Tertio 1132 - Kerk blies warm en koud over sport

Kerk blies warm en koud over sport

De worstelaar en de gymnast die zijn evenwicht zoekt op de balk: twee sportfiguren die perfect de relatie van de kerk met de moderne sport verbeelden. De kerk moest vanaf de 19de eeuw positie innemen over het favoriete volksvermaak en dat verliep niet zonder slag of stoot. Historicus Dries Vanysacker (KU Leuven) schreef er een stevig werk over, een sportgeschiedenis met religieuze insteek.

Sylvie Walraevens

De moderne sporten waren eind 19de, begin 20ste eeuw lang niet zo volks en wijdverspreid als vandaag. In de Angelsaksische wereld werden sporten als tennis, voetbal of rugby beoefend binnen de topscholen, waar intellectuele en fysieke ontwikkeling mooi in evenwicht werden gehouden. “Dat was typisch voor het ‘gespierde christendom’ zoals protestantisme en anglicanisme wel eens worden genoemd”, verklaart Dries Vanysacker. “Het katholicisme wordt gezien als een veeleer spirituele en intellectuele denominatie. Die perceptie heeft alles te maken met de katholieke antropologie, die zeker tot WOII dualistisch was: lichaam en ziel zijn gescheiden en het lichaam staat in dienst van de ziel. Dat leidde tot tegenstrijdige benaderingen van sport: sommigen vonden dat het lichaam als dienstmaagd goed moest worden verzorgd, anderen vreesden de cultus van het lichaam en de verwaarlozing van de ziel. Pas vanaf Vaticanum II bepaalde een holistisch mensbeeld de kerkelijke kijk op sport. Johannes Paulus II zag de mens als geïncarneerde ziel en beeld van God.”

Pleitbezorgers

Onder invloed van de Angelsaksische cultuur werden ook bij ons geleidelijk aan sporten op school beoefend, maar ze werden nog niet in het curriculum opgenomen, met uitzondering van turnen. Voorlopers als de jozefieten, de jezuïeten, de salesianen, de benedictijnen of de broeders van de christelijke scholen organiseerden wel sport en competities op hun internaten en als naschoolse activiteit. Dat gebeurde veelal op aansturen van enkele progressieve pleitbezorgers die fair play en het principe van een gezonde geest in een gezond lichaam huldigden. Bovendien vonden zij het verstandiger zelf controle te behouden over de lichamelijke activiteit. De moderne sporten waren aan een opgang bezig en katholieke scholen die ze verboden, zouden studenten verliezen aan de athenea. Hun visie stuitte evenwel op heel wat kerkelijke tegenstand. 

 


De Angelsaksische scholen liepen ver vooruit in het huldigen van het adagium “een gezonde geest in een gezond lichaam”. Al in de 19de eeuw namen zij sport op in het schoolcurriculum.  © rr

 

Wielrennen

Sporten binnen schoolverband was één zaak, professionele sportbeoefening een ander paar mouwen en aanvankelijk een steen des aanstoots voor de kerk. “Professionele wielrenners reden in loondienst en de kerk had daarover geen controle”, legt Vanysacker uit. “Dat maakte haar wantrouwig. Wie op zondag koerste, ging immers niet naar de mis. En naarmate de sport aan populariteit won, verzaakte ook het publiek aan zijn zondagsplicht. Wielrennen werd daarom weggezet als een goddeloze activiteit die leidde tot losse zeden en ongehoorde contacten met de ‘neutrale wereld’. Na WOII nam de kerk daarin een 360-gradenbocht. Via uiterst katholieke renners als Gino Bartali, Briek Schotte en later Eddy Merckx werd die sport voortaan omarmd. Wielrennen werd gaandeweg gezien als een katholieke sport, een perceptie die tot de jaren 1970 door de kerk werd gestimuleerd.”

Vrouw en sport

Ook vrouwensport genoot tot de jaren 1960 geen volle kerkelijke goedkeuring. Vrouwen mochten wel sport beoefenen, maar niet in competitie of in het openbaar. De kerk liet vrouwensport alleen toe zolang die het lichaam niet schaadde met het oog op het moederschap, de belangrijkste vrouwelijke rol. Ze vreesde ook de ‘vermannelijking’ van vrouwenlichamen, een bedreiging voor het katholieke familieleven. Die visie wordt sterk geïllustreerd door een eis van aartsbisschop Jozef Van Roey. In 1927 drong hij bij de Katholieke Antwerpse Juffers Turngouw aan op een intern reglement waarbij de organisatie van gemengde turnfeesten verboden was, meisjes alleen door een vrouw werden getraind en elke overtreding streng werd bestraft. De vrouwen mochten hun sport alleen op gesloten terrein beoefenen en ook de kledijkwestie was een belangrijk punt. Vandaag verguizen we de vrouwonvriendelijke maatregelen van de Afghaanse taliban, maar nog geen eeuw geleden was dat ook de tijdgeest in onze contreien. “Niet alleen de kerk stuurde daarop aan, de hele samenleving zat in dat carcan”, duidt Vanysacker. “Men zag altijd in de eerste plaats de mogelijke excessen. Benito Mussolini, die aanvankelijk meisjes met wapens liet paraderen, sloot zich later aan bij het moederbeeld van de kerk. En bij ons werden vrouwelijke sportstudenten tot de jaren 1970 naar de Brusselse Parnas gestuurd, de jongens naar het ‘Sportkot’ in Leuven.”

Verzuiling

De katholieke stellingname had in de 19de en de 20ste eeuw ook alles te maken met de sterke verzuiling van de Belgische maatschappij. Het hele leven werd ideologisch ingedeeld. In Brugge gingen de kinderen van de katholieke colleges naar Cercle Brugge, opgericht door de xaverianen, de leerlingen van de athenea sloten aan bij Club Brugge. Evenzo met Racing Mechelen (socialistisch) en KV Mechelen (katholiek) of Standard Liège (jezuïeten) en Club de Liège (neutraal). Mede onder aansturen van de norbertijn Antoon Van Clé (zie kader) werd sport gaandeweg onttrokken aan de Katholieke Actie. Van Clé betoogde dat je als gelovige in een neutrale omgeving een positieve invloed kon uitoefenen. Na Vaticanum II evolueerde ook de ingesteldheid van de kerkhiërarchie. Sport met zijn fair play, groepsgeest, lichamelijke gezondheid en kameraadschap werd voortaan gezien als “goed op zich” en de kerk moest daar geen beslag op leggen. In die tijd veranderde ook het politieke landschap. De deconfessionalisering en de subsidiëring van sport zorgden voor talrijke fusies van katholieke en neutrale bonden. 

Spirituele adviseurs

Vandaag rijst de vraag of religie nog een plaats heeft in de sport. “In het sterk geseculariseerde België lijkt die vraag beantwoord”, reageert Vanysacker, “maar de Belgische context is niet de norm. Landen als Duitsland, Oostenrijk, Italië of Frankrijk nemen nog steeds een proost mee naar grote competities. In het VK hebben de topvoetbalploegen een geestelijk adviseur en AS Roma heeft een kerk met zondagsdienst op zijn oefenterrein. Rome bevraagt momenteel de bisschoppenconferenties. Gezien de grote mentale druk op topsporters wil de kerk graag spirituele adviseurs aanbieden voor wie daar nood aan heeft. Dat aanbod is niet missionair maar vraaggedreven. Historisch gezien was de relatie tussen kerk en sport steeds een moeilijke evenwichtsoefening, maar vandaag is haar kijk op sport onverminderd positief, excessen als corruptie, doping of racisme niet te na gesproken. Johannes Paulus II en ook Franciscus hebben zich uitvoerig uitgelaten over de betekenis van sport voor de gelovige. Toch is er nooit een katholieke theologie van de sport ontwikkeld. Dat veld ligt open.”  III

Dries Vanysacker, Katholicisme en sport in de Lage Landen (19de eeuwheden). Een moeilijk evenwicht, Halewijn, Antwerpen, 2021, 432 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop. 

Het boek wordt op 6 november om 15 uur voorgesteld in de Vesperzaal van de abdij van Tongerlo, Abdijstraat 40, Tongerlo. Inschrijven kan via halewijn.uitgaven@kerknet.be

 

Sporten in norbertijnse geest

De norbertijnenabdij van Tongerlo nam al vroeg het voortouw in de aanvaarding van competitiesport. Pater Antoon Van Clé (1891-1955) besefte door zijn contact met een professionele wielrenner dat de kerk die sportlui als minderwaardig, want buiten de kerk zag. Hij benadrukte dat allen, ook wie tot de lagere sociale klasse behoort, de ledematen van het mystieke lichaam van Jezus vormen. Hij startte een beweging met wielrenners, boksers en worstelaars, allemaal sporters die door de kerk werden uitgespuwd. Daar liggen de wortels van de organisatie Sporta, die nog steeds sportactiviteiten en -kampen aanbiedt aan jongeren. Sporta – languit Sportapostolaat – bracht jonge sporters het geloof bij en benadrukte de ethische kant van sport: als gelovigen konden zij ook in neutrale sporten iets betekenen. Vandaag is de katholieke identiteit van Sporta minder evident.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​