Laat er geen misverstand over bestaan: wat er die nacht in Washington gebeurde, is moreel verwerpelijk. Wie naar wapens grijpt om politieke of morele overtuigingen kracht bij te zetten, verlaat niet alleen het democratische speelveld, maar ondergraaft ook de menselijkheid die hij beweert te verdedigen. Dit was geen daad van verzet, geen misplaatste heldhaftigheid, maar een gevaarlijke ontsporing: een poging tot moord, verpakt in ideologische taal. En toch: was het werkelijk een aanval op religie?
De andere wang toekeren
Volgens Trump wel. Hij stelde dat het manifest antichristelijk was, geschreven door een “very troubled guy” die al langer met haat rondliep. Maar wie de tekst leest, merkt iets anders op. De dader keert zich niet tegen het christendom op zich, maar tegen een bepaalde interpretatie ervan. Hij verwerpt de oproep van Jezus Christus om de andere wang toe te keren en bestempelt die als medeplichtigheid aan onderdrukking.
Dat maakt Allens daad niet minder ernstig, integendeel. Maar het toont wel hoe religieuze taal kan worden misbruikt om geweld te legitimeren. Wanneer iemand zich beroept op morele verontwaardiging als rechtvaardiging voor een schietpartij, is niet religie het slachtoffer, maar de ethiek zelf.
Messiaanse beeldvorming
En precies daar dient zich een tweede probleem aan. Ook Donald Trump bedient zich van datzelfde religieuze register. Hij plaatst zich nadrukkelijk aan de kant van het goede tegenover het kwade. In Tertio werd eerder al gewezen op de messiaanse beeldvorming rond zijn figuur. Midden in een respectloze uithaal naar paus Leo XIV durfde de Amerikaanse president zelfs te verklaren: “Ik ga geheel over het Evangelie, meer dan wie ook.”
Wat gebeurt er wanneer zowel een extremist als een president zich bedienen van morele of religieuze taal om hun handelen te kaderen – de één om geweld te plegen, de ander om kritiek af te weren? Het antwoord is even eenvoudig als verontrustend: religie wordt dan geen kompas meer, maar een instrument.
“Wat gebeurt er wanneer zowel een extremist als een president zich bedienen van religieuze taal om hun handelen te kaderen?”
Voor een grote meerderheid van de Amerikaanse evangelicals is Trump geen gewone politicus, maar een instrument in een groter, bijna heilshistorisch verhaal. Sommigen vergelijken hem met koning David, anderen met Cyrus de Grote. Televisie-evangelicals spreken van een “zalving”: God zelf zou hem aan de wereld hebben gegeven. In dat discours wordt politieke trouw verheven tot geloof en raakt waarheid ondergeschikt aan overtuiging.
Zwaar beveiligde balzaal
Daarin schuilt een parallel die we niet mogen negeren. Niet om de dader en de president over één kam te scheren — dat zou te simplistisch zijn — maar omdat beiden illustreren hoe gevaarlijk het wordt wanneer morele taal losraakt van morele grenzen.
Na de mislukte schietpartij onderstreepte Trump zijn plannen voor een zwaar beveiligde balzaal aan het Witte Huis. Het scenario is veelzeggend: een leider die zich steeds verder omringt met muren, terwijl buiten het discours verhardt en de tegenstellingen groeien.
Dat brengt ons terug bij de vraag aan het begin: was de aanslag een aanslag op het christendom? Met zijn eigen uithaal aan het adres van de paus nog vers in het geheugen, lijkt dat toch wat hoogdravend. Religie wordt hier niet aangevallen, ze wordt van twee kanten misbruikt: door wie schiet én door wie zich onaantastbaar waant.
Gevaarlijke vergissing
Zo gooien zowel Allen als Trump koren op de molen van een wereld die verder seculariseert, en waarin religie steeds vaker wordt vereenzelvigd met geweld en macht. Dat is een vergissing, en een gevaarlijke. Want wie geweld pleegt of de waarheid verdraait in naam van het goede, heeft het goede al verlaten.
Meer opinies van
Kelly Keasberry
