Tertio 1129 - “Mijn boek is een ode aan het leven”

Analyse gezondheidszorg

“Mijn boek is een ode aan het leven”

Een snel veranderende wereld stelt de gezondheidszorg voor uitdagingen. De coronacrisis zette die op scherp. Hoe ziet de zorgsector van de toekomst eruit? Tertio laat twee visionairs aan het woord.

Matthias Ausloos

Luc Van Gorp, theoloog, filosoof, verpleger en voorzitter van de Christelijke Mutualiteit (CM), is al sinds hij in 1995 afstudeerde met een licentiaatsverhandeling over “Nietschzes ziekte als sleutel tot zijn wereldbeeld” op zoek naar hoe de wereld en vooral de mens volgens hem in elkaar zit. In zijn boek Mensenmaat. Een pleidooi voor imperfectie brengt hij verslag uit van die zoektocht.

 

U pleit in uw boek voor een andere, imperfecte manier van leven met aandacht voor zingeving. Wat gaat er mis en wat kan beter?

“Het systeem waarin we leven, is er een van controle en opvolging, van snelheid en resultaten halen. De postbode die een pakje komt leveren, belt aan, maar is al weg naar de volgende klant voor je de deur kan openen. Ik denk dat dat een onhoudbaar model is. Een van de uitdagingen is dat het geloof of de kerk geen aansluiting vindt in die nieuwe wereld. Ze staat maar wat te kijken, terwijl er zoveel aanknopingspunten zijn. Het is raar dat de zoektocht naar zingeving geen issue is in de samenleving. We zetten wel psychologen en verpleegkundigen in, maar het is fundamenteler. We moeten echt aan mensen vragen of ze een zinvol leven ervaren. De meesten willen dat wel, maar het lukt hen niet. Er zijn mensen die het gevoel hebben niets anders te doen dan zinloze dingen. En zoals wij de aarde in haar grootheid bestieren, gaat ze echt naar de verdoemenis. We zijn verantwoordelijk voor onze eigen ondergang. Ook in de zorg heb ik mensen zien kapotgaan door de geneeskunde. Een arts is opgeleid om te genezen en zolang er hoop is, gaat die daarmee door. Je zou denken dat een afdeling palliatieve zorg vol ligt, maar nee. Als we horen dat patiënten daar beter naartoe zouden gaan, zeggen we vaak: ‘Ja maar, hij is er nog niet klaar voor’, of is de dokter nog volop bezig van alles te doen. Het gevolg is dat als mensen dan toch op de palliatieve afdeling terechtkomen, de tijd die ze nog hebben zo kort is, dat het beeld ontstaat dat die afdeling er is om snel dood te gaan. Om de cultuur van een palliatieve afdeling te ervaren, werkte ik de voorbije zomer een week mee als verpleger op zo’n afdeling. De cultuur in een ziekenhuis is er vanuit mijn ervaring niet op ingesteld mensen naar de palliatieve zorg te sturen, want dat lijkt nog steeds een falen. We bemeesteren de mens soms echt als een object. Wie op een palliatieve afdeling verblijft, vraagt echt wel een andere aanpak. Dat zijn mensen aan wie je de laatste vragen mag stellen en niet meer de voorlaatste vragen over een behandeling of een oplossing. Ze hebben vaak pijn of een moeilijke ademhaling en je moet hen op dat vlak wel helpen, maar er is meer nodig dan dat medisch-technische.”

 

In de maatregelen tegen corona werd sterk de nadruk gelegd op dat technische – het aantal besmettingen reduceren – waardoor bij veel mensen het mentale welzijn in het gedrang kwam. Komt dat intussen wel onder de aandacht?

“Als iemand bloedt, moet je natuurlijk de wonde stelpen en niet over existentieel welbevinden beginnen, maar het is wel zo dat we voor een uitdaging staan in de gezondheidszorg en we hebben hopelijk iets geleerd uit corona. In het orgaan dat het gezondheidszorgbudget beheert, hebben we gezondheid gedefinieerd als meer dan louter het lijfelijke of het technische, maar ook kwaliteit van leven, zingeving en sociaal welbevinden geïntegreerd. Dat we dat kunnen doen, heeft ook te maken met de context die krachtige signalen geeft. Er zitten vandaag te veel mensen langdurig ziek thuis, niet met een fysiek maar met een mentaal probleem. We zullen de kaap van 500.000 langdurig zieken overstijgen en dan hebben we de gevolgen van corona nog niet mee in rekening gebracht. Er zijn ook mensen die kwaad zijn omdat de woonzorgcentra niet voorbereid waren op corona. Natuurlijk was dat niet zo, woonzorgcentra zijn geen ziekenhuizen en hadden niet de juiste mensen om zich tot een ziekenhuis om te vormen. We gaan van onze woonzorgcentra toch geen ziekenhuizen maken? Zo kom ik bij de kern van mijn boek: vanwaar toch die obsessie om zo lang mogelijk te leven? Als dat niet gepaard gaat met kwaliteit van leven, dan heeft ‘leven’ toch geen betekenis? Dat klinkt hard, maar ik word daar steeds kwader van. Mensen zien het als een overwinning van de mensheid om 100 jaar te worden. Ik weet eigenlijk niet of dat zo leuk is.”

 

En toch, als er één ding zeker is in het leven, is het dat we doodgaan.

“We weten dat we doodgaan, anders zouden we anders leven. Waarom verstoppen we dat dan zo obsessief? Op de palliatieve afdeling beland je plots in een andere wereld. Dan gaat het ineens over waaromvragen en niet meer over hoe-vragen. Maar dan is de tijd nog maar zo kort. We hebben nu het systeem van vroegtijdige zorgplanning, waarbij we het einde van het leven op voorhand vastleggen, met betrekking tot reanimatie, euthanasie enzovoort. Dat is zo technisch, terwijl je mening daarover door veranderende omstandigheden elke dag kan wijzigen. Ook met het thema van voltooid leven worstel ik al lang. In de theologie hebben we het over de eerbied van het leven versus de heiligheid ervan. Jezus zelf heeft zich aan het leven niet krampachtig vastgehouden. Heiligheid van leven is een gevaarlijk begrip. In de geneeskunde wordt er soms zoveel gedaan om het leven als ‘leven’ in stand te houden, terwijl er al zoveel aan is geprutst dat het eigenlijk geen leven meer is zoals je dat zou moeten ervaren. We merken de jongste jaren dat mensen zeggen: ‘Mijn leven is voltooid, mag ik het dan nu loslaten?’ We hebben altijd het gevoel dat we iets moeten doen, zeker als iemand aan het sterven is. Ik denk dan: laat dat nu gewoon gebeuren. Zelf is die persoon vaak heel rustig, maar het is de omgeving die niet goed met tijd, lijden, dood, pijn en verdriet kan omgaan. De geneeskunde blijft doorgaan, maar ten koste van wat? En waarom? Er zijn nog te weinig artsen die dan niet meer de problemen proberen op te lossen, maar die zich bij de patiënt neerzetten en vragen hoe het gaat en of die bezig is met zijn afscheid. Dat wordt nog te veel gezien als een falen, terwijl het dat helemaal niet is, integendeel. De geneeskunde is nog te zwart-wit. Maar het leven is dat niet.”

 


Luc Van Gorp.  © Karel Hemerijck

 

Naar ouderdom wordt ook anders gekeken dan vroeger. In veel culturen worden ouderen nog met veel respect benaderd en als leiders van de gemeenschap gezien. Kerkvader Tertullianus schreef 1800 jaar geleden al dat hoe harder mensen proberen hun ouderdom te verstoppen, hoe meer dat opvalt voor anderen.

“Zeker, dat doen we! Neem nu rimpels. Veel mensen vinden het erg die te hebben. En dan kijk je naar mensen die rimpelloos zijn. Dat ziet er niet uit en iedereen ziet dat. Ik vind een rimpel mooi. Een oude persoon ziet er prachtig uit. Toch doen velen er alles aan om ouderdom te maskeren en te verstoppen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door ouderdom. Door de professionalisering van de zorg is een cultuur gecreëerd waarin mensen zeggen: ‘Ik ga niet voor mijn ouders zorgen, daar zijn professionele mensen voor!’ Maar die zullen er mogelijk niet meer zijn door het chronische personeelstekort dat zich aftekent in de ouderenzorg. Als je dat weet, hoe moet je je daartegenover positioneren? Zo krijg je het tegenovergestelde effect: mensen willen of kunnen niet meer oud worden en zullen er alles aan doen om dat uit te stellen of ervoor te zorgen dat ze nooit oud zullen worden. Ze hopen dan dat ze euthanasie krijgen als ze erom vragen, maar dat als ze dat niet willen, er toch altijd mensen zullen zijn die ondanks hun beperktheden en zorgen kwaliteitsvol en menselijk voor hen gaan zorgen. Eerlijk gezegd ben ik bang dat dat mogelijk niet het geval zal zijn. Het is dat debat dat we binnen onze samenleving moeten voeren. We zijn verplicht die fundamentele vragen te stellen. Vanwaar die obsessie met ouderdom, om zo oud mogelijk te worden? Want eens we oud zijn, lijkt dat plots een probleem te zijn. Is het wel goed dat er zoveel generaties tegelijkertijd de wereld bevolken? Op een bepaald moment zou alle aandacht naar het kind moeten gaan, maar we zorgen niet alleen voor onze kinderen, maar ook voor onze ouders, grootouders en overgrootouders. Dat is allemaal heel complex en doet afbreuk aan de aandachtverdeling. Momenteel smeekt zowat alles en iedereen in de samenleving om aandacht. We zijn iets aan het creëren dat mensen helemaal onderuithaalt. We moeten terug naar trager en zorgzamer. Vandaag is bovendien werk het ultieme doel van leven geworden, terwijl het leven zelf dat is. Je hebt er maar één. Eigenlijk is mijn boek een ode aan het leven.”

 

Ondanks uw pleidooi voor waarom-vragen toch nog een hoe-vraag. Hoe ziet u uw visie gerealiseerd worden?

“Bovenal wil ik mijn ervaring meegeven en niet zeggen wat mensen moeten doen. Het gaat niet van boven naar beneden gebeuren, maar omgekeerd. Het begint bij kleine verhalen. Als ik een week in een woonzorgcentrum ga werken, is dat niet voor grote theorieën, maar om de kleine verhalen mee te nemen. Ik geloof ook in het herijken van de zorgberoepen. We moeten artsen en zorgverleners fundamenteel anders opleiden. Klassiek opgeleide artsen vertrekken vanuit een probleem en zoeken dan een oplossing door een behandeling op te starten, vaak heel symptomatisch. We moeten veel meer vertrekken vanuit de patiënt en vragen hoe het met hem gaat. Niet vertrekken vanuit een klacht, maar vanuit de kracht van de patiënt. Zo krijg je een heel andere manier van behandelen. En hoewel we in een star systeem zitten, bang voor verandering, ben ik er toch van overtuigd dat daar de oplossing zit. Uiteindelijk zal de mens het winnen van bestaande systemen die zijn leven te veel bepalen. Wanneer mensen in de geschiedenis vonden dat ze echt op een onhoudbaar systeem vastliepen en duidelijk maakten dat het genoeg was geweest, kwamen ze in opstand en ontstond er een nieuwe orde. Mocht er zo’n revolutie komen, dan denk ik dat we door de kennis die we hebben en door het gebruik van de technologie en de digitalisering, in staat zullen zijn op een andere manier te leven die de mens veel meer tot zijn recht zal laten komen. Nieuwe dingen ontstaan van onderuit, vanuit de kleine verhalen. Daarom ben ik zo hoopvol, omdat de mens opstaat vanuit die kleine verhalen. Een mens wil graag gezien worden en vraagt authentieke connectie. Dat is volgens mij nooit anders geweest. Juist omdat we die connectie niet kunnen waarborgen, is de mens vervreemd van zijn fundament. Als hij dat niet ervaart, zal die mens meer aandacht vragen en gaat hij harder roepen tot op een bepaald moment de stop erafgaat en je een revolutie krijgt, al is dat maar een kleintje. Als meer mensen hetzelfde ervaren, krijg je verandering. Ik denk ook dat religie of zingeving, juist omdat dat vanuit de diepte van elke mens een wezenskenmerk is, opnieuw een plaats zal krijgen, omdat de mens fundamenteel zinzoekend is en met anderen verbonden wil zijn. Ik geloof in verandering, niet vanuit onze bestaande systemen van politiek of kerk, maar via de kleine verhalen van mensen.”  III

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​