“Een nieuw boek maakt de viering niet vanzelf rijker”, zegt Jeroen Heiremens.
“De invoering biedt geloofsgemeenschappen wel de kans om de hele liturgie van het Woord opnieuw onder de loep te nemen.” © interdio
Voor het nieuwe lectionarium werd de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2021 (NBV21) gebruikt. Vanwaar die verrassende keuze?
De Vlaamse bisschoppen wilden een keuze maken die ook voor de komende decennia houdbaar en werkbaar is. Al geruime tijd klonk de roep om een nieuw lectionarium. De vertaling waarop het huidige lectionarium berust, is intussen ruim vijftig jaar oud en stelt door verouderd taalgebruik, achterhaalde werkwoordsvormen en soms moeizame zinsconstructies steeds grotere problemen op het vlak van verstaanbaarheid en voorleesbaarheid. Dat helpt wellicht verklaren waarom bijvoorbeeld de tweede lezing in heel wat parochies en geloofsgemeenschappen geregeld wordt weggelaten.
Aanvankelijk werd vanwege de herkenbaarheid en de vertrouwde klank nog ingezet op een revisie van het bestaande lectionarium. Uiteindelijk kozen de bisschoppen voor een volledig nieuw lectionarium met de NBV21 – ook voor de antwoordpsalm. Een belangrijke overweging daarbij was: voor wie willen we de Bijbel toegankelijk houden? Ook in de liturgie moet de Bijbel kunnen klinken in het Nederlands van vandaag. De NBV21 doet dat zonder de Bijbelse teksten te herleiden tot omgangstaal of makkelijk Nederlands. Hun genre en register blijven gerespecteerd en het gekozen taalgebruik bouwt voort op de christelijke vertaaltraditie en op de in het Nederlands ingeburgerde liturgische taal. De NBV21 geeft bovendien terugkerende kernwoorden en verwante formuleringen consequenter weer, waardoor onderlinge verbanden beter zichtbaar worden.
“Een bekende tekst die nét anders klinkt, dwingt je te luisteren naar wat er eigenlijk staat.”
Bisschop Lode Aerts vatte het bij de bekendmaking zo samen: “Wij zijn onder de indruk van de kwaliteit van deze vertaling, die niet alleen dicht bij de brontekst blijft, maar ook hedendaags taalgebruik inzet om de Bijbel dichter bij onze tijd te brengen.”
Tegen welke praktische of inhoudelijke uitdagingen liepen de samenstellers aan tijdens het jarenlange voorbereidingsproces van deze uitgave?
Een eerste grote uitdaging is het tekstbeheer. Aanvankelijk werkten we vooral met Word, maar voor een project van deze omvang volstaat dat eigenlijk niet. Een wijziging in de Bijbeltekst moet overal consequent worden doorgevoerd, terwijl ook de specifieke keuzes voor het lectionarium traceerbaar moeten blijven. Daarom zijn we overgestapt op Paratext, een uniek softwareprogramma dat specifiek gebruikt wordt voor Bijbelvertalingen. De lectionariummodule was voor alle betrokkenen nieuw en vroeg een flinke tijdsinvestering, maar die betaalt zich nu terug in meer consistentie, een zorgvuldige archivering van beslissingen en een betere voorbereiding op het uitgeefproces.
Minstens even uitdagend is de planning. In de loop van het proces gaan de teksten door de handen van tien Bijbelwetenschappers, liturgisten, theologen en neerlandici. Daarnaast werken deskundigen mee aan bijzondere onderdelen zoals de sequenties, zijn er meelezers en volgen uiteindelijk de bisschoppen en Rome. Vrijwel iedereen doet dit naast zijn of haar eigen werk. Zoveel deskundigheid komt de kwaliteit ten goede, maar maakt de planning ook kwetsbaar: wanneer één schakel vertraging oploopt, schuift de rest onvermijdelijk mee.
Soms schuilt een inhoudelijke uitdaging in één enkel woord: “Gij”. In het Noord-Nederlands geldt dat als archaïsch en komt het daarom niet meer voor in de NBV21. In Vlaanderen daarentegen is deze vorm nog gebruikelijk en krijgt zij als aanspreking van God een eigen liturgische klank. “Gij” verbindt iets van de vertrouwelijkheid van “je” met de eerbiedige afstand van “u”. Juist in de gebeden en lofliederen blijft “Gij” dan ook een levende en veelzeggende aanspreekvorm. Omwille van de eenheid van Schriftlezing en gebed voeren we die door in het lectionarium – in de psalmen en andere gebedsteksten.
“Ook in de liturgie moet de Bijbel kunnen klinken in het Nederlands van vandaag.”
Het liturgisch gebruik van een Bijbeltekst kan om een eigen vertaalkeuze vragen. Dat blijkt ook bij hoi Ioudaioi – “de Joden” – in het Johannesevangelie. Vooral in het lijdensverhaal op Goede Vrijdag kan die aanduiding klinken alsof het hele Joodse volk verantwoordelijk is voor de kruisiging van Jezus. Tegen de achtergrond van de geschiedenis van het (christelijk) antisemitisme is dat bijzonder beladen. Lezers kunnen vanuit de bredere context van het evangelie nog nagaan op wie “de Joden” in een passage betrekking heeft. Toehoorders in de liturgie missen die mogelijkheid. Waar de tekst een specifiekere vertaling rechtvaardigt, kiezen we daarom in het lectionarium voor “de Joodse leiders”.
Wat betekent deze overgang concreet voor voorgangers, lectoren en kerkgangers op zondag?
Deze overgang zal tegelijk vertrouwd en nieuw aanvoelen. De keuze en de ordening van de lezingen veranderen niet: dezelfde perikopen (fragmenten uit de Schrift) blijven op dezelfde zon- en feestdagen klinken. Wat wel verandert, is de vertaling. Vooral bij zeer bekende passages zal dat soms meteen opvallen. Bepaalde vertrouwde formuleringen verdwijnen, andere woorden of beelden komen ervoor in de plaats – zo wordt “de blijde boodschap” bijvoorbeeld “het goede nieuws” – terwijl sommige passages ook een ander ritme of accent krijgen.
Dat zal ongetwijfeld even wennen zijn. Wie een tekst jarenlang in dezelfde bewoordingen heeft gehoord of gelezen, luistert onvermijdelijk ook vanuit die vertrouwdheid. Aan bepaalde formuleringen zijn mensen bovendien gehecht geraakt; ze zijn een deel geworden van het kerkelijke geheugen en soms ook van het persoonlijke gebedsleven. Tegelijk kan juist de verandering ervoor zorgen dat de aandacht opnieuw wordt aangescherpt. Een bekende tekst die nét anders klinkt, dwingt je soms om opnieuw te luisteren naar wat er eigenlijk staat, in plaats van al bij voorbaat te denken dat je hem kent.
Voor voorgangers kan dat nieuwe aanknopingspunten bieden voor de verkondiging, van lectoren vraagt het hernieuwde aandacht voor de tekst die werkelijk voor hen ligt, en kerkgangers kunnen daardoor andere betekenislagen ontdekken. De overgang is dus meer dan alleen het vervangen van het ene boek door het andere: ze kan een uitnodiging zijn om hetzelfde Woord met nieuwe oren te ontvangen.
Vergt de overgang een specifieke vorming of training voor lectoren, bijvoorbeeld over hoe zij moeten omgaan met veranderde vertalingen van vertrouwde Bijbelpassages?
Een bijzondere omscholing is alvast niet nodig. De NBV21 is juist ook gekozen omdat bij het vertalen veel aandacht is besteed aan voorleesbaarheid. Tijdens alle fasen van het vertaalproces werden teksten hardop voorgelezen en beluisterd, waarbij nadrukkelijk werd gelet op taalgebruik, zinsopbouw, samenhang en begrijpelijkheid, en op het vermijden van onduidelijkheid of ongewenste meerduidigheid. Dat neemt niet weg dat deze overgang van lectoren een zorgvuldige voorbereiding vraagt. Zeker bij vertrouwde lezingen is het belangrijk om niet op het geheugen te varen, maar vooraf opnieuw nauwkeurig te lezen wat er werkelijk staat, liefst ook hardop.
“In gebeden en lofliederen blijft “Gij” een levende en veelzeggende aanspreekvorm.”
Tegelijk is dit wel een goed moment om de vorming van lectoren weer wat meer aandacht te geven. Niet omdat lectoren plots iets helemaal anders moeten doen, maar omdat een nieuwe tekst vanzelf uitnodigt om opnieuw stil te staan bij wat er gebeurt wanneer de Schrift hardop wordt verkondigd binnen de verzamelde kerkgemeenschap: dode letters worden dankzij de menselijke stem weer een levend Woord, tot ons gericht. De komst van het nieuwe lectionarium kan zo, voorbij de lectorendienst alleen, aanleiding geven tot een bredere bezinning over de plaats van de Schrift in de liturgie. Ook het Liturgisch Congres van dit najaar wil daar nadrukkelijk ruimte voor maken.
Hoe kunnen parochies kerkgangers actief meenemen in deze verandering, zodat de introductie van het lectionarium niet aanvoelt als een puur administratieve of praktische vervanging, maar als een verrijking van hun vieren?
Een nieuw boek maakt de viering niet vanzelf rijker. De invoering biedt parochies en geloofsgemeenschappen wel de kans om de hele liturgie van het Woord opnieuw onder de loep te nemen. Zijn de lezingen goed verstaanbaar? Krijgt de antwoordpsalm zijn volwaardige plaats? Is er voldoende stilte? En sluit de homilie werkelijk aan bij het verkondigde Woord uit de Schrift? Ook de plaats en het gebruik van de ambo, de lessenaar, verdienen daarbij aandacht. Die vragen raken niet alleen de lectoren, maar ook voorgangers, diakens en cantors – ja, de hele vierende gemeenschap. Daarom hoeft het gesprek erover niet voorbehouden te blijven aan de mensen die de liturgie voorbereiden. Tijdens een parochiaal beraad of eenvoudigweg na de zondagsviering kunnen kerkgangers zelf verwoorden wat hen helpt om te luisteren en wat dat juist bemoeilijkt. Hun ervaringen kunnen vervolgens doorwerken in de manier waarop de liturgie van het Woord wordt gevierd.
“Dit is een goed moment om de vorming van lectoren weer wat meer aandacht te geven.”
Ook de eerste ingebruikname hoeft niet ongemerkt voorbij te gaan. In een avondgebed op de vooravond kan een lector het nieuwe lectionarium na de korte beurtzang van de ambo nemen en aan de voorganger overhandigen. Die houdt het aan de gemeenschap voor en richt enkele woorden tot de aanwezigen. Vervolgens legt de lector het weer open op de ambo en wordt het tijdens het Magnificat samen met het altaar bewierookt. Een andere mogelijkheid is de zondagseucharistie: lectoren bieden de nieuwe boeken na het openingsgebed aan, waarna een zegengebed en een besprenkeling met doopwater volgen. Het lectionarium wordt vervolgens naar de ambo gebracht en de eerste lezing begint. Beide vormen kunnen worden verbonden met een diocesane viering waarin de bisschop het lectionarium overhandigt aan vertegenwoordigers van parochies en geloofsgemeenschappen. Zo wordt de overgang niet alleen uitgelegd, maar daadwerkelijk gevierd: de gemeenschap ontvangt het boek waaruit de Schrift voortaan in haar midden zal klinken.
Liturgisch Congres, 9-10 november in Oostende. Inschrijven kan op www.liturgischcongres.be.
Verder lezen?
Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Wachtwoord vergeten? Geef jouw gebruikersnaam of mailadres in en we sturen jou instructies hoe een nieuw wachtwoord aan te maken.
Lees ook...
“Ik vond God in een moskee”
Wie bedelt, is zichtbaar onzichtbaar


