Tertio 529 - Hij is waarlijk verrezen

Wat Pasen doet met een mens

Hij is waarlijk verrezen

Suzanne van der Schot ontving in de paasnacht van 1998 het vormsel en is sindsdien katholiek. Intussen schreef de Amsterdamse lerares Nederlands twee boeken over het geloof. Tertio vroeg haar wat Pasen en verrijzenis voor haar betekenen, ruim tien jaar na haar ‘bekering’.

Suzanne van der Schot | Pasen is voor een rationeel mens zoals ik een ‘moeilijk’ feest. Zoals ik het christelijk geloof in z’n geheel eigenlijk ingewikkeld vind. Wie opgegroeid is met de kerk en de Bijbel, zal zich dat misschien niet eens afvragen, maar ik kan er niet omheen: wat moet ik me voorstellen bij het verschijnsel ‘verrijzenis’ en vooral, wat heb ik eraan in mijn eigen leven? Een verkenning.

Schoenen en jurkjes
Sinds ruim tien jaar kan ik mezelf katholiek noemen. In de paasnacht van 1998 ontving ik het vormsel. (Protestants) gedoopt was ik al. Sinds dat jaar probeer ik in de veertigdagentijd ook werkelijk te vasten. Ik snoep niet, drink geen alcohol en onthoud mij van onnodige aankopen. Het ene jaar gaat me dat beter af dan het andere. Inmiddels heb ik deze periode van het jaar vaak genoeg beleefd om te weten hoe het vasten mij vergaat: in de eerste weken na Aswoensdag geniet ik van de rust en de leegte in mijn hoofd die het vasten met zich meebrengt. Daarna wordt het lastig, ik krijg trek in een glaasje wijn, heb zin om me te buiten te gaan aan heerlijkheden. De aanbrekende lente vraagt om de aanschaf van nieuwe schoenen en jurkjes.

Dan breekt met palmzondag de week voor Pasen aan, de Goede Week. Evenals het verloop van de vasten, kan ik het verloop van deze week voorspellen. Waar ik de andere eenenvijftig weken per jaar mijzelf als een buitengewoon nuchtere, rationele gelovige beschouw, verander ik steevast in een – ik durf het haast niet op te schrijven – diepgelovig mens. In die week breng ik bijna meer uren door in de kerk dan in de rest van het jaar bij elkaar. Ik struin de kerken in mijn woonplaats af, op zoek naar vieringen, getijdengebeden, stille aanbidding. Waarom? Het is mij een raadsel.

Genadeloze spiegel
Het hele jaar door kost het mij moeite om mezelf bij de – gelovige – les te houden. Ik spreek met mezelf af ’s ochtends en ’s avonds te bidden, maar al te vaak doe ik het niet. Ik neem me voor iedere dag uit een geestelijk boek te lezen, maar er komt steeds van alles tussen. Tegenover Jezus heb ik een ambivalente houding; ik weet vaak simpelweg niet hoe ik hem in mijn geloofsleven moet inpassen. Zo niet in de Goede Week. De gebeurtenissen, de verhalen van palmzondag, Witte Donderdag en Goede Vrijdag raken mij altijd weer zeer diep. Zo diep, dat het buiten mijn wil om lijkt te gaan. Al de vragen, de twijfels en de reserves worden in deze week met een grote beweging van tafel geveegd. Het lijden van Christus doet mij als niets anders wijzen op mijn eigen tekortkomingen, mijn gebrokenheid, mijn onverschilligheid tegenover het lijden in de wereld. De woorden “Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij”, zijn voor mij een samenballing van alle leed in de wereld, en mijn rol daarin. Jezus houdt mij in zijn doodsnood een genadeloze spiegel voor. Hijzelf wordt bijna tastbaar.

Op die dagen wéét ik plots wat het is om een gelovig mens te zijn. Dan voel ik feilloos aan wat Jezus bedoelde met de woorden dat je moet geloven als een kind. Ik, met mijn eeuwige redeneringen, met mijn pogingen om mijn geloof een volkomen rationele basis te geven. Op die dagen weet ik dat geloven vertrouwen inhoudt, niet twijfelen, ook al heb je niet gezien. Ik ervaar, beleef dat God er wel móét zijn, zoals het ’s nachts geregend moet hebben als je ’s ochtends bij het ontwaken ziet dat de straten nat zijn. In het vermogen om mij in te leven in de laatste dagen van Jezus voor zijn overlevering, weet ik mij een gelovig mens.

Brug te ver
En dan wordt het Pasen. Een eerste barstje verschijnt in mijn hernieuwde, rotsvaste geloof. Het kost mij moeite om van de treurnis van de donderdag en de vrijdag, gevolgd door de serene stilte van de zaterdag om te schakelen naar de euforie van de zondag. Ik heb minstens een week nodig om de emoties van de afgelopen dagen te verwerken, maar die tijd krijgen we niet. De paaswake dient zich aan, en het licht, de ommekeer is daar. We waren ten dode bedroefd en nu lijkt alle leed plotseling geleden. Dat kan toch niet! Zo werkt dat niet met verdriet, niet in mijn wereld tenminste.

Pasen is voor mij lange tijd ‘een brug te ver’ geweest. Het lijden, het onrecht, ja daar kan ik me zonder moeite iets bij voorstellen, maar een verrijzen uit de dood? Hoe ziet dat eruit? Hoe gaat dat in zijn werk? En wat heeft dat met mijn leven te maken? Voor mij hoeft niet iedere letter van het evangelie ‘waar gebeurd’ te zijn, maar als ik de verrijzenis afdoe als een mythe, een sprookje, dan zaag ik eigenhandig de stoelpoten onder mijn geloof vandaan.

Ik kon het paasverhaal op geen enkele wijze duiden, laat staan inpassen in mijn dagelijks leven. Zeker, de lichtjes, de verhalen, de gezangen van de paasnacht bekoorden mij zeer. En omdat ik in deze nacht officieel tot de kerk toetrad, had hij des te meer glans in de jaren daarna. Maar de volgende dag bleek er maar bitter weinig zichtbaar van dat ‘nieuwe leven’. Alles in mijn omgeving was nog precies hetzelfde en ik ook. Van de weeromstuit verlangde ik al snel weer terug naar de vastentijd, toen er tenminste nog iets tastbaar was aan mijn geloof.

Verrijzenis onbesproken
Een en ander veranderde toen ik voor het schrijven van mijn boek over Jezus het evangelie heel nauwkeurig ging lezen. Het was mij nog nooit opgevallen dat de evangelisten een magistrale literaire kunstgreep hadden uitgevoerd, die mijn kijk op Pasen totaal veranderde. De nacht van het lijden, de arrestatie, het proces en de kruisiging van Jezus worden allemaal zeer uitgebreid beschreven. Alsof de evangelisten er met een opschrijfboekje naast gestaan hebben. Na Jezus’ dood wordt het stil. Het verhaal wordt pas weer opgepakt als de vrouwen bemerken dat het graf leeg is. Vervolgens verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Met andere woorden, de evangelisten laten de verrijzenis zelf onbesproken. Het is aan mij, de lezer of toehoorder, om mijn geloof en mijn verstand, mijn hart en mijn hoofd, kortom mijn hele zelf in te zetten om de verrijzenis te duiden.

Dat gaf mij lucht. Pasen is geen mythe, maar het is aan mij, aan u, aan ons allen om die gebeurtenis inhoud en betekenis te geven. Dan verrijst Jezus niet alleen met Pasen, maar iedere keer wanneer wij bij die oproep gehoor geven. Dan kan ik met heel mijn hart én mijn verstand zeggen: “De Heer is waarlijk verrezen!”

Meer lezen? Ga naar: www.3hoogaandeamstel.blogspot.com.

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​