Een zuster bezit je niet
Op zondag 4 oktober klinkt in kerken wereldwijd het Zonnelied. Die dag heeft een dubbele betekenis: de Scheppingsperiode komt ten einde en de Kerk gedenkt Franciscus van Assisi. Vieren en feesten zijn meer dan liturgische gewoonten. Met woorden, rituelen en schoonheid geven we gestalte aan wat we samen willen blijven gedenken, en aan wat niet vergeten mag worden.

“Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water, die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis”, dichtte Franciscus in zijn Zonnelied, dat achthonderd jaar geleden werd geschreven.

Zuster Water. Die woorden klinken misschien als de poëtische bevlieging van een middeleeuwse heilige, maar vandaag zijn ze bijna provocerend. Een zuster bezit je immers niet. Je put haar niet uit omdat je daartoe de middelen hebt. Je beseft dat je met haar een oorsprong en een toekomst deelt.

Wijwater
Franciscus noemt water nuttig omdat het al het leven voedt. Nederig, omdat het naar het laagste punt stroomt. Kostbaar, hoewel we dat nauwelijks beseffen wanneer het probleemloos uit onze kranen komt; en kuis, omdat het reinigt. Ook in religieuze zin. Christenen worden met water gedoopt en gezegend. En ook daarna verdwijnt dat water niet. Het verdampt, vormt wolken, daalt neer als regen en stroomt voort. Ziekenhuispastor George Fleere vatte die wonderlijke gedachte ooit treffend samen: “Al het water is ooit wijwater geweest.”

Juist daarom contrasteert de taal van Franciscus zo sterk met onze werkelijkheid. Water gold in de westerse wereld lange tijd vooral als hulpbron: iets wat beschikbaar moet zijn voor huishoudens, landbouw en industrie. Natuurlijk is water nuttig. Maar wanneer dat het enige verhaal wordt, verandert een gave waarvan al het leven afhankelijk is in een strijd tussen concurrerende belangen. 

Verwantschap
Die strijd is allang begonnen. Wereldwijd komt de beschikbaarheid van zoet water steeds meer onder druk te staan. “’s Nachts ga ik soms nog naar mijn akkers, omdat ik bang ben dat iemand mijn irrigatiesystemen wil vernielen”, vertelde de Franse boer Antonin Goulard onlangs aan De Standaard. In Deux-Sèvres, waar hij groenten en kruiden teelt, is de strijd om water inmiddels bittere realiteit. Gewassen lijden onder de droogte en boeren zien hun waterfactuur oplopen.

Opeens blijken die middeleeuwse woorden verrassend actueel. Wie water een zuster noemt, kan haar moeilijk uitsluitend als productiefactor behandelen. Hebben we Zuster Water niet te lang als vanzelfsprekend beschouwd? Omdat ze zo gemakkelijk binnen handbereik was, gingen we ervan uit dat ze er altijd zou zijn. Maar klimaatverandering en de toenemende druk op watervoorraden dwingen ons anders te kijken. Water is leven. En waar water zich terugtrekt, trekt ook het leven zich terug.

De vraag waarvoor het Zonnelied ons stelt, gaat verder dan hoeveel minuten we mogen douchen of hoeveel regenwater we moeten opvangen. Wat gebeurt er met een samenleving wanneer zij datgene waarvan haar bestaan afhankelijk is uitsluitend als grondstof leert zien?

“Achthonderd jaar nadat Franciscus het water zijn zuster noemde, ontdekken wij wat er gebeurt wanneer we vergeten dat ze onze familie is”

Technische oplossingen blijven noodzakelijk. Technologie kan ons helpen water efficiënter te gebruiken en voorraden beter te beschermen. Maar technologie kan niet bepalen hoe we een schaars goed rechtvaardig verdelen. Want wanneer water schaars wordt, rijst onvermijdelijk de vraag wie er aanspraak op mag maken. Huishoudens, landbouw, industrie… of de ecosystemen die er evenzeer van afhankelijk zijn? Achter beslissingen over waterbeheer schuilt daarom altijd ook de vraag wiens belangen meetellen.

Franciscus nodigt ons uit om anders te kijken. Wie water een zuster noemt, ziet niet langer alleen een hulpbron, maar iets waarmee we verbonden zijn en waarvoor we zorg dragen. En die verbondenheid reikt verder dan het hier en nu. Ze omvat ook de generaties die na ons komen. Welke wereld laten wij voor hen achter?

Anders kijken
Water staat in de christelijke traditie bovendien voor vernieuwing. Tegen de Samaritaanse vrouw zegt Jezus: “Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal nooit meer dorst krijgen.” Water wordt zo meer dan iets wat onze dorst lest. Het wordt een beeld van leven dat we ontvangen.

Ook de ecologische bekering waartoe paus Franciscus in Laudato si’ oproept, begint met een nieuwe manier van kijken. De aarde is niet alleen een voorraadkamer waaruit we kunnen nemen wat we nodig hebben. Ze is ons gezamenlijke huis, waarvan we zelf deel uitmaken.

Franciscus van Assisi gaf daar achthonderd jaar geleden al woorden aan. Zon en maan, wind en vuur, aarde en water: hij noemde ze zijn broeders en zusters. In een tijd waarin we natuurlijke hulpbronnen uitdrukken in kubieke meters, rendement en marktwaarde, klinkt dat misschien naïef. Maar misschien is het wel veel naïever te denken dat de aarde zich eindeloos naar onze behoeften zal blijven voegen.

Zondag klinkt in talloze kerken het Zonnelied. Laat het geen nostalgisch eerbetoon worden aan een heilige uit een ver verleden. Daarvoor zijn zijn woorden te actueel en te ongemakkelijk. Achthonderd jaar nadat Franciscus het water zijn zuster noemde, ontdekken wij wat er gebeurt wanneer we vergeten dat ze onze familie is.

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Johan Van der Vloet

Meer opinies van
Kelly Keasberry

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig jouw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Lees 1 maand gratis Tertio

Vind elke week een stem van hoop in je mailbox. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontdek al onze nieuwste bijdragen en analyses een maand lang gratis, zonder verplichting.