Tertio 578 - Moord op katholieke politicus schokt radicaliserend Pakistan

Pakistaanse blasfemiewetten eisen nog meer bloed

Moord op katholieke politicus schokt radicaliserend Pakistan

Over de hele wereld rouwden christenen mee met de kerk van Pakistan na de laffe moord op minister Shahbaz Bhatti. Pakistaanse extremisten deinzen voor niets terug in de verdediging van de omstreden blasfemiewetten.Jan De Volder | De moord op Shahbaz Bhatti, de 42-jarige minister voor religieuze minderheden in de Pakistaanse regering, kwam helaas niet als een volslagen verrassing. Extremisten zetten in Pakistan steeds meer de toon. Bhatti was voorbereid op wat komen kon, zo blijkt uit zijn spiritueel testament dat we hiernaast afdrukken. Het gevaar en de dreigingen deden hem evenwel niet terugschrikken voor wat hij als zijn zending zag: opkomen voor de christelijke en andere minderheden, terwijl hij de onverdraagzaamheid hand over hand zag toenemen.Enige niet-islamitische ministerBhatti werd vorige week, op woensdag 2 maart, met 25 kogels neergeknald in Islamabad, terwijl hij op weg was van het huis van zijn moeder naar zijn kantoor. Deze katholieke politicus was de enige niet-islamitische minister in het kabinet van Syed Yusif Raza Gilani. In de vorige regering werd hij steevast geëscorteerd, maar in de nieuwe regering had hij geen recht meer op een escorte, hoewel verschillende westerse ambassades daarop hadden aangedrongen. De bescherming van zo’n escorte is overigens relatief in Pakistan, waar de ordetroepen geïnfiltreerd zijn door islamistische extremisten. Zo werd Salman Taseer, de gouverneur van de deelstaat Punjab, op 4 januari van dit jaar precies door een van zijn lijfwachten vermoord. Bhatti en Taseer hadden zich beiden uitgesproken voor een herziening van het artikel 295 van de Strafwet, de zogeheten ‘blasfemiewet’.Taliban van PunjabPrecies dat haalden hun moordenaars aan als hun beweegreden. Op de plaats van de moord op Bhatti werden vlugschriften teruggevonden, getekend ‘Al Qaeda’ en de ‘Taliban van Punjab’, die Bhatti een ‘ongelovige’ noemden en hetzelfde lot beloofden aan ‘eender wie zich verzet tegen de wet die het beledigen van de profeet bestraft’. Het artikel 295, in 1986 door dictator Zia Ul-Haq ingevoerd, voorziet in de doodstraf voor wie de profeet beledigt en levenslang voor wie de Koran profaneert. De niet-islamitische minderheden hekelen vaak het oneigenlijk gebruik van deze wet, die door moslims vaak wordt ingeroepen in hun gemeenrechtelijke geschillen met christenen. Het laatste roemruchte geval is dat van Asia Bibi, een 45-jarige christelijke moeder van vijf, die in november vorig jaar ter dood werd veroordeeld en nu in de gevangenis wacht op een uitspraak in beroep. In het geval van Asia Bibi had Bhatti overigens aangedrongen op minder ‘exposure’ in de media, ten einde de moslims toe te laten hun standpunt te verzachten. Hij was niet alleen de man van straffe stellingnames, hij had ook een fijn begrip van de complexe situatie in Pakistan en kon ook erg diplomatisch handelen. Hij was in ieder geval een groot voorstander en beoefenaar van de dialoog met de islamitische leiders. Diepe droefheidVan over heel de wereld kwamen er sterke veroordelingen van de moord op Bhatti, die nogal wat bekendheid genoot in westerse kringen. Paus Benedictus XVI sprak zijn “diepe droefheid” uit. Hij had de Pakistaanse minister op 12 september 2010 nog in Castel Gandolfo ontvangen. Wereldwijd spraken regeringen hun afschuw uit. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere (CD&V), sprak zijn bewondering uit voor de moed van Bhatti en Taseer, “staatsmannen die vochten voor tolerantie en tegen religieus geweld”. In zijn verklaring stelt hij nog: “België zal blijven ijveren voor maatregelen tegen elke vorm van discriminatie van religieuze minderheden, waaronder ook christelijke minderheden.”Passiviteit van de staatOok in Pakistan zelf kwamen veel afkeurende reacties, zowel van overheidswege als van burgerorganisaties. President Asif Ali Zardari herhaalde dat hij de “negatieve mentaliteit van intolerantie” zal bestrijden en dat de “moordenaars zullen worden vervolgd”. Maar in Islamabad, Lahore, Karachi en andere steden in Pakistan kwamen christenen vorige week spontaan op straat om te protesteren tegen de “afwezigheid en passiviteit van de staat”. Ook de katholieke en anglicaanse bisschoppen van Pakistan spaarden hun afkeuring voor de politieke verantwoordelijken niet. “De regering moet de retoriek over de ‘geprivilegieerde minderheden’ overstijgen en concreet handelen om het extremisme een halt toe te roepen”, staat in hun verklaring. “Als dit land een uitroeiingskamp wordt voor democratische en liberale persoonlijkheden die hun vrijheid van geweten en meningsuiting uitoefenen, zal men uiteindelijk die criminelen versterken die trachten dit land naar hun hand te zetten.”Thuisland voor moslimsMet zijn 150 miljoen inwoners is Pakistan een van de volkrijkste islamitische landen. Amper 2 procent van de bevolking is niet islamitisch. Onder de twee miljoen christenen, de grootste religieuze minderheid, zijn er ongeveer 750.000 katholiek. Daarnaast zijn er hindoes, boeddhisten, sikhs, zoroastrianen en ahmaddiyyamoslims, die door soennieten als een sekte worden bestempeld. Van bij de ‘Partition’ van Brits Indië in 1948 gold Pakistan – toen nog met het huidige Bangladesh erbij – als het thuisland voor de moslims. Hoewel de grondwet en instellingen veeleer seculier zijn, kent het land grote kernen van islamitisch extremisme, nog aangewakkerd door de strijd in buurland Afghanistan en het aanslepende grensconflict over Kasjmir met India. (JDV)

» Meer lezen (pdf, enkel voor abonnees)

Tertio in je mailbox

Geef hieronder je e‑mailadres in en blijf als eerste op de hoogte van Tertio inhoud.

Ja, ik geef mijn toestemming om mijn naam- en adresgegevens, telefoon en email, op te nemen in het bestand van het christelijke opinieweekblad Tertio, Louis Frarynlaan 75, 2050 Antwerpen. Ik heb het recht op toegang tot, verbetering of schrapping van die gegevens. Mijn gegevens worden niet aan derden doorgegeven. ​