© Unsplash

Liturgie en resonantie
Herman De Dijn nuanceert in deze reactie de voorstelling van zijn visie op de liturgie. Hij licht toe waarom ritueel volgens hem niet als een fysieke of metafysische brug, maar als een symbolische verbinding met het heilige moet worden begrepen.

In zijn editoriaal Ademen stelt hoofdredacteur Johan Van der Vloet dat mijn antropologisch-filosofische opvatting over de katholieke liturgie in zekere zin gelijkenis vertoont met die van de traditionalistische Pius X-broederschap. Wat later, in zijn inleiding op het interview met liturgisch theoloog Joris Geldhof, schrijft hij aan hem de opvatting toe dat ‘de liturgie niet te vatten (is) in antropologisch-filosofische kaders’ (lees: in tegenstelling tot mijn opvatting). Ik vind dit een onjuiste weergave van mijn visie, zoals die in mijn eigen bijdrage in het nummer (en uitgebreid in mijn boek Het heilige en het taboe) naar voren komt. 

Met de traditionalisten zou ik er de mening op nahouden dat ‘rituelen draaien om sacrale handelingen en objecten die dienen als fysische brug tussen de mens en het heilige’. De suggestie is duidelijk: dit ruikt naar magie. Ik weet niet of de traditionalisten het met die omschrijving van hun opvatting eens zouden zijn. Ik vermoed dat zij veeleer zouden spreken van een niet-fysische, maar metafysische brug. 

Ikzelf verwerp in elk geval de opvatting van het ritueel als een (louter) ‘fysische’ of zelfs metafysische brug: het gaat eigenlijk om een symbolische brug. Sacramentele handelingen en objecten zijn uiteraard, zoals ik aantoon, onvermijdelijk ingebed in materialiteit, maar tegelijk gaat het om een symbolische band met het heilige. Vergelijk met een bloedband, die geen strikt fysische, maar een symbolische band is. 

Het is juist mijn antropologisch-filosofische interpretatie van ritueel en symboliek die zowel het belang van het materiële en het lichamelijke bevestigt als een ontkenning van de magie insluit.

Ik zie geen tegenstelling tussen mijn visie op liturgie en die van Joris Geldhof. Hij zegt zelf een paar maal dat hij het op cruciale punten met mij eens is. Ik ben het volkomen eens met Guardini dat het probleem in de liturgie niet de verstaanbaarheid van de liturgie is, maar de ‘symbool-onbekwaamheid’ van de moderne mens.

“Dat de liturgie alleen kan resoneren als ze de taal van het alledaagse leven spreekt, is een misvatting”

Zelf beklemtoon ik, zoals Geldhof, de sacraliteit van liturgische taal en muziek en het belang van lichamelijkheid en zintuiglijkheid in de liturgie. Het zou mij verbazen mocht Geldhof het met Van der Vloet eens zijn dat liturgie eenvoudigweg niet te vatten is in een antropologisch-filosofisch kader. Dat zou immers een ontkenning betekenen van de mogelijkheid van een godsdienstwetenschappelijke of godsdienstfilosofische visie op de liturgie, als eventuele aanvulling op de theologie.

Als theoloog zegt Geldhof in het interview enkel dat de christelijke offercultus ‘alle cultische offers overstijgt’. Maar dat betekent niet dat het in geen enkele zin nog een offercultus is. De overstijging van het menselijke is, zeker in het christendom, geen negatie van het menselijke. 

Mijn antropologisch-filosofische visie erkent trouwens dat ‘van binnenuit gezien’ (theologisch gezien) de eucharistie voor de gelovige de vervulling én overstijging is van de voorchristelijke, bijvoorbeeld joodse, offercultus.  Ook kardinaal Ratzinger, later paus Benedictus XVI, leert dat in zijn boek De Geest van de liturgie.

Volgens Van der Vloet is de liturgie een mystagogie, die de taal van het dagelijkse leven spreekt en er slechts zo mee kan resoneren; het is geen statische vluchtplek. De liturgie is inderdaad dé inwijding in het mysterie, er is geen betere. De eucharistie is inderdaad als eredienst aan God intrinsiek verbonden met de naastenliefde, de eredienst van de mens (zie deel II van mijn boek).

Ik zie de liturgie dus helemaal niet als een statische vluchtheuvel; ze is integendeel het noodzakelijke vertrekpunt van de naastenliefde. Dat de liturgie alleen kan resoneren als ze de taal van het alledaagse leven spreekt, is echter een misvatting. Net zoals het een grondige misvatting is dat poëzie niet aansprekend zou zijn tenzij ze niet van de alledaagse taal verschilt en dezelfde verstaanbaarheid heeft.

Juist als poëzie kan poëzie op een uitmuntende wijze met het leven resoneren; tenzij voor wie symbolisch doof is.

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Verder lezen?

Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder

Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Lees ook...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig jouw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Lees 1 maand gratis Tertio

Vind elke week een stem van hoop in je mailbox. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontdek al onze nieuwste bijdragen en analyses een maand lang gratis, zonder verplichting.