Toen ik een tiental jaren geleden aan de Leuvense theologiefaculteit het vak ‘christelijke seksualiteits-, huwelijks- en gezinsethiek’ volgde, stond deze cursus sterk in het teken van de zogenaamde groei-ethiek, zoals die vanaf het einde van jaren zestig in Vlaanderen werd ontwikkeld, onder meer door Roger Burggraeve SDB. Deze ethische benadering ontstond vanuit de vaststelling dat veel jongeren in hun verkenning en beleving van relaties en seksualiteit niet langer de katholieke leer volgden. Zij stelde daarom een pedagogische weg van begeleiding voor, waarbij jongeren toch stap voor stap kunnen groeien in de richting van wat de katholieke moraal beschouwt als de volheid van menswaardige liefde en seksualiteit.
Binnen de groei-ethiek wordt gezocht naar een genuanceerde ethische beoordeling van concrete levenssituaties. Zo kan men spreken over een ‘kleiner goed’ (minus bonum) wanneer bepaalde relatievormen, hoewel ze niet de volheid van het christelijke ideaal bereiken, toch elementen van trouw, verantwoordelijkheid en zelfgave bevatten. Het uiteindelijke perspectief van het volle goede (vere bonum) blijft daarbij een duurzaam, exclusief en vruchtbaar huwelijksverbond.
Groei-ethiek beoogt dus geen afschaffing van de morele norm, maar wil de weg ordenen waarlangs mensen naar die norm kunnen toegroeien. Deze gedachte sluit aan bij wat paus Johannes Paulus II in Familiaris Consortio (1981) de ‘wet van de geleidelijkheid’ noemde. Hij waarschuwde echter uitdrukkelijk dat deze niet verward mag worden met een ‘geleidelijkheid van de wet’, alsof Gods morele wet zou veranderen volgens omstandigheden of mogelijkheden van de mens (FC 34).
Ook paus Franciscus nam deze lijn over in Amoris Laetitia (295, 300), waarin hij spreekt over de ‘wet van de gradualiteit’ als een uitdrukking van de ‘goddelijke pedagogie van de genade’, die mensen helpt om de volheid van Gods plan voor hun leven te bereiken (AL 297).
Terugkeer naar de norm
Anno 2026 zijn er aanwijzingen dat zich onder jongeren, met name onder hen die het christelijk geloof (her)ontdekken, een verschuiving aftekent in de visie op seksualiteit. Onder invloed van contacten met praktiserende gelovigen uit andere religies of christelijke tradities, maar ook van online influencers die een meer traditionele levensvisie uitdragen, herontdekken sommigen de klassieke seksuele moraal. Niet zelden uiten ze die vervolgens in categorische bewoordingen, met uitspraken als: ‘Masturbatie is een zware zonde’ of ‘Seks voor het huwelijk is verkeerd.’
Voor ‘oudere’ generaties katholieken komen zulke uitspraken soms verrassend of zelfs schokkend over, zeker bij hen die zich uit hun jeugd nog een kerk herinneren die als sterk moraliserend ervaren werd. Wanneer deze jongeren vervolgens vriendelijk aangemaand worden om niet te ‘zwart-wit’ te denken of te ‘rigide’ te zijn, ervaren zij dit op hun beurt als een relativering van een norm die zij net als waardevol ontdekt hebben. Het wederzijdse onbegrip is dan snel compleet.
Radicalisering of broederlijke correctie?
De stelligheid waarmee dergelijke standpunten door sommige jongeren worden verkondigd, roept bij sommigen ook de vraag op of hier processen van religieuze radicalisering spelen. Die bezorgdheid verdient het om ernstig genomen te worden, zeker wanneer morele overtuigingen gepaard gaan met een veroordelende houding, sektarisch denken of een gebrek aan onderscheidingsvermogen. Tegelijk is het belangrijk een onderscheid te maken tussen radicalisering en het opnieuw ernstig nemen van een norm die in de pastorale praktijk gedurende decennia minder werd benadrukt, mede onder invloed van een moraaltheologie waarin groei en gewetensvorming centraal stonden.
Veel jongeren begrijpen hun kritische interventies bovendien vanuit het principe ‘haat de zonde, niet de zondaar’ en verwijzen daarbij naar de Bijbelse oproep tot broederlijke correctie, ook al wordt dit niet zelden selectief gehanteerd. Vanuit hun perspectief zijn terechtwijzingen dan ook geen afwijzing of veroordeling van individuele personen, maar veeleer een vorm van naastenliefde en trouw aan het Evangelie.
Schaduwzijde van seksuele vrijheid
Men kan zich afvragen hoe het zover is kunnen komen. Persoonlijk meen ik dat jongeren zich niet opnieuw tot een meer traditionele seksuele moraal zouden aangetrokken voelen als daarvoor geen voedingsbodem bestond. Verschillende sociologische tendensen lijken alvast in die richting te wijzen.
Zo zijn de jongste generaties opgegroeid in een context waarin relatiebreuken, echtscheidingen en samengestelde gezinnen al lang geen uitzondering meer zijn. Bovendien worden velen geconfronteerd met een cultuur waarin seksualiteit sterk gecommercialiseerd en geïndividualiseerd is, waarin sociale media het lichaamsbeeld onder druk zetten en waarin pornografie vrijwel onbeperkt toegankelijk is via de smartphone. Voor velen zijn objectivering, grensoverschrijdend gedrag of verwarring over relaties en seksualiteit daarom geen abstracte thema’s, maar concrete ervaringen uit hun eigen leefwereld, met alle blessures van dien.
“Voor de jongste generaties zijn objectivering, grensoverschrijdend gedrag en verwarring over seksualiteit geen abstracte thema’s, maar concrete ervaringen uit hun eigen leefwereld”
Vanuit die achtergrond is het begrijpelijk dat sommigen kritischer gaan kijken naar de verworvenheden van de seksuele revolutie. Zij ervaren niet alleen de grotere vrijheid die deze heeft gebracht, maar ook haar schaduwzijden: de kwetsbaarheid van duurzame relaties, gevoelens van eenzaamheid, prestatiedruk, de instrumentalisering van seksualiteit en de moeilijkheid om liefde, trouw en lichamelijkheid met elkaar te verbinden.
Tegelijk groeit een generatie op in een wereld die gekenmerkt wordt door onzekerheid en toenemende mentale kwetsbaarheid. In zo’n context zoeken sommige jongeren naar duidelijke morele oriëntatiepunten en een levensvisie die hen een coherent kader biedt. Dat verklaart niet alles, maar helpt wel begrijpen waarom de klassieke seksuele ethiek voor een deel van de jongere generaties opnieuw aan aantrekkingskracht wint.
Logica van menswording
Hoe kunnen we dan toch op een positieve manier met deze nieuwkomers in de Kerk op weg gaan? Hoe kunnen we samen een middenweg bewandelen tussen enerzijds een ethisch rigorisme dat obsessief bekommerd is om de zonden van anderen, en anderzijds een laxisme dat geen groeirichting meer durft te benoemen en het verlangen van jongeren naar morele duidelijkheid negeert of wegzet als extremistisch?
In de eerste plaats komt het erop aan om te luisteren en in dialoog te treden met jongeren, en niet te snel verontwaardigd te zijn wanneer hun visies botsen met wat men verwacht te horen. Verder kunnen de morele bekommernissen van jongeren actief geanticipeerd worden. Daarom kan het zinvol zijn om in de pastorale praktijk de klassieke groei-ethiek in sommige situaties om te keren en te duiden als wat we een ‘afdaal-ethiek van de barmhartigheid’ zouden kunnen noemen.
Beide bewegingen horen immers wezenlijk bij elkaar: de mens is geroepen om op te stijgen naar God, maar alleen omdat God eerst is afgedaald naar de mens. De menswording van Christus openbaart een God die de menselijke kwetsbaarheid niet vanop afstand beoordeelt, maar haar van binnenuit intreedt om haar te genezen en te verheffen.
Samen op weg
Een afdaal-ethiek vertrekt vanuit het volle goede en bevestigt de katholieke leer dat seksualiteit haar meest volledige vervulling vindt binnen het huwelijk. Jongeren die dit ideaal ernstig willen nemen, verdienen daarvoor geen afwijzing of wantrouwen, maar waardering en begeleiding.
Tegelijk nodigt de logica van de menswording uit om jongeren te leren ‘afdalen’ in de concrete levenssituatie van mensen. Niet elke relatie beantwoordt aan het huwelijksideaal, maar daarom is zij geenszins verstoken van alle menselijke of morele waarde. Waar trouw groeit, waar verantwoordelijkheid wordt opgenomen en waar zelfgave en respect zichtbaar worden, dienen deze kiemen van het goede uitdrukkelijk herkend en bevestigd te worden.
Een afdaal-ethiek van de barmhartigheid verlaagt het ideaal dus niet, maar verkleint wel de kloof tussen de leer en de realiteit. Zij bestaat erin mensen tegemoet te treden zoals Christus zelf de mens tegemoet is getreden: niet door de waarheid te verzwijgen, maar evenmin door haar los te maken van liefde, geduld en nabijheid.
Daarom is deze benadering ook niet paternalistisch. Zij vertrekt vanuit het besef dat niemand het Evangelie reeds volmaakt belichaamt. Wij staan ten slotte allen onder dezelfde roeping tot bekering en heiligheid. Wie een ander begeleidt, doet dat niet vanuit morele superioriteit, maar als arme medepelgrim die zelf leeft vanuit een nood aan Gods barmhartigheid
Verder lezen?
Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Meer opinies
