliteit. Dat ongemak is er voortdurend. Het onverbiddelijke einde van de traditionele visie op de heilsgeschiedenis is door Auschwitz ingeluid. Vandaar Levinas’ radicale stelling dat we niet alleen de geschiedenis en de ethiek maar ook de religie ‘zonder belofte’ moeten durven te denken: trouw blijven aan de onderrichtingen van de Thora, ook als er geen enkele belofte is. Dus nee, er is geen belofte mogelijk dat het allemaal wel voor elkaar komt, tenzij in een gesloten ethisch systeem als het stalinisme of een andere sociale utopie, dat in de praktijk op zijn tegendeel uitdraait.”

Dat maakt de persoonlijke ethische verantwoordelijkheid toch loodzwaar?

“Op dat punt blijft Levinas volgens mij inderdaad in gebreke. Als je zijn ethiek in de praktijk au sérieux neemt en het laatste woord geeft, word je verpletterd door de grenzeloosheid ervan. In het leven komt er soms een enorme ethische eis op mensen af. Denk aan wat ouders van een kind met een ernstige beperking tijdens de lockdown hebben moeten doorstaan. Hoe draag je het ondraaglijke? Daarin heb je het moederlijke nodig, de verlossing, de genade. De twee tezamen vind je in Gods belofte aan Jozua: ‘Ik laat je niet los, maar Ik laat je niet vallen’. Anders gezegd: je verantwoordelijkheid is onverbiddelijk maar Ik zal er zijn, Ik ben je nabij.”

Wat zegt dat over de kleine goedheid?

“Dat ze haar ware plaats en betekenis krijgt in situaties van bedreiging, geweld en verschrikking, waar bijna niets anders meer mogelijk is dan het kwaad en er geen uitzicht is op een happy end. Met sentimentaliteit heeft ze niets vandoen. Kleine goedheid is koppig, moedig en tegendraads. Ze is belangeloos en heeft niet de behoefte gezien te worden. Een daad van kleine goedheid is voor Levinas religieus: het is Gods barmhartigheid die zich voltrekt doorheen de concrete mens. En al is ze misschien wel dwaas, tegelijk is ze het meest menselijke in de mens.” III


Bio

Roger Burggraeve (1942) is salesiaan en emeritus hoogleraar moraaltheologie van de KU Leuven. Hij gaf gastcolleges in Congo, India, Kenia, Canada en de Filipijnen. Burggraeve geniet internationale erkenning als specialist in de filosofie van Emmanuel Levinas. Hij is een veelgevraagd spreker en auteur van talloze boeken en artikels over fundamentele moraaltheologie, christelijke seksualiteits-, huwelijks- en gezinsethiek en een filosofische benadering van Bijbels denken.

 

Roger Burggraeve, Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas, Halewijn/Berne, Antwerpen/Heeswijk, 2020, 296 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​