Tertio 1082 - RESILIENCE verenigt Europese religiehistorici

RESILIENCE verenigt Europese religiehistorici

“Je moet het je voorstellen zoals CERN, de wereldbefaamde Europese onderzoeksorganisatie voor deeltjesfysica, maar dan gespecialiseerd in religieuze geschiedenis.” Zo beschrijft Dries Bosschaert (KU Leuven) het Europese project RESILIENCE met twaalf partnerinstellingen, waar hij deel van uitmaakt. 

Matthias Ausloos

RESILIENCE faciliteert academisch onderzoek in het domein van de religiegeschiedenis maar heeft tevens een socio-politieke pijler die inspeelt op de religieuze diversiteit in Europa. Daarmee richt het zich op beleidsmakers en religieuze gemeenschappen. “In het Europese beleid is de aandacht voor de verschillende religieuze tradities en gemeenschappen gering. Het is ons doel het bewustzijn dat er binnen de Europese context ook nog iets speelt als religie, te vergroten”, steekt Dries Bosschaert, kersvers universitair docent aan de Leuvense faculteit Theologie en Religiewetenschappen, van wal. “RESILIENCE wil ruimer gaan dan het academisch onderzoek, onder meer via expertendatabases. Mensen uit het onderwijs en lokale gemeenschappen kunnen in zo’n database gemakkelijk hun weg vinden naar experten die in staat zijn religieuze thema’s die aan aandacht winnen, te populariseren. Zo komen we tegemoet aan de groeiende religieuze ongeletterdheid.”

Van Leuven tot Tirana

RESILIENCE staat voor REligious Studies Infrastructure: tooLs, Innovation, Experts, conNections and Centers in Europe en is een samenwerkingsverband van onderzoeksinstellingen uit Leuven, Tirana, Parijs, Bologna, Münster, Mainz, Leipzig, Sofia, Apeldoorn, Sarajevo, Warschau en Volos. Het project bouwt voort op de Research Infrastructure on Religious Studies (ReIReS), een succesvol pilootproject met twaalf gelijkgestemde partners. De projecten passen binnen de doelstellingen van het European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI), dat religiestudies kwalificeerde als een “strategisch domein met hoog potentieel” en het vanaf 2018 opnam als een belangrijk programmapunt. Zowel ReIReS als RESILIENCE zijn projecten van Horizon 2020, het wetenschappelijk onderzoeksprogramma van de Europese Unie.


Startvergadering van het RESILIENCE-project op 6-7 september 2019 in Bologna.  © rr

Digitaal en lokaal

Aanleiding tot het ontstaan van ReIReS en RESILIENCE was de religieuze diversiteit in Europa. Hoofddoel is het begrijpen van de historische tradities van al die gemeenschappen. “Op dit moment consulteren religie-onderzoekers vaak lokale collecties en databanken, terwijl andere instituten elders in Europa ook veel te bieden hebben. Maar als onderzoeker moet je serieus moeite doen om te kijken wat daar aanwezig is en om er vervolgens toegang toe te krijgen. Wij in Leuven hebben bijvoorbeeld heel wat belangrijke collecties, zoals die van het Centrum voor Conciliestudie en de erfgoedcollectie van de Maurits Sabbebibliotheek. Daarom zetten wij vooral in op het ontsluiten van die collecties. ReIReS en RESILIENCE willen de mogelijkheid creëren met een simpele zoekoptie de collecties van toonaangevende onderzoeksinstituten beschikbaar te maken voor raadpleging. De geïntegreerde ReIReSearch-onderzoeksdatabank voor religieuze studies is daarin een eerste stap. Beide projecten zetten in op transnationale beschikbaarheid van bestaande collecties, zowel door het verbeteren van de digitale toegankelijkheid als door het stimuleren van onderzoekers, ook financieel, om collecties ter plaatse te raadplegen. RESILIENCE promoot ook tools om die bronnen beter te kunnen onderzoeken”, legt Bosschaert uit.

Digital humanities

Daarnaast is het verder introduceren van digitale technieken en computerwetenschap in de geesteswetenschappen – de zogenoemde digital humanities – belangrijk. Bosschaert duidt: “We stellen vast dat veel mensen met verschillende programma’s werken om hun onderzoek te vereenvoudigen en dat die expertise niet altijd even toegankelijk is voor anderen. ReIReS en RESILIENCE zetten in op trainingen om op korte tijd onderzoekers toegang te geven tot expertises in bepaalde technieken. Van de deelnemers aan de workshops wordt daarom verwacht dat ze die dan zelf verder verspreiden door hun collega’s aan het thuisfront training te geven of op z’n minst een overzicht te bieden welke expertise er in welke centra aanwezig is”. De mogelijkheden die de projecten scheppen, zijn daarenboven ook beschikbaar voor onderzoekers van Europese instellingen die niet aan het project deelnemen. Zo wordt wetenschappelijk onderzoek gemakkelijker en verkleint de stap om hulp te vragen bij experts.

Dat RESILIENCE een langetermijnproject is, blijkt uit Bosschaerts schets van de tijdslijn. “De Europese steun die we ontvangen, dient alleen nog maar voor de ontwerpfase. De partners zijn het concept nog volop aan het ontwikkelen. Wanneer het nu over RESILIENCE gaat, gebeurt dat daarom in nogal vage termen. Elk van de partners richt zich op een welbepaald aspect.” In de huidige fase is het de bedoeling dat de consortiumpartners politieke of financiële steun vragen bij hun lokale overheden. Bosschaert geeft mee dat er gewerkt wordt aan RESILIENCE Flanders, een partnerschap van de Leuvense theologiefaculteit, het Antwerpse Ruusbroecgenootschap, het wetenschappelijke bibliotheeknetwerk LIBIS en Uitgeverij Brepols. Wanneer de ontwerpfase in 2021 wordt goedgekeurd, start de vierjarige voorbereidende fase. “Pas dan komen we in de implementatiefase, van 2026 tot 2033. Daarna, tussen 2034 en 2053, zal de onderzoeksinfrastructuur helemaal op poten staan en kunnen de onderzoekers er volop gebruik van maken.”

Exotisch

Tamelijk uniek zijn ReIReS en RESILIENCE wel, stelt Bosschaert: “Met onze focus op religie zijn we wat de vreemde eend in de bijt. Dergelijke onderzoeksinfrastructuren vind je eerder in de biomedische of de exacte wetenschappen, waar grote laboratoria of een concern als CERN bestaan. Binnen de humane wetenschappen zijn er nog maar een paar beginnende onderzoeksinfrastructuren. Religie is dan toch altijd iets exotisch”. III

 

Bio


© Rob Stevens

Dries Bosschaert (1989) is sinds 1 oktober docent aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Hij legt er zich toe op de geschiedenis van het Europese christendom en identitaire debatten in de 20ste eeuw. Verder is hij coördinator van het Centrum voor de Studie van het Tweede Vaticaans Concilie en blijkt zijn internationaal academisch engagement uit lidmaatschappen van en bestuursfuncties in organisaties en projecten als ReIReS, RESILIENCE en de European Society for Catholic Theology.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​