De toegangspoort tot de abdij van Chimay. © WBT
Cimay
Mijn trappistenbedevaart begint in la botte de Hainaut, het zuidoostelijkste stukje Henegouwen. De OLV-abdij van Scourmont, ten zuiden van de stad Chimay, is amper 175 jaar geleden gesticht door trappisten uit West-Vleteren. Niet verwonderlijk dus dat de monniken er algauw bier gingen brouwen. “Omdat zij in hun levensonderhoud moeten voorzien en niet willen leven van aalmoezen”, is de uitleg in de abdij. Landbouw alleen volstond niet. “De abdij heeft ook fel geleden onder WO II”, vertelt een gids in het nabijgelegen Espace Chimay, waar naast een auberge en shop een moderne expositie alles leert over de abdij en haar bier. “Voor de heropbouw én om de mensen van de streek te steunen werd besloten hun bieren te commercialiseren.” Vandaag is de abdij goed voor zo’n 200 jobs. Bij bier hoort kaas. De drie trappistenabdijen produceren dus ook kazen.
Zoals de regel voorschrijft, mag een trappistenbier zich enkel zo noemen als het binnen de abdijmuren wordt gebrouwen, door of onder toezicht van een monnik en de opbrengst grotendeels naar liefdadigheid gaat. “Hoewel het uitsterven van kloostergemeenschappen ertoe leidt dat trappistenbieren verdwijnen (er resten er nog vijf in België, red.), zal dat hier niet snel gebeuren. Er is nog een tiental monniken aanwezig.” Het mooie, maar goed gevulde kerkhofje naast de brouwerij getuigt hoe er ooit tot 80 monniken leefden. Behalve de binnentuin en de kerk is het het enige toegankelijke deel van de abdij. Op het grasveld tussen de toegangspoort en de kerk geurt het naar bier. Bierliefhebbers hebben een ruime keuze in chimays, van 4,8 tot 10,5% alc. vol., die wereldwijd verspreid worden. Bij binnenkomst in de ‘Chimay Experience’ kun je getuigenissen horen van fans, onder wie een Texaan die het bier via zijn opa leerde kennen die tijdens WO II verdoofd met chimays een amputatie onderging.
Soberheid
Zoals de bieren van bruin tot blond variëren, onthult de langs buiten grauwe abdijkerk een oogverblindend wit en slank interieur, dat behalve een goudkleurig crucifix en een minimale kruisweg geen versieringen bevat. Soberheid staat centraal. “Arm en kuis, gehoorzaam aan zijn overste leeft de monnik in broederlijke gemeenschap”, klinkt het in de abdij. “Hij kiest ervoor niets te verkiezen boven de liefde van Christus. Voor hem komt het gebed op de eerste plaats.” Wat tot uiting komt in zeven diensten, van vigilie (4.30 uur) tot completen (20 uur), die iedereen mag bijwonen.
www.chimay.com
- In Chimay zelf is ook wel wat te zien: van de Vieille Tour en de kapittelkerk kun je naar het prinselijke kasteel (met zijn eigen theater) klimmen. www.visitchimay.be
- Net buiten de stad, op onze route, ligt het meer van Virelles, de toegangspoort tot het Nationaal Park Entre Sambre et Meuse, een kindvriendelijk paradijs voor natuurliefhebbers. www.aquascope.be
- Wijk kort van de route af voor een passage door Lompret, een schilderachtig dorpje, een van de mooiste in Wallonië. www.beauxvillages.be/villages/lompret
Op de route passeer ik tal van kastelen. In het onooglijke Boussu-en-Fagne – ik ben inmiddels de provincie Namen binnengereden – ligt een enorm ommuurd kasteel, ooit eigendom van de prins-bisschop van Luik en vandaag helaas enkel toegankelijk voor deelnemers aan conferenties of recepties. Ook het kasteel van Resteigne in Tellin is zo’n feestkasteel. Een kasteel op de route dat wel een bezoek waard is, is het renaissancekasteel van Freÿr-sur-Meuse in Hastière, vooral vanwege zijn klassieke tuin en zijn ligging tegenover de Maas en de rotsen aan de overzijde. Ook spectaculair is het (echter niet toegankelijke) kasteel van Walzin, als je tenminste op de Lesse vaart aan de voet van de rotsen waarop het staat. Vanaf onze route is het onzichtbaar. Heel zichtbaar langs de route én het bezoeken waard is dan weer het sprookjeskasteel van Vêves, een mooi bewaard 15de-eeuws slot, ingericht in Louis XV-stijl.
La Calestienne
Ook in Nismes moet je echt even de route verlaten voor een stop aan de Fondry des Chiens, een spectaculair zinkgat van 20 m diepe ravijnen. Wandel zeker eens langs de voet van de kalkrotsen, een onderdeel van de Calestienne, de smalle, 130 km lange kalksteenstrook tussen Chimay en Remouchamps, die de overgang vormt naar de Ardennen.
Ondanks dat natuurwonder en de prachtige open landschappen waar ik doorrijd – zoals het panorama kort voor het wat overmoedig genaamde dorpje Matagne-la-Grande – is het meest indrukwekkende natuurbeeld op de route dat van de rotswanden tussen Hastière en Anseremme langs beide oevers van de statig stromende Maas. Hier, waar de route de Franse grens schampt, vloeit die ons land binnen. Je waant je er amper in België, zo onwerkelijk is het uitzicht.
Haarspeldbochten
De Maas doet even verder Dinant aan, waar de vierwielers een korte omweg moeten maken over de met saxofoons omzoomde Maasbrug. Fietsers kunnen in Anseremme de Maas oversteken, waarin de Lesse uitmondt. Die volg ik nu geruime tijd, afgewisseld met enkele flinke klimmen met heuse haarspeldbochten in een bosrijk gebied naar de niet onaantrekkelijke dorpjes Furfooz en Gendron. Over bos gesproken: in Conjoux passeer ik op een kruising een linde die er rond 1600 wortel schoot. Sindsdien zijn er heel wat kasteelheren en monniken gekomen en gegaan…
Rochefort
Rochefort, op de grens met de provincie Luxemburg, ontstond naast het dorp Behogne, in een meander van de Lhomme. Daar staat nu nog de OLV-Visitatiekerk met haar twee torens te pronken in de hoofdstraat. In het verlengde daarvan, letterlijk aan het andere uiterste van de stad, staat op een heuveltop het gravenkasteel, met het eclectische stadhuis in het midden ertussen. Het zou iets kunnen zeggen over de verhouding tussen clerus, adel en burgerij destijds. Het was aan de voet van de ‘versterkte rots’ dat het gehucht Rochefort ontstond, groeide en Behogne inpalmde. In de zomer gidst jonkvrouw Emelyne elke dag om 14 uur door de ruïnes van het kasteel.
Lachfestival
Toch heerst er geen spanning der machten in Rochefort. Er mag zelfs gelachen worden. “Une ville que rit, est une ville qui vit”, is te lezen op de festivaltent van het begin mei gehouden Festival Internationale du Rire de Rochefort. Tegenover de tent waakt komiek Raymond Devos over het FIRR, vereeuwigd in steen, tot de knieën in een doos – mogelijk omdat hij niet van wandelen hield: “Mon pied droit est jaloux de mon pied gauche. Quand l’un avance, l’autre veut le dépasser. Et moi, comme un imbécile, je marche!” Dat je in Rochefort ook de ingang tot de hel kon bezoeken, was ook om te lachen bedoeld. Alphonse Collignon, bewoner van het voormalige karmelietenklooster (nu een vakantiewoning), ontdekte in 1865 in de stad een grot, waar hij tegen betaling nieuwsgierigen toeliet en hun een hels spektakel bood in de bijna 40 m hoge Salle du Sabbat. Dat was uitgerekend vlak bij de OLV van Lorettekapel, die je na een stevige klim vanuit het centrum bereikt. Er wordt beweerd dat de dankbare 17de-eeuwse gravin Josine de kapel liet bouwen omdat haar kind de ontvoering door een aap (niet om te lachen!) over de grafelijke daken had overleefd.
Ten noorden van de stad ligt de OLV van Saint-Rémy-abdij. Ze werd al in de 13de eeuw gesticht (als vrouwenklooster) en na een ruil in de 15de eeuw een trappistenabdij. Na de sluiting door de Fransen werd ze in 1887 heropend door trappisten uit Achel, die in 1899 met de bierproductie begonnen. De monniken houden bezoekers bewust buiten de deur. “Omdat het monastieke leven alleen kan bestaan en zich ontwikkelen in een klimaat van stilte en eenzaamheid, kunnen het klooster en de brouwerij niet bezocht worden”, leert de website. Er is zelfs geen shop. Enkel de acht dagelijkse gebedsdiensten in de sobere en toch fraaie kerk – tussen 3.30 uur en 19.10 uur – zijn bij te wonen. Dat de monniken geen doetjes zijn, bewijst het proces dat ze enkele jaren geleden in beroep hebben gewonnen tegen een mijnbouwonderneming die met de uitdieping van een kalkgroeve de bron bedreigde waarmee de abdij haar bieren brouwt.
www.abbaye-rochefort.be/nl
- Han-sur-Lesse, bekend om zijn grotten, is een deelgemeente van Rochefort. Het grottencomplex met zijn wildpark en boomklimparcours is de belangrijkste toeristische trekpleister van de omgeving. www.grotte-de-han.be
- In het centrum van Han, tegenover het infocenter van de grotten en naast de Sint-Hubertuskerk staat een lindeboom vol gaten, bekend als de nagelboom (arbre à clous). Het bijgeloof wil dat door een nagel in de boom te kloppen je kwaal zou genezen. De boom zit nog steeds vol nieuwe nagels, schroeven en duimspijkers.
In het golvende landschap ten zuiden van Rochefort leidt af en toe een klim naar een afgelegen dorp, zoals Daverdisse. De smalle wegen door de provincie Luxemburg voeren me onder meer langs de indrukwekkende ESA-telescopen van Redu en het kerkhof van Maissin met zijn opvallende 16de-eeuwse Bretoense calvaire. Er liggen ruim 4700 soldaten uit WO I (van wie 4000 onbekend), zowel Fransen als Duitsers broederlijk naast elkaar. De meesten vielen op 22 augustus 1914, de dodelijkste dag van de oorlog. 41.000 soldaten sneuvelden die dag.
Gaume
Kleine dorpjes brengen me tot Chassepierre, nog een van de ‘mooiste dorpen van Wallonië’. Het heuvelachtige dorp aan de Semois is de toegang tot de Gaume, het meest mediterrane stukje van België. In Florenville heb ik achter de kerk een weids uitzicht over de Semois-vlakte. Niet veel verder, aan de Franse grens ligt de Gouden Vallei van Orval.
Orval
Anders dan in Chimay en Rochefort pakt de OLV-abdij van Orval flink uit met haar erfgoed, en bovendien binnen de muren, echter zonder dat de beslotenheid en de rust van het klooster verstoord worden. De al net zo afgelegen abdij, weliswaar met de nodige horeca in de nabijheid, heet bezoekers welkom om haar (vergane) glorie en (huidige) sterkhouders (bier en kaas) van dichterbij te bekijken. Net zoals retraitanten welkom zijn, vertelt Evelien Apers, die al vijftien jaar in de abdij gidst. “Zij zijn de enigen die toelating krijgen om de voortuin tussen portiek en kerk te betreden. Zij worden wel verondersteld dat in stilte te doen. Spreken is zelfs verboden in de eetkamer. Zowel groepen als individuen en koppels – met het nachtkastje tussen de enkele bedden (lacht) – kunnen op retraite komen. Vrouwen zijn sinds de jaren 1960 ook toegelaten. Je hoeft zelfs niet christen te zijn.” Wandelaars of fietsers die een goedkope overnachting zoeken, vangen echter bot: “Je moet minstens twee nachten blijven en motiveren waarvoor je komt.”
Groene Orval
De geschiedenis van Orval moet je zelf maar komen bekijken in de mooie, visuele presentatie met maquettes en 4D-animatie. Onthoud dat er branden en bombardementen aan te pas komen en de heropbouw vooral te danken is aan de Gentse trappist en voormalige militair en ondernemer, dom Marie-Albert Van der Cruyssen. Hij liet precies 100 jaar geleden de abdij verrijzen na de verwoesting door de Franse revolutionairen met de opbrengsten van kaas en bier.
Fijnproevers weten dat er maar één Orval-bier is (dat voor 89% in ons land wordt verkocht), maar ook dat er in de abdij zelf (voor monniken en retraitanten) en in de herberg À l’Ange Gardien de minder alcoholische ‘groene’ Orval geschonken wordt.
“De helft van de opbrengst gaat naar liefdadigheid”, weet Evelien. “Zo ondersteunt de abdij bijvoorbeeld het enige katholieke schooltje in de Franse regio waar ik woon.” De Antwerpse Evelien belandde jaren geleden met haar moeder vlak over de grens. “Toen ik Orval voor het eerst zag, was ik met verstomming geslagen.” De avondzon op het zandkleurige 17 m hoge Mariabeeld is inderdaad indrukwekkend. “Ik heb mijn hart hier verloren. Telkens ik het moeilijk had, vond ik hernieuwde kracht in de abdij, waar ik ben komen werken, in de winkel en als gids. Als studente drama vond ik in het verhalen vertellen een mooie invulling van mijn opleiding.”
En over Orval zijn vele verhalen te vertellen. Over de forel die de ring van Mathilde opviste, de oehoe (‘grand duc’ in het Frans) die in de ruïne van de eerste abdij nestelde boven de tombe van Wenceslas, de eerste groothertog van Luxemburg, de oude kapittelzaal waar nu alleen nog vleermuizen vergaderen, de ijzeren haardplaten die de Orval-smederij faam bezorgden… Dankzij alle verhalen die te rapen zijn op deze Trappistenabdijenroute heb ik nog veel om na te genieten bij een deugddoende Orval, in het prettige besef dat de helft van mijn glas naar een goed doel gaat.
www.orval.be/nl
Kapellekesbaan
Kort voor het binnenrijden van Han-sur-Lesse trekt een bijzondere, hoger gelegen kapel de aandacht met zijn modernistische en open constructie. Het plan voor de Lourdeskapel werd in 1958 opgevat n.a.v. de 100ste verjaardag van de verschijningen in Lourdes en uit dankbaarheid voor de bescherming van Han door de Madonna in beide wereldoorlogen. De kapel en vooral de beelden werden sindsdien echter vaak gevandaliseerd.
Passeer het dorpje Belvaux niet zomaar. Sla na het oversteken van de Lesse even af naar rechts voor de Laurentiuskapel en haar kleine kerkhofje, met nog twee 16de-eeuwse graven. Ook in de 16de eeuw kreeg de voorloper van het huidige kerkje van een onbekende weldoener een delicaat houten retabel toegeschreven aan de Maître de Waha, een onbekende Vlaamse beeldhouwer, dat nu in het Musée des Arts Anciens in Namen hangt.
Vanuit Belvaux is het een korte rit naar de afgelegen boskapel OLV van Haurt, die je bereikt via een lange laan tussen de velden. De kapel is drie eeuwen oud en werd volgens de legende opgericht op de plek waar een schaapherder een Mariabeeld vond, dat tot drie keer toe naar de lokale kerk werd gebracht en op mysterieuze wijze telkens terugkeerde naar zijn vindplaats. Tussen de bomen staan geen kruiswegstaties, maar de zeven smarten van Maria, in art-decobetonconstructies. Bijzonder is dat de kleurrijke bas-reliëfs 91 jaar geleden uitgevoerd werden door Joseph Gillain, beter bekend als Jijé, de stripauteur van Robbedoes.
Te voet, op twee of vier wielen
De Trappistenabdijenroute heeft twee versies: een GR-wandelroute van 289 km (grsentiers.be) en een fietsroute van 227 km. Die laatste loopt over het gewone wegennet, al zoekt ze wel de kleinste binnenwegen op. Let op: behalve in de steden kun je aparte fietspaden vergeten. Gelukkig is het verkeer nergens druk.
De fietsroute kun je perfect met de wagen of camper afleggen. Uitzondering zijn twee korte Ravel-fietsstroken (tot fietspad herbestemde spoorwegen) ten noorden van Lompret (2 km) en tussen Romerée en Hastière (12 km). Die zijn via de dorpen makkelijk te omzeilen.
Verder lezen?
Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Lees ook...
Damiaanmuseum ontvangt kwaliteitslabel
‘Breedbeeld’: een wonderkamer waar je niet op uitgekeken raakt


