Tertio 1104 - Zalig de kleingelovigen

De mening van Dennis Vanden Auweele

Zalig de kleingelovigen

Om te geloven, zo wordt gezegd, moet je bewijzen op tafel leggen. Niemand lijkt die houding meer te belichamen dan de apostel Thomas, bekend als de ongelovige. Maar dat is Thomas ten gronde misverstaan. Hij belichaamt de houding van iemand die wil geloven, niet die van de ongelovige. Er is geen bewijs dat een ongelovige doet geloven. Maar om te blijven geloven, moet je het bewijs ook durven te omarmen.

“Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen?” Dat woord komt vaak terug in de Bijbel (zie bijvoorbeeld Mattheüs 6, 30; 8, 26; 16, 8 en Lucas 12, 28), meestal voorafgegaan door smeekbedes van twijfelaars en angsthazen. In het Engels is het een idioom geworden – Oh ye of little faith – voor een licht humoristische terechtwijzing van iemand die twijfelt aan andermans geloofwaardigheid. Ik merk bij mezelf heel wat kleingelovigheid, nu die verdraaide pandemie maar niet ophoudt. Ik twijfel over social distancing en of vaccins wel soelaas zullen brengen. Ik twijfel aan mezelf en anderen. In deze paastijd moet ik vaak denken aan die andere twijfelaar, de apostel Thomas, en hoe die vaak verkeerd begrepen wordt.

Ongeloof

Thomas was een van de twaalf apostelen, soms ook Didymus (tweeling) genoemd. In een apocrief geschrift, het befaamde Thomasevangelie, wordt hij voorgesteld als de tweelingbroer van Christus en er wordt vaak opgemerkt hoe Thomas op Hem, maar ook op Judas geleek. Na de dood van Jezus ging hij preken bij de Parten, Meden en Perzen, en volgens sommige bronnen ook helemaal tot in India. Petrus en Paulus hadden hun oog laten vallen op het Westen, Thomas op het Oosten. Vandaag is hij de patroonheilige van alles wat met de bouw te maken heeft, maar ook van de theologen. Toch is hij niet bekend als een groot architect van christelijke kerken. Nee, hij staat bekend als ongelovige, iemand die niet wou geloven dat Jezus verrezen was.
 


Waar was Thomas eigenlijk toen Christus zich een eerste keer toonde? Was hij misschien als enige van de apostelen niet angstig? Was hij al het evangelie gaan verkondigen nog voordat hij Christus verrezen zag? (schilderij: Caravaggio, De ongelovige Thomas, 1602-’03).  © Wikimedia

Na zijn verrijzenis verschijnt Christus aan de apostelen, wenst hun vrede toe en laat de heilige Geest over hen komen. Thomas was niet aanwezig. Bij zijn terugkeer volgt de befaamde scène, door Johannes als volgt naverteld: “De andere leerlingen vertelden Thomas: ‘We hebben de Heer Jezus gezien!’ Maar hij antwoordde: ‘Ik geloof het pas als ik in Zijn handen de wonden van de spijkers zie. Ik wil ze met mijn eigen vingers aanraken en ik wil met mijn eigen hand in Zijn zij voelen’” (20, 25). Zo staat Thomas bekend als een scepticus. Sommige apocriefe geschriften geven Thomas weerwoord. Toen Maria op haar sterfbed lag en de apostelen bij haar geroepen werden, moest Thomas helemaal uit India komen. Om die afstand te overbruggen, werd hij door een engel langs de hemelboog gedragen. Maria overleed toen hij onderweg was en hun zielen kruisten elkaar in het hemelruim. Zij wierp hem haar sluier toe als bewijsstuk van haar hemelopname. De andere apostelen geloofden hem niet. Zo staan ze gelijk in hun ongeloof.

Scepticisme

Voor de meesten staat Thomas symbool voor scepticisme en twijfel. Hij wil bewijzen op tafel voordat hij geloven kan. In 2011 maakten Maarten Boudry en Johan Braeckman een toespeling op Thomas in de titel van hun gelauwerde handleiding voor kritisch denken. De ongelovige Thomas heeft een punt, zo merkten zij op. Miraculeuze of buitengewone gebeurtenissen vereisen nu eenmaal buitengewoon veel bewijs. De opmerking van Boudry en Braeckman werd voorafgegaan door het befaamde stuk van de Schotse filosoof David Hume, On Miracles (1748). Diens stelling is helder: de bewijslast is even groot als de maat van het gebeuren. Voor Hume betekent dat dat geen enkel bewijs voldoende is om een mirakel te verantwoorden. Het zal steeds redelijker zijn te geloven dat iemand liegt of verward is wanneer die meent een mirakel gezien te hebben, dan dat die effectief een mirakel gezien heeft.

Wil om te geloven

Ik had altijd een vermoeden dat Thomas fout begrepen werd. Ik kwam een andere lezing op het spoor op aangeven van een paar goedbedoelende, maar wat conservatieve theologen. Zij vertelden mij dat Thomas niet noodzakelijk twijfelt aan de verrijzenis van Jezus, maar aan het feit dat Hij zich zou tonen aan de apostelen. Die lieden hadden Jezus namelijk in de steek gelaten en verraden. Was het wel de echte Jezus die zich toonde? Die Jezus is getekend door hun verraad en Thomas eist de littekens te zien. Daardoor vroeg ik mij af: waar was Thomas eigenlijk toen Christus zich een eerste keer toonde? Dat is niet bekend. Het is wel bekend dat de overige apostelen zich hadden verstopt uit angst. Was Thomas misschien als enige niet angstig? Was hij al het evangelie gaan verkondigen nog voordat hij Christus verrezen zag? 

Thomas lijkt mij net vervuld van een verlangen om te geloven. En zo’n verlangen wenst bewijs. In De gebroeders Karamazov (1880) van Fjodor Dostojevski is het de duivel die een diepe waarheid over Thomas openbaart. Hij fluistert een in waanzin vervallende Ivan Karamazov toe dat bewijs helemaal niets te maken heeft met geloof. De getormenteerde Ivan had alle bewijs verzameld dat hij best zou geloven, maar hij kon de stap niet zetten. Hij kon niet geloven. Thomas geloofde niet in de verrezen Christus omdat hij bewijs kreeg, maar net “omdat hij wilde geloven”. Hij was naar buiten getreden, had zich kwetsbaar opgesteld, omdat hij wou dat Christus verrezen was. Hij bleef niet bibberen en net daarom had voor hem bewijs zin. Niemand gelooft omdat hij daar voldoende bewijs voor heeft. Bewijs maakt geen geloof. Iemand die gelooft, ziet mirakels waar anderen bedrog en hallucinaties vermoeden.

Metgezel

Die Thomas helpt mij vandaag enorm. Er is nu veel reden om angstig thuis te schuilen. Ik geef de apostelen geen ongelijk. Thomas had daar waarschijnlijk ook alle reden toe. Maar alle rede ten spijt, ging hij toch hoopvol de wereld in. Zonder bewijs. Wanneer zijn geloof dan bewijs vond, kon hij niet anders dan dat vleselijk aangrijpen. Dat heb ik ook nodig. Corona heeft mij cynisch gemaakt. Ik hou me liever afzijdig. Het naderende rijk van de vrijheid zie ik niet en het licht aan het einde van de tunnel lijkt me een zoveelste aanstormende trein. Thomas biedt rust. Omarm het bewijs, steek je vingers in de wonde en laat het je geloof versterken. Dan kunnen wij binnenkort ook verrijzen.  III

 

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​