Tertio 1135 - Wijsheid komt (soms) met de jaren

Dossier psychisch welzijn van ouderen

Wijsheid komt (soms) met de jaren

“Iedereen wil oud worden, maar bijna niemand wil het zijn.” Met die bekende boutade opent Frits de Lange zijn boek Eindelijk volwassen De wijsheid van de tweede levenshelft. Daarin ontvouwt de hoogleraar ethiek (Protestantse Theologische Universiteit Groningen) een weldoordachte invulling van het archetype van de wijze oudere als een aanlokkelijk perspectief voor de oude dag.

Als vandaag een prille zeventiger overlijdt, volgt geheid het commentaar dat hij jong gestorven is. Frits de Lange herinnert eraan dat het nochtans nog niet zo lang geleden is dat slechts weinigen die leeftijd bereikten. “Zij wie het toch overkwam, wisten toen wel wat hun te doen stond”, met name “je religieus voorbereiden op de dood en het eeuwige leven”. Die innerlijke huistaak gaf de ouderdom zin. Nu de uitzondering de regel is geworden, gelden andere paradigma’s voor een betekenisvolle oude dag. In het maatschappelijke beeld van ouder worden domineren twee discoursen, “het ene onmogelijk, het andere onwerkelijk”: enerzijds het optimistische ideaal van de eeuwige jeugd, dat leeftijd herleidt tot een verwaarloosbare bijkomstigheid, anderzijds het benauwende verhaal van gegarandeerde ellende, aftakeling en verlies. De Lange wijst erop dat beide rusten op dezelfde basisovertuiging: goed oud worden is “niet” oud worden. 

Geen doorgeschoten volwassenen

De hoogleraar oppert vervolgens de vraag “of er een realistisch narratief over ouderdom te vertellen is dat ervoor zorgt dat je met graagte oud wilt worden, zonder dat het je illusies verkoopt of de depressie in praat”. Het begin van een antwoord ligt voor hem in “een gerontologische paradigmawisseling”. In mensentaal: de ouderdom waarderen als een levensfase met een intrinsieke, specifieke betekenis en ophouden met mensen op leeftijd te beschouwen als “doorgeschoten volwassenen”, net zoals kinderen eindelijk echt kinderen mogen zijn in plaats van de “mini-volwassenen” waar ze lang voor werden aangezien. Wat is dan die specifieke betekenis van de laatste levensfase? Voor De Lange ligt die hierin dat de ouderdom een uitgelezen kans biedt tot groei en ontwikkeling: je kan een wijs mens (proberen) te worden “en daar word je een beter en meer mens van”. Komt wijsheid dan niet vanzelf met de jaren? De Lange komt tot de conclusie dat de feiten die claim tegenspreken. “Maar omdat wijsheid de vrucht is van een rijpingsproces, is een wijs mens doorgaans wel wat ouder”, beaamt hij. Bijkomende vraag is wat wijsheid dan wel is. En heeft ze te maken met kennis of met praktisch handelen? De Lange gaat te rade bij psychologen, filosofen en in antieke en wijsheidsliteratuur – vooral Job blijkt een goede leidsman in het zoeken naar wijsheid – om te komen tot zijn werkdefinitie van wijsheid als “zelfkennis die uitmondt in relativering van het egoperspectief”, een formule “die de richting aangeeft voor de weg die ik in het vervolg van dit boek wil gaan”.

 


Het nastreven van wijsheid kan ervoor zorgen dat de hoge ouderdom niet het echec wordt van de rijpe volwassenheid, maar de apotheose ervan.  © Ales Dusa

 

Een berg beklimmen

“De vergissing die we als volwassenen maken, is te denken dat we goed oud worden als we blijven wie we waren op ons vijftigste.” De Lange citeert Lars Tornstam, de grondlegger van het concept “gerotranscendentie” dat een naam geeft aan de intuïtie dat “ouderen grenzen en barrières transcenderen die hen in het eerdere leven hebben beperkt”. Het is vanuit die ervaring dat de actrice Ingrid Bergman ouder worden vergeleek met het beklimmen van een berg: “Je raakt een beetje buiten adem, maar het uitzicht wordt een stuk beter”. Met de jaren krijg je immers steeds meer een beeld van het leven, van de werkelijkheid als geheel en van de onderlinge verbondenheid van alles. “Wijsheid is ook verdwijnkunst; je ego treedt op de achtergrond”, zei de Zuid-Afrikaans-Nederlandse dichteres Elizabeth Eybers. In een gedicht dat ze op hoge leeftijd schreef, klinkt dat zo: “Ek mis myself steeds minder. (…) / Ek hoop / om te voldoen aan omgekeerde bloei / en leeg genoeg te loop om vol te loop / met wat vanuit hierbuite binnevloei”. Zo beleefd is de hoge ouderdom “niet het echec van de rijpe volwassenheid, maar de apotheose ervan”.

Schipperen en laveren

Die “verdwijnkunst” lijkt echter te veronderstellen dat je de verantwoordelijkheid voor je leven gaandeweg uit handen geeft, wat serieus wringt met de tijdgeest die autonomie en zelfbepaling propageert. Maar wat steeds mogelijk blijft en zelfs broodnodig is, is zelfsturing. “Wie zijn leven zelf stuurt, is een vrij mens, maar die vrijheid is niet absoluut (letterlijk: los van alles).” Je moet immers schipperen en laveren tussen de realiteit, je wensen en idealen en je vermogen of bereidheid om zelf te veranderen. “Heel veel mensen worden ziek van het onvermogen om zichzelf te sturen”, merkt De Lange op. Hij vermeldt de zestigers en de zeventigers die “onbewust vaak zo aan hun vastgeroeste routines en sleetse gewoontes vasthangen dat ze niet beseffen hoeveel nieuwe kansen het leven hun nog biedt”. De vraag: “Wil ik zijn wat ik tot nog toe geworden ben?”, die zich rond het 40ste levensjaar onontkoombaar opdringt, moet ook in latere levensfasen blijven klinken. Maar, merkt De Lange daarbij op, het leven is als de boot waar we in zitten en die ons draagt – zolang hij ons draagt. “Het leven is de absolute mogelijkheidsvoorwaarde voor zelfsturing, en we hebben het niet in de hand”, hoe oud of jong we ook zijn. “De toenemende kwetsbaarheid van het latere leven helpt om je dat te realiseren: je bent er, maar je bent er ook zomaar geweest.”

Sterven aan jezelf

De spirituele weg die De Lange hier inslaat, verdiept hij in een hoofdstuk over de groeipijn van het sterven aan jezelf. De mystiek is niet ver weg en staat zelfs uitdrukkelijk model voor de omvorming die mogelijk is in de tweede levenshelft als het ego niet langer vecht om zijn zelfbehoud. “Er is sprake van een ‘ont-wikkeling’ in de letterlijke zin van het woord: je vindt het niet erg dat gaandeweg de schillen van je afvallen waarmee je je staande hield tegenover de buitenwereld.” Zelfrelativering wordt hier zelfverruiming, een proces waarvan het oerbeeld te vinden is in de christelijke godsvoorstelling als Drie-eenheid: “Drie Personen die in zelfovergave in een voortdurende rondedans elkaars plaats innemen. Ze gaan rond als de scheppen van een watermolen, die het water verspillend aan elkaar doorgeven”. 

Onmetelijke rijkdom

In het laatste hoofdstuk staat De Lange stil bij de vruchten die de wijsheid voorbrengt in het gedrag van de oudere: nederigheid en compassie, inzet voor de toekomstige generaties en verminderde doodsangst. Die vruchten komen er niet vanzelf. De prijs die je betaalt zijn de ouderdom en de bereidheid je ego “een stille dood te laten sterven voordat je zelf de geest geeft. Je wist het verlangen uit om nog iemand te zijn”. Paradoxaal genoeg schuilt daarin een onmetelijke rijkdom.  III

Frits de Lange, Eindelijk volwassen. De wijsheid van de tweede levenshelft, Ten Have, Utrecht, 2021, 224 blz. 
Bestellen kan via www.kerknet.be – klik op shop.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​