Tertio 528 - Zin en onzin van het celibaat voor priesters

Zin en onzin van het celibaat voor priesters

Teksten: Jan De Volder | Sommigen grijpen de recente seksschandalen aan om, zoals theoloog Hans Küng, het celibaat met de vinger te wijzen. Pedofilie aan celibaat linken, klinkt evenwel niet alleen wat platvloers, het is ook te kort door de bocht: meer dan 90 procent van het kindermisbruik gebeurt door niet-celibatairen. Dat neemt niet weg dat de discussie in de katholieke kerk leeft: moet het priesterschap wel ‘d’office’ verbonden blijven met de celibataire levenswijze? Tertio vroeg het aan twee Vlaamse priesters die het celibaat erg hoog in het vaandel dragen. Filip Noël, norbertijn, vindt dat het celibaat een positieve keuze moet zijn die wel voor alle religieuzen, maar niet voor alle seculiere priesters moet gelden. Filip Hacour, priester van het aartsbisdom Mechelen-Brussel, legt uit waarom de koppeling die de katholieke kerk maakt tussen het priesterambt en de ongehuwde levensstaat in zijn ogen wel zinvol is.TerugblikJezus riep niet alleen ongehuwde mannen om zijn apostelen te worden. Petrus, de ‘rots van de kerk’, was alvast getrouwd. Maar in het evangelie spreekt Jezus positief over “mannen die niet trouwen met het oog op het koninkrijk Gods” (Matteus 19,12). Hij voegt eraan toe: “Laat wie bij machte is dit te begrijpen, het begrijpen”. In het vroege christendom gold het celibaat, op Bijbelse gronden, als een grote waarde maar niet als verplichting. Al in de eerste eeuwen wordt de dienst van het altaar verbonden met het verzaken aan seksualiteit. Het Concilie van Gangres in 340 moet zelfs gelovigen die weigeren de communie te ontvangen uit handen van gehuwde priesters tot de orde roepen. De eerste verwijzing naar het celibaat als levensregel staat in de Synode van het Spaanse Elvira in 306. In de westerse kerk wordt dat stilaan de regel, tot paus Gregorius de Grote (590-604) het algemeen invoert. Al zijn er altijd geestelijken geweest die zich ertegen verzetten, dat heette dan nicolaïsme. In het oosten wordt dat nooit een algemeen geldende regel: tot op vandaag kennen alle oosterse kerken ook het gehuwde priesterschap. Maar al vanaf de vierde eeuw worden de bisschoppen alleen uit de celibatairen, gewoonlijk de monniken, gekozen. In het westen maakt de reformatie komaf met zo goed als alle vormen van religieus en celibatair leven.Dat verklaart waarom er binnen de rooms-katholieke kerk toch, als uitzondering, gehuwde priesters bestaan. Het gaat dan om priesters van oosterse kerken die zich opnieuw met Rome hebben verbonden – zoals de Grieks-katholieken in Oekraïne of Roemenië, of de melchieten in het Midden-Oosten. Of om dominees of priesters uit anglicaanse, lutherse of gereformeerde gemeenschappen die rooms-katholiek zijn geworden. Tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie was de opheffing van het verplichte celibaat ook in de Latijnse kerk een veelbesproken onderwerp, maar tot een hervorming kwam het tot nu toe niet. Voor de apostolische constitutie Anglicanorum Coetibus van 4 november 2009 die de overstap in groep van traditionelere anglicanen mogelijk maakt, geldt dat gehuwde priesters en bisschoppen werkzaam mogen zijn in de katholieke kerk als priester. Maar voor nieuwe priesterkandidaten geldt de celibaatsverplichting. Een toegift dus, gekoppeld aan een uitdoofscenario.  Filip Noël (45), norbertijn van de abdij van Averbode:‘Celibaat moet vrije keuze zijn’“Ongehuwd blijven en celibatair leven voor het koninkrijk Gods is een grote waarde. Het hoort bij het religieuze leven. Met onze geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid doen we afstand van de verlangens naar bezit, naar je eigen zin doen en naar een seksueel leven. Dat zijn natuurlijke en menselijke verlangens, maar uit liefde voor Christus willen we die relativeren om ons helemaal aan Hem te wijden.Dat moet evenwel altijd een vrije en persoonlijke keuze zijn. Die is trouwens nooit helemaal rationeel te verantwoorden. Celibatair leven is een charisma, een gave van de Geest. Ook Paulus, die toch sterk voor de celibataire levensstaat was, schrijft in zijn Brief aan de Korintiërs: ‘Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die’ (hoofdstuk 7, vers 7). RadicaliteitHet charisma van het celibaat bestaat dus van in de prille kerk en heeft al zijn rechten. Maar het probleem ontstaat wanneer je een ambt als het priesterschap daarmee gaat verbinden als een verplichting. De eerste duizend jaar van het christendom bestond die verplichting nauwelijks. In het westerse, Latijnse christendom werd pas in de vroege middeleeuwen het celibaat algemeen verplicht voor seculiere priesters. Dat heeft ongetwijfeld zijn zin gehad, maar ik denk dat dit vandaag niet meer zo is. In het oosterse christendom is de keuze blijven bestaan tussen een celibatair en een niet-celibatair priesterschap. Dat lijkt toch goed te functioneren. Daarnaast heb je ook een sterke kloostertraditie. Die bestaan naast elkaar en vullen elkaar aan. Het lijkt me het meest zuivere. Ook binnen de rooms-katholieke kerk zijn er overigens gehuwde priesters, namelijk in de oosterse ritus. Waarom zouden bij hen alle voordelen verbonden aan het celibaat van geen tel meer zijn? De protestantse traditie heeft komaf gemaakt met alle vormen van religieus leven. Maar als de clerus bijna geheel uit gehuwde mannen bestaat, zoals in de anglicaanse kerk, kan dat de verburgerlijking in de hand werken. De radicaliteit die uit het celibataire leven spreekt, kan een correctief zijn op de verburgerlijking van de kerk. Zou het loslaten van de celibaatsverplichting voor meer roepingen zorgen? Ik denk dat wel. Nu heb ik al jonge mannen naar het seminarie zien komen en soms gewijd worden, en vaak met spijt in het hart, weer zien weggaan. Dat was bijna altijd wegens het celibaat. Ze hielden het niet uit omdat ze niet seksueel actief mogen zijn. Dat is toch jammer.Erbij nemenIk hoor af en toe jonge mannen die graag priester willen worden over het celibaat zeggen ‘dat neem ik er wel bij’. En gelukkig zijn er sommigen die er in groeien en er gaandeweg de zin van inzien. Maar evengoed kan het misgaan, en worden ze er ongelukkig door. Uiteindelijk is ‘het erbij nemen’ een negatieve keuze. Celibaat moet een positieve keuze zijn, zoals in het religieuze leven. Het wijden van gehuwde mannen moet niet gezien worden als een toegift aan de overseksualisering van de westerse cultuur. De problematiek van het celibaat bestaat trouwens ook in de Afrikaanse kerk, waar heel veel priesters – en zelfs bisschoppen – een vrouw en kinderen hebben. Natuurlijk zullen gehuwde priesters nieuwe pijnpunten met zich meebrengen, zoals echtscheidingen, kinderen die fout lopen enzovoort. Maar me dunkt dat het gedwongen celibataire priesterschap toch ook veel moeilijkheden voortbrengt, zoals frustratie, het verborgen houden van een eventuele relatie en de gewetensnood die daarmee gepaard gaat.VerscheidenheidDe perfectie bestaat niet, ook niet in de kerk. Maar gehuwde priesters hebben, naast ongehuwde seculiere priesters en kloosterlingen, zou ook de interne verscheidenheid in de kerk ten goede komen. Laat het celibaat een echt vrije keuze zijn, zoals bijvoorbeeld in het religieuze leven. Ook dan blijft het trouwens een opgave. Het religieuze leven is, zoals woestijnvader Abba Poimen zei, ‘vallen en opstaan. Vallen en opstaan’.”In mei publiceert uitgeverij Averbode het boek Bevrijd het celibaat. Het is een charisma! van Donald Cozzens. Filip Hacour (33), diocesaan priester:‘De wereld heeft nood aan levens die zich totaal geven’“De keuze voor het celibatair leven was voor mij geen gemakkelijke keuze. Het verlangen priester te worden was er eerst, en pas door jaren van groei en twijfel, begreep ik stilaan dat het celibaat een van de mooiste parels is voor de priester en voor de mensen die hem zijn toevertrouwd. Gaandeweg leerde ik het celibaat als een geschenk te zien. Een gave die een opgave inhoudt. Sinds mijn priesterwijding drieënhalf jaar geleden begon ik nog beter in te zien waarom het voor de katholieke kerk zinvol is priesterschap blijvend aan het celibaat te koppelen. Voor iedereenEen priester wordt geroepen om heel nauw in de voetsporen van Jezus Christus te treden en zoals Hij liefde te betonen voor iedereen zonder onderscheid. Die liefde is niet exclusief. In een huwelijk zegt een man tot zijn vrouw: ‘Jij bent mijn meest dierbare. Voor jou wil ik leven.’ Een priesterhart kán dat niet zeggen, want hij is er voor iedereen. Hij geeft zijn leven voor elk van de mensen, naar het beeld van Jezus die leeft voor iedereen. Het leven van een priester wil een totaal gegeven zijn. Zoals een man zich in de eerste plaats totaal schenkt aan zijn vrouw en kinderen, zo wil de priester totaal gegeven zijn aan de kerk en de mensen die hem zijn toevertrouwd. Een gehuwde priester zou als eerste taak, zoals elke getrouwde man, de zorg voor zijn echtgenote en gezin hebben. Wanneer daar bovenop de zorg – en het zal altijd pas de ‘tweede zorg’ zijn – komt voor de hem toevertrouwde gemeenschap, zou dit een grote verzwaring van zijn leven én dat van zijn gezin betekenen. Twee keer volop een gegeven leven leiden, zelfs Christus deed dat niet. Dat lijkt me daarom niet ten volle mogelijk. De wereld heeft nood aan levens die zich totaal geven. Zowel celibatairen als gehuwden geven uiting van de veelkleurige liefde van God voor de mensen. Daarom vind ik het ook begrijpelijk dat de kerk gehuwde mannen wel tot diaken wijdt, maar niet tot priester.Heilzaam tekenDe keuze om celibatair te leven kan een heilzaam teken zijn voor velen. Immers, er zijn heel wat mensen die verlangen naar een intieme relatie of naar een huwelijk, maar daar door omstandigheden niet toe komen. Wegens ziekte of handicap of misschien omdat er eenvoudigweg geen mogelijke huwelijkskandidaat het levenspad kruist. Dat is vaak oorzaak van veel verdriet en rouw. Verdriet is er ook wanneer iemand na een gebroken huwelijk alleen achterblijft. Hetzelfde geldt voor weduwen en weduwnaars die, zonder dat ze daarvoor kiezen, alleen blijven. Door zijn expliciete keuze tot het celibataire leven is de priester zulke mannen en vrouwen ‘solidair’ nabij. Hij toont dat het mogelijk is als celibatair een ‘vruchtbaar’ leven te leiden. Dat is voor mij van grote betekenis. Wanneer aan de priester niet meer gevraagd wordt om celibatair te blijven, zou dat mijns inziens in de ogen van vele mensen een verarming zijn. Het getuigeniskarakter van het priesterschap vermindert immers. HuwelijkslevenZou een gehuwd priester het huwelijksleven niet beter verstaan wanneer hij zelf gehuwd zou zijn? Maar een priester kent het huwelijksleven van nabij. Hij groeide zelf op binnen een gezin en zag jaren zijn vader en moeder samenleven. Hij deelt binnen het gezin zowel in de dankbare momenten als in de lasten, in de vreugde en het verdriet. Hij kent het wel en wee. Het is als priester bovendien een privilege om gehuwden van nabij te leren kennen door de pastorale contacten. Hij weet door vertrouwelijke gesprekken met gehuwden vaak beter wat de kansen en de valkuilen van de gehuwde levensstaat zijn. Een gehuwd priester zou geen meerwaarde betekenen. Hij wint er weliswaar voor zichzelf de actieve beleving van de seksualiteit en de persoonlijke vreugde van het gezinsleven mee, maar ook de mogelijke zorgen die zijn priestertaak ernstig in de weg kunnen staan. Tenslotte, maar daar denk ik minder vaak aan als argument, is de keuze tot het celibataire leven een verwijzing naar wat de bestemming van iedereen zal zijn in de hemel. Daar zullen er geen gehuwden zijn, en is er niemand exclusief met elkaar verbonden, tenzij met God, bron van alle liefde en leven. In de ogen van de wereld kan dat dwaas of contraproductief lijken, maar door vast te houden aan het celibatair priesterschap vrijwaart de katholieke kerk een diep geheim en een grote schat.”Waarom deze paus priesterschap en celibaat niet zal loskoppelen Paus Benedictus XVI onderstreept geregeld de waarde van het celibaat. Dat heeft in de katholieke traditie een unieke christologische en apostolische betekenis. Ongehuwd leven geldt als een specifieke manier om getuigenis af te leggen van Jezus’ liefde voor allen en als de manier om alleen van en uit God te leven. Het meest uitgebreid op de mogelijke tegenwerpingen ging Joseph Ratzinger in, als kardinaal, in het interviewboek Zout der aarde uit 1996. Voor hem wijst de crisis van het celibaat vooral op een geloofscrisis. De ‘ontkoppeling’ van celibaat en priesterschap zal niet meer en betere priesters opleveren, maar zou vooral een gemakkelijkheidsoplossing zijn om de werkelijkheid te verdoezelen. Enkele citaten:Niet uit praktische overwegingen“Het gaat er niet simpelweg over om tijd te sparen – met andere woorden: ik heb wat meer tijd ter beschikking omdat ik niet de vader van een gezin ben – dat zou een te primitieve en pragmatische zienswijze zijn. Het gaat werkelijk om een bestaan dat alles op de kaart van God zet en precies dat buitensluit wat normaal gesproken een menselijk bestaan pas volwassen en veelbelovend maakt.”Probleem zijn priesters die het er innerlijk niet mee eens zijn“Het is geen dogma. Het is een levenswijze die gegroeid is in de kerk en die natuurlijk altijd het gevaar van falen met zich meebrengt. Als je zo hoog inzet, loop je het gevaar te falen. Ik denk dat wat in onze tijd de mensen keert tegen het celibaat, is, dat ze zien dat veel priesters het er eigenlijk innerlijk niet mee eens zijn en dat ze huichelachtig, slecht, helemaal niet leven of gekweld leven.”Parallel met het huwelijk“Hoe geloofsarmer een tijd is, des te vaker versagen mensen. Men moet zich ervan bewust zijn dat crisistijden voor het celibaat ook altijd crisistijden voor het huwelijk zijn. (…) In beide gevallen staat de kwestie van een definitieve levensbeslissing in het centrum van de eigen persoonlijkheid: kan ik nu al, laten we zeggen op mijn 25ste, mijn hele leven bepalen? Komt dat überhaupt wel overeen met wat bij een mens past? (…). Ik zou hier twee dingen op willen zeggen: dat kan alleen als hij werkelijk diep verankerd is in het geloof. En ten tweede: pas dan bereikt hij ook de volledige vorm van menselijke liefde en menselijke rijpheid. Alles wat minder is dan het monogame huwelijk, is dan toch te weinig voor de mens.”Celibaat uit vrije wil“In elk geval moet de keuze vrij zijn. Het is zelfs zo dat je voor de wijding met een eed moet bekrachtigen dat je het vrij doet en wil. In zoverre heb ik er toch altijd een slecht gevoel over als achteraf wordt gezegd dat het toch een verplicht celibaat was en dat het is opgedrongen. Dat staat tegenover een woord dat bij het begin werd gegeven.”

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​