Tertio 574 - Landuyt schiet op beroepsgeheim

Medische en gerechtelijke wereld vinden voorstel onverstandig

Landuyt schiet op beroepsgeheim

Volksvertegenwoordiger Renaat Landuyt (SP.A) wil het beroepsgeheim ondergeschikt maken aan de plicht tot melden van seksueel misbruik. Maar hoe kijken medici en advocaten, twee beroepsgroepen die door de wet gehouden zijn aan een streng beroepsgeheim, naar dat voorstel? Niet positief, zo blijkt.Jan De Volder | De scherpste reacties op het voorstel van Renaat Landuyt zijn te horen binnen de advocatuur. “Dit is een waanzinnig voorstel. Blijkbaar wil Landuyt terug naar de totalitaire Stasistaat van voor 1989”, schuwt de Gentse advocaat Joris Van Cauter de zware woorden niet. “Vertrouwelijkheid is de essentie van ons beroep. In een advocatenpraktijk moet een cliënt eender wat kunnen opbiechten, wetend dat het niet wordt doorverteld. Op het schenden van het beroepsgeheim staan overigens strenge straffen. Terecht. Het beroepsgeheim van de advocaat is even heilig als dat van de priester. Als advocaat moet Landuyt toch weten dat zijn voorstel geen schijn van kans maakt voor het Grondwettelijk Hof.”Zijn er dan geen uitzonderingen denkbaar? “Er zijn altijd extreme gevallen waarin het beroepsgeheim genuanceerd kan worden”, reageert Van Cauter. “Als een cliënt je vertelt dat hij morgen de kerncentrale van Doel zal opblazen. Ja, dan. Maar dat zijn bijzonder uitzonderlijke gevallen die amper voorkomen.”Eminent gevaarZijn standpunt komt overeen met wat te horen is bij de Orde van Vlaamse balies. “De rechtspraak verdedigt het beroepsgeheim streng”, bevestigt Philippe De Jaegere, verantwoordelijke deontologie. “Uitzonderingen zijn er alleen als een advocaat kennis krijgt van eminent gevaar voor de fysieke integriteit van een derde. Bijvoorbeeld als een cliënt zegt dat hij zijn moeder gaat vermoorden. In dat geval kan de advocaat via de stafhouder de procureur inlichten.”Meer dan stap te verOok de Orde maakt zich sterk dat een aangifteplicht geen kans maakt. “Het niet-aangeven strafbaar stellen, is voor ons meer dan een stap te ver. Geheimhouding en vertrouwelijkheid behoren tot de essentiële rechten van de verdediging waaraan in een rechtstaat niet kan worden getornd. Gesteld dat het ooit tot een wet daarover komt, zullen wij ons daartegen verweren. Ook in het geval van de witwaswetgeving werden aan de advocaten heel ruime uitzonderingen op de meldingsplicht toegekend.”OvertransparantieOok een andere beroepsgroep, die van de medici, kijkt ongerust naar de manier waarop een eventuele meldingsplicht het beroepsgeheim zou uithollen. “Ons beroep leeft van de vertrouwelijkheid”, zegt psychiater Dirk De Wachter. “Het medisch geheim is deontologisch en wettelijk beschermd. De ‘overtransparantie’ waarnaar we evolueren is een probleem.” Wel geeft hij toe dat het medisch geheim minder absoluut is dan vroeger. “Alleen al het feit dat artsen meer in team werken, maakt dat patiëntengegevens meer dan vroeger worden besproken. En zeker als je kennis krijgt van een acuut gevaar voor derden, moet je de bevoegde instanties daarvan in kennis stellen. Maar dat geldt niet voor eender wat en ook niet voor feiten uit een ver verleden, hoe ernstig ze ook zijn.”De Wachter hamert erop dat ook daders recht hebben op vertrouwelijkheid. “De maatschappij evolueert zo dat men daders alleen maar aan de schandpaal wil nagelen. Maar psychopathologie bestrijkt een heel spectrum van criminele gedragingen die natuurlijk moeten worden bestraft, tot vage en moeilijk te duiden gedragingen die aanleiding geven tot therapeutische behandeling.”Ultieme remedieHerman Nys, hoogleraar medisch recht aan de K.U.Leuven, stelt dat zowel de Code van de medische plichtenleer als de Strafwet erg duidelijk zijn: “Als een arts kennis krijgt van een misdrijf op minderjarigen, al dan niet in de seksuele sfeer, kan hij als ‘ultimum remedium’ de bevoegde instanties daarvan op de hoogte stellen. Gewoonlijk doet hij dat bij de Vertrouwensartsencentra.” Nys herinnert eraan dat de wetgeving die daarover na de zaak-Dutroux tot stand kwam, het duidelijk over een meldingsrecht heeft en niet over een meldingsplicht. “Als je artsen verplicht het te melden, is de kans groot dat kinderen die gevaar lopen minder tot bij de arts komen. Veel daders hebben juridische zeggenschap over de minderjarigen.” Nys begrijpt niet wat diegenen bezielt die de wetgeving daarover willen verstrengen. “Ook Augusto Pinochet bepaalde dat artsen bepaalde zaken, zoals schotwonden, aan de politie moesten melden. Het medisch geheim ondermijnen is typisch voor totalitaire regimes.”  ‘Biechtgeheim is absoluut’Het respect voor het biechtgeheim is nauw verweven met de godsdienstvrijheid, stelt kerkjurist Kurt Martens van de Catholic University of America in Washington. Tertio vroeg hem naar de draagwijdte van het biechtgeheim.Hoe moet een biechtvader volgens het kerkelijk recht omgaan met iemand die misdrijven, inzonderheid zedenfeiten met minderjarigen, opbiecht? “De biechtvader kan de penitent aansporen zichzelf aan te geven bij de politie, meer niet. Wat de biechtvader doet, is nagaan of de penitent berouwvol is, zich met God wil verzoenen, en zich voorneemt niet meer te zondigen.  Enkele jaren geleden was er een interessante zaak in New York: twee gangsters waren veroordeeld voor een moord. Een jezuïet vernam in de gevangenis van een andere gedetineerde dat hij de eigenlijke moordenaar was. De twee anderen waren onterecht veroordeeld. De jezuïet gaf de man de absolutie. Het pastorale gesprek was een biecht geworden, en het biechtgeheim gold voor het gehele gesprek. Kort daarop stierf de moordenaar. De jezuïet dacht dat het biechtgeheim niet langer gold, en lichtte de politie in over de inhoud van de biecht. De Congregatie voor de geloofsleer beschouwde dat als een schending van het biechtgeheim.”In de Kamercommissie stelde Gabriel Ringlet dat er geen absolutie kan komen als de persoon in kwestie zichzelf niet aangeeft bij het gerecht. Wat vindt u daarvan?“Ringlet zei wel meer vreemde dingen. Hij zou er goed aan doen de leer van de kerk over het biechtsacrament opnieuw te bestuderen. Als de penitent berouw heeft, zich bekeert, en het voornemen heeft niet meer te zondigen, kan de absolutie eigenlijk niet worden geweigerd. Ringlet beweerde dat het biechtgeheim niet absoluut is. Dat is totaal fout. Erger nog: hij zei dat hij niet alleen absolutie zou weigeren, maar dat hij ook de penitent zou aangeven. Volgens hem geldt het biechtgeheim dus niet als geen absolutie is gegeven. Dat is niet correct.”Hoe kijkt u naar de discussie over beroepsgeheim, annex biechtgeheim? “De ondermijning van het biechtgeheim is ernstig, want het raakt een van de fundamenten van de kerk: het boetesacrament. In die zin durf ik te zeggen dat de godsdienstvrijheid hier in het gedrang kan komen, want een essentieel onderdeel van een godsdienst dreigt aan banden gelegd of ondermijnd te worden door de overheid.” (JDV) 

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​