Zijn levensverhaal sprak tot de verbeelding. Een jongen met autisme, die pas op zijn elfde begon te praten en op zijn achttiende leerde lezen en schrijven, wist door te dringen tot de academische wereldtop. Als iemand symbool stond voor veerkracht en emancipatie, dan was het Arday wel.
Maar deze zomer kantelde dat beeld volledig.
Cultuuroorlog
De Amerikaanse filosoof Nathan Cofnas publiceerde passages uit Ardays proefschrift die sterke overeenkomsten vertoonden met eerder werk. Cambridge stelde een onderzoek in. Arday wachtte de uitkomst niet af en nam op 5 augustus ontslag. Negen dagen later werd hij, 41 jaar oud, dood aangetroffen in Zuid-Londen. Volgens zijn familie was de “desinformatiecampagne” hem te veel geworden.
Sindsdien woedt een verbeten strijd. Was Arday een fraudeur die door idealistisch gedreven universiteiten werd beschermd? Of werd hij het slachtoffer van een racistische afrekening met het diversiteitsbeleid? Wie klakkeloos voor een van beide verhalen kiest, zet de cultuuroorlog voort die Ardays menselijkheid overschaduwde.
De kritiek op zijn werk afdoen als laster, zou te gemakkelijk zijn. In zijn proefschrift werden meer dan honderd verdachte passages aangetroffen. Ook ander werk bleek ingrijpend gecorrigeerd. Toch wijst eerder onderzoek niet op doelbewuste fraude. Liverpool John Moores University, waar Arday promoveerde, oordeelt dat de fouten waarschijnlijk te goeder trouw zijn gemaakt. Zelf schreef Arday zijn onzorgvuldigheden toe aan de manier waarop hij als autistisch persoon had leren functioneren: door taal en gedrag van anderen na te bootsen.
Autisme is natuurlijk geen vrijbrief om slordig met bronnen om te gaan. Maar zolang onderzoeken nog lopen, mag een beschuldiging evenmin als definitief oordeel worden gebracht.
Macht en motieven
Nog iets dat vragen oproept, is de achtergrond van Cofnas. Hij noemt zichzelf ‘rassenrealist’ en beweerde eerder dat in een werkelijk meritocratisch systeem vrijwel nul zwarte mensen hoogleraar zouden worden. Voor Emmanuel College in Cambridge was dat reden om in 2024 de banden met hem te verbreken. Intussen heeft ook de Universiteit Gent hem voorlopig geschorst.
Dat maakt Cofnas’ bevindingen niet automatisch onwaar. Ook iemand met bedenkelijke ideeën kan immers een misstand blootleggen. Maar de vraag naar zijn intentie blijft: waarom moest juist Arday met zo’n nietsontziende ijver onder het vergrootglas?
“Wanneer slaat controle om in vervolging?”
Zoals in het Verenigd Koninkrijk te verwachten valt, nam de pers het gretig over. In amper 22 dagen verschenen 249 artikelen over Arday, waarvan 188 nadat hij ontslag had genomen en om rust had gevraagd. Niet alleen wetenschappelijke claims, maar ook persoonlijke verhalen bleken te rammelen.
Zelfs al zou je iedere publicatie afzonderlijk journalistiek kunnen verdedigen, dan nog roept de optelsom ernstige vragen op. Wanneer slaat controle om in vervolging? Wat gebeurt er wanneer een kwetsbaar mens inzet wordt van het verdienmodel van tabloids? Natuurlijk kun je de media niet zonder meer verantwoordelijk stellen voor Ardays dood. Maar journalisten moeten zich wel bewust zijn van hun gezamenlijke macht.
Waarheid en compassie
Ook Cambridge heeft huiswerk te doen. Dat Arday zijn positie uitsluitend aan diversiteitsbeleid dankte, valt niet hard te maken. Wel presenteerde de universiteit hem nadrukkelijk als diversiteitssymbool, terwijl onduidelijk blijft hoe grondig zijn cv en werk destijds zijn gecontroleerd.
Wie een mens tot symbool maakt, ontneemt hem al snel zijn menselijkheid. Eerst moest Arday bewijzen dat diversiteitsbeleid werkte. Daarna maakten tegenstanders hem tot bewijs dat diversiteit tot kwaliteitsverlies leidt. In beide verhalen bleef nauwelijks ruimte over voor de werkelijke mens: inspirerend én mogelijk onzorgvuldig, verantwoordelijk én kwetsbaar.
Academische integriteit en menselijke waardigheid zijn geen concurrerende waarden. Universiteiten moeten de deuren openen voor talent dat lang werd buitengesloten, maar zonder hun normen te verlagen. En media moeten misstanden blootleggen zonder een feilbaar mens vogelvrij te verklaren.
We hoeven niet te kiezen tussen waarheid en compassie. Waarheid zonder compassie wordt wreed. Compassie zonder waarheid wordt medeplichtigheid.
Arday had niet op een voetstuk hoeven te worden geplaatst, maar verdiende het evenmin om publiekelijk met pek en veren te worden overladen. Juist wanneer iemand van zijn voetstuk valt, blijkt of wij de mens in hem blijven zien.
Meer opinies van
Kelly Keasberry
