Tertio 1094 - Jonge dominicaan was toch late roeping

Jonge dominicaan was toch late roeping

2 februari is de Dag van het Godgewijde Leven. Reden voor Tertio om Anton Milh in Tertio nr. 1.094 van 27/1 aan het woord te laten. De jonge dominicaan verdedigde onlangs zijn doctoraal proefschrift over collaboratie bij drie kloosterordes tijdens de Tweede Wereldoorlog. Milh neemt daarbij ook zijn orde kritisch onder de loep. 

“Ondanks mijn jonge leeftijd ben ik toch een late roeping”, lacht Anton Milh (1992). Hij kwam de spiritualiteit van zijn orde op het spoor toen hij historisch onderzoek deed naar pater Jules Callewaert (1886-1964) en diens rol in de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kerkhistoricus voelde zich vrijwel onmiddellijk aangetrokken tot de predikheren. “In mijn doctoraat ben ik het ‘strengst’ voor de dominicanen”, benadrukt Milh. “Precies vanuit mijn persoonlijk engagement vind ik het belangrijk bij te dragen aan het zelfverstaan van de orde omtrent een cruciale maar niet rooskleurige pagina uit haar geschiedenis. Om te weten waar je bent en waar je naartoe gaat, moet je immers begrijpen van waar je komt.”

In uw onderzoek focust u naast de dominicanen ook op de franciscanen en de kapucijnen. Waarom deze drie ordes?

“Een onderzoek naar collaboratie bij andere ordes zou ook interessant zijn geweest, maar vaak waren daartoe de archieven voor de periode van de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw niet of minder beschikbaar. Over andere ordes en met name de jezuïeten bestaat al heel wat onderzoek, dat ik niet wenste te herhalen. Op basis van vooronderzoek bij de kapucijnen en de dominicanen waren deze ordes mijn logische startpunt. Ik voegde de franciscanen eraan toe om zo drie bedelordes in één studie te vatten, elk met een unieke spiritualiteit, maar met vele parallellen die vergelijkend onderzoek mogelijk maken.”

Bevestigt uw onderzoek de verhalen over “bruine paters” die jongeren naar het Oostfront stuurden?

“Dat cliché is hardnekkig. De Katholieke Actie bezigde in de jaren ’30 weliswaar een woordgebruik en vormentaal die erg strookten met de Nieuwe Ordebewegingen, maar had wel degelijk een eigen agenda. De predicatie voor en tijdens de oorlog was zeker anticommunistisch, maar evengoed antifascistisch. Die nuance is in de latere beeldvorming nagenoeg volledig verdwenen. Mijn studie toont aan dat er in geen van de drie ordes sprake was van systematisch ronselen. Wel hebben enkele figuren actieve collaboratie aangemoedigd, maar die zijn niet representatief voor de tienduizend mannelijke religieuzen die België aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog rijk was.”

Abonneer of neem een proefnummer via www.tertio.be

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​