Voorbij de As van het Kwaad
Op 11 september is het precies 25 jaar geleden dat de wereld werd opgeschrikt door een reeks gruwelijke aanslagen. Twee vliegtuigen boorden zich in de torens van het World Trade Center, een derde vloog het Pentagon binnen en een vierde stortte neer in Pennsylvania, nadat passagiers hadden geprobeerd de kapers te overmeesteren.

Die dag kwamen bijna drieduizend mensen om. Achter dat enorme getal gaan evenzoveel levensverhalen schuil: mensen die gewoon op weg waren naar hun werk, gezinnen die plotseling iemand moesten missen, brandweerlieden en andere hulpverleners van wie velen nog jarenlang de lichamelijke en psychische gevolgen zouden dragen. 

De aanslagen van Al-Qaida waren bedoeld om angst te zaaien. Daarin slaagden de daders. Maar hun invloed reikte verder dan de verwoesting van die ochtend. Ze veranderden ook de taal waarmee de wereld zichzelf en haar vijanden begon te begrijpen.

“Oorlogstaal maakt de kring van vijanden al snel groter dan die van de werkelijke daders”

“Ofwel bent u met ons, ofwel bent u met de terroristen”, verklaarde president George W. Bush kort na de aanslagen. De War on Terror was begonnen. 9/11 vormde de directe aanleiding voor de oorlog in Afghanistan en bepaalde mede het klimaat waarin de Verenigde Staten in 2003 Irak binnenvielen, ook al was Irak niet betrokken bij de aanslagen en kon een operationele samenwerking met Al-Qaida niet worden aangetoond.

Oorlogstaal
Zo verschoof de reactie van het berechten van daders naar oorlogen waarin opnieuw talloze burgers slachtoffer werden. Tegelijk doken overal nieuwe veiligheidsmaatregelen op: camera’s, controles en anti-terrorismewetten. Veel burgers waren bereid daarvoor een deel van hun vrijheid prijs te geven.

Maar de ingrijpendste verandering voltrok zich misschien wel in onze verbeelding. Na 9/11 viel de wereld steeds gemakkelijker uiteen in kampen. Hier het vrije, ‘christelijke’ Westen, daar de bedreigende islamitische wereld. Hele bevolkingsgroepen werden teruggebracht tot een religieus etiket. Dat moslims zelf op grote schaal slachtoffer waren van jihadistisch geweld, raakte gemakkelijk uit beeld.

In 2002 voegde Bush daar een nieuwe metafoor aan toe: de ‘as van het kwaad’. Iran, Irak en Noord-Korea werden samengebracht in één vijandbeeld. Het kwaad had opnieuw een herkenbaar adres gekregen.

Ook in België was die oorlogstaal voelbaar. De regering weigerde de invasie van Irak te steunen. Toen anti-oorlogsactivisten de Belgische genocidewet gebruikten voor klachten tegen Amerikaanse gezagsdragers, ontstond een diplomatieke crisis. Onder zware Amerikaanse druk werd de wet in 2003 sterk ingeperkt.

Onze blik op de ander
Vijfentwintig jaar later dringt zich daarom niet alleen de vraag op welke oorlogen na 11 september zijn gevoerd. Minstens zo belangrijk is een andere vraag: wat hebben die jaren gedaan met onze blik op de ander?

Dat terrorisme moet worden bestreden, spreekt voor zich. Slachtoffers hebben recht op bescherming en gerechtigheid. Maar de middelen waarmee we het kwaad bestrijden, zijn nooit neutraal. Oorlogstaal maakt de kring van vijanden al snel groter dan die van de werkelijke daders. En wie veiligheid vooral zoekt in wapens, controles en afschrikking, houdt misschien juist de angst in stand die terroristen probeerden te zaaien.

Vijfentwintig jaar na 9/11 kunnen we moeilijk volhouden dat de War on Terror duurzame veiligheid heeft gebracht. Tegelijk zijn vrijheden onder druk komen te staan. Maar misschien ligt juist daar wel een van de belangrijkste lessen: geweld trekt tegenstanders gemakkelijk mee in dezelfde logica van dreiging, vernedering en vernietiging. Wie het kwaad alleen met zijn eigen middelen probeert te verslaan, loopt het risico er zelf door te worden gevormd.

Daarom is 9/11 zoveel meer dan een hoofdstuk uit de geopolitieke geschiedenis. Het raakt ook aan een geestelijke vraag die nog altijd actueel is: hoe verzet je je tegen het kwaad zonder er zelf door te worden gevormd.

“Oorlogstaal maakt de kring van vijanden al snel groter dan die van de werkelijke daders”

Juist in dat licht krijgt Jezus’ oproep om de andere wang toe te keren iets ongemakkelijk radicaals. Het is geen vrijbrief voor agressors om erop los te slaan, en al helemaal geen oproep aan slachtoffers om hun lijden stilzwijgend te ondergaan. Die andere wang staat voor iets fundamentelers: de weigering om de agressor te laten bepalen hoe wij reageren en wie wij worden.

Geweldloosheid betekent dan ook niet dat je afziet van verzet. Integendeel. Het is de keuze om weerstand te bieden zonder de menselijkheid van de ander — en uiteindelijk ook die van jezelf — prijs te geven. 

Bouwen aan een as van vrede
Paus Johannes Paulus II wees na 11 september een andere richting. Hij veroordeelde de aanslagen scherp, maar waarschuwde er tegelijk voor terreur met een godsdienst te vereenzelvigen. Op 24 januari 2002 bracht hij vertegenwoordigers van verschillende religies bijeen in Assisi. Terwijl politieke leiders spraken over een ‘as van het kwaad’, stonden daar mensen van uiteenlopende religies naast elkaar te bidden voor vrede. 

Natuurlijk maakte dat gebed de wereld niet van de ene op de andere dag veiliger. Maar het doorbrak wel het vijandbeeld. In Assisi stonden geen beschavingen tegenover elkaar, maar kwetsbare mensen naast elkaar. 

Uitgerekend dat is, vijfentwintig jaar later, nog altijd de keuze waarvoor we staan. Blijven we de wereld opdelen in goed en kwaad, in ‘wij’ en ‘zij’? Of bouwen we aan een andere as, niet gevoed door angst en vijandschap, maar gevormd door mensen die weigeren elkaar tot vijand te reduceren?

Alleen langs die tweede as loopt het pad naar vrede.

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Johan Van der Vloet

Meer opinies van
Kelly Keasberry

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig jouw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Lees 1 maand gratis Tertio

Vind elke week een stem van hoop in je mailbox. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontdek al onze nieuwste bijdragen en analyses een maand lang gratis, zonder verplichting.