Augustinus van Hippo. Ā© Flickr
Augustinus van Hippo (354-430), een Berber, behoort samen met Ambrosius, Hiƫronymus en paus Gregorius de Grote tot de vier kerkvaders van de Latijnse kerk. Zijn gedachtegoed heeft wellicht de grootste invloed uitgeoefend op het christendom. Zijn opvattingen over de vrije wil, de genade en de erfzonde behoren tot de fundamenten van de christelijke leer.
De Amerikaanse classica Catherine Conybeare, hoogleraar geesteswetenschappen aan Bryn Mawr College, toont in haar boek aan hoe sterk het Berberse (Amazigh-)verleden van Augustinus in de geschiedschrijving werd verwaarloosd. Zelf vat ze het kernachtig samen: āBelangrijke delen van de cultuur die Europa als de zijne beschouwt, zijn afkomstig uit Afrika.ā
In het late Romeinse Rijk werd iemands sociale mobiliteit veel meer bepaald door zijn manier van spreken en zijn regio van herkomst dan door zijn huidskleur. Een Afrikaans accent gold als provinciaal en ondergeschikt. Augustinus ondervond dat zijn hele leven. In de lente van 383 zeilde hij van Carthago naar Rome. Daar vertrokken zijn leerlingen, zonder te betalen, en maakten ze zijn Afrikaanse uitspraak van het Latijn belachelijk. Waarschijnlijk werd hij toen voor het eerst echt geconfronteerd met zijn Afrikaanse identiteit. In Afrika was hij een gevierd leerling en docent geweest, maar in Rome was hij slechts een ambitieuze provinciaal. Hij voelde zich er niet thuis en werd ziek. Uiteindelijk verbleef Augustinus slechts vijf van zijn 76 levensjaren in Rome en Milaan.
āZijn beheersing van het Latijn was onovertroffen, maar over zijn afkomst bleef hij onzekerā
Van zijn 76 levensjaren bracht hij er 71 door in Afrika, waar hij werd geboren uit een Berberse moeder. In 391 stichtte hij een klooster in Hippo, het huidige Annaba aan de Algerijnse kust. Volgens Conybeare ontstonden veel van zijn rijpste inzichten precies doordat hij vanuit Afrika kritisch naar Rome keek.
Voor haar onderzoek bestudeerde Conybeare niet alleen de geschriften van Augustinus, maar bezocht zij ook de ruĆÆnes van zijn geboortestreek. Haar conclusie is helder: het leven en denken van Augustinus krijgen een nieuwe betekenis zodra ze volledig in hun Afrikaanse context worden geplaatst. Kort na zijn bekering schreef Augustinus: āHet is ƩƩn ding om zelfverzekerd te zijn over mijn kunsten, maar heel iets anders om zelfverzekerd te zijn over mijn afkomst.ā Zijn beheersing van het Latijn was onovertroffen, maar over zijn afkomst bleef hij onzeker.
Voor zijn bekering voelde Augustinus zich sterk aangetrokken tot het manicheĆÆsme, een multiculturele religie die floreerde in de handelsstad Carthago. De stichter, Mani (216-274), was afkomstig uit een joods-christelijke gemeenschap in het Partische Rijk, het huidige Iran. Anders dan het christendom leerde het manicheĆÆsme dat het universum wordt beheerst door een voortdurende strijd tussen de krachten van het Licht en die van de Duisternis.
Ook zijn liefdesleven krijgt aandacht. Wanneer Augustinus voor het eerst schrijft over zijn kerkbezoek, bekent hij opvallend eerlijk: āTijdens de viering van uw liturgie, God, binnen de muren van uw kerk, voelde ik enorm veel lust.ā
Van grote betekenis in zijn Afrikaanse leven was zijn zoon Adeodatus, ādoor God gegevenā. Augustinus kreeg hem op zijn zeventiende met een jonge vrouw uit Thagaste. De jongen groeide uit tot een belangrijke gesprekspartner voor zijn zoekende vader, die tijdens zijn jaren in ItaliĆ« voor het christendom koos en het manicheĆÆsme achter zich liet. Adeodatus nam actief deel aan de religieuze gesprekken van zijn vader, maar overleed al op zestienjarige leeftijd. Dat verlies bleef Augustinus achtervolgen. Hij droeg zijn dialoog De leermeester op aan zijn zoon, zoals hij later zijn beroemde Belijdenissen opdroeg aan zijn diep gelovige moeder Monnica.Ā
Augustinus streed ook fel tegen de Afrikaanse Kerk van de donatisten. Die voortdurende strijd leverde een stroom aan geschriften op waarin hij hun opvattingen bestreed. De donatisten, volgelingen van Donatus, benadrukten persoonlijke heiligheid en doopten gelovigen opnieuw. Zij meenden dat de bijbelse uitspraak āde laatsten zullen de eersten zijnā op hen van toepassing was, omdat het christendom pas laat Afrika had bereikt. Daarom zouden zij in het hemelrijk voorrang verdienen.
Ook na het concilie van Carthago in 411, dat deze stroming als ketters veroordeelde, bleef Augustinus tegen hen schrijven. Ironisch genoeg maakte juist deze strijd hem tot een van de grootste predikers en Bijbeluitleggers van zijn tijd. De situatie had bovendien iets paradoxaals: Augustinus was zelf uit Italiƫ naar Afrika teruggekeerd omdat hij zich daar nooit echt thuis had gevoeld, maar moest nu argumenteren tegen mensen die Afrika juist centraal plaatsten in hun geloofsbeleving. Zijn scherpe inzicht in de menselijke natuur, dat zo kenmerkend is voor de Belijdenissen en zijn vele preken en brieven, werd ongetwijfeld mede door deze confrontatie aangescherpt.
Heel zijn leven bleef Augustinus een vreemdeling. Thagaste was te klein voor zijn ambities, maar eenmaal in Rome voelde hij zich evenmin thuis. Milaan bood enige rust, maar toch bleef hij naar Afrika verlangen. Na de plundering van Rome door Alarik, koning van de Visigoten, kwamen bovendien talrijke aristocratische vluchtelingen uit Italiƫ naar Noord-Afrika. Hun komst veranderde de sociale verhoudingen ingrijpend en zorgde voor nieuwe spanningen.
De laatste jaren van Augustinusā leven stonden in het teken van zijn strijd tegen het pelagianisme. Pelagius, een uit BrittanniĆ« afkomstige monnik die tussen 380 en 410 in Rome doceerde, verzette zich tegen Augustinusā leer over de erfzonde en de noodzaak van goddelijke genade. Volgens Pelagius beschikte de mens over voldoende vrije wil om het goede te kiezen. Augustinus hield daarentegen vol dat zelfs de vrije wil een gave van Gods genade was.
Pelagius verwierf veel aanhang met zijn afwijzing van de erfzonde. Vooral zijn stelling dat een pasgeboren kind onmogelijk als zondaar kon worden beschouwd en zonder doop verloren zou gaan, sprak velen emotioneel aan. Voor Augustinus bleef echter Gods genade de hoeksteen van het christelijk geloof.Ā Ā
Het boek van Catherine Conybeare is voortreffelijk en vernieuwend. Wat gek genoeg ontbreekt is een kaart van Noord-Afrika met de belangrijkste plaatsen uit het leven van Augustinus.Ā Ā
Augustinus de Afrikaan, 303 blz., 29,99 euro, KokBoekencentrum, ISBN 9789043 544108
Lees ook...
De middagmaalgasten
āGod, help; help, Godā



