Tertio 1131 - Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap lanceert “Bijbel van de 21ste eeuw”

Analyse nieuwe Bijbelvertaling

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap lanceert “Bijbel van de 21ste eeuw”

17 jaar nadat De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) het licht zag, verschijnt vandaag een gereviseerde versie: de NBV21. Daarmee lost het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap een belofte in: lezers konden na de publicatie van de editie uit 2004 hun kritiek of commentaar geven. Na ruim 12.000 revisies is de Nieuwe Bijbelvertaling 2021 een feit. 

Kelly Keasberry

De Grote Kerk in Den Haag staat vandaag in het teken van de lancering van een gloednieuwe Bijbelvertaling. “De NBV21 is de Bijbel voor de 21ste eeuw”, klinkt het overtuigd bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. De vertaling kwam mede tot stand dankzij duizenden lezersreacties op de vorige versie. Het resultaat is volgens projectleider Matthijs de Jong “een breed gedragen vertaling voor uiteenlopende kerkelijke tradities en stromingen”. Toch kan niet iedereen zich daarin vinden.

Alweer een nieuwe Bijbelvertaling? Dat was de vraag die rees toen de Nieuwe Bijbelvertaling 2021 werd aangekondigd. De Bijbel is het meest vertaalde boek ter wereld. Sinds september 2020 is het heilige boek van het christendom beschikbaar in 704 talen en het Nieuwe Testament in 1.551 talen. Nederlandstalige lezers kunnen kiezen uit zo’n zeventien vertalingen, waarvan de NBV21 de jongste is.

Katholieken en protestanten

Het NBV-project ontstond in de jaren 1990. Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) stelde zich tot doel om in samenwerking met de Katholieke Bijbelstichting (KBS) en de Vlaamse Bijbelstichting (VBS) een eigentijdse standaardvertaling van de Bijbel te maken. Het was niet de eerste keer dat zo’n grootschalig project in het Nederlandse taalgebied van de grond kwam. In 1618 werd tijdens de Synode van Dordrecht de opdracht gegeven voor de Statenvertaling, de eerste officiële Nederlandstalige Bijbelvertaling die rechtstreeks vanuit het Hebreeuws, Aramees en Grieks werd vertaald. Waar de Statenvertaling vooral door protestanten werd omarmd, bleef voor rooms-katholieken de Leuvense Bijbel de norm. Die vertaling, in 1548 uitgebracht door augustijnerkoorheer Nicolaas van Winghe (1495-1552), was in Brabants dialect geschreven en steunde voornamelijk op de Latijnse Vulgaattekst.

 


Matthijs de Jong is als projectleider revisie en woordvoerder betrokken bij de NBV21. Ook werkte hij mee aan de Bijbel in Gewone Taal.  © nbg

 

Het NBV-project was in dat opzicht een breuk met de geschiedenis. “Niet eerder hadden zoveel verschillende kerken en religieuze stromingen – protestants, rooms-katholiek, joods – zich samen verbonden aan een vertaalproject”, getuigt Matthijs de Jong. “En niet eerder was een zo grote groep Bijbelgeleerden, taalkundigen, neerlandici en literatoren uit Nederland en Vlaanderen bijeengebracht om samen te werken aan een vertaling.” Ze vonden elkaar rond de afgesproken vertaalmethode. Doel was de inzichten van de moderne taalkunde en kennis van de Bijbel te laten samenvloeien met de kunst van het vertalen. “Het resultaat was een sprekende tekst in eigentijds Nederlands, waarin het eigen geluid van ieder Bijbelboek te horen is. De Bijbel is een bibliotheek van zeer verschillende boeken. Je hebt te maken met allerlei genres – verhalen, poëzie, brieven, wetten – en ieder Bijbelboek heeft zijn stijl, vocabulaire en sfeer.” De vertalers stonden enerzijds voor de uitdaging de eigen toon en stijl van ieder Bijbelboek zoveel mogelijk te behouden, anderzijds om ondanks die veelstemmigheid een consistent geheel te creëren. Een vertaalaanpak die voor de Bijbel relatief nieuw is, maar volgens De Jong kansen biedt: “Men zag een nieuwe, overtuigende, gezaghebbende vertaling voor zich die verbinding zou kunnen leggen tussen de grote diversiteit aan stromingen en kerken voor ons taalgebied”.

Mijlpaal 

In 2004 rolden de eerste NBV-edities van de drukpers. Hoewel de verschijning volgens De Jong een “mijlpaal in de geschiedenis” was, maakte de vertaling tevens een stortvloed aan reacties los. “Die kwamen niet onverwacht. Al eerder hadden we laten doorschemeren dat er nog aan een verbeterde versie zou worden gewerkt.” Tussen 2017 en 2020 stelde het NBG een vertaalteam samen dat de uitgave opnieuw aan de brontekst toetste. Daarbij werden de lezersopmerkingen in ogenschouw genomen. “Het leverde veel op”, getuigt De Jong. “Zo bleek uit de reacties dat bepaalde vertaaloplossingen niet werkten of tot misverstanden leidden.” In de versie die nu wordt gelanceerd, werden zo’n 12.000 wijzigingen doorgevoerd, een gemiddelde van bijna acht per pagina. “Soms gaat het over punten en komma’s, maar soms is het ook een veel krachtigere formulering of een ander inzicht in de tekst. Maar aan de kern van de Bijbel verandert uiteraard niets”, zegt vertaler Cor Hoogerwerf. Bepalend voor exegetische keuzes is de bril waardoor de Bijbel wordt gelezen. Het NBG koos voor de insteek van “literair monument, inspiratiebron en heilige tekst”. Gevolg is dat de NBV21 opnieuw hoofdletters gebruikt bij de persoonlijk voornaamwoorden bij God (Ik, U, Hij); de zogenaamde eerbiedshoofdletters. “Het hoofdlettergebruik is nog altijd een bekend gebruik in het Nederlands”, zegt De Jong. “Zeer breed leeft het gevoel dat dat passend is in het spreken over God. Dat is wat lezers het meest zeiden te missen in de NBV en daar heeft het NBG naar willen luisteren.”

Sleuteltermen

Een ander aandachtspunt was om sleuteltermen beter zichtbaar te maken. “Zulke motiefwoorden wijzen op verbanden in de tekst die belangrijk zijn voor de betekenis”, verklaart De Jong. Een voorbeeld is het woord chajil, waarmee Boaz en Ruth in het boek Ruth allebei worden aangeduid. In de NBV wordt dat voor Boaz vertaald met “belangrijk” en voor Ruth met “bijzonder”. De NBV21 gebruikt voor beiden hetzelfde woord: “moedig”. Daarnaast waakten de Bijbelvertalers erover te veel in te vullen. “Vaak is een iets opener vertaling beter”, meent De Jong. Als voorbeeld noemt hij Mattheüs 10, 29. “De NBV vermeldt: ‘Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil’. Veel lezers hebben moeite met het woord ‘wil’, omdat het klinkt alsof het lijden op aarde Gods wil is. De brontekst zegt het opener: niets gebeurt ‘zonder jullie Vader’. De NBV21 vertaalt daarom: ‘er valt er niet één dood neer buiten jullie Vader om’. God is erbij betrokken. Meer hoeft de vertaling niet in te vullen.” 

Monniksgier

Een andere wijziging betreft de diersoorten in sommige passages. “Dat is het gevolg van de inbreng van lezers, maar daarnaast hebben we ook zelf deskundigen geraadpleegd”, verklaart Hoogerwerf. “Ergens in de Bijbel wordt bijvoorbeeld de zwarte gier genoemd. Maar dat is een Noord-Amerikaanse vogel, die leefde helemaal niet in de regio van Israël. Daarom is die in de nieuwe versie vervangen door de monniksgier.” Om dezelfde reden maakte de visuil plaats voor de aalscholver en de katuil voor kerkuil. “In 2004 heeft men kerkuil proberen te vermijden om de eenvoudige reden dat er in het Oude Testament nog geen kerken waren. Maar dat is op verzoek van de deskundigen aangepast omdat dat de gebruikelijke naam is van de vogel die wordt genoemd.” Opmerkelijk is ook dat het stekelvarken uit 2004 veranderde in een roerdomp, een reigerachtige. “Dat is een voorbeeld van een heel oud vertaalprobleem: we weten eigenlijk niet wat het originele Hebreeuwse woord betekent. En als je kijkt naar oude Bijbelvertalingen, zie je dat het de ene keer vertaald wordt als stekelvarken en de andere keer als roerdomp”, stelt Hoogerwerf. De context biedt hulp: er wordt verwezen naar een moeras en naar een beangstigend geluid van dieren. Dat past bij de roerdomp. Voor het eerst maakt ook de dromedaris zijn opwachting in de Bijbel. “Lezers hadden ons erop gewezen dat een dromedaris logischer zou zijn in een warm gebied als Israël omdat de kameel in koudere streken voorkomt”, geeft Hoogerwerf aan. “We hebben het uitgezocht en blijkbaar kende men in het oude Israël beide dieren. De meeste kamelen zijn behouden in de nieuwe vertaling, maar wanneer de koningin van Seba vanuit Zuid-Arabië naar koning Salomo reist, lijkt het toch waarschijnlijker dat ze dat met een karavaan dromedarissen deed. Dat is dus een van de voorbeelden waar de kamelen vervangen zijn.”

Katholieke uitgave

“Voor het werk aan de NBV21 hebben we dankbaar gebruikgemaakt van alle duizenden lezersreacties”, besluit De Jong. “Daar zitten veel reacties van katholieke zijde tussen. Dat maakt de NBV21 tot een breed gedragen vertaling die bruikbaar is voor uiteenlopende kerkelijke tradities en stromingen. Daarom verzorgt het NBG ook een editie waarin de deuterocanonieke boeken zijn opgenomen. We zijn bovendien bijzonder blij dat zowel bij de presentatie in Nederland als die in Vlaanderen een van de bisschoppen een eerste exemplaar van de vernieuwde vertaling in ontvangst zal nemen. Over de mogelijkheden om op termijn tot een katholieke uitgave te komen, blijven we graag in gesprek.”  III

De Vlaamse lancering van de NBV21 vindt plaats op zaterdag 23 oktober om 15 uur in de Begijnhofkerk in Mechelen. Ook worden er twee studiedagen gehouden: aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven op vrijdag 28 oktober om 15 uur en aan de Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee op zaterdag 29 oktober van 10 tot 13 uur. www.bijbelgenootschap.be

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​