Paus Franciscus en patriarch Theophilos.  © Radio Vaticana

Antwoorden op moeilijke geloofsvragen
“Hoe voer ik een goed geloofsgesprek?” zou een alternatieve titel kunnen zijn voor het boek De moeilijkste vragen over God en geloven. Met eerlijke antwoorden van de protestantse hoogleraar Benno van den Toren. Het werk bevat ook voor katholieken nuttige tips.

Benno van den Toren (1966) is hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit in Utrecht, waar hij de leerstoel Interculturele Theologie bekleedt met de bijzondere leeropdracht Missionaire roeping. Zijn boek wil christenen voorbereiden op lastige vragen die ze kunnen krijgen van niet-christenen, dus van ongelovigen of van mensen met een andere godsdienst. De auteur behandelt onder meer vragen over thema’s als het lijden, relativisme, onverschilligheid, het bestaan en de betrouwbaarheid van Jezus en de relatie van het christendom tot andere religies. Het boek biedt geen pasklare antwoorden, maar wel aanwijzingen om met de ander het gesprek aan te knopen, gesprekken die als ‘apologetisch’ worden bestempeld. “De apologetiek denkt vooral na over de vraag hoe je mensen, vragen en bezwaren serieus neemt”, schrijft Van den Toren.  

Brief van Petrus
Zijn vertrekpunt is een vers uit de eerste brief van Petrus: “Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect” (1 Petrus, 3, 15-16). Voor Petrus is hoop altijd verbonden met de opstanding van Jezus Christus, stelt de hoogleraar. Die opstanding is in de ogen van de auteur “de belangrijkste reden om het idee af te wijzen dat Hij niet meer was dan een godsdienstig leraar, een mythe of een goeroe”. 

Van den Toren waarschuwt evenwel meteen: hoe goed we ons geloof ook kunnen verantwoorden, wat we proberen te vertellen zal in de lucht blijven hangen wanneer niets daarvan in ons leven zichtbaar wordt, omdat het losstaat van de wereld waarin we leven. Hij wijst op het belang van goed luisteren en stelt dat er altijd punten zijn waar het evangelie raakt aan het leven van de gesprekspartner. “Je wilt ontdekken waar de ander staat in haar relatie met God –  en daardoorheen luisteren hoe God daar aan het werk is”, stelt Van den Toren. 

Wat en waarom
Zowel voor protestanten als voor katholieken en andere geloofsdenominaties geldt zijn opmerking: “Voordat je aan anderen het geloof kunt verantwoorden, is het belangrijk voor jezelf te proberen antwoord te geven op de vraag wat je gelooft en waarom je gelooft.” Dat zal volgens de auteur een persoonlijk verhaal worden, omdat de keuze om Jezus te volgen en God te vertrouwen voor ieder mens een andere weg is geweest.

Wat hem betreft staat de belijdenis dat de HEER de enige God en dat Jezus Christus de enige Heer is, in het geheel van bijbelse boodschappen “centraal en mag niet losgelaten worden.” Elders schrijft de auteur dat de overtuiging dat het christelijk geloof betrekking heeft op een voor iedereen geldende waarheid een “onopgeefbare karaktertrek” van het christelijk geloof is. “We moeten weer leren zien dat het geloof in Jezus Christus de enige weg tot God is.” 

Van den Toren benadrukt dat dit geen eigenwijsheid of arrogantie is, maar “iets dat we verwonderd en in dankbaarheid als enkel genade mogen accepteren.” Een ander verwijt waarmee christenen volgens hem geconfronteerd kunnen worden, naast ‘arrogantie’, is dat “veel kerken in belangrijke mate witte middenklassenkerken zijn”.

Tibetaanse roodborstjes
In het boek passeren tal van uitgesproken reacties op het christelijk geloof de revue. Een veel groter probleem is volgens Van den Toren evenwel dat veel mensen “helemaal niet meer reageren als het christelijk geloof ter sprake komt.” “Het is alsof iemand aan de deur komt  met de vraag of je lid wilt worden van een vereniging ter verbetering van de kleurechtheid van Tibetaanse roodborstjes. Het komt op veel mensen over als iets buitennissigs en onbenulligs waar beleefdheid de enige reden is om nog te reageren.” 

“Gods liefde is de oorsprong en grond van ons leven”

Vervolgens schrijft hij: “Het idee dat je Jezus nodig zou hebben om rechtvaardig voor God te zijn, raakt geen enkele snaar. Tijdens grote evangelisatie-acties waarbij ik betrokken was, heb ik zelf wel de fout gemaakt dat ik dan toch maar vooral duidelijk probeerde te maken dat de mensen die ik ontmoette zondig waren en dat ze onder het oordeel van God leefden, ook al waren ze zich dat niet bewust.” 

De woorden ’zondaar’ en ‘zondigheid’ duiken in het boek van de protestantse theoloog regelmatig op, evenals de notie ‘God als Rechter’. 

Evangelisatie
Evangelisatie wil mensen evenwel helpen om op grond van goede redenen en gezonde verlangens en behoeften voor God te kiezen. “Goede evangelisatie wil mensen helpen in vrijheid en verantwoordelijkheid de liefde van God te beantwoorden zoals God dat bedoeld heeft”, schrijft Van den Toren aan het begin van zijn boek. 

De auteur is ook van oordeel dan mensen gefascineerd blijven door Jezus. “Hij laat ons de liefde van God op een onovertroffen manier zien. Door Jezus zien we dat liefde niet maar een bijverschijnsel is van een blinde evolutie, maar de bron van de wereld en de grond van ons bestaan.” “Gods liefde is de oorsprong en grond van ons leven,” schrijft Van den Toren elders.  

Hel en verdoemenis
Meteen verwijst hij ook naar een van de mogelijke ethische bezwaren tegen het christendom die men in geloofsgesprekken zou kunnen tegenkomen: het feit dat de Bijbel spreekt over de hel. “Als we de liefde van God niet willen accepteren, is de eeuwige dood het enige alternatief.”

God is volgens de protestantse theoloog voortdurend bezig mensen uit te nodigen zijn liefde te accepteren, maar daar komt een eind aan, omdat God zijn eigen liefde en de afwijzing van de mens serieus neemt. Voor wie het leven en de liefde die God aanbiedt niet willen, is de eeuwige dood het alternatief.” 

Sneer
Van den Toren herinnert er in zijn boek aan dat protestanten en rooms-katholieken fundamenteel verschilden over de vraag hoe de Bijbel moest worden gelezen. In zijn boek dus geen spoor van de katholieke opvattingen rond het vagevuur of de voorspraak van Maria. 

Wel is er een – zij het zeldzame – sneer aan het adres van rooms-katholieken wanneer de auteur het heeft over barrières “die we tegenkomen als we spreken over Jezus”. Veel mensen “zijn afgeknapt op bepaalde beelden van Jezus die ze in de kerk zelf meegekregen hebben” (cursivering van de auteur). “Dat is voor sommigen het meelijwekkende beeld van de bloedende Jezus aan het kruis, zoals dat in veel rooms-katholieke kerken te zien is.” 

Wie zegt gij dat Ik ben?
In het boek komen tal van vragen aan bod waarmee christelijke gelovigen geconfronteerd kunnen worden tijdens geloofsgesprekken. Zonder dat Van den Toren dit zo expliciet stelt, dient men vooraleer men aan dergelijke gesprekken begint voor zichzelf eerst de vraag beantwoorden die Jezus stelde aan zijn leerlingen: “Wie zegt gij dat Ik ben?” (Lucas 9, 20). 

Aan het einde van zijn boek wijst de hoogleraar erop dat bij de meeste mensen een gevoeligheid voor God zich geleidelijk ontwikkelt. “Daarbij moeten we er rekening mee houden dat mensen heel verschillend zijn en de weg op uiteenlopende manieren kunnen vinden.” 

Benno van den Toren, De moeilijkste vragen over God en geloven.meet eerlijke antwoorden, KokBoekencentrum, Utrecht, 2026, 230 blz.

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Lees ook...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig jouw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.