Tertio 1133 - Steunpilaar in moeilijke dagen

Achterkrant met Nele Timmerman

Steunpilaar in moeilijke dagen

Nele Timmerman (1978) is begrafenisondernemer. “Een dankbaar beroep”, vindt ze. “Eigenlijk is het een manier van leven.” Ze zag hoe mensen door de coronapandemie bewuster omgingen met dood en afscheid. “Terug naar de essentie. Dat proberen we vast te houden in de toekomst.” 

Frederique Vanneuville

Toen ik in de zaak van mijn ouders stapte, was ik 23. Voordien sprong ik af en toe al bij en zo ben ik er vanzelf in gerold. Zelf was ik vol vertrouwen, maar ik besef nu dat de klanten wel eens zullen hebben gedacht: ‘Wat een snotneus’. Als begrafenisondernemer heb je een zekere maturiteit nodig. Je moet luisteren naar wat mensen zeggen en vooral goed horen wat ze niet zeggen, want op zo’n emotioneel moment krijgen ze de dingen niet altijd goed verwoord. Het komt erop aan een evenwicht te vinden tussen wat ze willen, wat ze nodig hebben en wat ze zeggen te willen maar niet nodig hebben. Het is onze taak een uitvaart te organiseren die perfect verloopt, met het grootste respect voor de overledene, zodat de familie verder kan. Je kan het maar één keer doen en het is een belangrijke stap in de rouwverwerking als de nabestaanden achteraf kunnen zeggen dat het een mooi afscheid was.

Werk en emoties gescheiden houden

Families kunnen veeleisend zijn en soms moet je een duidelijke grens trekken zodat je je job kan volhouden en mentaal en fysiek op de been blijft. Het grootste en enige nadeel van ons werk is dat het onvoorspelbaar is en nooit stopt. Door corona hebben we voor het eerst sinds 1 januari 1977 de winkel moeten sluiten. Anders staat de deur altijd open. Ons beroep is zeer afwisselend en we krijgen veel dankbaarheid. Toch zal ik niet gauw vertellen dat ik begrafenisondernemer ben, want dan komen de typische vragen over de doden en de dode lichamen, hoewel dat slechts een klein deel van ons werk is. Onze tijd gaat vooral naar families begeleiden, naar de kerk gaan, de aula klaarzetten, drukwerk en bloemstukken verzorgen, telefoons en mails beantwoorden, de teksten, muziek en filmpjes voor de diensten uitwerken enzovoort. Ik krijg ook altijd de vraag of ik al dat verdriet van me kan afzetten. Het antwoord is ja. We zijn meelevend, maar gaan niet mee in het verdriet. We helpen de families het best door werk en emoties gescheiden te houden. We zijn voor hen een steunpilaar in die moeilijke dagen, een rustige persoon op wie ze kunnen terugvallen voor alles wat praktisch en nuchter moet worden bekeken, zodat ze kunnen buitengaan met het gevoel dat alles in orde komt, ook al zien ze zelf niet hoe het allemaal moet gaan. 

Niet alleen kommer en kwel

We hebben hier ook veel plezier. Het is heus niet alleen kommer en kwel. De dood is het leven: mensen worden geboren en komen te overlijden. Het overlijden van jonge kinderen is natuurlijk anders. Zulk verdriet draag je je leven lang mee. En ouders die hun volwassen kind moeten afgeven, dat doet me ook elke keer iets. ‘Hadden ze mij niet kunnen komen halen?’, lees je dan in hun ogen. Het is de bedoeling dat kinderen hun ouders begraven, niet omgekeerd. Het ergste vind ik het wanneer jonge mensen sterven die volop in het leven staan, met jonge kinderen. De gevolgen daarvan zijn voor veel anderen zeer groot, op veel vlakken. Maar ieder sterfgeval is een apart verhaal. Iedere keer is het iemand die wegvalt in een familie. Daarom wordt ons werk nooit routine.

 


Nele Timmerman ziet het als haar taak een uitvaart te organiseren die perfect verloopt. “Je kan het maar één keer doen en het is een belangrijke stap in de rouwverwerking als de nabestaanden achteraf kunnen zeggen dat het een mooi afscheid was.”  © Daniëlle Vandecasteele

 

Alleen naar huis

Toen we tijdens de coronapandemie te maken kregen met bewoners van woonzorgcentra die moederziel alleen gestorven waren, onmiddellijk gekist werden en begraven zonder dat iemand mocht komen groeten, vond ik dat mentaal wel zwaar. Dat blijft me sterk bij. Het was moeilijk om aan de mensen te moeten zeggen dat sommige dingen gewoonweg niet konden. Gelukkig begrepen ze dat wel en gingen ze er vaak pragmatisch mee om. Toch zal het bij veel families blijven knagen dat ze zelfs niet het minimum konden doen. Daar blijven ze volgens mij voor altijd mee zitten. En het bleef elke keer droevig om te zien hoe iedereen alleen naar huis moest, zonder gelegenheid om elkaar nog te troosten en samen herinneringen op te halen. Verdriet moet je kunnen delen.

Wat we tijdens corona dan weer niet gemist hebben, zijn de mensen die bij een uitvaart ongeduldig zijn tot de dienst eindigt of die al vroeger vertrekken. Nog een positieve kant aan die hele periode was dat de nabestaanden meestal meer tijd hadden om een mooie dienst voor te bereiden. Terug naar de essentie. Dat zullen we proberen vast te houden. 

Schrijnwerkers

Ons beroep is vrij jong. In de jaren 1960-’70 begonnen schrijnwerkers die de kisten maakten, extra diensten aan te bieden, zoals het transport naar de kerk. Dat was het begin van een omschakeling naar de uitvaartsector. Zo is het ook gegaan bij mijn vader: hij is opgeleid als schrijnwerker en heeft met mijn moeder de stap gezet om zelfstandig begrafenisondernemer te worden. De omgang met de dood was in die begintijd helemaal anders: de overledene werd thuis opgebaard, mensen van alle leeftijden liepen binnen en buiten, buren kwamen een handje helpen, de hele parochie was betrokken. Nu zijn uitvaarten persoonlijker en diverser. Families kiezen ook vaker voor een afscheid in beperkte kring, met alleen de naaste familie en nauwe contacten. Ook in de rouwbetuigingen zit er evolutie. Mensen komen niet per se nog fysiek naar het funerarium en naar de uitvaart. Ze bellen, mailen, sturen een bericht. Die tendensen zijn door corona versneld en zullen zich wellicht doorzetten.

Ook het aantal uitvaarten in de kerk neemt zienderogen af. Veel families haken af, zelfs trouwe kerkgangers. Nochtans zou je vanuit kerkelijke hoek meer kunnen proberen om echt de connectie te zoeken met het verhaal van die familie en daar je christelijke verhaal aan te verbinden. Zelf ben ik katholiek opgevoed. Daardoor sta ik stil bij de dingen en beschouw ik niet alles als evident. Ik zoek ook nog steeds graag de rust van een kerkgebouw op, maar tegenover onze klanten stellen we ons neutraal op.”  III

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​