Tertio 1102 - Eindtermen brengen pedagogisch project jezuïeten in gevaar

Eindtermen brengen pedagogisch project jezuïeten in gevaar

Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt met een honderdtal schoolbesturen, de Vlaamse Confederatie van ouders en ouderverenigingen (VCOV) en de Federatie van Steinerscholen bij het Grondwettelijk Hof de vernietiging aan van de onlangs goedgekeurde eindtermen. Onder die schoolbesturen bevinden zich ook de jezuïetencolleges die van oudsher de lat hoog leggen voor hun leerlingen. Directeur Frederik Van Rampelberg van het Sint-Jozefcollege in Aalst licht zijn motivatie toe.

Liza Cortois

De eindtermen die eind januari door het Vlaams Parlement werden goedgekeurd, zijn ambitieus en willen het Vlaamse onderwijs weer op niveau brengen (zie Tertio nr. 1.093 van 20/1). Bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen klinkt het dat ze daarmee net het omgekeerde zullen bereiken: “Niemand is tegen ambitieuze eindtermen, maar met wat nu goedgekeurd is, ontbreekt de nodige tijd om kwaliteit en diepgang te verzekeren”. Ook de jezuïetencolleges zien onderwijskwaliteit als hun prioriteit, maar ze zijn het niet eens met hoe die kwaliteit in de eindtermen vorm heeft gekregen. Frederik Van Rampelberg trekt met zijn schoolbestuur naar het Grondwettelijk Hof. 

Humaniora

De directeur van het jezuiëtencollege in Aalst benadrukt dat onderwijskwaliteit niet te reduceren is tot de bovenste 15 centimeter van de persoon. “We zien kwaliteit veel ruimer dan het intellectuele. Het gaat niet alleen om de hersenen, maar ook om het hart. Wij streven naar de vorming van de gehele mens. We staan voor het klassieke verhaal van de humaniora, van meer mens worden. We willen bekwame, bewuste en bewogen jonge mensen vormen. Leerlingen kunnen hun talenten hier ontdekken en ontwikkelen, maar we willen hen ook bijbrengen dat ze die kunnen inzetten voor de maatschappij. We leren ze kritisch denken, een genuanceerd standpunt innemen en niet in polarisering meegaan. Aandacht hebben voor het artistieke, het sportieve, het levensbeschouwelijke: dat is kwaliteit voor ons. We willen niet alleen de toekomstige hogeschool- en universiteitsstudenten opleiden, maar in de eerste plaats mensen vormen.” 

Ignatiaanse pedagogiek

De voorliggende eindtermen leggen volgens Van Rampelberg de nadruk op kwantiteit in plaats van op kwaliteit. Kwaliteit is voor hem onlosmakelijk verbonden met de tien bewegingen van de ignatiaanse pedagogiek. “We zeggen non multa, sed multum. Niet de hoeveelheid telt, maar de diepgang waarmee je de dingen bekijkt. Ook de zorg voor leerlingen, de cura personalis, dreigt secundair te worden. De voorliggende eindtermen zijn zo specifiek omschreven, dat we vrezen dat onderwijs het afvinken van lijsten wordt. De diepgang, het smaak geven en het passioneren komen in het gevaar. Daartegen willen we ons verzetten.” Het ignatiaanse opvoedingsproject heeft als eerste prioriteit vertrouwen geven, zowel aan leerlingen als aan leerkrachten. “Leerlingen hoeven het vertrouwen niet te verdienen, ze krijgen het. En dat geldt ook voor leerkrachten. Het kan geen kwaad eindtermen kritisch te bekijken en ze aan te passen aan de noden van vandaag, maar de eindtermen alleen zijn niet zaligmakend. In de eerste plaats moet er vertrouwen worden gegeven aan professionals die het beste voorhebben met hun leerlingen. Als je het beroep van leerkracht aantrekkelijker wil maken, dan is vertrouwen geven essentieel. Als je heel specifiek gaat opschrijven wat zij moeten doen, dan worden ze technische ambtenaren die uitvoeren wat er van hen wordt verwacht. Dat fnuikt de vrijheid en uiteindelijk de kwaliteit”, stelt de directeur. 

 


Frederik Van Rampelberg. © Sint-Jozefcollege

 

Schoonheid

Om kwaliteit te garanderen, spelen leerkrachten volgens Van Rampelberg een doorslaggevende rol. “Een school wordt gemaakt door leerkrachten. Maar ze moeten gepassioneerd zijn door hun werk en dat kan alleen als ze de vrijheid hebben om vanuit hun eigen verhaal te vertellen.” Het zijn ook dergelijke leerkrachten waar de directeur zelf met nostalgie op terugkijkt: “De leerkrachten die konden blijven vertellen over een schrijver of een vers tot in detail bespreken en vertellen wat dat met hen deed, die blijven bij. Omdat mijn leerkracht Frans de tijd nam de verwantschappen tussen Frans, Italiaans en Latijn te bespreken, ben ik Romaanse talen gaan studeren. Dat stond niet in het leerplan. Wij konden bijvoorbeeld drie lessen lang een gedicht ontleden. Dat is schoonheid. Een streefdoel van de jezuïeten is: ‘God zoeken in alle dingen’. Als we zeggen dat God liefde en schoonheid is, dan moet er in elk vak ruimte zijn om die schoonheid op te zoeken”. 

Gedwongen keuzes

De voorliggende eindtermen dwingen het schoolbestuur keuzes te maken. “In de tweede graad zullen we moeten kiezen tussen muziek en beeld. Ook voor ICT-vaardigheden plant onze koepel geen apart vak meer, maar er is een gemeenschappelijk leerplan ICT ontwikkeld, zodat die leerinhouden in verschillende vakken aan bod komen. Op zich is dat een nobele intentie. Maar als je dat doet in een vak waar het leerplan al zodanig vol is, dan bots je op de limieten. Wij kiezen toch voor een uurtje ICT in de tweede graad. Maar daar gaat een uur van onze vrije ruimte naartoe.”

Om artistieke vorming nog een plek te geven, heeft Katholiek Onderwijs Vlaanderen het vak MEAV (Maatschappelijke, economische en artistieke vorming) ontworpen. “Een gedrocht van een vak”, noemt Van Rampelberg het. “In één uur per graad zouden maatschappelijke, economische en artistieke leerinhouden aan bod moeten komen. Katholiek Onderwijs Vlaanderen is daar zelf ook niet tevreden over, het is een vertaalslag om die eindtermen in het curriculum van de lessentabel om te zetten. Wij gaan dat vak niet inrichten, maar een vak Mens en Samenleving maken waar het maatschappelijke en het economische aan bod komen. Zo kunnen we toch ten minste één uur behouden voor artistieke vorming. Opnieuw moeten we vissen in die vrije ruimte, maar de visvijver is beperkt.” Voor sommige richtingen zoals Latijn-Grieks betekent dat zelfs dat de leerlingen een extra uur naar school zullen moeten komen: “Er is geen complementaire ruimte. De enige keuze die daar rest, is een 33ste lesuur, om ze dan toch nog een beetje ICT en Duits te kunnen geven in het vierde jaar. Die richting riskeert geen vak artistieke vorming meer te hebben. Dat zijn keuzes die je liever niet maakt als je trouw wil blijven aan het humanioraconcept”.

Schoolkoor

Uiteindelijk zijn de leerlingen slachtoffer van die aanpassingen. “Zij hebben recht op diepgang en gepassioneerde leerkrachten. Net zoals ze recht hebben op een levensbeschouwelijke en artistieke vorming. Er zijn leerlingen die van thuis uit niet naar een academie worden gestuurd maar die tijdens muzikale vorming ontdekken dat ze graag zingen. Was dat vak er niet geweest, dan hadden ze dat misschien nooit ontdekt. Die leerlingen gaan dan meezingen in het schoolkoor. Dat is de kwaliteit waar wij als jezuïetencollege voor staan.”  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​