Tertio 559 - (On)gehuwd omwille van het Rijk Gods

Dossier: Het celibaat

(On)gehuwd omwille van het Rijk Gods

In het zog van de misbruikcrisis krijgt de koppeling van priesterambt en celibaat in de Latijnse kerk opnieuw kritiek. In dit dossier nemen we dat ambtscelibaat onder de loep. Hieronder getuigen een jonge celibataire priester uit de Latijnse kerk en een gehuwde priester uit de orthodoxe kerk over hun levenskeuze. Vervolgens beantwoordt godsdienstpsycholoog Antoon Vergote de vraag in welke mate religieus celibatair leven psychologisch haalbaar en gezond is (blz. 8). Een bisschop uit de Grieks-katholieke kerk licht ten slotte toe wat het gehuwde ambt voor de organisatie van een kerk betekent (blz. 9).Priester Koen Verheire hecht aan het celibaat:‘Een radicaal priesterbeeld dat uitdaagt en uitnodigt’Koen Verheire (35) is medepastoor in de regio Puurs. Hij hecht aan het celibaat, want “een sterk beeld van het priesterschap daagt uit om radicaal vanuit God te leven”.  Jan De Volder | Koen Verheire is een jonge en dynamische priester van het aartsbisdom. In 2007 werd hij gewijd. Na studies ziekenhuiswetenschappen zette de lectuur van het boek Prediker hem weer op het spoor van God die hij in zijn jeugd had leren kennen. “Dit korte boek heb ik toen meermaals herkauwd. Vooral het refrein ‘alles is ijdel’ ontsloot mijn hart voor wat alleen God een mens kan geven. Geleidelijk aan leerde ik in heel de Schrift de concrete verwijzingen naar diep menselijk geluk te ontdekken, wat de aanzet gaf om voor het priesterschap te kiezen.”Leven voor GodHet celibaat hoort wezenlijk bij het priesterschap, zo meent hij. “Door ongehuwd te leven daagt de priester de gelovigen en de wereld uit om boven alles en iedereen voor God te leven. Het celibaat is een van de uitdrukkingsvormen om onthecht met Christus te leven: zijn leven te wagen aan Jezus’ uitdagende slagzin ‘los van Mij kunnen jullie niets’. Daar ligt zowel de kracht als de kwetsbaarheid van het ambt. De specifieke grenzen die de priester daarmee aan zijn leven stelt, verscherpt het besef van de grenzen van ons aardse leven om prioriteit te geven aan Gods ‘wonderdaden’ en de uiteindelijke hoop op verrijzenis en eeuwig leven.” Diep onbegrip“Die tekenfunctie van de priester roept iedere gelovige op om alle relaties in de Godsrelatie te wortelen en één en al voor God te leven. Ook Jezus – die voor zover we weten ongehuwd was – heeft vanuit die relatie geleefd.” Verheire beseft dat het celibaat in onze cultuur vaak op diep onbegrip stuit. “Het wordt gezien als een schandaal. Men vindt dan, vaak met de allerbeste bedoelingen, dat een priester zoals elke mens recht heeft op de steun van een partner en een gezin. Ik begrijp het argument, maar het wegebben van het geloof in de verrijzenis is dan wellicht nog een veel groter schandaal. Wel zie ik daarin een opdracht voor de kerkgemeenschap in de zorg voor zieke en gepensioneerde priesters.”Uiteraard is er nog een ander argument waar onze cultuur nog minder begrip voor toont: dat van de seksuele onthouding. “Dit is zeker geen hoofdargument maar in onze tijd kan het celibaat een krachtig tegenteken zijn tegenover een hypergeërotiseerde cultuur waar seksualiteitsbeleving als onontbeerlijk geldt. Daaraan verzaken vraagt voortdurend een grote fascinatie en ijver voor Jezus’ Boodschap. Dat blijft veeleisend. Maar God laat zich ook amper vinden in het middelmatige.”Grote overgaveVoor Verheire is het dan ook zaak die radicale passie, voor God en voor mensen, blijvend te beleven. “Het komt eropaan je zendingstaak als priester met een zo groot mogelijke overgave op te nemen, om er zodoende een bron van vrijheid en vreugde in te vinden. Bijvoorbeeld door alle sacramenten voldoende frequent en zo nodig ook ‘laagdrempelig’ voor te bereiden en aan te bieden, want daartoe werd je immers als priester uitgezonden.” Verheire was gewoon de sacramenten van het huwelijk en van het priesterschap als complementair te zien: als twee beelden van Gods liefde voor de mensen, de particuliere en de universele liefde. “Maar tegenwoordig begrijp ik beter dat er ook iets gradueels in zit: niet dat de priester verheven is boven de gehuwde maar wel dat hij een stap meer doet. Dit verleent de priester niet vanzelf het nodige gezag als herder in een plaatselijke gemeenschap. Het gezag dat elke gemeenschap van een herder vraagt, moet de priester uiteindelijk ook verdienen door zijn menselijke en spirituele gestalte. Ik volg daarmee de Italiaanse theoloog Enzo Bianchi.”Krachtig priesterbeeldDe jonge geestelijke vindt het veeleer overbodig dat er bovenop het permanente diaconaat ook nog een gehuwd priesterschap komt. “Als dat wel gebeurt, moet het breed gedragen zijn in de wereldwijde kerk. Want ik voel niets voor het soort verscheuring die de anglicaanse kerk nu treft. Mijn voorkeur gaat uit naar een eenduidig en krachtig priesterbeeld dat zo radicaal mogelijk naar Jezus’ onthechte en prijsgegeven leven verwijst. Op die manier houdt het celibaat in mij ook de ruimte vrij voor het risicovolle waartoe God mij eventueel nog uitdaagt.”  Christophe D’Aloisio is orthodox priester en gehuwd‘Priesters en leken hebben wezenlijk dezelfde roeping’ Christophe D’Aloisio (33) is orthodox priester in Brussel. “In de orthodoxe traditie verschilt het gewijde priesterschap niet wezenlijk van het priesterschap van het volk”, zegt hij.Jan De Volder | Christophe D’Aloisio is tien jaar gehuwd en vader van twee. Als inspecteur orthodoxe godsdienst was hij jarenlang een actieve leek binnen de Belgische en West-Europese orthodoxie. In 2007 werd hij tot diaken en priester gewijd. Sindsdien is hij ook nog priester in een parochie in Elsene die behoort tot het Oecumenisch Patriarchaat, doceert hij aan het Orthodoxe instituut Sint-Jan de Theoloog in Sint-Gillis en werkt hij aan de Université Catholique de Louvain aan een doctoraat over de theologie van het ambt.  De celibaatskwestie is veel minder een kwestie in de oosterse dan in de westerse traditie. “Negen op de tien priesters zijn gehuwd. Het is niet zo dat priesters mogen huwen – zoals vaak verkeerdelijk wordt gesteld –, wel worden gehuwde mannen tot priester gewijd. Wie als ongehuwde wordt gewijd, kan daarna niet meer huwen, net zoals getrouwde priesters niet kunnen scheiden of hertrouwen.” Heel het gelovige volk heeft deel aan het koninklijke priesterschap. Dat bewustzijn is sterker aanwezig in de Byzantijnse dan in de Latijnse traditie. “Het katholieke Conciliedocument Lumen Gentium stelt: ‘Het algemeen priesterschap van de gelovigen en het ambtelijk of hiërarchisch priesterschap zijn weliswaar uiteraard en niet alleen naar rangorde – ‘essentia et non gradu’ – verschillend’. Daar zijn wij orthodoxen het niet mee eens: wij kennen geen ontologisch verschil tussen het gewijde ambt en het priesterschap van de gedoopten.” Is het gehuwde priesterschap wel evenveel ‘teken van Christus’ als het ongehuwde? “De clerus is niet meer ‘teken van Christus’ dan andere gedoopten. Christus is de enige nieuwe Adam en de echte priester.” Volgens D’Aloisio hoeft het priesterschap daarom niet beperkt te blijven tot mannen. “De Griekse teksten maken duidelijk dat Christus ‘mens’ is geworden, niet alleen ‘man’.” Daarom denken de orthodoxe kerken na over de herinvoering van het diakenambt voor vrouwen, zoals dat in het eerste millennium bestond. In een adem geeft hij toe dat de theologische reflectie over het vrouwelijke priesterschap amper wordt gevoerd. “Dat heeft te maken met de sociale en culturele context: orthodoxe kerken leven vooral in oosterse maatschappijen, met een sterke masculiene kant waar vrouwen weinig te zeggen hebben.”Niettemin is de plaats van de vrouw van de priester in de gemeenschap wel bijzonder. “In veel gemeenschappen heeft zij een belangrijke pastorale functie, onder meer in de opvang van nieuwe gelovigen. Ook heeft ze een belangrijke luisterfunctie: veel gelovigen spreken gemakkelijker hun gevoelens uit tegen een vrouw dan tegen een man.” Hoe zit het met beschikbaarheid van de gehuwde priester? Is een celibataire priester niet meer ‘helemaal gegeven’ aan de kerk dan een gehuwde man dat kan zijn? “Geen enkele mens kan helemaal gegeven zijn”, reageert D’Aloisio. “Ieder mens heeft ook nood aan een privéleven, aan een gemeenschap en familie rondom hem. Dat zit diep in de orthodoxe traditie. Het oecumenisch Concilie van Constantinopel in 681 stelt: ‘als iemand tegen de apostolische canon in een priester, diaken of onderdiaken wil verbieden met zijn wettige vrouw samen te wonen en met haar relaties te hebben, moet hij worden afgezet’ (canon 13).”  In de overdreven nadruk op de zuiverheid van de priester die geen seksuele relaties heeft, ziet D’Aloisio een vorm van neoplatonisme. “De mens van de Bijbel is lichaam en ziel. In het Bijbelse mensbeeld zijn die een, terwijl de antieke Griekse filosofische cultuur die twee apart zag. Maar een mens is met heel zijn wezen bestemd om heiliging van God te zijn, in alle aspecten van zijn bestaan, tot in zijn seksuele relaties toe.”  Een priester is in de orthodoxie in de eerste plaats een ‘bedienaar van het altaar’, met een belangrijke pastorale en bestuursfunctie. “De andere gelovigen hebben die taken niet. Maar dan nog kan het gewijde priesterschap niet los worden gezien van het priesterschap van het volk.” Daarom zegt D’Aloisio ook dat zijn leven sinds zijn priesterwijding niet totaal veranderd is. “Ik denk niet dat ik voorheen de kerk minder diende dan nu en dan mijn lekenbroers en -zussen in de kerk. Iedere christen heeft door zijn doopsel de roeping om stappen te doen op weg naar de heiligheid. Dat is niet anders voor een priester dan voor een leek.” Hij merkt wel dat de mensen anders naar hem kijken. “Ik betreur dat. Als iedereen ervan overtuigd was dat leken en priesters een gemeenschappelijke roeping hebben, zou het klerikalisme overwonnen zijn.”  Godsdienstpsycholoog Antoon Vergote over de psychologische leefbaarheid van het celibaat:‘Alle levenskeuzen houden eigen psychologische risico’s in’ Voor Antoon Vergote is de ‘leefbaarheid’ van het religieuze celibaat vergelijkbaar met die van het huwelijk. Beide leefwijzen kunnen ontsporen, beide kunnen tot een vruchtbaar en rijk leven leiden.Peter Vande Vyvere | Aanvankelijk aarzelt de internationaal vermaarde godsdienstpsycholoog om zich over het religieuze celibaat uit te spreken. Hoe levendig van geest en leden hij ook is, “ik heb op mijn leeftijd te weinig voeling met jongere priesters om de actuele situatie in te schatten”. Maar natuurlijk is hij als 89-jarige een bevoorrecht waarnemer van het kerkelijk tijdsgewricht waar nu zoveel om te doen is, de jaren 1960-1980, waar het gros van de klachten van seksueel misbruik in de kerk op slaat. Het is mee door die crisis dat de vraag naar de ontkoppeling van ambt en celibaat vandaag weer opduikt.De beruchte Duitse theoloog en psychotherapeut Eugen Drewerman meent dat er hoe dan ook psychologisch iets niet in de haak is met de meeste jonge mannen die voor het religieuze celibaat kiezen. Vergote lacht: “Niet akkoord. Zeker in mijn jeugdjaren was er van een uitdrukkelijke keuze voor het celibaat trouwens geen sprake. Het was de tijd van de ‘katholieke actie’, de droom van een wereld die doordrongen is van een christelijke opvatting van rechtvaardigheid en naastenliefde. Priester worden was een mogelijkheid om daar op een geëngageerde manier toe bij te dragen. De keuze voor het celibaat speelde daar geen bewuste rol in: voor wie priester of religieus wilde worden, hoorde dat erbij en was dat als het ware evident.”Verklaart dat de mislukking ervan voor een aantal mensen? “Het is alleszins een risico als je jonge mensen te vroeg helemaal van het ‘normale leven’ afsnijdt. Dat riskeert hun keuze voor het religieuze leven in zekere mate blind te houden en dat kan zich achteraf wreken. Ik vond destijds het Franse systeem, waarbij seminaristen en novicen na enkele jaren opnieuw voor enige tijd ‘in de wereld’ worden gestuurd, gezonder.”ErotiseringVandaag is de evidentie van een religieus celibatair leven weggevallen. Door de ontkerkelijking, maar ook doordat onze cultuur de jongste decennia is geërotiseerd. In die context moet je je tegenover jezelf en anderen hoe dan ook verantwoorden voor zo’n ongewone levenskeuze. “Die erotisering van onze sociaal-culturele leefomgeving is een feit”, beaamt Vergote. “Ik heb zelfs de indruk dat de Vlaamse cultuur sterker getekend is door het etaleren van vulgaire seksualiteit dan de Franse. Mogelijk is dat een reactie op het overdreven puritanisme van weleer.”Het belang van erotiek leidt wel eens tot de gedachte dat iemand die celibatair – en dus zonder seksuele relatie – leeft onmogelijk een gezond en rijk leven kan leiden. Psychologische nonsens, vindt Vergote. “Want hetzelfde kun je zeggen van de huwelijkstrouw. Vergeet niet dat die van christelijke oorsprong is. In het jodendom van Jezus’ tijd was het niet ongewoon na zekere tijd uit elkaar te gaan en met iemand anders te beginnen, zonder dat daar aanstoot aan werd genomen. Veel actuele huwelijksproblemen hebben niet zozeer met seksualiteit, maar met die levenslange binding te maken. Dat staat niet los van seksualiteit, maar dan toch niet louter in de zin van drift of seksueel genot. Seksualiteit heeft ook te maken met voorstellingen en verlangens, utopie, zelfbedrog enzovoort. Welnu, ook de celibaatsverplichting impliceert veel meer dan alleen seksuele onthechting.”Seksuele onthechtingBovendien behoort seksuele onthechting ook bij ons huwelijksconcept, namelijk de beperking tot die ene persoon, legt Vergote uit. “Maar dat is niet louter negatief: het is de mogelijkheidsvoorwaarde om de andere persoon in al zijn menselijkheid, op een wederzijdse manier echt te ontdekken. Ook de stoïcijnen en neoplatonisten kenden dat, maar Jezus voegde er een dimensie aan toe, geïnspireerd op de idee van Gods uitverkiezing als een persoonlijke binding. De huwelijkstrouw krijgt zo een specifieke en oorspronkelijke betekenis die leidt tot een heel sterke waardering van de ander als persoon.”Maar wat heeft dat met het celibaat te maken? “Ook het celibaat ontleent zijn zin aan de bekwaamheid tot binding – zij het een heel specifieke binding: met Jezus van Nazareth en via Hem met God.” Anders dan we spontaan denken, heeft het celibaat niet in de eerste plaats een ethische betekenis en evenmin is ze louter gericht op onthechting. “Het celibaat is wezenlijk gericht op een persoonlijke verbinding die levensvervullend is.”SublimatieMaar de seksuele natuur met zijn verlangens en verbeeldingen kun je toch niet zonder meer uitschakelen? “Absoluut niet”, beaamt de godsdienstpsycholoog, “het komt erop aan die om te vormen en elders een genieting te vinden die het leven aangenaam maakt. Ik ken iemand die zo’n passie voor de wetenschap cultiveert, dat een relatie hem eigenlijk niet interesseert. Hij is overigens een volstrekt normale, aangename en fijne man.”Maar sublimatie kan natuurlijk ook religieuze gronden hebben. “Het komt er dan op aan steeds voller de persoonlijke Godsrelatie te beleven. Grote mystici als Teresa van Avila of Johannes van het Kruis – die een fijne psychologie hanteren – leren ons dat het een lange ontwikkelingsweg vergt eer dat voldoende gaaf, zuiver en rijk is om van te leven. Maar tegelijk getuigen ze dat het mogelijk en zinvol is.” De kerk kiest – voorlopig – haar priesters uit mensen die het charisma of de genade van het celibaat hebben. De Leuvense emeritus denkt niet dat je dit geloofsgegeven in psychologische termen om kunt zetten: bepaalde mensentypes die wel en andere die daar niet geschikt voor zijn. “Ik kan dat vanuit mijn psychologische ervaring niet bevestigen. En als je een psychologische analyse zou maken van de heiligen – veelal toch ‘gelukte’ celibatairen –, zou je de grootste verscheidenheid vaststellen.Conflict essentieel voor geloofToch erkent de psycholoog dat celibatair leven sommige mensen ziek kan maken. “Maar alle levenskeuzen houden een eigen psychologisch gevaar in. Voor wie ongehuwd blijft ‘omwille van het rijk Gods’ zijn de risico’s niet noodzakelijk van seksuele aard. De confrontatie met religieuze onverschilligheid ondanks je eigen gedrevenheid vanuit het geloof, kan even pijnlijk, zoniet pijnlijker zijn.” Vergote merkt ten slotte op dat het joods-christelijke geloof altijd iets van crisis meebrengt. “De Godsverkondiging brengt iets bij dat nooit zonder meer beantwoordt aan onze vragen, wensen en verwachtingen. Innerlijke conflictdoorwerking is essentieel voor iedereen die gelooft. Ook – ik zou zelfs zeggen zéker – voor wie in celibaat leeft omwille van zijn geloof.”  Psycholoog, filosoof en theoloogAntoon Vergote (1921) is al priester van het bisdom Brugge, theoloog en filosoof als hij in de jaren vijftig naar Parijs trekt om psychoanalyse te studeren bij Jacques Lacan. Hij maakt er kennis met denkers als Françoise Dolto, Maurice Merleau-Ponty en Claude Lévi-Strauss. Bij zijn terugkeer in Leuven richt hij het ‘Centrum voor godsdienstpsychologie’ op waarvan hij de eerste directeur wordt. Hij is ook medestichter van de Belgische school voor psychoanalyse. In de jaren 1970 geeft hij colleges in Parijs en in New York, maar zijn vaste stek blijft toch de universiteit van Leuven. Vergote verwierf internationale bekendheid met zijn studies over godsdienstpsychologie, maar publiceerde ook werken over de relatie tussen christendom en moderniteit. Hij kreeg eredoctoraten van de universiteiten van Nijmegen, Rijsel, Milaan, Lima, Arequipa en Salamanca. (PVV) Grieks-katholieke bisschop Mihai Fratila:‘Denk niet dat er geen problemen zijn’De Grieks-katholieke kerk in Roemenië kent, zoals de orthodoxe kerk, gehuwde priesters. Hoe is de ervaring daarmee? Tertio stak zijn licht op bij Mihai Fratila, hulpbisschop van het Grieks-katholieke aartsbisdom van Fagaras en Alba-Iulia, en vicaris voor de stad Boekarest.Jan De Volder | De Grieks-katholieke kerk van Roemenië ontstond in 1698, toen de orthodoxen van Transsylvanië zich verenigden met de kerk van Rome. Ze staat dus in de Byzantijnse traditie, maar leeft in communie met de paus.  Negentig procent van de priesters is gehuwd. De priesterwijding vindt altijd plaats na het huwelijk. Een priester-weduwnaar mag niet hertrouwen. De bisschoppen daarentegen zijn altijd monniken of toch celibatairen. De regels zijn dezelfde als bij de orthodoxen. “Wie celibatair blijft, maakt een spirituele keuze die moet steunen op rijpheid, evenwicht en een intens gebedsleven. Zonder innerlijke discipline is dat niet mogelijk”, zegt bisschop Fratila. “Hun gaven, maar ook hun limieten komen veel beter aan het licht in een landschap als het onze, waar de meeste priesters een familie hebben.” Vanwaar de gewoonte ook gehuwde mannen te wijden?“Daarvoor moet ik terug naar de eerste eeuwen. Zowel in het Westen als het Oosten keken bisschoppen uit naar mannen die uitblonken door hun christelijk getuigenis en hun gebedsleven. Ze nodigden hen uit om, na een korte vorming, priester te worden. Een gehuwd man moest in zijn gezinsleven blijk geven van oordeelsvermogen, voorzichtigheid en authenticiteit. De hartelijkheid van de man-vrouwrelatie, de kwaliteit van de echtgenote en het gedrag van de kinderen waren belangrijke criteria, want zij mogen de zending van de priester niet compromitteren.” Wat zijn, volgens uw ervaring, de voor- en de nadelen van een familieleven voor een priester?“Denk niet dat de dingen gemakkelijk zijn. Gezinnen van priesters staan vandaag bloot aan dezelfde problemen als de andere. Scheiding is uit den boze. In Grieks-katholieke bisdommen in Syrië en Libanon wijdt men overigens geen mannen die niet al een tijdje gehuwd zijn en die nog geen kinderen hebben. Het model van de gehuwde priester heeft ook nadelen. In het verleden was hij wel eens niet meer dan iemand die de mis deed. En vooral in de dorpen verwarde men wel eens het priesterschap met gewoon een mooie job. In de armoede die onze gewesten vandaag kenmerkt, is de priester veeleer een held, want hij moet ook nog een familie onderhouden. Uitwassen zijn nog altijd mogelijk. Vooral het geld is een grote bekoring. Bovendien kan de goede reputatie van een priester in vijf minuten vernield worden als een familielid zich slecht gedraagt. Een ander gevaar is dat de zonen in het voetspoor van hun vader-priester treden zonder een echte roeping.”Heeft een bisschop niet liever ongehuwde priesters?“Conform het evangelie en de traditie moet een bisschop denken aan priesters die evenwichtig zijn en die voortdurend vanuit hun geloof werken. Je kunt niet aan iedereen dezelfde beschikbaarheid vragen. Vanuit een vrij gekozen levensstaat wordt hun geloof duidelijk en van daaruit kunnen ze de gemeenschap dienen. Een goede priester is goed, punt. Menselijk kunnen de zaken complex zijn, maar niet zo voor de Heer. Tijdens de communistische vervolging in Roemenië waren er gehuwde priesters met acht kinderen die naar de gevangenis gingen, omdat ze niet wilden ingaan op de voorstellen van een tiranniek regime. Anderen werden juist wegens hun familieleven verleid tot een compromis.”Zou u er voorstander van zijn het byzantijnse model in heel de katholieke kerk in te voeren? “Kerken hebben hun eigen kenmerken. Ik ben niet geroepen om de Latijnse kerk te oordelen. Als je gehuwde mannen wijdt, heeft dat gevolgen voor het apostolaat. Een getrouwde man moet zich ook om zijn gezin bekommeren, voldoende verdienen, zijn kinderen opvoeden. Tegenwoordig werken ook de echtgenotes vaak. Dus veranderen priesters in de oosterse kerken uiterst zelden van parochie. De heilige Geest zal aan de kerk zijn oplossingen ingeven. De kerk is geen eigenaar, maar dienaar van het evangelie.” 

Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​