Tertio 1141-42 - “Grote oerangst van gedetineerde geen mens meer te mogen zijn”

“Grote oerangst van gedetineerde geen mens meer te mogen zijn”

Siska Deknudt (1960) werd 6 jaar geleden aalmoezenier in de gevangenis van Beveren waar langgestraften verblijven. Ze onderschrijft dat straf soms nodig is en ze is niet blind voor het gevaar dat sommige gedetineerden kunnen betekenen voor de samenleving. “Maar met iemand 10 of 20 of 28 jaar op te sluiten in een regime van straf en wantrouwen, bereik je weinig tot niets”, merkt ze op in Tertio nr. 1.141-42 van 22/12/’21. 

Siska Deknudt vertelt begeesterd over haar job. Of beter: over de gedetineerden, want “mensen hebben vaak de neiging mijn werk te overroepen. De gevangenis spreekt natuurlijk tot de verbeelding en mag aandacht krijgen, maar laat het dan over de gedetineerden gaan, niet over mijn werk”, benadrukt ze. 
 

Hoe weegt het thema schuld op de gevangenen? Bij wie kunnen ze ermee terecht? 

“Als je het over de schuldvraag wil hebben, moet je eerst de grote oerangst van de gedetineerde kennen: de angst geen mens meer te mogen zijn. ‘Alsof alleen het slechte in ons echt is’, verwoordde een van hen het snedig. Die angst zit in het systeem ingebakken. Onder elkaar steken ze hun gevoelens van schuld en schaamte weg en houden ze de schijn op, maar ook de grootste macho’s huilen: op hun eentje in hun cel en soms een keertje bij de aalmoezenier. Sommige gedetineerden vertellen me onmiddellijk welke straf ze uitzitten. Bij anderen voel je hoe moeilijk ze het hebben om dat uit te spreken. Dat is zeker het geval bij zedendelinquenten. De angst om samen te vallen met al het foute dat is gebeurd, is zo groot dat de schrik om ernaar te kijken evenredig wordt met de zelfverdediging. Dat resulteert in het bouwen van een innerlijke muur, want je kunt niet voortdurend leven met de gedachte dat je bijvoorbeeld iemand hebt vermoord. Die muur maakt de gedetineerde erg eenzaam en – afhankelijk van de frustraties achter de muur – soms ook zeer explosief.”

“Onze taak bestaat erin niet-oordelend te luisteren en voldoende veiligheid te geven. Dat betekent niet dat we zomaar uit gemak knikken bij elk verhaal. Wel bieden we een vrijplaats waar ze kunnen proberen zichzelf wat terug te vinden. Er moet iemand zijn bij wie ze de deur in die spreekwoordelijke muur even op een kiertje kunnen zetten, zodat er wat zuurstof en licht binnen kan. Een gedetineerde legde me uit dat er in zijn innerlijke muur zelfs geen deur zat: hij had er één steen uitgehaald en zat klaar om die terug te steken zodra hij gekwetst zou worden. En elke keer als dat gebeurde, werd zijn muur dikker. Om maar te zeggen hoe bijzonder traag het gaat om een opening naar hun innerlijk te bekomen.”
 

U heeft het over niet oordelen en vertrouwen geven, houdingen die haaks lijken te staan op de organisatie van het gevangeniswezen.

“Dat is zo. Kijk, de gevangenis van Beveren is een instelling voor langgestraften waar alles gericht is op beveiliging. De mensen die daar verblijven, hebben grote fouten gemaakt, maar ze hebben ook talenten en vaardigheden. Ze zouden kunnen werken en dingen maken en op die manier financiële middelen genereren waarmee je extra therapeuten in dienst kunt nemen, want die zijn er nu veel te weinig. Als je nu zoiets voorstelt, krijg je steevast het antwoord dat dat niet kan omdat daar geen bewaking voor is. Maar als je een groeitraject zou ontwikkelen voor de gedetineerden, dan heb je gaandeweg minder bewaking nodig. Aan zulke trajecten is er dringend nood. Opsluiting kan nodig en nuttig zijn, maar laat de gedetineerden groeien, zorg dat ze met iemand kunnen praten over wat er gebeurd is en laat ze werken en sporten zodat lichaam en geest in balans komen. Als iemand het in zo’n groeitraject onderweg verknalt, dan moet hij terug naar een eerdere fase, zij het wel met de belofte dat we met hem op weg blijven gaan. Met iemand 10 of 20 of 28 jaar op te sluiten in een regime van straf en wantrouwen, bereik je weinig tot niets.”

Abonneer of vraag een proefnummer op www.tertio.be

In de spotlight: 

Schulden mogen niet onhoudbaar groot worden

Jan Smets,  die begin 2019 met pensioen ging als gouverneur van de Nationale Bank van België,  onthult aan het begin van zijn boek Economie en het Goede Leven dat hij als jongeling gefascineerd was door Schuld en boete, de magistrale roman van Fjodor Dostojewski. “Als je Schuld en boete leest, zie je dat het leven van het hoofdpersonage gedomineerd wordt door wat hij heeft meegemaakt. Dat is wat niet mag gebeuren, ook niet in de economie”, merkt Smets op in Tertio nr. 1.141 van 22 december. 
» Lees verder

“Grote oerangst van gedetineerde geen mens meer te mogen zijn”

Siska Deknudt (1960) werd 6 jaar geleden aalmoezenier in de gevangenis van Beveren waar langgestraften verblijven. Ze onderschrijft dat straf soms nodig is en ze is niet blind voor het gevaar dat sommige gedetineerden kunnen betekenen voor de samenleving. “Maar met iemand 10 of 20 of 28 jaar op te sluiten in een regime van straf en wantrouwen, bereik je weinig tot niets”, merkt ze op in Tertio nr. 1.141-42 van 22/12/’21. 
» Lees verder

“Onzevader ontstond op breuklijn tussen joden- en christendom”

“Vergeef ons onze schulden”, vermeldt het Onze Vader. Peter Tomson ontdekte dat dat gebed zich bevindt op de breuklijn tussen jodendom en christendom. Beide godsdiensten delen gemeenschappelijke wortels, maar aan weerszijden heerst nog altijd onbegrip. Zo wordt de apostel Paulus vaak gezien als de grote scheurmaker. Tomson pleit voor eerherstel: “Paulus wilde dat de kerk er zou zijn voor joden en niet-joden en dat de relatie met het jodendom bleef openstaan”. 
» Lees verder

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​