De wolf zorgt voor heel wat beroering. Velen vragen zich af of hij wel thuishoort in een dichtbevolkt land als het onze. Anderen vinden het dan weer fantastisch dat het dier terug is. De discussie krijgt ook een ethische dimensie: de wolf is een beschermde diersoort, maar in welke mate hebben de prooien van de wolf – schapen, alpaca’s, koeien, pony’s en paarden – ook recht op bescherming? Zeker omdat de wolfwerende afrasteringen, die overigens door de belastingbetaler meegefinancierd worden, niet lijken te werken.
De wolf is zo het symbool geworden van een reeks paradoxen. Bevers bijvoorbeeld knagen lustig bomen om, terwijl er luid wordt geprotesteerd wanneer mensen hetzelfde doen. De natuur krijgt een soort statuut van morele goedheid, alsof zij vanzelf weet wat goed is en staat voor authenticiteit.
Natuurfundamentalisme?
De geschiedenis van de mensheid is er een van worstelen en vechten met de natuur. Het romantisch-ecologisch wereldbeeld waarin de wolf en andere wilde dieren opnieuw een plaats krijgen, is vrij recent. Tot dan overheerste het pragmatisch-antropocentrisch model: wilde dieren zijn een risico voor vee, mensen en economie en moeten, waar mogelijk, beheerst worden. Achter beide opvattingen schuilt een existentiële vraag: wat betekent de natuur voor ons en welke plek krijgt de mens daarin?
In de laatste decennia is er waanzinnig veel natuur verwoest, en dus klinkt er een terechte roep om herstel. Maar we moeten oppassen niet in het andere uiterste te vervallen, door van de natuur een nieuwe religie te maken. Het lijkt dan alsof we het verloren paradijs kunnen terughalen door wilde dieren te herintroduceren. Sommigen willen zelfs de mammoet weer tot leven wekken. Biodiversiteit wordt dan een absolute waarde die geen tegenspraak duldt. Merkwaardig genoeg zijn zulke herintroducties menselijke ingrepen in de natuur, maar worden ze gezien als herstel van een waardevolle oorspronkelijke situatie. Die ingrepen zijn dus niet ‘natuurlijk’: ze vertrekken vanuit bepaalde waarden en zijn daarom nooit neutraal of objectief. Het blijven keuzes die voor de nodige problemen zorgen.
Profetisch visioen
Terug naar de wolf: die heeft niet bepaald een goede reputatie in de Bijbel – niet verwonderlijk in een land van herders. De joods-christelijke traditie ziet in de natuur een fundamentele ambiguïteit. Ze wordt bejubeld als Gods schepping, maar tegelijk is ze gevaarlijk en onberekenbaar. Het boek Genesis suggereert dat de natuur zoals we die nu kennen samenhangt met de ‘oerzonde’. De breuk met God veroorzaakte ook een breuk in de verhouding tussen mens en natuur: die werd bedreigend. De slang staat symbool voor het dier dat de mens bedreigt; de aarde wordt een woestenij waar je je in het zweet moet werken om er iets uit te halen.
De profeten dromen daarom van een ‘herstelde’ natuur. Denk maar aan het beroemde visioen van de wolf en het lam die samen optrekken (Jesaja 11). Ondertussen blijft het zoeken naar de juiste omgang met de natuur, die recht doet aan die spanningsvolle ambiguïteit. Centraal staat het idee dat de natuur Gods schepping is, en dus van oorsprong goed. Tegelijk is ze gekwetst en geen idyllisch paradijs. Ze is zowel onze bondgenoot als onze vijand.
“We moeten oppassen niet in het andere uiterste te vervallen, door van de natuur een nieuwe religie te maken”
De vaak verguisde notie van rentmeesterschap in de Bijbelse traditie heeft ervoor gezorgd dat de menselijke ontwikkeling mogelijk werd: doordat de mens de natuur kon beheren en waar nodig beheersen, kon hij vermijden dat ze schade aanrichtte. In die context moeten we zoeken naar een zo goed mogelijk samenleven met de natuur, en tegelijk beseffen dat de natuur zich niet om ons bekommert.
Tegengif
De christelijke visie op de verhouding tussen natuur en mens is een tegengif voor de naïviteit – en soms het fanatisme – van natuuractivisten die het antropocentrisme inruilen voor natuurcentrisme. Dat kan op termijn ontaarden in antihumanisme. Het is een beetje wrang dat er vaak meer aandacht en zorg is voor een aangespoelde potvis of een beer die te veel fruit gegeten heeft en onder de scanner moet, dan voor de massa’s mensen het allernoodzakelijkste missen.
De terechte kritiek op de roekeloze exploitatie en vernietiging van de natuur schiet haar doel voorbij wanneer ze vergeet dat het uiteindelijk niet om de natuur of de biodiversiteit op zich gaat, maar om de mens en zijn waardigheid.
Meer opinies van
Johan Van der Vloet
Zingeving voor gen Z
Hoe varen we wel?
Kantelpunt
Inloggen
Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.
