Tertio 1139 - “Zwijgende” paus blijkt reddende engel

Analyse archieven Pius XII

“Zwijgende” paus blijkt reddende engel

Over paus Pius XII blijven misverstanden de ronde doen. Zogezegd sprak hij zich niet publiekelijk uit tegen het nazisme en de jodenvervolging, waardoor hij mee verantwoordelijk zou zijn voor de dood van vele joden. Nu paus Franciscus de archieven uit de periode van Pius XII openstelde, blijkt het omgekeerde waar: via een geheim kantoor binnen het Staatssecretariaat en een internationaal netwerk wist hij duizenden joden te redden.

Emmanuel Van Lierde

De Vlaamse historicus Johan Ickx (1962) leidt het historisch archief van het Staatssecretariaat. Hij was vanaf 2010 onder meer verantwoordelijk voor het digitaliseren en het toegankelijk maken van de archieven uit de periode tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog, incluis die van “oorlogspaus” Eugenio Pacelli (1876-1958). Over de verrassende ontdekkingen die hij deed in de bijna 2 miljoen documenten, publiceerde hij het boek Le Bureau. Les Juifs de Pie XII.

Het gaat hard met Johan Ickx’ boek wanneer Tertio hem in Rome ontmoet: diverse vertalingen zijn al op de markt of ze zijn in de maak, alleen op een Nederlandse uitgever blijft het wachten. De turf met “kleine verhalen over een grote paus” verdient nochtans ook in ons taalgebied alle aandacht, want de studie weerlegt de clichés die sinds het toneelstuk Der Stellvertreter (1963) van de Duitse dramaturg Rolf Hochhuth blijven voortleven over de “zwijgende paus”.

Ieders waardigheid

“Hij heeft niet gezwegen”, stelt Ickx met klem. “Tussen 1923 en midden 1941 heeft Eugenio Pacelli als nuntius in Berlijn en daarna als paus in de media en in kerkdocumenten 591 keren afkeurend gesproken over het nazisme. Als nuntius in Duitsland kende hij als geen ander de nazi-ideologie en als paus bleef hij de Duitse kranten van nabij volgen. Hij was beter ingelicht dan wie ook. Voeg daar het groeiende besef aan toe dat na de joden de katholieken door de nazi’s zouden worden aangepakt. In april 1941 waren er in Polen al meer dan 2.500 priesters gevangengenomen. Vanaf 1941 werd het Pius XII afgeraden rechtstreeks in de aanval te gaan tegen de nazi’s, omdat dat repressies uitlokte. Daarom heeft hij zijn strategie veranderd. Hij noemt Adolf Hitler of de nazi’s vanaf dan niet meer bij naam, maar spreekt over ideologieën en situaties waarin de waardigheid van mensen wordt aangetast, hun bezittingen worden afgepakt of waarbij ze worden verdreven uit hun huizen. Hij blijft vanuit het christelijke mensbeeld een humane beschaving verdedigen: alle mensen hebben recht op bestaan in een samenleving. Als er werd gezwegen, dan was het beslist ook om de eigen reddingsacties niet in gevaar te brengen. Het motto dat voor mij de Vaticaanse aanpak perfect typeert, komt van Andrea Cassulo, de nuntius in Boedapest: ‘Le bien ne fait pas de bruit, le bruit ne fait pas de bien’. De kerk werkt in stilte voor het goede en bazuint niet rond wat ze doet en met wie ze spreekt.”

Ideologische oorlog

De mythes over Pius XII zijn voor de historicus een mooi staaltje van Sovjetpropaganda. “Veel priesters en leken werden gevangengezet in de communistische Oostbloklanden en er waren veel martelaren achter het IJzeren Gordijn, maar dat volstond blijkbaar niet voor Rusland. De roem van de oorlogspaus stak hen de ogen uit. De herinnering aan Pius XII was nog levendig en bemoedigde de verdrukte gelovigen. Hij was een verdediger geweest van de moraliteit en de humaniteit. Dat zette de gelovigen ertoe aan hun waarden hoog te houden. Dat positieve beeld van Pius XII vernietigen, was bedoeld om de hegemonie van de kerk te breken. Vergeet niet dat het communisme internationale aspiraties koesterde om met hun materialisme wereldwijd het spirituele van de kerk te vervangen. Er werd een ideologische oorlog gevoerd en Pius XII was een kopstuk in dat schaakspel.”

Ickx wijst erop dat er trouwens twee Koude Oorlogen bestaan. “Wij denken vooral aan diegene die in 1948 begon, maar er was er al één tijdens het naziregime. De archiefstukken tonen aan dat Berlijn vanaf maart 1943 de diplomatieke deur dichtslaat en dat de nazi’s de Heilige Stoel niet langer als gesprekspartner erkennen. De nazi’s sturen vanaf dan geen diplomaat meer voor overleg, maar een militair en die voeren geen dialoog, maar geven bevelen of dreigen met geweld. De Vaticaanse ‘buitenlandminister’ Domenico Tardini stelt dat de schijn nog wel bestaat dat er contact is, maar dat de relaties in de feiten zijn verbroken. Ze zullen liegen en bedriegen, stelt hij, en ze houden geen rekening meer met wat we zeggen. Dat maakt dat de macht van de paus tot nul was herleid. Wat kon hij nog doen tegen de deportaties? Het mag een wonder heten dat Pius XII zoveel mensen kon redden.”

Uitzondering

Eigenlijk had het Vaticaan de clichés over Pius XII al lang kunnen weerleggen met de documenten uit de archieven. Waarom deed de kerk dat niet eerder? “De gangbare regel is dat archieven maar worden geopend 70 jaar na iemands dood. Voor Pius XII betekende dat dat we zouden moeten wachten tot 2028. Paus Franciscus maakte een uitzondering zodat we de archieven al vanaf maart 2020 mochten openen. Het is een omvangrijk archief over cruciale tijden: de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Dat vergt enige voorbereiding om alles toegankelijk te maken. Daar was ik al 10 jaar mee bezig.”

Roosevelts paus

Ickx herneemt zijn betoog dat aan de “zwijgende” paus het idee werd gekoppeld van een paus die wegkeek van wat er met de joden en anderen gebeurde. Vandaar kreeg hij het etiket “Hitlers paus”. “Hij was veeleer Franklin Roosevelts paus”, grijnst de archivaris. “Als staatssecretaris was Pacelli in 1936 naar de VS gereisd en had er Roosevelt ontmoet. Zijn ontwapenende houding creëerde een openheid voor het Vaticaan in die nochtans protestantse natie, die niet meteen behoefte voelde om relaties met Rome te onderhouden. Later zouden paus en president zich allebei verdedigers tonen van de beschaving. We denken dat Pius XII een afstandelijke, devote en anti-modernistische paus was, terwijl hij juist de massa bespeelde en wist te enthousiasmeren, veel had rondgereisd en geen schrik had van vliegtuigen. Bekijk eens wat archieffilmpjes over hem en je stelt meteen je beeld bij. Hij was een avant-gardist!”

Ebrei files

De historicus beklemtoont dat de stilte niet hand in hand ging met wegkijken, maar met helpen. “Dat bewijzen de Ebrei files, de dossiers over de joden, die apart werden bijgehouden in het Staatssecretariaat. Normaal heb je een klassement per land, maar naast die landendossiers werd 7 jaar lang een specifiek archief bijgehouden onder de naam Ebrei. Er steken zo’n 2.800 verzoeken in om zo’n 4.800 personen te redden. Ik denk dat je in weinig buitenlandministeries een dergelijk apart archief zult vinden. De joden werden door het Staatssecretariaat duidelijk beschouwd als een eigenstandig volk.”

 


Johan Ickx.  © evl

 

Pacelli’s doctrine

Ickx wijt dat aan Pacelli’s doctrine. “Al als Vaticaans ‘buitenlandminister’ in het Staatssecretariaat stelde hij in 1916 mee een brief op waarin de joden ‘onze broeders’ worden genoemd en waarin wordt opgeroepen hen te behandelen zoals elk ander volk, met dezelfde rechten. Nooit eerder werd vanuit het Vaticaan zo gehamerd op die gelijkwaardigheid van de joden omdat finaal alle mensen broeders zijn. Die brief wordt op 9 februari verzonden aan het American Jewish Committee in New York. In 1919 duiken diezelfde bewoordingen op in een tekst richting Jeruzalem. Je merkt dat die kijk de doctrine was van het Staatssecretariaat. Al in zijn studententijd had Pacelli zich die visie eigen gemaakt. Die zette hem ertoe aan in de oorlog een apart bureau op te richten binnen het Staatssecretariaat, dat vanaf 1938 belast was met de hulp aan de joden. Er loopt een rechte lijn van die brieven uit 1916 en ’19, langs het verdedigen van de joden als nuntius en staatssecretaris, over de reddingsacties in de oorlog, naar het Conciliedocument Nostra Aetate. Daar krijgt Pacelli’s doctrine zijn definitieve beslag in de officiële leer van de kerk.”

Hulpvragen

Het blijft merkwaardig dat zoveel mensen rechtstreeks naar de paus en het Vaticaan schreven voor hulp. “Zou jij vanuit Brugge of Hasselt direct naar Rome schrijven als je in nood zit? Nee toch?”, merkt de historicus op. “Op het hoogtepunt in de jaren 1941-’42 kwamen bij het zevenkoppige bureau twee tot vijf zulke brieven per dag toe! Nu eens betreft het een vraag naar inlichtingen over familieleden – zijn ze nog in leven, waar bevinden ze zich? – , dan weer wordt geld gevraagd en soms is het een regelrechte vraag naar hulp om te kunnen vluchten. Daarbij handelt het enkele keren om groepen kinderen van 50 tot 200 ineens. Zoals er treinen naar Auschwitz spoorden, liet nuntius Giovanni Roncalli – de latere paus Johannes XXIII – volle treinen vertrekken vanuit Istanbul naar het Heilig Land. Ik kan u bevestigen dat nuntii alleen handelen op instructie van de paus. In de correspondentie aan die pauselijke ambassadeurs staat vaak te lezen: ‘Doe wat je mogelijk en opportuun acht’. Dat is een duidelijk verzoek om iets te doen, om niet bij de pakken te blijven zitten, maar wel waakzaam te zijn dat niemand wordt geschaad door je acties en dat de kerkelijke belangen er niet door in gevaar komen. Elke nuntius zal zijn aanpak hebben gehad, niet iedereen heeft evenveel lef, maar je ziet dat sommigen methodes vonden om te helpen. Als je ziet hoeveel mensen werden gered, mogen we beslist over Pacelli’s List spreken. Bekijk de oceaan aan documenten en laat de bronnen spreken. Je kunt er niet naast dat Pius XII wel heeft gesproken en enorm veel deed om joden te redden.” 

Bekeerde joden

Ickx vervolgt dat de brieven of de hulpacties helaas soms te laat kwamen. “Zulke geheime reddingsacties en verzetsdaden waren nooit zonder risico. Aan de ene kant moest het snel gaan, aan de andere kant moest je je netwerk van te vertrouwen mensen inschakelen. Vergeet niet dat de obstakels voor het verzenden van post in de oorlog groot waren. Zelfs telegrammen kwamen traag door. Daarnaast hanteerden staten quota’s voor de opvang van vluchtelingen of stelden ze eigen toelatingsvoorwaarden. Het is vandaag niet anders.” Joden werden vaak gedoopt zodat ze als katholiek de straat op konden. “Het Vaticaan maakte geen onderscheid tussen gedoopten of niet-gedoopten. Het waren ontvangende landen zoals Brazilië die alleen bekeerde joden wilden opvangen. En katholiek-zijn bood je tot 1941 een ontsnappingsroute. Gedoopt worden betekende vaak je redding, dus velen drongen er zelf op aan, het was niet onder dwang. Tal van consulaten en ambassades in de wereld werden betrokken in de reddingsacties. Het is gigantisch. Spreken over Hitlers paus is ronduit lasterlijk”, besluit Ickx.  III

Johan Ickx, Le Bureau. Les Juifs de Pie XII, Michel Lafon, Neuilly-sur-Seine, 2020, 416 blz.

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​