An Mollemans is geen voorstander van een strenge catechese: “Voor wie spontaan aanklopt, mag je de deur niet dichtdoen.” © rr

Naar de kern van de zaak
Doopsels, eerste communies en vormsels doen het in deze postchristelijke tijd nog verrassend goed. Hun aantallen blijven relatief stabiel. Er zijn wel verschuivingen: terwijl het aantal babydoopsels daalt, vragen steeds meer kinderen gedoopt te worden voor hun eerste communie. An Mollemans, catecheseverantwoordelijke van het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen, gidst ons door het catecheselandschap van de initiatiesacramenten.

Dat er nog zoveel aanmeldingen zijn voor deze drie sacramenten die toch niet resulteren in kerkgang is een opvallende paradox. Bij doopgesprekken drukken ouders het al voorzichtig uit – “we lopen de deur van de kerk niet plat” – en een bekend grapje luidt dat het sacrament van het vormsel de ‘plechtige uittrede’ is uit de Kerk. 

Sommigen pleiten daarom voor een strengere voorbereiding: zinvol of niet? 
An Mollemans: ‘Het verschil met vroeger is dat er nog weinig actieve promotie wordt gemaakt voor de sacramenten. Dan ga je voor wie spontaan komt aankloppen de deur niet dichtdoen. Als er één ding is dat we als Kerk moeten blijven doen, is het open en gastvrij zijn. Hoewel er mensen zijn die na een ouderavond beslissen om het toch niet te doen, net als twaalfjarigen die na enkele bijeenkomsten niet meer voortdoen, is het essentieel dat ouders kennismaken met de geloofsgemeenschap, zodat ze er een duidelijker beeld van krijgen. Een eerstecommuniecatechese bijvoorbeeld is niet enkel op weg gaan met dat groepje zevenjarigen, maar is ingebed in de kerkgemeenschap. Het is heel belangrijk dat ze die ook leren kennen en dat ze worden uitgenodigd op de vieringen. Maar om het dan maar niet meer te doen, dat is voor mij een stap te ver. Als mensen vandaag een vraag stellen aan de Kerk, staan ze stevig in hun schoenen.” 

“Als er één ding is dat we als Kerk moeten blijven doen, is het open en gastvrij zijn.”

De kinderdoop is nog altijd de grootste groep van de dopelingen. Ook daar pleiten sommigen om die op latere leeftijd te laten gebeuren. 
“Ik denk wel dat een aantal ouders niet kiest voor het doopsel, maar voor een zegening van nieuw leven en hun dankbaarheid wil uitspreken. Toch is mijn ervaring dat ouders de vraag niet stellen vanuit de traditie of omdat het moet, maar dat het meer een bewuste keuze wordt. Er zijn er ook, gelovig of niet, die wachten tot hun kind zelf kan kiezen.”

In de meeste parochies is de voorbereiding op de doop beperkt tot één doopavond. Zou dat traject langer moeten zijn? 
“Wat wij sterk adviseren, zoals bij alle andere sacramenten, is: nodig die mensen toch eens uit. Steeds meer parochies doen een soort naamopgave voor de kleintjes, waarvoor de ouders een paar maanden voor de doop een keer naar de viering komen om te zeggen dat ze hun kind willen laten dopen, zodat ze toch minstens weten waar ze aan beginnen. Ook dopen tijdens een viering is een heel krachtig signaal, waar we meer naartoe moeten. We benadrukken daarmee de gemeenschapsdimensie: je kind wordt opgenomen in de grote familie van de Kerk. Laat die ouders dus eens naar de kerk komen en ga een keer op huisbezoek om hen beter te leren kennen. Neem de tijd voor hun vragen. Het is belangrijk is dat we vandaag nog duidelijker dan vroeger zeggen waarom we doen wat we doen en niet aarzelen om dat expliciet te verwoorden. Als je gedoopt wordt, word je lid van de katholieke Kerk. Daar begint een engagement. Ons verhaal mag heel duidelijk zijn. Maar we gaan niet mensen op de rooster leggen om te weten of ze wel gelovig genoeg zijn.”

“Priesters, diakens en pastoraal werkers zouden veel meer catechist moeten zijn dan nu.”

Ook bij de eerste communie zijn er vragen. Er is een tendens om de ouders en hun kinderen naar een aantal vieringen te laten komen, en ze dan in een gewone viering voor het eerst te communie laten gaan. En dat moet ook niet per se op de leeftijd van zeven jaar. Mollemans denkt dat de leeftijden in de toekomst vanzelf zullen opschuiven. 

“In Brussel zie je dat kinderen van verschillende leeftijden, tussen zes en twaalf, zich aanbieden voor de eerste communie. Ze doen daar nu de voorbereiding met de gezinnen. Gedurende twee jaar bereiden ze voor op die twee sacramenten, en ze doen tijdens de viering eerst het vormsel en dan de eucharistie. Ik zie ook gelovige gezinnen elke week in de viering, die zelfs naar de dagelijkse vieringen in de kathedraal gaan. En die hebben dan kindjes van vier of vijf: laat die toch meedoen. De toekomst zal dus liggen in diversifiëren en kijken naar de pastorale realiteit, en daar maatwerk bij leveren. Daar zal, denk ik, ook een intensievere voorbereiding bij komen.” 

Geen kinderfeest dan maar? 
“Ik zou het niet afschaffen, maar ben wel bezorgd om de vele tijd die erin kruipt. Eigenlijk moet je je niet zo uitsloven met veel catechesemomenten. Laat die kinderen gewoon meedoen tijdens eucharistievieringen.” 

Maar waar vind je de mensen om die catechese te geven? Dat is een probleem dat in alle parochies opduikt. 
“Ook daar denk ik dat we ons opnieuw tot de kern moeten beperken en minder bijeenkomsten houden, die meer ter zake zijn. We hebben heel lang catechesemethoden gehad waar de opstapjes de helft van het mapje waren en de inhoud pas helemaal op het einde kwam. Ga direct naar de kern en zeg waar het op aankomt. Dat hoor je ook bij de catechumenen. Die vragen ons: ‘Zeg ons wat geloven is.’ Dat zie je zeker ook in de vormselcatechese. Twaalfjarigen zijn bijzonder kritisch. Die moet je niet met omwegen aanpakken. Die willen weten waar je voor staat.”

Dat is een heel grote uitdaging voor catechisten, want het veronderstelt een andere aanpak, geloofskennis en geloofsgetuigenis. 
“De vrijgestelden (priesters, diakens en pastoraal werkers, red.) zouden veel meer catechist moeten zijn dan nu. Zij zijn opgeleid om dat te kunnen. Dat is eigenlijk vandaag een van hun kerntaken. We moeten dat niet overlaten aan de ouders. We investeren nu heel veel in liturgie, maar ik denk dat er minstens zoveel aandacht naar catechese moet gaan. Ze moeten daar in de toekomst voor kiezen. En dat kan dus met minder bijeenkomsten.”

Als dat klopt, zijn de meeste catechetische methodes dan wel aangepast?
“Vertel Bijbelverhalen, spreek over de Heilige Geest, toon en getuig zelf over wie Jezus voor jou is en waarom we in God geloven. We nemen soms te veel opstapjes, dat is nu niet meer nodig. Het vicariaat promoot daarom ook geen catechesemappen meer.”

“We moeten niet op de markt gaan rondlopen om mensen te overtuigen om zich te laten dopen.”

En wat met de rol van ouders? 
“Ook daar pleit ik voor een perspectiefwissel. Wij beschouwen de ouders nu als catechisten, maar ze zijn eerder geloofsgenoten van hun kinderen. Samen zijn ze zoekend en kijken ze uit naar geloofsantwoorden. In dat proces neem je hen mee en voed je hen, zodanig dat ze, als hun kind een vraag stelt, ook eerlijk kunnen antwoorden. We moeten flink inzetten op het geloofsgesprek thuis, zodat ouders getriggerd worden om voor zichzelf ook wat dingen uit te zoeken.”

“Op ouderavonden is het belangrijk om deze dynamiek mee te geven. We verwachten van ouders (of andere familieleden of omstanders zoals peter en meter) dat ze samen met hun kind op stap gaan. Een kind zet deze grote stap het best niet alleen. Essentieel is dat ouders daar een warme en levende kerk ontdekken in de persoon van de catechist. Ze gaan vooral onthouden hoe ze ontvangen worden. Dan kun je ook zeggen wat je te zeggen hebt en hen enthousiasmeren om samen met hun kind op weg te gaan.”

Volwassenen die zich willen laten dopen, moeten daarentegen een serieus traject gaan. Is het catechumenaat niet te pittig? 
“Mijn ervaring is dat wanneer we met catechumenen in gesprek gaan, ze verstaan waarom dat zo is. Ze hebben al een heel leven uitgebouwd en van alles meegemaakt waarin geloof geen onderdeel van was. Het vraagt toch wel even tijd om te kijken welke rol dat gaat spelen in hun leven. Dat lukt niet op twee bijeenkomsten. Ook hier geldt: elk geval is anders bij catechumenen. We moeten individueel bekijken wat de noden en de vragen zijn.”

Pastoors zijn niet zelden lichtjes in paniek als een catechumeen zich meldt… 
“Ik zeg hen dan: neem de tijd om te luisteren. Wat is de geloofsweg van de kandidaat-dopelingen? Wat zijn de aanknopingspunten? Geef iets mee om te lezen, vraag ze een keer terug te komen. Als je op stap gaat met die mensen, komen de vragen vanzelf. We hebben nu een tiental catechumenen in ons vicariaat, die zijn al twee jaar bezig en enkelen hebben hun doop zelfs uitgesteld, omdat ze nog niet klaar waren – dat hebben ze zelf beslist.” 

Moeten we mensen niet meer laten weten dat er zoiets als doop en eerste communie bestaat en dat dat goed kan zijn voor hun kinderen? Zoals in Frankrijk, waar je jaarlijks grote affiches ziet voor ‘le cate’. 
“Ik ben geen voorstander van reclame maken voor sacramenten. Er zijn andere mogelijkheden. Onze kerkgebouwen zijn gelukkig makkelijk herkenbaar en daarin vinden mensen vaak informatie over hoe ze christen kunnen worden, met de contactgegevens van de pastoor. Ik vind niet dat we bij wijze van spreken op de markt moeten gaan rondlopen om mensen te overtuigen om zich te laten dopen. Ze zoeken wel actief op het web. Wij krijgen op het bisdom vragen van mensen om zich of hun kind te laten dopen, maar die niet weten bij welke parochie ze horen. Wij verwijzen hen dan verder.

En dan zijn er nog de nieuw samengestelde gezinnen: ook niet eenvoudig voor de catechist?
“Catechisten hebben soms nog een heel klassiek beeld van het gezin, met een papa en een mama. Ze moeten zich bewust zijn dat een gezin drie mama’s en papa’s kan hebben en dat het ook kan dat er alleen papa’s of mama’s zijn. Je kunt je amper voorstellen hoe complex gezinnen vandaag zijn, en dan moet je opletten met wat je vraagt, bijvoorbeeld als ‘mama en papa’ aanwezig moeten zijn op de ouderavond. Zeker bij verlieservaringen en breukmomenten. Daar kunnen we opnieuw tonen hoe we een zorgzame Kerk willen zijn.”

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Verder lezen?

Log in op uw Tertio account en lees meteen verder

Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Lees ook...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.