Tertio 554 - Volledige transparantie onhaalbaar

Vizier:

Volledige transparantie onhaalbaar

Waarom zijn de media zo hard voor kerkelijke leiders? Dat heeft te maken met de rol die ze opeisen op het publieke forum, meent Guido Dierickx en hij analyseert de mechanismen die daarbij in het spel zijn.

Guido Dierickx | Onze mediamensen zijn niet mild geweest voor de kerkelijke gezagsdragers. Hun commentaren sloegen, zoals de raketten van de drones in Afghanistan, vernietigend in. Vernietigend evenwel niet alleen voor de vijand, maar ook voor onschuldige omstanders. In dit geval voor onschuldige geestelijken en voor de geloofsgemeenschap. Mogen wij ons daaraan niet ergeren? En moeten wij ons niet afvragen vanwaar die partijdigheid komt? Een eerste antwoord luidt dat mediamensen nu eenmaal tot het linkse, antiklerikale kamp behoren. Onderzoek lijkt die bewering te ondersteunen. Hun ‘linkse’ bias komt tot uiting in de feiten die zij (niet) belichten, in de ijle vermoedens waaraan ze lucht geven, in soms giftige commentaren. En waarvoor ze zich, als ze fout blijken, zelden excuseren. Want dat zou hun reputatie aantasten. Ook onze media stoppen veel in de doofpot.

Dat eerste antwoord is niet het enige. De bias in onze media is minder toe te schrijven aan individuele dan aan structurele tekorten, meer bepaald aan de rol die ze opeisen op het publieke forum. De media willen de tussenschakel zijn tussen de protagonisten van hun verhalen en het publiek. Ze willen de gevoelens van het publiek verwoorden, zoals het koor in de Griekse tragedies. Maar de rol die ze opeisen is nog ambitieuzer dan die. Ze werpen zich op als onmisbare bemiddelaars. Ze willen het publiek de juiste gevoelens influisteren. Daarom moeten ze de protagonisten afschilderen als onbetrouwbaar voor de naïeve toeschouwer, maar niet voor de doorgewinterde journalist. Vandaar hun cultus van het wantrouwen. Er is weinig mee te verdienen als ze, na veel werk over een politicus (of over een bisschop), besluiten dat er met hem niets sinisters en dus niets nieuwswaardigs aan de hand was. Dat hoort hun hoofdredacteur niet graag. Bob Woodward en Carl Bernstein hebben met de onthulling over Watergate grote faam gemaakt. Vele journalisten dromen van een soortgelijke ontdekking. Daarom nemen ze liefst gezagsdragers in het vizier, een politieke of een kerkelijke leider bijvoorbeeld.

Protagonisten voorstellen als verdacht is de eerste uiting van structurele bias. Het publiek vleien als onverdacht is de tweede. De lezers/kijkers wordt aangepraat dat de publieke opinie zowat het opperste gerechtshof is, dat de lezers/kijkers daarvan de juryleden zijn, dat zij als voorbeeldige juryleden geen voorbarige conclusies zullen trekken uit de beschikbare feiten, zullen wachten op het wederwoord van de verdachte, niet uit zullen zijn op wraak en niemand een blauw oog zullen slaan. In feite komen die onwenselijke reacties bij het niet-geïdealiseerde publiek veel voor.

Merken onze media niet dat ze die reacties in de hand werken? Zouden ze die neveneffecten van hun tussenkomst niet moeten bestrijden? Nee, dat doen ze zelden. Zo’n zelfkritiek zou hun schakelfunctie aantasten.Zijn de media in deze dan niet nuttig? Toch wel. Hun duiding van het optreden van de protagonisten neigt naar “kwaad vermoeden”. Zo schept ze een “anticiperende reactie”. Zo heeft ze een ontradend effect. Maar publieke gezagsdragers kennen die neiging. Daarom geven ze in de regel niet toe aan de eis tot transparantie. Volledige transparantie voor het publiek, via de media, is een norm die onhaalbaar is en die onvermijdelijk geschonden wordt. Meer transparantie is alleen te verwachten in een meer besloten setting, in een rechtbank of in een commissie. Daar duren de processen langer en is de procedure ingewikkelder. Dat is een nadeel. Maar daar worden de media grotendeels buiten gehouden. Voor wie de waarheid wil, en niets dan de waarheid, is dat een voordeel.

Uw reacties zijn welkom op redactie@tertio.be.

Berichten

OVERWINNING OP HET CYNISME
De organisatoren van het pausbezoek in Groot-Brittannië moeten een zucht van verlichting hebben geslaakt toen het pauselijke vliegtuig zondag koers zette naar Rome. Het was spannend geweest – de veiligheidskwesties, voorspelde antikatholieke protesten en gevreesde katholieke lauwheid, vijandige media, pauselijke uitschuivers enzovoort – maar het was allemaal reuze meegevallen. “Een overwinning van het enthousiasme op het cynisme”, vatte de Schotse ‘eerste minister’ Alex Salmond het goed samen.

Het historische bezoek van Benedictus XVI aan het Verenigd Koninkrijk mag een succes worden genoemd. Zijn aanmoedigingen tot de katholieke minderheid, zijn reflecties over geloofsuiting in de publieke ruimte, zijn ontmoetingen met gezagsdragers, anglicaanse kerkleiders en andere religieuze leiders, en vooral de zaligverklaring van John Henry
Newman zondag in Birmingham werden goed ontvangen. Het bezoek was een hart onder de riem van de zes miljoen katholieken in Groot-Brittannië, van wie de dynamiek en de veelkleurigheid door het aandeel van de migranten opvielen. Achtduizend tegenbetogers wogen niet op tegen de vele tienduizenden die opdaagden om de paus te zien en te horen.

Onvermijdelijk ging veel aandacht naar het seksueel misbruik. De paus ging het thema niet uit de weg, sprak er al over op de heenweg in het vliegtuig, betuigde in Westminster Cathedral zijn “diepe spijt” voor de “onuitsprekelijke misdaden” van seksueel misbruik, en had ook een discrete ontmoeting met enkele slachtoffers van seksueel misbruik. Voor sommigen zal het nooit genoeg zijn, maar wie een beetje objectief is, ziet en hoort toch een kerkleider die nederig en deemoedig zijn kudde tracht te hoeden in een tijd die zich niet gemakkelijk openstelt voor de boodschap van Jezus. Maar is er ooit een gemakkelijke tijd geweest? (JDV)

VRAGEN BIJ CELIBAAT BEREIDEN POSTBENEDICTUSTIJDPERK VOOR
Onze media – drijvend op hun liberaalseculiere agenda, waaraan ook de katholieke kerk zich zou moeten conformeren – stelden het vorig weekend als een aardverschuiving voor: de voorzichtige beschouwingen van de Brugse bisschop Jozef De Kesel over het wijden van gehuwde mannen tot priester. Wie een beetje de zaak volgt, weet dat de vragen over de verplichte koppeling van priesterschap en celibaat sinds het Tweede Vaticaans Concilie nooit van de agenda zijn verdwenen. Toen wij onlangs een dossier aan de kwestie wijdden, vonden we onder de priesters bijna niemand die de huidige toestand – alleen celibataire mannelijke kandidaten kunnen priester worden gewijd – wilde verdedigen. Ook veel bisschoppen hebben hun vragen, al ging alleen het voltallige Oostenrijkse episcopaat zo ver dat ook hardop te zeggen. Niemand twijfelt aan de waarde van een vrijwillig gekozen celibaat, maar het is bekend dat veel priesters worstelen met seksuele onthouding en het ontbreken van een familieleven. Het seksueel misbruik zwengelt dat debat aan, want paus Benedictus XVI mag dan gelijk hebben dat bij diehard pedofielen “de vrije wil is uitgeschakeld”, toch leeft de indruk dat sommige geestelijken niet daarom over de schreef gingen, maar wel omdat ze hun seksuele driften niet controleerden en kinderen gemakkelijke slachtoffers waren.

De discussie leeft, maar deze paus maakte al ten overvloede en met stevige argumenten duidelijk waarom hij niet bereid is een eeuwenlange traditie los te laten. Daarmee moet je inderdaad goed opletten als je ziet hoe diep ‘liberale vernieuwingen’ de anglicanen verdelen. Niets belet evenwel dat dit debat de wezenlijke vraag wordt bij een volgend conclaaf. Tenzij bisschoppen die hun twijfels uiten, voortaan systematisch de kardinaalstitel wordt onthouden. (JDV)

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​