© Martin Lahousse

“Christendom is de motor van Europa”
Wouter Beke voelt zich naar eigen zeggen als een vis in het water in het Europees Parlement. Nu Europa op zoek is naar zichzelf, ziet hij in het personalisme de basis voor een moedig centrum waarin gemeenschappelijkheid en individuele ontplooiing samengaan. Maar dat is geen walk in the park. “Ik ben zeer ongerust over het extreme gedachtegoed. De grootste bedreiging is dat dit wordt aangezogen door krachten van buiten Europa.”

In zijn laatste jaren middelbaar onderwijs leek de wereld helemaal ten goede te veranderen: de Berlijnse Muur was gevallen, het wereldwijde web stond op het punt een bron van informatie en connectie te worden. “Een ongelooflijke tijd”, zegt Wouter Beke. “De wereld werd aan onze voeten gelegd. We hadden het gevoel aan de vooravond van iets groots te staan.” Maar toen kwam 24 november 1991, Zwarte Zondag. Hoe kon het dat extreemrechts zo’n doorbraak kende, vroeg de jonge Beke zich af, net toen de wereld in de juiste plooi scheen te vallen. 

Hij herinnert zich levendig dat hij een stuk van Elias Canetti speelde in de retorica: De Komedie der IJdelheid. “Daarin voert Canetti een triumviraat op – ik was daar de leider van (lacht) – dat wetten uitvaardigde die de ijdelheid zouden afschaffen. Foto’s en spiegels werden vernietigd, maar de mensen spiegelden zich in het water. Canetti bedoelde daarmee: mensen zijn niet anoniem, ze hebben een eigen persoonlijkheid die zich wil ontwikkelen. Tegelijk was het een parodie op de opkomst van het fascisme in het Italië van zijn tijd.” 

Zijn leraar-regisseur, die ook zijn leraar Nederlands, Latijn en geschiedenis was, inspireerde hem en zijn klasgenoten om hierover verder na te denken om te begrijpen wat er in de wereld gebeurt. Onder zijn impuls las hij Massa en macht van diezelfde Canetti, en leerde daaruit dat politiek zelden in de eerste plaats rationeel is, maar ook massapsychologie is: hoe je het volk moet meekrijgen, en hoe dat gevaren met zich meebrengt. Het maakte dat Beke geïntrigeerd raakte door de politiek en politieke wetenschappen ging studeren. 

Waarom koos u voor de christendemocratie?
“Mijn doctoraatsprofessor was Manu Gerard, die later de canon van Vlaanderen onder zijn hoede zou nemen. Hij vroeg me een boekje van Leo Tindemans te bespreken: Personalisme. De toekomst van een idee, over de relatie tussen persoon en gemeenschap. Toen ben ik ideologisch thuisgekomen. Ik herkende de worsteling van de mens die zich als persoon ontwikkelt door kansen die de gemeenschap hem biedt. Mens en gemeenschap moeten in balans zijn. Want anders zit je in de logica van de macht van de massa of worden we geatomiseerde individuen.”

“Gemeenschappelijkheid is belangrijk. Je ziet dat in de opkomst van het nationalisme; mensen hebben het gevoel ontworteld te zijn en dat gevoel wordt zwaar onderschat. Mensen vinden die wortels in het gezin, de familie, hun land. Sterke wortels maken sterke stammen en takken met mooie bladeren. Dat heb ik bij de lectuur van dat boek ervaren. Tegelijk heb ik dat verbonden met het subsidiariteitsprincipe dat zijn oorsprong in de sociale encyclieken heeft. De Vlaamse Gemeenschap is belangrijk, maar het is niet de enige gemeenschap. Je moet Vlaming zijn om Europeaan te worden. Anders loop je vast in een eng nationalisme. Nadien heb ik de stap gezet naar de politiek.”

“Mensen hebben het gevoel ontworteld te zijn en dat wordt zwaar onderschat.”

“Na Zwarte Zondag was dat geen evidentie, want het gevoel heerste dat de politiek niks meer vermag. Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy hebben toen een coalitie op poten gezet die het land naar de euro heeft geleid en België met het Sint-Michielsakkoord in een nieuwe plooi heeft gelegd. Sinds de regering-Eyskens in de jaren 1950 was dit volgens mij de beste regering ooit. Zij hebben mij dan geholpen om de stap te zetten naar de actieve politiek.”

In uw boeken houdt u een vurig pleidooi voor het centrum
– de habitat van CD&V. U zegt dat de meerderheid van de mensen zo’n centrum wil, maar dat blijkt niet uit de verkiezingsuitslagen…
“Ik heb het niet over het centrum omwille van het centrum, als een plat compromis. Mij gaat het om het moedige midden, dat antwoorden durft te geven. ‘Extreemlinks ziet vaak de problemen niet en extreemrechts ziet vaak de oplossingen niet’, zei de Oostenrijkse kanselier Christian Stocker onlangs op het EVP-congres. De paradox is dat de meeste mensen zich meer dan vroeger positioneren in het centrum, maar daarom nog niet stemmen op de centrumpartijen.”

“Massapsychologie speelt daar zeker in mee, kijk naar de VS. Joe Sixpack heeft de Democraten in de steek gelaten, maar merkt nu dat de Republikeinen zijn koopkracht verlagen en niet voor de gewone man opkomen. Er is dus zeker een electorale capaciteit voor het centrum en dat moet worden gearticuleerd. Als ik zie dat de socialisten en zelfs de N-VA zich steeds meer profileren als centrumpartijen, dan zou het paradoxaal zijn dat wij, die daar altijd gezeten hebben, ons zouden terugtrekken.”

“Ieder heeft zijn verantwoordelijkheid om te werken aan de samenleving.”

“Maar dat moet wel gebeuren vanuit een duidelijke ideologische fundering: dat er rechten, maar ook plichten zijn. Dat je mensen die het moeilijk hebben meetrekt, maar ook de mensen die vooruit willen een duwtje in de rug geeft, want zij helpen de samenleving vooruit. Een maatschappij is meer dan een verzameling individuen. Ieder heeft zijn verantwoordelijkheid om te werken aan die samenleving, want ze geeft ons kansen en maakt het mogelijk dat individuen zich ontplooien. Denk aan de covidperiode: we moesten door de omstandigheden iedereen op zichzelf laten terugplooien. Na enkele weken vroegen kinderen om terug naar school te mogen en thuiswerkers of ze weer naar het werk mochten. Je moet elkaar kunnen raken, letterlijk maar ook figuurlijk: mensen moeten geraakt kunnen worden in verhalen en emoties. Ik ben daar zelf niet goed in om dat publiekelijk te doen, maar het is wezenlijk voor ons mens-zijn.”

U kreeg het als minister van Welzijn erg lastig en nam uiteindelijk ontslag. Hoe heeft u dat ervaren? Heeft u overwogen om uit de politiek te stappen?
“Ik heb er mijn idealisme niet bij verloren, maar het was zonder meer een heftige periode. Ik heb zeker getwijfeld of ik mijn politiek engagement verder wilde zetten. Maar de beste manier om vooruit te komen was door die ervaring achter mij te laten. (stilte) Achteraf beschouwd heeft het mij op de pauzeknop doen drukken en ben ik zo tot reflectie gedwongen: waarom doe ik wat ik doe? Als partijvoorzitter of minister heb je daar weinig tijd voor.”

“Als de EU alleen een handelsunie zou zijn, zouden we nu nog Russisch gas tanken.”

“Ik kon opeens ook meer met mijn gezin bezig zijn. Die geborgenheid heeft deugd gedaan en mij opnieuw doen ontdekken hoe belangrijk gemeenschappen zijn, waar titels er veel minder toe doen. De lokale politiek en het contact met mensen heeft mij er ook door getrokken. Elk moeilijk moment is een leerschool. Lijden en hoop gaan samen, dat vind je overal in de christelijke traditie. Achteraf is het verrijkend gebleken.”

Wat deed u besluiten om voor het Europees Parlement te gaan? En hebt u het gevoel impact te hebben?
Europese politiek heeft mij altijd geboeid. En die heeft zeker impact. Kijk naar wat de zorgen van de mensen zijn en waar we antwoord op moeten geven: dat gaat over het beschermen van hun veiligheid en waardigheid. Geen enkel land zegt dat alleen te kunnen. Daar heb je weer het subsidiariteitsprincipe: je zult elkaar moeten vinden als je dat wilt realiseren. Je zit hier in het europarlement op de beste plaats om daarover na te denken en het debat te voeren. We leven daarenboven in een nieuw tijdsgewricht: Europa is op zoek naar zichzelf, dat is heel boeiend.” 

De totstandkoming en de waarden van de Europese Unie zijn sterk gekleurd door het christendemocratisch gedachtegoed. Sommigen vinden dat die steeds meer losgelaten worden in een neoliberaal project. Hoe ziet u dat?
“Ik ben het daar niet mee eens. De Britten zijn uit de Unie gestapt om twee redenen: één, omdat ze vonden dat er te veel migranten kwamen, en twee, omdat ze vonden dat het vooral een handelsunie moest zijn en geen dieperliggende unie. Vandaag hebben ze spijt van die keuze. Kijk naar de Europese reactie op de oorlog in Oekraïne: als het alleen een handelsunie zou zijn, zouden we nu nog Russisch gas tanken. Wel moeten we zorgen dat de Unie onze waarden beschermt en die staan inderdaad onder druk van buitenaf door wat er in de VS gebeurt, en van binnenuit in sommige Europese landen. De grote uitdaging is: hoe redden we het Rijnlandmodel?”

De EVP en haar voorzitter Manfred Weber krijgen nogal wat kritiek omdat ze te zeer rechts gedachtegoed zouden overnemen. Hoe ervaart u dat?
“Dat moet ik tegenspreken. De EVP heeft als eerste de streep getrokken voor Viktor Orbán. Als CD&V-voorzitter heb ik mee het initiatief genomen voor zijn ontslag uit de EVP. Ik heb thuis nog brieven liggen waarin Orbán smeekt om hem toch nog een kans te geven in de EVP. Ook Donald Tusk heeft die lijn getrokken in Polen. In Tsjechië en Hongarije leveren wij het alternatief voor extreemrechts. In Nederland is het CDA niet meegegaan in de constellatie met Geert Wilders. Op het EVP-congres in Valencia zei Weber: ‘De grote vijand van ons project zit bij de autoritaire extremen.’ Ik denk dat zelf ook, ik zou het trouwens uitbreiden naar de beide extremen. Je ziet hier in het Parlement het fenomeen van de hoefijzerdemocratie: de partijen aan de extreme kant weten elkaar te vinden bij stemmingen. Dat is niet nieuw: aanvankelijk deden Hitler en Stalin dat ook.”

“Europa wordt voor het eerst genoodzaakt te kijken naar zijn plaats in de wereld.”

“Het is wel zo dat we antwoorden zullen moeten vinden op de vragen die de mensen hebben. Maar we moeten in de EVP en de nationale partijen wel oppassen voor centripetaal kannibalisme, waarmee ik bedoel dat als partijen in het centrum elkaar bekampen, de extremen dit centrum gaan kannibaliseren. Daar wordt niemand beter van. Ik ben zeer ongerust over het extreme gedachtengoed. De grootste bedreiging is dat dit wordt aangezogen door krachten van buiten Europa. Kijk hoe Trump én Poetin in Duitsland het AfD gesteund hebben. Voor de Trumps en de Poetins van deze wereld – ik noem ze de trumptinisten – is het Europees project de gemeenschappelijke vijand. Ze kunnen veel beter een verdeel- en heerstactiek toepassen met 27 lidstaten dan wanneer ze moeten rekening houden met een blok van landen dat hun individuele belangen overstijgt ten voordele van het gemeenschappelijke project. Omdat ze hun agenda niet opgelegd krijgen aan Europa, steunen ze Orbán en zijn gelijkgezinden.”

In de oorlogsdreiging en de onzekerheid rond de positie van de VS in de NAVO heeft u zich geprofileerd als voorstander van een Europees leger. Hoe groot is de kans dat dit lukt?
“In een recente opiniepeiling zegt 74 procent van de Belgen voor een Europees leger te zijn. Mijn redenering is dat Europa tot nu toe vooral bezig geweest is met zichzelf. Met name hoe we tegenstellingen tussen de landen konden overbruggen en hoe we door economische samenwerking politieke stabiliteit konden creëren. Dat is al 80 jaar lang gelukt. Dat vergeten we weleens. We kwamen uit een periode waarin om de paar decennia in Europa een oorlog werd gevoerd: de napoleontische oorlogen, 1870, 14-18, 40-45.”

“Een land moet overstijgend werken en een gezamenlijke defensie ontwikkelen.”

“Nu wordt Europa voor het eerst in zijn geschiedenis genoodzaakt te kijken naar zijn plaats in de wereld als geopolitiek project. Dan heb je diplomatie nodig – we hebben hier de beste diplomaten van de wereld – en ontwikkelingssamenwerking – wij zijn de grootste donoren van de wereld. Maar dan heb je ook een Europese defensie nodig. We moeten ons inderdaad gaan bewapenen tegen de dreiging van Rusland om een oorlog te voorkomen. Maar als we dat met alle landen afzonderlijk doen, kan dat met de opkomst van het extreemrechts nationalisme wel eens een gevaarlijke cocktail worden, dat hebben we in onze geschiedenis gemerkt. Daarom moet je land overstijgend werken en een gezamenlijke defensie ontwikkelen en dus ook een leger.” 

De financiering van defensie gebeurt nu door te besparen op sociale zekerheid en ontwikkelingssamenwerking. Dat moet u als christendemocraat toch tegen de borst stuiten?
“Dat is een lastige oefening. Maar we moeten het in perspectief zien. Toen de Berlijnse Muur viel, spendeerden we in Europa 3,7 procent van alle bbp’s aan defensie. Toen Helmut Kohl Duitsland herenigde, werd hem gesommeerd om het Duitse leger af te bouwen en niet meer dan 370.000 militairen te hebben. Het Duitse leger telt nu nauwelijks meer dan 200.000 soldaten. De optelsom van de lidstaten geeft ons geen capaciteit om een gemeenschappelijk antwoord te geven. De European Union Force heeft nood aan gemeenschappelijke financiering, operabiliteit, zogenaamde resources, capabiliteit en eenheid van commando. Als we samenwerken, kan dat 75 miljard euro aan efficiëntiewinst opleveren. Ik pleit er dus niet alleen voor vanuit politieke bekommernis, maar ook omwille van de publieke financiën.”

Hoe ziet u de rol en de plaats van religies in het Europese project?
“Wat mij opviel toen ik hier pas in het Parlement kwam: met Kerstmis stonden hier overal kerststallen. Dat was een aangename verrassing. Het deed mij denken aan de ophef destijds in de paarse regering over kerststallen in de publieke ruimte. Dat was zogezegd een aanfluiting van de scheiding tussen Kerk en staat. Bij het overlijden van de paus werd in Straatsburg een zitting gehouden waarin elke fractie met een bijzonder groot respect en eerbied over Franciscus sprak. Ieder uiteraard vanuit zijn eigen invalshoek: links over ecologie en migratie, rechts over de ethische thema’s. Niemand heeft dat, zoals in de Belgische Kamer, geproblematiseerd. Ik dacht toen: blijkbaar beseft men in de Europese instellingen beter wat het christendom heeft bijgebracht aan de Europese cultuur dan bij ons. Het is de Böckenförde-paradox: een democratie brengt uit zichzelf geen waarden voort. Daar heb je maatschappelijke instituties, middenveld, religies voor nodig. Waar je religies gaat verbieden, krijg je ersatzreligies. Ik herinner mij het zotte idee van de paarse regering om het Te Deum niet meer in de kathedraal van Brussel maar in de Kamer te houden.”

“Religies kunnen helpen om de fundamentele waarden waar het in Europa om gaat, gestalte te geven. Onlangs vroeg iemand mij: wat is de European way of life? Ik antwoordde: als je in Europa een stad bezoekt, ga je om het centrum te zoeken naar het stadhuis of het parlement, dat staat voor de democratie, geïntroduceerd door de Grieken 2500 jaar geleden. Of je zoekt naar het justitiepaleis, als symbool van de rechtstaat, die teruggaat op de Romeinse rechtstaat, ook 2500 jaar oud. Of je wandelt naar de kerk, als symbool van het christendom, 2000 jaar oud.”

“De Europese instellingen beseffen beter wat het christendom heeft bijgebracht dan wij.”

“Je hoeft niet te geloven in het hiernamaals om te beseffen dat het christendom onze existentie een bepaalde betekenis geeft. Dat ontkennen heeft geen zin. Europa heeft sterke wortels. Dat maakt ons tot wie we zijn, niet met de pretentie dat we beter zijn, maar wel wie we zijn. Europa benoemen zonder de rol van het christendom is zoals een auto beschrijven zonder het over de motor te hebben. En tegelijk is er altijd veel kritiek op de motor te geven…” (lacht)

Hoe zou u uw geloof omschrijven en welke invloed heeft dat op
uw leven en werk?
“Geloof is geen kwestie van weten, maar van zoeken, van je open te stellen in twee richtingen: naar boven en naar de medemens. Dat leerde ik van het personalisme. Dat gaat over je openstellen voor levensvragen over leven en dood. Sinds de dood van mijn moeder vorig jaar voel ik dat ik daar nu nog veel vatbaarder voor ben. Ik zoek betekenis in teksten en rituelen. Ik ga vaak met mijn vader naar de eucharistie, omdat het een moment van rust en bezinning is en je er met teksten geconfronteerd wordt die je doen nadenken. Maar alleen maar een zoekende gelovige zijn zonder meer heeft weinig betekenis, omdat je betekenis moet geven aan het leven zelf en zo aan dat van anderen. Het gaat dus ook over je openstellen voor de ander en daar iets mee doen, verantwoordelijkheid nemen – wat filosoof Emmanuel Mounier l’engagement noemt.” 

“Pasen vind ik belangrijker dan Kerstmis, omdat het gaat over lijden en hoop.”

“Mijn moeder is gestorven, maar ik heb het gevoel dat ze verderleeft in mij en in de kinderen. Misschien is het niet veel meer dan dat, maar dan nog geeft het hoop. Pasen vind ik belangrijker dan Kerstmis. Omdat het gaat over lijden, dood en hoop. Het stelt de vraag: wat doen we hier, en welke betekenis geven we aan het leven? Dat hoeft niet altijd in heel grote dingen te zijn. Ik stopte onlangs op de terugweg van Straatsburg bij het huis van Robert Schuman, die in zeer eenvoudige omstandigheden woonde. Ik stond bij de tafel waaraan hij de verklaring heeft geschreven waarmee het Europese verhaal is begonnen. Dan stel je je de vraag: hoe komt een mens ertoe om die stappen te zetten? Wat heeft Konrad Adenauer ertoe bewogen niet in de fouten te vervallen van na de Eerste Wereldoorlog? In de tijd van Leo XIII was er de klassenstrijd tussen kapitaal en arbeid. Maar nu is het een strijd geworden tussen de web people en de wall people. De eerste groep is geconnecteerd met de wereld en voor hen loopt het allemaal goed. Daartegenover staan de mensen die de wereld als een bedreiging zien en zich afsluiten. De bankencrisis, covid, de oorlog in Oekraïne… Het heeft er allemaal sterk in gehakt. Hoe overstijg je dat? Hoe breng je die breuklijnen samen? Dat is belangrijk voor ons, christendemocraten, maar ook voor de christelijke gemeenschap.”

“In Leopoldsburg is een centrum voor vluchtelingen. Een derde van de mensen in de zondagsmis zijn van Afrikaanse origine. Dan zie ik soms de blikken van de wall people. En dan denk ik: het is een opgave voor de Kerk om daarmee om te gaan, maar ook voor Europa. Die taak hebben we gemeen.” 

Bio

Wouter Beke (1974) studeerde politieke wetenschappen, sociaal recht en doctoreerde in de sociale wetenschappen. Hij was voorzitter van CD&V, minister van Werk, Economie en Consumenten in de federale regering en minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding in de Vlaamse regering en burgemeester van Leopoldsburg. Sinds 2024 zetelt hij in het Europees Parlement

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Verder lezen?

Log in op uw Tertio account en lees meteen verder

Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Lees ook deze artikels...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.