Tertio 1079 - Oude Bijbels onthullen hun lezers

Oude Bijbels onthullen hun lezers

“Kunnen we achterhalen wie 16de-eeuwse Bijbels las? En hoe werden ze gebruikt?” Dat zijn de centrale vragen van het project In Readers’ Hands. Een onderzoeksgroep van de KU Leuven en de Rijksuniversiteit Groningen bestudeert de lezerssporen in vroegmoderne Bijbels in de volkstaal, gedrukt door drie Antwerpse drukkers. Hoogleraar Wim François en onderzoeker Bert Tops lichten hun project toe voor Tertio.

Matthias Ausloos

“Het is niet omdat we een bepaalde Bijbeleditie in onze bibliotheek hebben, dat we er alles over weten”, stelt Wim François. Veel van de Bijbels die Willem Vorsterman, Jacob van Liesvelt en Henrick Peetersen van Middelburch tussen 1526 en 1545 drukten, bleven eeuwenlang in gebruik. Hun eigenaars lieten er, gewild of ongewild, sporen in achter. François vervolgt: “Wij bestuderen die sporen en proberen zo de eigenaars te identificeren en het gebruik van die Bijbels te reconstrueren.” “Dat is wat we boekarcheologisch onderzoek noemen”, vult Bert Tops aan. Zijn doctoraatsonderzoek spitst zich toe op de ongeveer 240 Vorstermanbijbels.

Soorten sporen

De onderzoekers speuren naar zes soorten lezerssporen. De eerste zijn provenance-gegevens: namen van lezers en gebruiksperiodes. “Wanneer je naar persoonlijke ideeën van de lezer zoekt, is de tweede soort het meest interessant: annotaties in de witruimtes. Die kunnen theologisch en devotioneel zijn, maar ook praktisch”, zegt François. Een derde soort zijn censuuringrepen door lezers. Sommige katholieken “corrigeerden” bijvoorbeeld een protestantiserende Bijbel door woorden te doorstrepen en in de marge het katholieke woord te schrijven. “We hebben een mooi voorbeeld waar de lutherse ‘alleen’ voor ‘door tghelove’ met een mesje is weggekrast”, vult François aan. Aanpassingen, bijvoorbeeld door extra materiaal zoals afbeeldingen toe te voegen, zijn de vierde soort. Identiteitsvormende notities in de Bijbels zoals familiegebeurtenissen, vormen de vijfde soort. “Familiebijbels werden zo een soort heilige getuigenis van de familiegeschiedenis”, merkt François op. Ten slotte zijn er ongewilde sporen. Doordat sommige bladzijden beduimeld zijn, stellen de onderzoekers vast dat die veel gebruikt werden. Tops vertelt: “Belangrijk is de liturgische leessleutel – een rooster met epistels en evangelies die tijdens de mis werden gelezen. In meer dan de helft van de gevallen is die veel gehanteerd. Een groot deel van de gebruikers las die Bijbels dus in de context van de liturgie. Ook de Liesveltbijbel, hoewel die protestantiserend is, bevat net dezelfde leessleutel”. De onderzoekers noemen nog enkele amusante ongewilde sporen: “Een inktpot die omviel over de Bijbel, boeken waar de bril van de lezer nog inzit of brandsporen door te dicht bij een kaars te komen”.


Bert Tops.  © ma

Tops gaat verder: “Door te reconstrueren hoe lezers interageerden met hun Bijbel, kan je doordringen tot hun leven”. Het onderzoek kan zo een beeld vormen van het lezerspubliek. “De meerderheid van de lezers die we kunnen traceren, was katholiek. Dat is het tegenovergestelde van wat het protestantse paradigma decennialang heeft beweerd”, beklemtoont François. Dat stelt dat de kerk tijdens de middeleeuwen leken verbood de Bijbel in de volkstaal te lezen en bij de opkomst van het protestantisme er nog zwaarder tegen reageerde. “Wat dus eigenlijk nonsens is”, meent François, “want er verschenen ook katholieke edities.” De lezers waren divers. Tops licht toe: “Het gaat om een meerderheid leken en een minderheid clerici. Die laatsten waren vooral parochiepriesters of leden van een orde of een congregatie die zich toelegde op prediking. Dat kan iets zeggen over hun gebruik van de Bijbel als hulpmiddel om de lezingen van de mis in het Latijn te parafraseren in de volkstaal, als aanzet voor hun preek. Bij de leken zijn verschillende stromingen vast te stellen. En er is ook een aantal vrouwen bij”.


Wim François.  © ma

Confessionele achtergrond

De confessionele achtergrond van de drukkers speelde eveneens een rol. De eerste Liesveltbijbel uit 1526 had de bedoeling een protestantiserende Bijbel te zijn. François legt uit: “Liesvelt had wellicht reformatorische sympathieën. Vorsterman was meer katholiciserend. Hij moest van de overheid een katholiek alternatief voor die Liesveltbijbel drukken. Die editie uit 1528 bleek echter qua tekst protestants gekleurd. Het verhaal luidt dat een protestantsgezinde medewerker van Vorsterman de katholiciserende veranderingen niet doorvoerde. Vorsterman liet al in 1529 een nieuwe, ‘goed-katholieke’ versie van het Nieuwe Testament verschijnen. Zijn volgende drukken van 1530 en 1531 waren zo katholiek als maar kan. In een derde fase, vanaf 1533-’34, voegde hij een inhoudstafel toe met toch wat uitgesproken theologische onderwerpen, over genade en geloof bijvoorbeeld, die niet zo ‘ultra-katholiek’ waren”.

Protestantse Bijbels herkennen

“Tussen de eerste Bijbels in de volkstaal met een protestantse of katholieke signatuur is nog niet veel verschil te zien. Het is pas vanaf de tweede helft van de 16de eeuw dat die twee werelden zich scherp beginnen te onderscheiden”, weet Tops. Toch kan aan de hand van de Bijbeltekst al vroeg de voorkeur van de drukker afgeleid worden, neemt François over. Hij geeft een voorbeeld: “De Latijnse zinsnede paenitentiam agite in Mattheüs 3, 2 en 4, 17 wordt in de katholieke traditie vertaald als: ‘doet boete’, omdat er op die manier een link is met de opvatting over boetedoening en het sacrament van de biecht. In protestantse Bijbels staat er dan weer: ‘hebt berouw’ of ‘betert u’”. Naast de Bijbeltekst zelf kunnen onder meer tussentitels aanwijzingen leveren over de confessionele achtergrond van de drukker. Ook samenvattingen boven de hoofdstukken of een inhoudstafel met theologische onderwerpen kunnen hun voorkeur duidelijk maken.


“Een van de lemma’s is ‘Christus staat aan het hoofd van de kerk’, waaraan de lezer toevoegt: ‘ende niet de paus’”. © Maurits Sabbebibliotheek KU Leuven

Priester met protestantse sympathieën

“Soms kan je een heel verhaal vertellen”, merkt Tops op. Een zeldzaam geval is een Vorstermanbijbel uit 1533-’34 die meer dan 450 aantekeningen bevat. Op die manier kunnen de onderzoekers zich niet alleen een beeld vormen van wie de lezer was, maar ook van diens theologische ideeën. “Die Bijbel bevat bijvoorbeeld een thematische index. Een van de lemma’s is ‘Christus staat aan het hoofd van de kerk’, waaraan de lezer toevoegt: ‘ende niet de paus’.” François vult aan: “Verwijzingen naar de liturgie doen vermoeden dat hij het koorgebed goed kent en dat het om een clericus gaat. Hij laat zich echter kritisch uit over de paus en over de verering van relieken, zodat je de indruk krijgt dat hij toch in de ban is geraakt van de reformatorische ideeën”. De theoloog besluit: “Door de studie van al die elementen krijgen we toch min of meer een beeld van wie die lezers waren en wat hun leef- en denkwereld was”.  III

Een Engelstalige online tentoonstelling van In Readers’ Hands is te bekijken op expo.bib.kuleuven.be/exhibits/ show/in-readers-hands

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)