Tertio 527 - Schandalen dwingen kerk tot spijtbetuiging

Vizier:

Schandalen dwingen kerk tot spijtbetuiging

Er lijkt maar geen einde te komen aan de berichten van seksueel misbruik door priesters en religieuzen. Na de Verenigde Staten, Australië en Ierland ondergaan Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland een vloedgolf van pedofilieschandalen. De geloofwaardigheid van de kerk staat op het spel, maar ook deze crisis is een kans. 

Emmanuel Van Lierde | Het is bijna onbegonnen werk de lijst van zedenfeiten op te sommen. Wat begon met misbruik in een internaat in de jaren 1960 tot ’80 door tien salesianen, veroorzaakte in Nederland een sneeuwbaleffect. Het meldpunt Hulp en Recht kreeg sindsdien zeker 350 meldingen binnen. Die berichten volgden na onthullingen over misbruik in Duitse jezuïetenscholen in de jaren 1970 tot ’80. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland lokt het ene verhaal het andere uit. In heel Duitsland brachten een kleine tweehonderd misbruikte oud-leerlingen van katholieke instellingen hun verhaal naar buiten. Ook de broers Ratzinger kwamen in opspraak. Georg, de broer van de paus, leidde dertig jaar de Regensburger Domspatzen waarvan sommige koorleden in die periode werden misbruikt. Bij de paus rijst de vraag wat hij in zijn functie van aartsbisschop van München en Freising afwist van misbruiken en of hij die ook toedekte, bijvoorbeeld door een pedofiele priester uit een ander bisdom tewerk te stellen.

De vloedgolf van pedofilieschandalen raast land na land over Europa, maar voorlopig blijft België gespaard en is er geen verhoogd aantal meldingen van misbruik – gemiddeld een tien gevallen per jaar. Velen wijten dat aan de zaak-Dutroux die destijds de aanzet vormde voor slachtoffers om te getuigen over hun misbruik. Het is de verdienste van de Belgische kerk dat ze toen een meldpunt en een onafhankelijke commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik in pastorale relaties in het leven riep.

Hoe moet de kerk reageren op die schandalen? Haar geloofwaardigheid, haar moreel gezag en haar voorbeeldfunctie staan op het spel. De bisschoppenconferenties van de betrokken landen en het Vaticaan beseffen de ernst van de zaak en durven voor hun eigen deur te vegen. Ze verlangen naar transparantie, pleiten voor onafhankelijke onderzoeken, beloven alle steun te verlenen aan het gerecht, wensen eveneens meldpunten en commissies op te richten, erkennen uitdrukkelijk wat fout liep en bekommeren zich om de slachtoffers, zoeken naar preventieve strategieën om kinderen en jongeren te beschermen tegen seksueel misbruik en werken aan een betere screening van priesterkandidaten. Het is ook wenselijk dat de kerk haar houding tegenover seksualiteit bevraagt en dit onderwerp uit de taboesfeer haalt, al is het kortzichtig seksueel misbruik te wijten aan het celibaat.

Die kordate aanpak staat mijlenver af van vermeende doofpotoperaties. Het strookt niet met het ‘eeuwige stilzwijgen’ waarvan Dirk Verhofstadt de kerk in De Morgen van 12 maart nog altijd beticht op basis van – een misleidende Engelse vertaling van – de richtlijn Crimen Sollicitationis uit 1962 – een herziening trouwens van de versie uit 1922.

Voor het kerkelijk rechtboek van 1983 behoort het seksueel misbruiken van minderjarigen tot de ergste misdaden. Door de documenten Sacramentorum sanctitatis tutela en De delictis gravioribus uit 2001 worden zulke zware misdrijven altijd door de Congregatie voor de geloofsleer behandeld en de herhaaldelijke confrontatie met schandalen verscherpte telkens de aanpak. Charles J. Scicluna, de openbare aanklager van die Congregatie die ‘de misdrijven tegen het zesde gebod’ op zijn bureau krijgt, verklaarde dat van de drieduizend dossiers die hij de voorbije tien jaar binnenkreeg over feiten uit de voorbije vijftig jaar, slechts tien procent over pedofilie gaat. Het fenomeen is volgens hem niet zo wijdverspreid als de media laten uitschijnen. Het gaat in totaal om driehonderd geestelijken, terwijl er wereldwijd 400.000 priesters zijn. Bovendien gebeurt pedofilie nog altijd frequenter door familie en bekenden van de slachtoffers.

Niet alleen individuele excuses zijn op hun plaats, ook een publieke spijtbetuiging is gewenst. Alle ogen zijn gericht op de paus voor een krachtdadig statement waarin hij zijn overtuiging herhaalt dat alleen nultolerantie de geloofwaardigheid van de kerk waarborgt. Een collectief ‘mea culpa’ kan bevrijdend werken en zou in deze boetetijd niet misstaan.

Uw reacties zijn welkom op emmanuel.vanlierde@tertio.be.

Berichten

Joodse Cohen volgt protestantse Bos op
Wouter Bos, de nummer één van de Nederlandse socialistische PvdA en de voormalige minister van Financiën die Nederland door de crisis haalde, maakte vorige week bekend dat hij uit de politiek stapt om meer tijd te kunnen doorbrengen met zijn drie jonge kinderen. Bos wordt opgevolgd door de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen.

Met Bos en Cohen heeft de PvdA twee leiders met een verschillende religieuze stamboom in haar rangen. De vader van Bos is een gereformeerd protestant en de vader van Cohen een jood. KRO-radiojournalist Gerard Klaasen kent beiden. “Vader Bos was voorzitter van de protestantse ontwikkelingsorganisatie ICCO. Bovendien was hij een vooraanstaand lid van de vereniging van religieus-socialisten AG der Woodbrookers, nu de Vereniging voor zingeving en democratie.” Dat is een interlevensbeschouwelijke werkgroep, opgericht door het PvdA-partijbestuur. Ze bestaat uit partijleden met een uitgesproken belangstelling voor het raakvlak van levensovertuiging, godsdienst en politiek. De vereniging draagt uit dat kiezers die zich bij hun politieke keuze mee door hun levensbeschouwing laten beïnvloeden, zich thuis kunnen voelen bij de PvdA.

Klaasen vervolgt: “Vader Bos stuurde zijn zoon naar de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar trouwens ook Jan Peter Balkenende en André Rouvoet studeerden. Maar zoon Bos is zelf geen diep religieus mens. Ten aanzien van ethische thema’s is hij progressief en de homohuwelijken vindt hij prima.” Bos vond wel dat de politiek mee moet kunnen spreken in het debat rond religieuze thema’s, denk maar aan de polemiek over de islam. Cohen, geboren in 1947, komt uit een joods gezin. Zijn ouders moesten tijdens de oorlog onderduiken.

KRO-radiojournalist Klaasen schetst zijn religieus profiel: “Hij is, in tegenstelling tot zijn ouders, niet praktiserend. Op religieuze plechtigheden zie je hem wel met een keppeltje op het hoofd. En al vindt hij dat de overheid de dialoog met religieuze gemeenschappen moet aangaan ‘om de boel bijeen te houden’, hij blijft een absolute voorstander van de scheiding tussen kerk en staat. Als minister van Justitie heeft hij zich ingezet voor de verharding van het vluchtelingenbeleid. Hij is iemand met een groot gezag die zorg draagt voor een vreedzame en fatsoenlijke samenleving. Hij vindt dat de Nederlanders trots moeten kunnen zijn op hun zorgverstrekking en onderwijs.” (BS)

Vuur en ijzer
In het Nederlandse bisdom ’s Hertogenbosch mogen een aantal liederen niet meer worden gezongen in de rooms-katholieke mis. Dat oordeelde kanunnik Cor Mennen die voor het bisdom als ‘censor’ de bisschop adviseert voor het verlenen van een ‘imprimatur’. Onder de gewraakte liederen heel wat teksten van Huub Oosterhuis, die ook in Vlaanderen vaak worden gezongen. Bekende slachtoffers zijn Uit vuur en ijzer en Zomaar een dak boven wat hoofden. Volgens pastoor Mennen zijn de liederen te vlak, te horizontaal of soms gewoon te banaal. En dus ongeschikt voor de katholieke liturgie. (Katholiek Nederland)

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​