© Pierre de Liedekerke
“Als ik vier ben, word ik bewoond door een woord dat verder gaat dan mijzelf. Een woord dat van verder komt dan ikzelf. Een woord dat ik poëtisch noem.” Dit fragment uit zijn jongste boek tekent de levenslange zoektocht van Gabriel Ringlet (1944) naar woorden die beelden worden, en naar rituelen die de innerlijke ruimte van de mens verbreden en verdiepen. Met zijn ploeg in de Prieuré van Malèves Sainte Marie (Perwijs) herschrijven ze alle liturgische teksten, om die poëtische dimensie te laten klinken. Die vind je al terug in de Bijbel, bij de kerkvaders en in de mystiek. “Je kunt dus niet zeggen: er is de traditie die alleen maar dogmatisch en reflexief zou zijn, en dan heb je het poëtische, dat literair en profaan is. Nee, de poëzie maakt deel uit van de religieuze demarche zelf.” Ook het brevier en de monastieke liturgie tonen dat. Poëzie is trouwens niet iets dat enkel voor intellectuelen is. Toen Ringlet journalist was bij La Wallonie – een socialistische krant waarvoor hij een spirituele rubriek verzorgde – stuurden arbeiders hem hun gedichten om te vragen wat hij ervan vond. “Dat heeft mij sterk getekend: poëzie is niet zozeer techniek, het is woord in beeld, zoals de parabels. Dat is voor iedereen toegankelijk. Maar tegelijk lastig voor een instituut: je weet nooit waar je uitkomt.”
Verder lezen?
Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Wachtwoord vergeten? Geef jouw gebruikersnaam of mailadres in en we sturen jou instructies hoe een nieuw wachtwoord aan te maken.
Lees ook...
“Ik vond God in een moskee”
Wie bedelt, is zichtbaar onzichtbaar


