Tertio 539 - Van monster tot mens

Canadees David Gustafson over slachtoffer-daderbemiddeling

Van monster tot mens

Slachtoffers en daders van misdrijven komen zelden oog in oog te staan, waardoor de andere partij soms mythische proporties aanneemt. Tot ze elkaar wel ontmoeten. De door de wol geverfde Canadese bemiddelaar David Gustafson, die in Leuven aan een doctoraat werkt, vertelt wat er dan gebeurt met mensen.Ria Goris | Ons land is een van de koplopers binnen Europa voor bemiddeling. Maar lang voor die praktijk hier ingang vond, bemiddelde de Canadees David Gustafson al na zware delicten, zoals serieverkrachting, moord en doodslag. Het bracht hem veel inzicht bij in de noden van slachtoffers en daders.Waarom zouden daders en slachtoffers überhaupt interesse hebben in bemiddeling?“Het wemelt van stereotypes daarover. Slachtoffers zouden zo’n ontmoeting niet wensen, tenzij vanuit wraak. Daders zouden geen spijt hebben van hun daden en onverbeterlijke criminelen blijven. Als ze al interesse zouden hebben in bemiddeling, dan alleen om zich te wreken voor hun veroordeling of om informatie los te peuteren voor verdere misdrijven.”“De werkelijkheid is veel genuanceerder. Als ik slachtoffers uitnodig hun verhaal te doen, dan ligt de focus niet op de strafmaat van de dader. Nee, het gaat over het leed dat hen is aangedaan, over wie daarvoor verantwoordelijkheid gaat nemen en hoe. Tijdens de rechtszaak is er geen tijd of aandacht voor hun verhaal. Veel vragen mogen ze alleen met ja of nee beantwoorden en ze voelen zich vaak in de kou staan. Naast een verlangen om rekenschap te vragen aan de dader blijven veel slachtoffers achter met vragen: ‘waarom heeft hij het gedaan? Waarom ik?’ Ze zijn vaak verbaasd te vernemen dat de dader het veelal niet op hen persoonlijk gemunt had, maar handelde onder de invloed van drugs en in een vlaag van ‘destructief recht’. Die term komt van de Amerikaanse psychiater Iván Nagy: omdat mij onrecht werd aangedaan, voel ik mij gerechtigd om dat uit te werken op anderen.”Kan u een voorbeeld geven?“Ik denk aan Laurens, een serieverkrachter. Als kind werd hij gemolesteerd door een vrouwelijke babysitter. Later ontwikkelde hij een woede tegenover elke jonge vrouw die leek op dat meisje. Hij wilde die vrouwen vernederen en degraderen, precies wat met hem was gebeurd. Hij drong in minstens 45 huizen binnen om te verkrachten, wat in heel wat gevallen ook lukte. Hij kwam terecht in een gesloten instelling voor seksuele delinquenten. Daar ontwikkelde hij gevoelens voor een verpleegkundige, Lea. Meer dan gelijk wie drong zij tot hem door, maar de echte doorbraak gebeurde pas nadat Lea bijna verkracht werd door een andere delinquent. Laurens probeerde haar te hulp te schieten maar stond voor een gesloten deur en moest machteloos toezien. Lea werd op het nippertje ontzet, maar Laurens was kapot van wat er was gebeurd. Hij wilde zijn behandeling niet meer voortzetten en pijnigde zichzelf door constant trappen op en af te lopen. ‘Laat me nu niet in de steek. Gebruik deze ervaring voor je genezing en zet je behandeling verder’,vroeg Lea hem. Dat werd een keerpunt voor Laurens, het begin van empathie en van genezing. Laurens wilde daarna meewerken aan bemiddeling met zijn slachtoffers. ‘Als zij dapper genoeg zijn om mij te ontmoeten, hoe kan ik dan het lef niet hebben om hen te zien?’, redeneerde hij. Voor het eerst kon hij het ‘destructief recht’ dat hij had opgebouwd sinds zijn kindertijd, laten varen.” “Het moment voor bemiddeling moet juist zijn, ook al gaan er jaren over heen. Bemiddeling kun je niet plannen volgens de kalendertijd, chronos. Het is een kwestie van kairos, het geschikte moment. Je kan het niet forceren. Er gaat een heel proces aan vooraf.”Het objectiveren van anderen vormt een voorwaarde voor criminaliteit, stelt u. Kunt u dat uitleggen?“Om anderen kwaad te berokkenen moet je afstand creëren, want vanaf het moment dat je in de ander iemand als jezelf herkent, kan je dat niet doen. Het valt makkelijk te zien dat degraderende ervaringen, zoals wat Laurens overkwam in zijn kindertijd, kunnen leiden tot het objectiveren van anderen. Die worden een object voor destructief recht. Veel daders vertelden me over leed dat hen werd toegebracht voor ze zelf dader worden. Daaruit putten ze excuses voor hun daden, zoals ‘die rijkelui voelen een diefstal niet, ze zijn toch goed verzekerd’. Heel anders wordt het als ze tegenover de eigenaar van die zaak komen te zitten, en dat blijkt een alleenstaande moeder te zijn die moet vechten om het hoofd boven water te houden. ‘En jij denkt dat ik jou ook nog eens moet onderhouden?’, sneerde zo’n slachtoffer tegen de dader in een bemiddelingssessie. “ “Slachtoffers kunnen heel direct zijn, al ontstaat er in het proces van bemiddeling vaak respect voor elkaar. In feite gebeurt er het omgekeerde van objectiveren: het gelaat van de ander wordt van soms monsterlijke proporties ontdaan en wordt weer menselijk. Vaak zetten we video-interviews in die aan de partijen getoond worden alvorens een ontmoeting plaatsvindt.”Het klinkt prachtig, maar werkt dit bij hele zware vergrijpen, zoals moord en doodslag?“Zeker. Ik denk aan Harry, wiens moeder vermoord werd door een verslaafde indiaan. Hij bleef met vragen achter en zocht de familie van de moordenaar op. Ze bleken het met elkaar te kunnen vinden en toen Harry eindelijk de moordenaar zelf ontmoette, zei hij tegen hem: ‘Son, je hebt een prachtige familie. Ik breng je hun groeten.’ De dader, Travis, was zo ontroerd door Harry’s houding dat Harry de belangrijkste mens in zijn leven werd ‘want hij heeft me weer mens gemaakt’. Pas daarna kon Travis zijn wrok tegenover de dominante, blanke samenleving laten schieten.” “Harry, een no nonsense buschauffeur met een hart van goud, kwam door zijn begripvolle houding wel in de problemen binnen zijn familie. Alleen nadat familieleden een videotape gezien hadden van de ontmoeting tussen Travis en Harry, losten ze hun demonisering van Travis enigzins. We bemiddelen dus zo nodig ook tussen slachtoffers of daders en hun families. Ook daar zijn wonden geslagen.”  Psycholoog en priesterDavid Gustafson, psycholoog en priester (mennoniet), richtte in 1979 in British Columbia in Canada de Fraser Region Community Justice Initiatives Association op, het begin van een dertig jaar lange bemiddelingspraktijk. Hij verwerkt nu de neerslag van zijn ervaringen met slachtoffers en daders in een doctoraat aan de Leuvense universiteit. (RG)

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​