Tertio 1123 - Wereld herdenkt slachtoffers geloofsvervolging

Wereld herdenkt slachtoffers geloofsvervolging

De wereldgemeenschap herdenkt op 22 augustus voor de derde maal de slachtoffers van geweld uitgelokt door hun religieuze overtuiging of door een andere levensvisie. Hoewel de vrijheid van godsdienst of overtuiging verankerd is in het Handvest van de Verenigde Naties en in artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, nemen de schendingen van dat recht toe. 

Ludwig De Vocht

n de eerste 200 dagen van dit jaar alleen al werden in Nigeria volgens de International Society for Civil Liberties and Rule of Law 3.462 christenen vermoord. Circa 3.000 christenen werden er ontvoerd. Niet alleen christenen zijn het slachtoffer van geweld wegens hun geloofsovertuiging. In China worden Oeigoeren opgesloten omdat ze moslim zijn en worden Tibetaanse boeddhisten vervolgd, in Pakistan worden hindoes bijna gedwongen zich te bekeren tot de islam en proselitisme wordt in het hindoeïstische India in sommige deelstaten bestraft. Van de wereldbevolking woont 80 procent in landen met grote beperkingen van de godsdienstvrijheid, zo meldde het Amerikaanse 2020 Report on International Religious Freedom in mei. De pandemie draagt er intussen toe bij dat sommige mensen met een bepaalde geloofsovertuiging als zondebok worden gebrandmerkt. 

 


Christos Stylianides.  © Wikimedia​

 

Herdenkingsdag

De Internationale dag voor de slachtoffers van gewelddaden gebaseerd op religie of geloof werd in 2019 ingesteld door een resolutie van de Verenigde Naties, die was voorgesteld door Polen. De resolutie die van 22 augustus de speciale herdenkingsdag maakt, werd goedgekeurd in mei 2019 door de algemene vergadering van de VN, nadat die in december 2017 al had bepaald dat voortaan 21 augustus de Internationale herdenkingsdag voor de slachtoffers van terrorisme zou worden. De gruweldaden van Islamitische Staat (IS) in Irak en Syrië lagen toen nog vers in het geheugen. Met het geweld van IS tegen religieuze minderheden in het achterhoofd had de Europese Commissie in mei 2016 al de functie van Speciale gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of geloof buiten de EU in het leven geroepen, een functie die tot eind 2019 bekleed werd door de Slowaak Jan Figel.

VS en godsdienstvrijheid

In de VS liet de regering van Donald Trump zich intussen niet onbetuigd. In juli 2018 organiseerde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, de eerste ministeriële conferentie ter bevordering van de godsdienstvrijheid wereldwijd. Vervolgens richtten de VS in februari 2020 de Internationale alliantie voor vrijheid van godsdienst en geloof op. Die telt 32 leden waarvan 15 EU-lidstaten. België is geen lid. Begin juni 2020 tekende president Trump een executive order die van de bevordering van godsdienstvrijheid een prioriteit maakte van het Amerikaanse buitenlandbeleid. Eind december, enkele weken voor de machtswissel in het Witte Huis, verklaarden de leden van de alliantie dat ze zich zouden blijven inzetten voor de vrijheid van godsdienst en geloof.

 


Rashad Hussain.  © rr

 

EU-gezant

Op het Europese front was het toen al een jaar muisstil. Na groeiende kritiek op de Europese Commissie wegens het uitblijven van de benoeming van een nieuwe speciale gezant als opvolger van Figel, maakte de Commissie-Von der Leyen begin mei de benoeming bekend van de Cyprioot Christos Stylianides. Terwijl die volgens zijn woordvoerder de weken na zijn benoeming gesprekken voerde met “stakeholders uit de politieke en de religieuze wereld alsook uit ngo’s”, vond van 13 tot 15 juli in Washington de eerste jaarlijkse Religious Freedom Summit plaats. Die door de Amerikaanse bisschoppenconferentie gesteunde top boog zich over een handvest waarin onder meer de vrijheid van elke mens wordt bekrachtigd om te geloven in religieuze waarheden, ofwel om niet te geloven. 

VS-ambassadeur

De top in Washington werd mee geopend door Sam Brownback, de Amerikaanse ambassadeur voor internationale godsdienstvrijheid van de regering-Trump. De functie van die ambassadeur werd in 1998 in het leven geroepen. Washington leek na de machtswissel begin dit jaar evenmin als Brussel geneigd de post snel opnieuw te zullen bemannen. Eind juli droeg president Joe Biden evenwel Rashad Hussain voor als kandidaat. Daarmee was hij sneller dan president Barack Obama die anderhalf jaar nodig had om iemand te vinden. De 41-jarige Hussain heeft Indiase roots en is de eerste moslim in die functie. Onder Obama was hij speciale gezant voor de Organisatie voor Islamitische Samenwerking. Zowel Hussain als Stylianides krijgt met de heroveringstocht van de taliban in Afghanistan meteen een stevig dossier voorgeschoteld.  III

Tertio brengt op 1 september een dossier over de vervolging van christenen.

 

Getuigenis van een Rohingya-vluchteling

De vervolging van de islamitische Rohingya in het boeddhistische Myanmar is geen recent verschijnsel. In D’abord, ils ont effacé notre nom getuigt de in 1979 geboren Habiburahman over de “moorddadige apartheid” van het Birmaanse regime tegenover de Rohingya die werden verworpen als “kalar”, een racistisch scheldwoord.  

Habiburahman zette in 2018 zijn levensverhaal op papier met de hulp van de Franse journalist Sophie Ansel. Het was de eerste getuigenis van een lid van die bevolkingsgroep nadat het leger van Myanmar in augustus 2017 het wereldnieuws haalde met zijn zuiveringsacties tegen de Rohingya. “De geschiedenis van de Rohingya kan niet geschreven worden. Ze zou wel kunnen worden geteld aan de hand van het aantal doden. Of vluchtelingen”, schrijft de auteur. Habiburahman, die eind 1999 zijn land ontvluchtte en na een verblijf in Thailand en Maleisië 10 jaar later als politiek vluchteling in Australië belandde, laat de zuiveringsacties tegen de Rohingya beginnen in 1959 met de operatie Shwe Kyi of “Puur goud”. Die vond plaats onder het premierschap van Ne Win, die in 1962 aan het hoofd kwam van de militaire dictatuur en die daarna nog verschillende zuiveringsoperaties beval.

Onbevlekte natie

Pyi Thaya of “Mooie onbevlekte natie” was de codenaam die dictator Than Shwe gaf aan de etnische zuiveringen van 1991. Het doel ervan was volgens Habiburahman “het land te ontdoen van de onzuiveren die het koninkrijk van de boeddha bevuilen”. Doorheen het boek is één ding duidelijk: militairen en nationalistische boeddhisten zijn twee handen op één buik. “Il faut ‘birmaniser’ et ‘bouddhiser’ l’Arakan”, schrijft hij over de geboortestreek van de Rohingya in het westen van Myanmar. De zuiveringen onder Ne Win waren slechts een opmaat voor de wet die hij in 1982 uitvaardigde en die bepaalde dat wie het recht op het Birmaanse staatsburgerschap wilde behouden, moest behoren tot een van de 135 erkende etnische groepen. De Rohingya, die een donkere huid hebben, werden niet erkend. Ze werden stateloos in eigen land.

Het werd zelfs verboden het woord “Rohingya” uit te spreken, schrijft de auteur van D’abord ils ont effacé notre nom. Om diplomatieke redenen nam ook paus Franciscus tijdens zijn bezoek aan Myanmar eind 2017 dat woord niet in de mond. Ook na de militaire staatsgreep van februari blijft staatsburgerschap voor de Rohingya voorlopig een verre droom. (LDV)

Habiburahman & Sophie Ansel, D’abord, ils ont effacé notre nom. Un Rohingya parle, La Martinière, Parijs, 2018, 234 blz.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)