Aladár Körösfői-Kriesch, ‘Allerheiligen’ (1914). © Wikimedia
Ze is nu ongeneeslijk dood.
Ondanks de dingen die haar omringen.
Haar panorama op de straat
is niet langer meer bewasemd.
De kookpan op het koude vuur
wijst steels naar af.
In het tuinhuis heerst nog oude munteenheid.
Een spin vergist zich van seizoen.
Geen appelgeur waait aan. Stof schrikt op
door licht dat onverrichter zake binnenvalt.
De dingen lijken er nu nog net even te willen zijn.
Ik, de alsnog ongestorven nabestaande,
zal daar wellicht nog wat aan moeten doen.
Ontfermend zal ik hun rouwregister tekenen.
Ze zijn immers niet meer van haar,
Allerdingenmoeder.
Zo, dat was het.
What can we do?
Dag ma.
Moeder van me.
Verder lezen?
Log in op uw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Lees ook...
Waardigheid in de spanning tussen twee levens
Ethisch progressief tegenover ethisch conservatief?


