Tertio 1099 - Oud zijn: ons aller toekomst

Oud zijn: ons aller toekomst

Geen enkele sector is door de pandemie zozeer in een negatief daglicht komen te staan als die van de ouderenzorg, en dan vooral de woonzorgcentra. De Pauselijke Academie voor het Leven geeft die sector kritisch een duwtje in de rug met een document met de laconieke titel: Oud zijn: onze toekomst. 

Stijn Van den Bossche

Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. Onze cultuur zet alles in op jeugdigheid: de eerste jeugd duurt tot je 35ste en op je 55ste begint al de tweede jeugd. Wanneer die tweede jeugd taant vanwege het brozer wordende lichaam, blijk je ineens hoogbejaard. Wat dan? Een cultuur die ouderdom alleen ziet als gebrek en verval, kan daar geen blijf mee. Waardering voor de eigenheid van de oude dag is nochtans ten zeerste op haar plaats.

Familiale benadering

Voor de Pauselijke Academie voor het Leven is de coronapandemie het moment om een omschakeling in de ouderenzorg in een stroomversnelling te brengen. Dat die omschakeling al langer aan de gang is, lijkt het document soms wat te vergeten. Oud zijn: onze toekomst neemt vooral de westerse samenlevingen op de korrel. In Fratelli Tutti wees paus Franciscus er al op dat de te vermijden oversterfte bij ouderen door de pandemie slechts een vervolg was op wat al voorviel bij hittegolven en in andere omstandigheden: ouderen werden “op vreselijke wijze gemarginaliseerd”. En ondanks de grote inspanningen en soms zelfopoffering van het zorgpersoneel liep het tijdens de pandemie vooral in de woonzorgcentra (wzc) mis, waar de situatie nog werd bemoeilijkt door de overconcentratie en het gebrek aan beschermende middelen. Volgens de  Wereldgezondheidsorganisatie waren ouderen die opgevangen worden in een familiale context, beter beschermd tegen Covid-19. De tekst is op dat punt nogal eenzijdig in zijn kritiek. Maar Oud zijn: onze toekomst kijkt vooral vooruit, naar “een nieuw paradigma” in het omgaan met kwetsbare ouderen.

 


Ouderen zijn oververtegenwoordigd in steden en leven daar langer dan op het platteland. Steden moeten daarom leefbaar worden gemaakt voor ouderen.  © Unsplash
 

De Pauselijke Academie voor het Leven zet wzc niet tegenover de familie, maar contrasteert veeleer de verwijdering van de oudere uit familie en samenleving met een familiale benadering zoals die ook in instellingen vorm kan krijgen: “De roeping van deze instellingen zou moeten zijn de familiale, sociale en spirituele begeleiding van de oude mens op een weg die vaak met lijden gepaard gaat”. 

De zegen van een lang leven

Door de gestegen levensverwachting leven in veel gebieden in de wereld nu vier generaties samen. In 2050 zal 1 op de 5 aardbewoners een oudere zijn. Die verheugende demografische transformatie plaatst ons tegelijk voor culturele, antropologische en economische uitdagingen. Een voorbeeld: ouderen zijn oververtegenwoordigd in steden en – anders dan vaak wordt gedacht – leven daar langer dan op het platteland. Steden moeten daarom leefbaar worden gemaakt voor ouderen en meer rekening houden met wat de zegen van een hoge leeftijd kan doen omslaan in ellende, bijvoorbeeld door vereenzaming. Nieuwe modellen van zorg en hulp voor kwetsbare ouderen vormen een passend antwoord op die uitdaging. 

Naar een nieuw zorgmodel

“Eer uw vader en uw moeder.” In Bijbels perspectief betekent “eren”: “het gewicht geven”, anders gezegd: het zwaarwichtig waarderen van de aanwezigheid van wie ons het leven en het geloof hebben geschonken. De eerste stap in de concrete vertaling daarvan zit in het creëren van omstandigheden waardoor ouderen zo goed als mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen vertoeven: in hun woning, bij hun familie en vrienden. “De familie, eigen huis en omgeving zijn de natuurlijke keuze van elkeen”, stelt de Pauselijke Academie voor het Leven in haar nieuwe document. Toch kan niet alles onveranderd blijven met de jaren. Zelfs als er zorg aan huis kan komen, voldoet het eigen huis soms niet langer of behoeft het aanpassing. Net dan, waarschuwt de Academie, mogen we niet overgaan tot wat paus Franciscus de “wegwerpcultuur” noemt, gevolg van een gebrek aan verbeelding of van luiheid bij het zoeken naar oplossingen. In het nieuwe zorgparadigma dient de persoon met zijn rechten en noden, zijn unieke geschiedenis en huidige situatie, centraal te staan. “De inwerkingstelling van dit principe organiseert een continuüm van hulp tussen huisvesting en externe diensten, zonder traumatische breukmomenten die zeker niet aangepast zijn aan de broosheid van het ouder worden. Dat alles vereist een proces van sociale, civiele, culturele en morele bekering.” Daar krijgen de westerse samenlevingen een bloemetje toegeworpen, omdat daar al meerdere zorgberoepen bestaan die ouderen en hun families ondersteunen. Ook nieuwe technologieën, telegeneeskunde en artificiële intelligentie kunnen daar een plaats krijgen. 

Andere woonvormen

Op het continuüm van hulp situeren zich ook allerlei nieuwe woonvormen, zoals zelfstandig wonen in grotere verbanden, cohousing en geassisteerd wonen, die dankzij wederzijdse hulp en ondersteuning de persoon toelaten een autonoom leven te blijven leiden. “Zich inspirerend op de traditionele buurtschap kunnen dergelijke vormen de talrijke moeilijkheden van moderne steden overwinnen, zoals eenzaamheid, economische problemen, gebrek aan vitale banden of eenvoudige nood aan hulp.” Onderzoek toont aan dat een bejaarde in de Verenigde Staten in 1985 gemiddeld kon rekenen op drie vertrouwenspersonen, in 2004 nog op één. Die tendens moet gekeerd, met inspanningen van de samenleving en ook van de kerk, via haar vele instellingen die het beste zoeken te doen voor ouderen.

Ook het wzc kan zichzelf heruitvinden in dat continuüm van hulpvormen, meent de Academie. Het mag gezegd dat die evolutie in Vlaanderen al aan de gang is. Een wzc is dan niet langer georganiseerd naar het model van een ziekenhuis, waar je slechts beperkte tijd verblijft tot je weer hersteld bent, maar biedt een woongelegenheid voor ouderen, met hun broosheden. Woonzorg begint dan al eerder, via allerhande vormen van thuisondersteuning, met modules die aangepast zijn aan de individuele noden van de oudere. Bij dat alles verdient ook de omringende familie ondersteuning en hebben de kennissenkring en vrienden eveneens een rol te spelen, via gedeelde ervaringen en wederzijdse generositeit. 

“Leerambt van de zwakheid”

Oud zijn: onze toekomst besluit met enkele algemenere beschouwingen over de zin en betekenis van het leven van ouderen, ook in gelovig perspectief, kort samen te vatten als: “Voor de oudere nadert niet het einde, maar het mysterie van de eeuwigheid”. In zijn omgang daarmee ligt zijn boodschap en zijn zending naar ons allen. De tekst maakt hierbij zelfs gewag van een “leerambt van de zwakheid”: broze, oudere mensen kunnen geven en delen, en een nieuwe alliantie tussen de generaties kan hopelijk groeien.  III

U vindt het integrale document op Kerknet via https://shrtm.nu/7S8d

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​