Tertio 574 - Dunne scheidslijn tussen informeren en misleiden

Omstreden Amerikaanse activist Thomas Doyle getuigt voor Kamercommissie misbruik

Dunne scheidslijn tussen informeren en misleiden

De Amerikaanse dominicaan Thomas Doyle geldt als een expert in kerkelijk seksueel misbruik en komt op 14 februari in ons land getuigen voor de bijzondere commissie. Doyle verwierf door zijn lange ervaring met seksueel misbruik in de kerk behartenswaardige inzichten, maar hij is ook een gewiekste ideoloog en activist. Het komt erop aan hem in die eerste hoedanigheid te honoreren en in die tweede te ontmaskeren. Peter Vande Vyvere | Klokkenluiders, mensen die de zwakke plekken van een systeem van binnenuit blootleggen, zijn veelal complexe figuren. Vaak liepen ze zelf kwetsuren op en zijn daarom gevoelig voor die van anderen. Sommige klokkenluiders zijn zonder meer profeten. Anderen daarentegen houden er naast hun oprechte ergernis over onrecht, een verborgen agenda op na. Sommigen kaarten structurele problemen alleen aan om hun eigen situatie te rechtvaardigen: in de kerk is dat bijvoorbeeld een geloofscrisis, ongenoegen over het beleid of problemen met het celibaat. Hoe dan ook hebben instituties er belang bij gefundeerde kritiek ernstig te nemen, hoe onprettig dat ook is. Voor een instelling als de kerk die zichzelf in het Conciliedecreet Lumen Gentium ‘semper purificanda’ – ‘altijd op uitzuivering gericht’ – noemt, geldt dat zeker. Wat heeft dat met Thomas Doyle te maken? De dominicaan met vijf masterdiploma’s en een doctorstitel in het kerkelijk recht bijt zich al meer dan een kwarteeuw vast in zaken van seksueel misbruik in de kerk. Hij treedt op als expert in kerkelijke en civiele processen, adviseert slachtoffers en familieleden, schrijft artikelen en boeken over de kwestie. Hij is niet mals voor de kerkverantwoordelijken en verwijt hen zware nalatigheid.Klokkenluider niet onbesprokenDoyle werd midden de jaren 1980 ontslagen als medewerker van de nuntiatuur in Washington, naar eigen zeggen omdat hij zijn oversten van seksueel misbruik door clerici op de hoogte bracht, volgens anderen omdat hij een loopje nam met de discretie die zo’n diplomatieke job vereist. In 2004 werd hij als Air Force Chaplain ontslagen, in zijn versie opnieuw wegens zijn klokkenluidersrol, in die van zijn oversten omdat hij de opdracht naast zich neerlegde elke dag eucharistie te vieren met de militairen. Ook als kerkjurist is hij niet onbesproken: in het aartsbisdom Saint Louis liep hij als kerkelijk advocaat in 2008 een kerkelijke sanctie op voor ambtsmisbruik, schuldige nalatigheid en onwettige uitoefening van kerkelijke macht. Dubbelzinnig discoursLos van die biografische akkefietjes moet je Doyle enkele behartenswaardige inzichten over seksueel misbruik in de kerk nageven. Sporen daarvan vind je bijvoorbeeld in zijn tekst Het overleven van de Geest, de neerslag van een lezing uit 2008 voor de jaarvergadering van het ‘Survivors Network of those Abused by Priests’ (Snap). De tekst werd vertaald en in aanloop naar Doyle’s optreden voor de commissie verspreid door de Vlaamse Werkgroep mensenrechten in de kerk. In die toespraak analyseert Doyle treffend hoe kerkelijk seksueel misbruik bovenop de ‘normale’ psychologische, medische en sociale complicaties ook een spiritueel trauma veroorzaakt. Slachtoffers vallen ten prooi aan wanhoop door een gevoel van verlies van God – Doyle heeft het over ‘zielenmoord’ –, een giftig schuldgevoel en verlies van geestelijke geborgenheid. Terecht fulmineert de auteur tegen een goedkoop, voor slachtoffers schuldinducerend gebruik van vergeving in de context van misbruik.Veel van het spirituele trauma waar Doyle de aandacht op vestigt, wordt volgens hem veroorzaakt doordat slachtoffers de priester identificeren met Jezus Christus zelf en doordat ze de ambtsdrager als een soort rechtstreekse bemiddelaar van God beschouwen. En dat maakt afstand nemen, kwaad worden of de zaak publiek maken, moeilijk. Ook daar heeft hij een punt, maar tegelijk houdt hij een erg dubbelzinnig discours. Hij valt foute, ronduit karikaturale denkbeelden over het ambt – die inderdaad soms circuleren – aan, maar identificeert die in een adem met de officiële leer. En die acht hij vervolgens mee schuldig voor de schade bij slachtoffers.Ander soort geloofZo laat hij uitschijnen dat een volwaardige lekenspiritualiteit in de katholieke kerk niet mogelijk is. Verder plaatst hij niet alleen vraagtekens bij een sacramentele ambtsopvatting – waarin de priester inderdaad sterk naar Christus verwijst –, maar ook bij het concept van God als persoon. Hij lijkt te suggereren dat de katholieke kerk die sterk geladen noties maar beter opgeeft om de schade bij misbruik te beperken.Louter logisch is dat al fout: je bestrijdt incest ook niet door alle vaders te verbieden een intense band met hun kinderen te koesteren. Bovendien voert Doyle met die stellingen een hoogst bedenkelijk theologisch proces. In een paragraafje over zijn persoonlijke overtuiging geeft hij toe: “Ik heb de beelden van God en de bepalingen en verklaringen van zijn aanwezigheid in de geschiedenis en in het leven van mannen en vrouwen die voorgeschreven werden door de kerk, verlaten”. Hij vertelt dat het twaalfstappenprogramma – een herstelprogramma voor verslaafden – “de spirituele grondslag van zijn leven” geworden is. Zoveel is duidelijk: Doyle pleit niet voor een correcte theologische interpretatie, een betere catechese of een bestrijding van verwrongen denkbeelden, maar eigenlijk voor een ander soort geloof. Dat gaat niet langer alleen over de bestrijding van seksueel misbruik.Spirituele wondenWel overeind blijft Doyle’s vaststelling dat misbruik door clerici specifieke spirituele wonden slaat die om adequate pastorale en geestelijke begeleiding vragen. En het klopt dat de kerk voor preventie en detectie van seksueel misbruik en voor slachtofferbegeleiding nog een pak werk voor de boeg heeft. De actuele crisis leidde tot een schokeffect, nu komt het eropaan werkelijk nieuwe reflexen en mechanismen te ontwikkelen. Het is zinvol naar Doyle te luisteren om te beseffen dát dit moet. Over het ‘hoe’ heeft hij helaas veel minder zinnigs te vertellen.Verlos ons van het kwadeVeel van Thomas Doyle’s frustratie heeft te maken met de houding van kerkleiders bij de aanpak van seksueel misbruik. Dat blijkt uit de reportage Deliver us from Evil uit 2006. Die is nu op dvd uit en werd – toevallig? – het voorbije weekend voor een prikje aangeboden bij De Morgen in de reeks ‘spraakmakende documentaires’. De reportage volgt het hallucinante parcours van de Iers-Amerikaanse pedofiele priester Oliver O’Grady. Die kon tussen 1970 en 1990 in het bisdom Stockton in North Carolina 25 slachtoffertjes maken doordat hij niet gestraft, maar geregeld elders werd benoemd. De documentaire suggereert dat kardinaal Roger Mahony als bisschop van Stockton de man bewust beschermde om zijn eigen blazoen niet te besmeuren.Dat ontlokt Doyle, die in de film als prominent expert opduikt, de stelling: “Het monarchale, hiërarchische bestuurlijke systeem waar de leidinggevenden van de katholieke kerk, vanaf de paus, namens de almachtige God in geloofden, zorgde ervoor dat Roger Mahony als veel belangrijker en beter werd gezien dan alle slachtoffertjes van Oliver O’Grady.” Wat je ook mag zeggen van de waanzin van O’Grady en de onmacht van de kerk om hem te stoppen, korter door de bocht is amper mogelijk. Het is nochtans dit gedachtegoed dat Doyle ertoe drijft zich samen met de Amerikaanse slachtofferadvocaat Jeff Anderson en anderen achter de dagvaarding van de paus en de Heilige Stoel te scharen. Waarom denken we dat dit soort stunts ook bij ons weer bijval zal vinden? (PVV) 

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​