Tertio 1137 - Fijngevoelig filosoferen vanuit topsport

Fijngevoelig filosoferen vanuit topsport

Filosoof en langeafstandsloper Hanna Vandenbussche zegt niet te filosoferen tijdens wedstrijden. Toch vormen haar sportieve ervaringen een intellectuele voedingsbodem voor reflectie achteraf. Ze schreef het boek Het lot van Atalanta dat de lezer meeneemt naar een denkbeeldige wedstrijddag en hem inleidt in haar filosofische denkwereld.

Liza Cortois

De Latijnse dichter Ovidius vertelt in De metamorfosen de mythe van Atalanta, een wonderschone Griekse prinses met een uitzonderlijk talent: ze loopt pijlsnel. Wanneer Atalanta op huwbare leeftijd komt, besluit ze een loopwedstrijd te organiseren. De man die haar kan verslaan, krijgt haar hand. Aanvankelijk slaagt niemand in de proef, tot de sluwe Hypomenes zijn opwachting maakt en gouden appels op het parcours strooit. Afgeleid door de schittering laat Atalanta zich voorbijsteken. Haar atletenleven moet ze verruilen voor dat van getrouwde vrouw. “Welk lot zou Atalanta vandaag te wachten staan?”, vraagt filosoof en topsporter Hanna Vandenbussche zich af. “Sportfysiologen zouden haar aanraden op hoogtestage te gaan, diëtisten schrijven haar voedingsschema’s voor, sportpsychologen bieden haar de nodige tools om negatieve emoties te ventileren en sponsors schenken haar hoogtechnologische schoenen met carbonplaten. Kortom: het potentieel van Atalanta zou maximaal worden benut.” 

Kwetsbaarheid

Vandenbussche bekritiseert die wetenschappelijke en commerciële benadering en contrasteert die met de eigen ervaring van de atleet: “Elke atleet heeft een individueel verhaal waarvan kwetsbaarheid en feilbaarheid ongetwijfeld deel uitmaken”. Het boek neemt je mee op een denkbeeldige wedstrijddag van de marathonloper. Ondanks dat fictionele opzet geeft Vandenbussche de lezer een inkijk in haar ziel. Het leven en de filosofie raken elkaar in haar ervaring van de sport. De West-Vlaamse topsporter schreef een doctoraat over het zelf bij filosofen Blaise Pascal en René Descartes. Toen de pers daar lucht van kreeg, werd ze wel eens “de Descartes van Diksmuide” genoemd. De stereotypen over atleten die kiezen voor een leven van het lichaam in plaats van van de geest gaan zeker niet voor haar op. Zelf vindt Vandenbussche haar positie niet zo uitzonderlijk: “Ik had filosofische discussies met atletes en sprak over mijn heuveltrainingen met collega-filosofen”. Ze laat de topsporter en de filosoof in zichzelf met elkaar in dialoog treden. Haar hoofdstuk over de verbinding tussen lichaam en geest is daarvan een mooie illustratie. Het maakt trouwens komaf met de stereotypen over Descartes’ dualisme vanuit de brieven die hij schreef aan prinses Elisabeth Van de Palts. 

 


“Elke atleet heeft een individueel verhaal waarvan kwetsbaarheid en feilbaarheid ongetwijfeld deel uitmaken”, zegt Hanna Vandenbussche.  © Pieter Desmet

 

Dubbelheid

Vandenbussche put inspiratie uit de Franse filosofie, maar ook uit Griekse mythen of dialogen van Plato. Het boek overstijgt het domein van de sportfilosofie. Daarin zit net de originaliteit. Het is niet alleen interessant voor sporters of sportfilosofen, maar voor iedereen die in filosofie geïnteresseerd is. Het verschil tussen de wandelaar en de atleet brengt haar op het spoor van Jean-Paul Sartres onderscheid tussen de waarneming en de verbeelding. Met de 20ste-eeuwse filosoof Alain – pseudoniem van Émile-Auguste Chartier – heeft ze het over lichamelijke uitingen van faalangst. Michel de Montaigne is haar gids over het thema zelfrelativering. De verbeelding – een van de hoofdthema’s – speelt een ambigue rol. Enerzijds is het de grootste vijand van de marathonloopster wanneer ze angsten of gefantaseerde idealen oproept. Anderzijds verkiest ze toch een andere houding dan de berekenende. Die dubbelheid toont zich ook ten aanzien van therapie. De filosofe ontwikkelt een eigen therapeutische benadering aan de hand van Franse filosofen, tegelijk bemerkt ze dat hedendaagse sportpsychologen vooral “positieve zelfpraat” aanleren.

Fijngevoelige ziel

Over Pascal zegt Vandenbussche: “Die denker schuwde elke vorm van competitie en veroordeelde de mens vanwege zijn onweerstaanbare drang steeds de beste te willen zijn”. Aan de hand van het onderscheid dat Pascal maakt tussen de esprit de géométrie, de berekenende blik, en de esprit de finesse, de fijngevoelige ziel, bekritiseert ze de wetenschappelijke controledrang van de atletische prestatie. “Elke individuele atleet heeft zijn of haar wedstrijdervaringen, gevoed door persoonlijke keuzes en anekdotes die losstaan van de blik der experten. Als je op een carrière terugblikt, denk je niet alleen aan je prestaties, tijden en podiumplaatsen, maar ook aan jouw individuele wedstrijd- en trainingsbeleving.” Ze raadt andere atleten aan meer oog te hebben voor die fijngevoelige intuïtie die de loopster zelf put uit ontmoetingen, betoverende decors van wedstrijden of trainingsplekken als de bergtop van La Calme in Fort-Romeu. “Ik wens elke atleet die zich na de beklimming van de skiheuvel laat overweldigen door de prachtige natuur, diezelfde ervaring toe. Voor mijzelf was dat het hoogste ‘rendement’ dat mijn hoogtestage mij heeft opgeleverd.”  III

Hanna Vandenbussche, Het lot van Atalanta. Een filosofische verkenning van het langeafstandslopen, Houtekiet, Antwerpen, 2021, 208 blz.
Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​